Occultisme versus psychische vermogens
Het ware occultisme of de theosofie is de
‘grote verzaking van het zelf’, onvoorwaardelijk en absoluut,
in ons denken en in ons handelen. Het is altruïsme.
– H.P. Blavatsky
Er is een groot verschil tussen occultisme en het ontwikkelen van psychische
vermogens. Er zijn vele en verschillende psychische vermogens, waaronder
verschijnselen zoals helderziendheid, psychometrie, telepathie, kinesthesie,
channeling en het trance-mediumschap. Aan de ontwikkeling hiervan wordt
vaak begonnen door mensen die van nature mediamiek zijn; of iemand kan
alleen maar nieuwsgierig zijn, zonder te weten wat hij zich op de hals
haalt, want grote delen van de wereld van het paranormale zijn veel
bedrieglijker dan de ons vertrouwde fysieke wereld. Zulke vermogens
zijn in de meeste gevallen echter iets anders dan spirituele vermogens.
Zoals W.Q. Judge opmerkt:
Wanneer een leerling het pad begint te betreden en
nu en dan lichtvlekken ziet opvlammen of gouden vuurbollen ziet voorbijrollen,
betekent dat niet dat hij het ware zelf – zuivere geest –
begint te zien. Een moment van de diepste vrede of schitterende onthullingen
die de leerling worden gegeven, is niet het ontzagwekkende
ogenblik waarop iemand op het punt staat zijn spirituele gids te ontmoeten,
laat staan zijn eigen ziel. Evenmin zijn flitsen van paranormaal waargenomen
blauwe vlammen, of visioenen van dingen die later feitelijk gebeuren,
of een blik in kleine gedeelten van het astrale licht met zijn prachtige
fotografische beelden van vroeger of van de toekomst, of het plotselinge
gelui van sprookjesachtige klokken in de verte, een bewijs dat u op
spiritueel gebied vorderingen maakt. Deze en andere nog vreemdere
zaken zullen zich voordoen wanneer u een eindje op weg bent, maar
het zijn niets anders dan de voorposten van een nieuw land dat zelf
geheel materieel van aard is en maar één stap is verwijderd
van het gebied van het grofstoffelijke bewustzijn.
– Echoes of the Orient
1:45
Het najagen van dit soort verschijnselen heeft gewoonlijk een verlammende
uitwerking op onze hogere aspiraties, en hetzelfde geldt voor het zich
overgeven aan fysiek genot. Judge sprak in verband met dit soort zaken
over het gevaar van ‘astrale dronkenschap’, want de dorst
naar verschijnselen kan even onverzadigbaar zijn als die naar sterke
drank of drugs:
Het vermogen van de natuur om ons te misleiden kent
geen grenzen, en als we bij dit soort zaken blijven stilstaan, zal
ze ons niet verder laten gaan. Het is niet zo dat een of andere persoon
of natuurkracht heeft afgekondigd dat we als we dit of dat doen moeten
stoppen, maar wanneer men wordt overweldigd door wat Böhme ‘Gods
wonderen’ noemde, heeft dit een bedwelming tot gevolg waardoor
het verstand in verwarring raakt. Als iemand bijvoorbeeld ieder beeld
dat in het astrale licht wordt gezien als een spirituele ervaring
beschouwt, dan zou hij na enige tijd op dit punt misschien geen tegenspraak
dulden, maar dat komt dan alleen omdat hij dronken is van dit soort
wijn. – Op.cit. 1:46
Naarmate de menselijke evolutie vordert en nieuwe zintuigen en organen
actief gaan functioneren, zullen psychische vermogens zich in toenemende
mate voordoen als een natuurlijke ontwikkeling van innerlijke
vermogens. Maar iedere poging om dit proces voortijdig te forceren is
gevaarlijk voor de lichamelijke en zelfs de geestelijke gezondheid.
In tijden als deze, wanneer de scheidsmuur tussen de etherische innerlijke
werelden en onze fysieke wereld dun wordt, kunnen we een verhoogde paranormale
sensitiviteit verwachten. In zulke tijdperken is het van essentieel
belang aan de daaruit voortvloeiende stroom van verschijnselen een positieve
richting te geven door het menselijke gedachteleven naar spirituele
werkelijkheden te leiden.
Occultisme wordt vaak verward met paranormale verschijnselen, en daarom
schrikken de mensen ervoor terug. Het beeld van het occultisme dat de
meeste mensen hebben is dat van seances, waarzeggers, charlatans, rondreizende
goeroes met zogenaamde vermogens, zwarte magie – allemaal dingen
die tegenwoordig hoogtij vieren. Maar in werkelijkheid is occultisme
de studie van de verborgen dingen van de natuur. In ruime zin wordt
het soms de esoterische filosofie genoemd, die zich bezighoudt met de
structuur en werkingen van de kosmos en met de oorsprong en bestemming
van de wezens die deze samenstellen. Een fundamenteel axioma van de
occulte filosofie is dat alle dingen levend zijn en delen van een levend
geheel; dat heelallen, melkwegstelsels, zonnen en planeten levende wezens
zijn, die zowel inwendig als uitwendig uit menigten grotere en kleinere
entiteiten zijn samengesteld. Op dezelfde manier vormen de atomen, moleculen,
cellen en organen van ons lichaam – samen met de gedachten, gevoelens,
aspiraties en het inzicht die uit de hogere delen van onze natuur emaneren
– dit levende heelal dat wij een mens noemen.
