Het pad naar het hart van het heelal
Er is in het hart van ieder mens een honger die door niets kan worden
gestild – een honger naar een grotere waarheid dan waarvan de
meeste mensen weet hebben, naar het ware, naar het verhevene. De oorsprong
van dit verlangen is het heimwee veroorzaakt door de herinnering van
de ziel aan ons spirituele thuis, waaruit wij voortkwamen en waarheen
wij nu terugkeren. Ieder menselijk hart voelt dit; het is de reddende
kracht in de mens, dat wat hem hoop en aspiratie geeft, wat zijn ziel
verheft bij de herinnering aan de luister die eens de zijne was. Licht
voor het gemoed, liefde voor het hart, begrip voor het verstand: alle
drie moeten in ieder mens aanwezig zijn vóór hij werkelijke
vrede vindt.
Er is een verheven pad van wijsheid en verlichting dat voor ieder mens
in het huidige leven begint en daarna binnenwaarts leidt; want het is
de weg van bewustzijn en spirituele verwerkelijking. Ieder vermogen,
iedere energie, alles, is aanwezig in de diepste kern van uw wezen,
die als het ware uw weg is, de weg van groei vanuit het hart van het
Zijn, dat uw spirituele zelf is.
Het pad naar het hart van het heelal is één en toch voor
ieder mens verschillend. Dat komt omdat ieder mens zelf dat pad is –
het pad dat bestaat uit gedachten en bewustzijn en uit het weefsel van
uw eigen wezen. Het is gevormd uit de substantie van het hart van de
natuur.
Er is een lange en ook brede weg, waarop u de energiestroom van de
natuur mee heeft, en als u deze weg volgt zult u na verloop van tijd
de volmaaktheid bereiken; maar dit is de weg van langzame ontwikkeling
die u in elk leven, ontelbare eeuwen lang, stapje voor stapje verder
brengt.
Er is een andere weg, steil en doornig, moeilijk te begaan, maar die
de Groten van de mensheid hebben gevolgd. Het is de snelle, maar ook
moeilijke weg. Het is de weg van zelfoverwinning, de weg waarop men
het zelf opgeeft voor het Al, waarop de persoonlijke mens de onpersoonlijke
boeddha, de onpersoonlijke christus wordt; de weg waarop de liefde voor
wat alleen uzelf toekomt wordt opgegeven en uw hele wezen wordt vervuld
van liefde voor alle wezens, grote en kleine. Het is het steile en doornige
pad naar de goden; want wanneer u de hoogten van de Olympus beklimt,
moet u de weg gaan zoals die voor u ligt.
Schoon zijn de paden, verheven het doel en snel de voeten van hen die
de weg van de zachte, innerlijke stem volgen, de weg die naar het hart
van het heelal voert. Dit is de kern van de boodschap van de grote mysteriën
uit de oudheid – het verenigen van de gewone mens met zijn goddelijke
bron, met de wortel van zijn eigen wezen die verbonden is met het Al,
want die kern is een vonk van het centrale vuur, een vonk van het goddelijke;
en die vonk is in iedereen.
In uw diepste innerlijk woont het goddelijke. Het is uw oorsprong,
de kern van uw wezen; en u kunt langs de weg van het spirituele zelf
opklimmen, en sluier na sluier van verduisterend zelfgevoel achter u
laten, tot u de eenwording met die innerlijke god bereikt. Dat is het
meest verheven avontuur dat de mens kent – de studie van ons innerlijke
wezen. Door deze innerlijke weg van zelfkennis te volgen, zult u tenslotte
zo groeien in begrip en innerlijke visie dat uw ogen sferen en gebieden
van innerlijk licht zullen waarnemen, die de meest ontzagwekkende, want
de heiligste en schoonste, mysteriën van het grenzeloze heelal
voor u zullen onthullen.
De eerste stap op het pad naar het hart van het heelal is de waarheid
te erkennen dat alles van binnenuit komt. Alle geniale ingevingen, alle
grootse gedachten die beschavingen deden ontstaan en verdwijnen, alle
verheven denkbeelden die de Groten der aarde hun medemensen hebben gebracht
– deze komen alle van binnenuit. De strijd, gericht op de eenwording
met uw eigen innerlijke god, is meer dan half gewonnen als u deze waarheid
erkent.
Het binnenste van het binnenste van u is een god, een levende godheid;
en uit deze goddelijke bron stromen in uw menselijk bewustzijn alle
dingen die de mens verheffen, alle dingen die liefde en hoge verwachtingen,
inspiratie en aspiratie, en het edelste van alles, zelfopoffering, in
hem wakker roepen.
In uzelf liggen alle mysteries van het heelal. In uw innerlijke zelf
ligt de weg die leidt naar het hart van het heelal. Als u die weg volgt
die steeds verder naar binnen leidt, voorbij sluier na sluier van individualiteit,
dieper en dieper in uzelf, dan dringt u ook meer en meer door tot de
wonderbaarlijke mysteries van de universele natuur. Men spreekt over
dit pad als een weg, maar het is het ontsluiten van het hart van de
mens – niet het fysieke hart, maar het hart van ons wezen, onze
essentie; het ontsluiten en ontwikkelen van onze spirituele, verstandelijke
en psychische krachten en vermogens. Dit is de leer van het hart, de
geheime leer. De leer van het oog is wat men kan zien en min of meer
openbaar is.
