Spirituele vooruitgang
Kronkelt het pad steeds verder omhoog?
Ja, helemaal tot het einde.
Neemt de reis de hele dag in beslag?
Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, mijn vriend.
Christina Rossetti’s versregels vormen een korte samenvatting
van het leven van hen die het pad dat naar hogere dingen leidt werkelijk
volgen. Ondanks de verschillen die men kan ontdekken in de vormen waarin
de esoterische leer wordt gepresenteerd – ze nam in iedere eeuw
immers een nieuw kleed aan – zien we dat ze het over één
punt volstrekt eens zijn: de weg naar spirituele ontwikkeling. Er is
één vaste regel die voor de neofiet altijd bindend was
en ook nu nog is – de volledige onderwerping van de lagere
natuur aan de hogere. Hoe we ook zoeken in de bijbels van ieder volk
en iedere beschaving, we vinden slechts één enkele weg
– een zware, pijnlijke en moeilijke weg – die de mens naar
werkelijk spiritueel inzicht kan voeren. En hoe kan het ook anders,
want alle religies en alle filosofieën zijn slechts varianten van
de eerste leringen van de Ene Wijsheid, die aan het begin van de cyclus
door de planeetgeest aan de mensheid werd meegedeeld.
Steeds weer wordt ons gezegd dat men een waar adept, een ontwikkeld
mens, alleen kan worden – niet maken. Er is dus een proces
van groei door middel van evolutie, en dat brengt onvermijdelijk een
zekere mate van pijn met zich mee.
De belangrijkste oorzaak van pijn ligt hierin dat we voortdurend het
blijvende zoeken in het niet-blijvende, en we zoeken niet alleen maar
doen ook alsof we het onveranderlijke al hebben gevonden in een wereld
waarvan de enige eigenschap die we met zekerheid aan haar kunnen toekennen
is dat ze voortdurend verandert, en steeds als we ons verbeelden een
vaste greep op het blijvende te hebben, verandert het in onze greep
en is pijn het gevolg.
De gedachte van groei houdt ook het idee in van doorbreken; het innerlijke
wezen moet voortdurend de schaal of het omhulsel waarin het is opgesloten
doorbreken, en dat moet ook met pijn gepaard gaan, geen fysieke, maar
mentale en intellectuele.
En zo gaat het in de loop van ons leven; het verdriet dat ons treft
is voor ons gevoel altijd precies het ergste dat ons zou kunnen overkomen
– het is altijd net dat ene waarvan we denken het onmogelijk te
kunnen dragen. Bekijken we het vanuit een ruimer standpunt, dan zien
we dat we proberen door onze schaal heen te breken op haar enige kwetsbare
punt; dat onze groei, wil het ware groei zijn en niet de som van een
reeks aangroeisels, over de hele linie gelijkmatig voortgang moet vinden,
zoals het lichaam van een kind groeit, niet eerst het hoofd en dan een
hand, misschien gevolgd door een been; maar tegelijk in alle richtingen,
regelmatig en onmerkbaar. De mens is geneigd aan elk onderdeel afzonderlijk
aandacht te geven en intussen de andere te verwaarlozen. Elke folterende
pijn wordt veroorzaakt door de ontwikkeling van een verwaarloosd deel,
en die ontwikkeling wordt moeilijker door de gevolgen van de zorg die
men aan andere delen heeft besteed.
Het kwaad is vaak het gevolg van overmatige bezorgdheid, en mensen
proberen altijd te veel te doen; ze nemen er geen genoegen mee het ergens
bij te laten, en altijd alleen dat te doen wat de omstandigheden eisen
en niet meer. Ze overdrijven iedere daad en brengen zo karma voort dat
in een volgend leven moet worden uitgewerkt.
Een van de meest subtiele vormen van dit kwaad is de hoop op, en het
verlangen naar, beloning. Velen laten, al is het vaak onbewust, al hun
inspanningen mislukken door deze gedachte aan beloning te koesteren
en tot een actieve factor in hun leven te laten worden, waardoor de
deur geopend blijft voor zorgen, twijfel, angst, moedeloosheid –
mislukking.