Stel dat we ons in gedachten bezighouden met een van onze vrienden
die we heel goed hebben leren kennen en ons afvragen: Wat is deze vriend
eigenlijk? Is hij of zij de fysieke verschijning of is de werkelijke
persoon het bewustzijn, de intelligentie, de goedheid? Ongetwijfeld
de laatstgenoemde. Deze innerlijke persoon, het werkelijke individu,
is voor onze fysieke zintuigen ontastbaar en onzichtbaar. De
eigenschappen van het intellect en van de ziel worden beheerst door
wetten van de geest en van de psyche; zelfs de zogeheten fysieke wetten
van de natuur zijn in het geheel niet van fysieke aard. Ook zij zijn
onzichtbaar en worden alleen tastbaar en waarneembaar door de manier
waarop ze de stoffelijke wereld reguleren en organiseren. Ze kunnen
op geen andere manier door ons gewone gezichtsvermogen worden waargenomen.
Indien we deze redenering op de kosmos toepassen, kunnen we begrijpen
dat het ware oorzakelijke heelal een onzichtbaar heelal is. Indien menselijk
leven, bewustzijn, goedheid en kracht onze werkelijkheid zijn, geldt
dit evenzo voor het heelal dat ons omsluit. Ook dit wordt bestuurd door
intelligentie en bewustzijn. Wat is de aard van deze intelligentie en
dit bewustzijn? Deze wordt gevormd door de achterliggende werkzaamheid
van intelligente, bewuste wezens.
Ieder van ons is een heelal in miniatuur, en binnenin ons zijn sferen
of gebieden van zijn en bewustheid waarvan we ons op dit moment alleen
vagelijk bewust zijn en die we slechts ten dele begrijpen. En zoals
er menigten levens zijn die een status lager dan die van mensen hebben,
zo moeten er ook menigten hogere wezens zijn; een opvatting die door
alle grote religies wordt bevestigd. De verschillende levensgebieden,
van atoom tot kosmos, vertegenwoordigen de opgaande treden van de ladder
van kosmische evolutie. En de zogenaamde wetten van de natuur zijn de
spirituele essentie van hogere wezens, van wie de aanwezigheid de harmonie
der sferen waarborgt. Daarom is het heelal in spirituele zin even werkelijk
als dat ze voor ons in fysieke zin tastbaar is.
De drie grondstellingen die H.P. Blavatsky in deel 1 van haar Geheime
Leer noemt, zijn de essentie van het occultisme, want ze roepen
het goddelijke in ons wakker en geven het heelal weer als een enorm
groot organisme, waarvan alle rijken, van het elektron tot de hoogste
god, de onlosmakelijke evoluerende delen zijn. De eerste grondstelling
beschrijft de oneindige, onkenbare bron waaruit alle dingen voortvloeien
– een eeuwig, grenzeloos en onveranderlijk beginsel. De tweede
grondstelling beschrijft de universele wet van periodiciteit, het leven,
de dood en de wedergeboorte van alle dingen – werelden, goden
en mensen. Ze komen alle periodiek tevoorschijn: er zijn tijden van
rust en tijden van activiteit of manifestatie. Van moment tot moment,
van jaar tot jaar, in cyclus na kosmische cyclus, vindt de evolutie
van alle wezens voortgang. De derde grondstelling wijst nadrukkelijk
op het in essentie één-zijn van iedere ziel met de universele
overziel. Ze beschrijft ook hoe iedere godsvonk door middel van iedere
vorm in de wereld van verschijnselen evolueert, waarbij ze tenslotte
individualiteit verkrijgt. Ze bereikt dit door een bijna oneindige reeks
wederbelichamingen, terwijl ze in de loop van de kosmische tijd opklimt
door alle graden van intelligentie heen, van de laagste tot de hoogste.
Het woord occultisme verwijst naar dit verheven proces: hoe het zichtbare
voortkomt uit het onzichtbare; hoe de kleinste vonk van goddelijk leven
na verloop van tijd mens wordt; en hoe wij mensen goden kunnen worden.
Hoe ver staat dit majestueuze perspectief af van de futiele vermogens
die verband houden met paranormale verschijnselen en zogenaamde ‘occulte’
kunsten! Laten we in plaats daarvan onze aandacht richten op het spirituele
hart van dit immense ons omringende heelal, dat ook het spirituele hart
van de kern van ons eigen wezen is, terwijl we ernaar streven om als
de goden te worden.