Het doel van iemand die naar spirituele wijsheid streeft is om een
hoger bestaansgebied te betreden; hij moet een nieuw mens worden, in
ieder opzicht volmaakter dan hij nu is, en als hij slaagt, zullen zijn
mogelijkheden en vermogens dienovereenkomstig in omvang en kracht toenemen,
zoals we ook in de zichtbare wereld zien dat elke trede op de evolutieladder
wordt gekenmerkt door een toename van vermogens. Op die manier wordt
de adept begiftigd met verbazingwekkende krachten; maar het belangrijkste
dat we moeten onthouden is dat deze krachten de natuurlijke begeleiding
vormen van het bestaan op een hoger evolutiegebied, zoals de gewone
menselijke vermogens de natuurlijke begeleiding vormen van het bestaan
op het gewone menselijke gebied.
Veel mensen schijnen te denken dat adeptschap niet zozeer het resultaat
is van een fundamentele ontwikkeling als wel van een geleidelijke opbouw;
ze schijnen te denken dat een adept iemand is die door een duidelijk
omschreven training te ondergaan, bestaande uit het zorgvuldig in acht
nemen van een aantal willekeurige gedragsregels, eerst het ene vermogen
verwerft en dan een volgende, en dat hij, wanneer hij een bepaald aantal
van deze vermogens heeft verworven, daarna een adept wordt genoemd.
Op basis van dit onjuiste beeld denken ze dat het eerste wat ze moeten
doen om het adeptschap te bereiken het verwerven van ‘vermogens’
is – en helderziendheid en het vermogen het fysieke lichaam te
verlaten en een zekere afstand af te leggen, worden het meest fascinerend
gevonden.
Aan hen die zulke vermogens voor hun eigen persoonlijke voordeel willen
verwerven, hebben we niets te zeggen; ze vallen onder hetzelfde oordeel
als al degenen die handelen voor een puur zelfzuchtig doel. Maar er
zijn anderen die gevolgen voor oorzaken aanzien, en oprecht denken dat
het verwerven van abnormale vermogens de enige weg is naar spirituele
vooruitgang. Deze mensen zien onze Theosophical Society slechts als
het vlugste middel dat hen in staat stelt in deze richting kennis op
te doen, en zien haar als een soort occulte academie, een instelling
opgericht om faciliteiten te verlenen voor de opleiding van zogenaamde
wonderdoeners. Ondanks herhaalde protesten en waarschuwingen zijn er
enkelen in wie dat denkbeeld onuitwisbaar schijnt te hebben postgevat,
en ze geven luid uitdrukking aan hun teleurstelling wanneer ze ontdekken
dat wat hun tevoren werd gezegd volkomen juist is; dat de Society niet
werd opgericht om een nieuwe en gemakkelijke methode te verschaffen
voor het verwerven van ‘vermogens’; en dat haar enige doel
het opnieuw ontsteken van de toorts van de waarheid is die, behalve
voor de zeer weinigen, zo lang gedoofd was, en die waarheid levend te
houden door onder de mensen een broederlijke eendracht tot stand te
brengen, de enige bodem waarin de goede zaden kunnen groeien. De Theosophical
Society wil de spirituele groei bevorderen van iedereen die binnen haar
bereik komt, maar haar methoden zijn die van de oude rishi’s (zieners),
haar leringen die van de oudste esoterie; ze levert geen gepatenteerde
wondermiddelen, die bestaan uit gevaarlijke behandelingen die geen eerlijke
heelmeester zou durven gebruiken.
Het schijnt dat er sinds de oprichting van de Theosophical Society
verschillende verenigingen zijn gevormd die profiteren van de belangstelling
die eerstgenoemde heeft gewekt op het gebied van psychisch onderzoek
en die leden proberen te winnen door hen te beloven op een gemakkelijke
manier psychische vermogens te verwerven. In India zijn we allang vertrouwd
met het bestaan van vele pseudo-asceten van allerlei slag, en we zijn
bang dat er in dit opzicht opnieuw gevaar dreigt, zowel in India als
in Europa en Amerika.
In dit verband willen we al onze leden en ook anderen die spirituele
kennis zoeken, waarschuwen om op te passen voor personen die hen een
gemakkelijke methode willen aanbieden om psychische gaven te verwerven.
Deze gaven zijn betrekkelijk gemakkelijk te verkrijgen met kunstmiddelen,
maar ze verdwijnen zodra de zenuwimpuls is uitgeput. Het ware zienerschap
en adeptschap dat gepaard gaat met echte psychische ontwikkeling, gaat
nooit verloren wanneer het eenmaal is bereikt.