Zij die intuïtief weten dat er in hen iets is dat groots en verheven
is, iets dat in het hart en het denken groeit als een ontluikende bloem,
zijn degenen die tenslotte meer zullen zien.
Er is in de natuur geen bevoorrechting. De mens is een onafscheidelijk
deel van het heelal waarin hij leeft, zich beweegt en zijn bestaan heeft.
Er is geen enkele scheiding tussen zijn oorsprong en de oorsprong van
het heelal. Hetzelfde universele leven stroomt door alle dingen. Dezelfde
stroom van bewustzijn die in en door het machtige heelal vloeit, stroomt
daarom ook door de mens, een onafscheidelijk deel van dat heelal. Dit
betekent dat er een weg is waarop men in innig contact kan komen met
het hart van het heelal zelf; en die weg bent u, uw spirituele zelf.
Niet het zelf van de gewone fysieke mens, dat maar een armzalige weerspiegeling
is van het spirituele licht in u, maar dat innerlijke zelf van zuiver
bewustzijn, zuivere liefde voor al wat bestaat, onbezoedeld door aardse
smetten.
Hoe moet men leven om op deze weg vorderingen te maken? Een rein hart,
zuivere gedachten, een leergierig verstand, streven naar een ongesluierde,
spirituele visie: dat zijn de eerste treden van de gouden trap die u
omhoogvoert naar de tempel van wijsheid van de natuur. Deze leefwijze
heeft niets te maken met dwaas ascetisme, zoals pijniging van het lichaam
en al zulke zinloze en zelfvernietigende methoden. Volstrekt niet. Het
zijn uw wil en denkvermogen die u moet oefenen; dan oefent u uzelf en
wordt u waarlijk mens en bent u op weg naar het menselijk-goddelijke.
Dood of vernietig niet uw persoonlijkheid in die zin dat u haar uitschakelt.
U heeft haar zelf in het leven geroepen; ze is uw emotionele en psychische
deel, uw lagere mentale en hartstochtelijke deel, het werk van eonen
en eonen van evolutie. Verhef de persoonlijkheid. Zuiver haar, oefen
haar, vorm haar en breng haar in overeenstemming met uw wil en uw denken,
train haar, maak haar tot de tempel van een levende god, zodat ze een
geschikt voertuig wordt, een rein en zuiver kanaal waardoor de glorierijke
stralen die van de innerlijke god uitgaan naar het menselijk bewustzijn
kunnen stromen – deze glorierijke stralen zijn stralen van spiritueel
of goddelijk bewustzijn.
Het is niet het neerhalen van het persoonlijke dat de spirituele mens
bevrijdt; het is het verheffen van het persoonlijke tot het spirituele,
dat door evolutie tot stand wordt gebracht. Dat is hetzelfde wat de
natuurlijke evolutie in haar langzame, eeuwenlange proces probeert te
bereiken – het lagere te verheffen tot het hogere – niet
het te doden, niet het te onderdrukken.
Wees het heiligste en edelste en zuiverste dat u kunt bedenken.
Dan kunt u uw lichaam vergeten. Dan kunt u uw persoonlijkheid vergeten,
waaraan het lichaam uitdrukking geeft, het lagere mentale en emotionele
deel van u.
Hoe meer u zich met uw eigen innerlijke god verbindt, met de bron van
het goddelijke dat voortdurend door uw eigen innerlijke wezen stroomt,
des te meer zal uw bewustzijn groeien en in kracht en omvang toenemen,
zodat enerzijds die innerlijke groei gepaard gaat met een zich uitbreidende
visie, en anderzijds met een zich uitbreidend bewustzijn dat die visie
kan interpreteren.
Hoe schitterend, heilig, verheven, inspirerend is deze waarheid: dat
er in iedereen een onbeschrijflijke bron van kracht is, van wijsheid,
van liefde, mededogen, vergiffenis, zuiverheid! Verbind u met deze bron;
ze is in u, niemand kan u die ooit ontnemen. De waarde ervan gaat ver
uit boven alle schatten van het heelal, want als u die kent, als u die
bent, bent u het Al.
Want één schitterende intelligentie doordringt alle dingen;
wat in een ster is, is in de bloem aan onze voeten; en het is de instinctieve
erkenning van dit verheven feit die de dichter ertoe bracht om over
de bloem te spreken als een ster van schoonheid. Dezelfde levenskracht
stroomt zowel door haar als door een ster; dezelfde intelligentie geeft
haar die prachtige vorm, lijn en kleur en dit is dezelfde intelligentie
die de baan van de sterren langs hun kosmische wegen beheerst. Deze
innerlijke godheid is de bron, de oorsprong van alles wat de mens groot,
nobel en edelmoedig maakt; wat de mens begrip, kennis, mededogen, liefde
en vrede geeft.
Spreek in de stilte met uw innerlijke god – die levende tempel
en binnenkamer waarin u, als u aandachtig luistert, de fluisteringen
van het goddelijke kunt horen, waarvan die kamer geheel is vervuld.
Daar bevinden zich waarheid en wijsheid, begrip en onuitsprekelijke
vrede. Open de poorten van uw persoonlijke zelf voor de stralen van
de innerlijke, goddelijke zon; betreed deze kamer in het hart van uw
hart; word één met uw goddelijke zelf, de god in u; wees
de god die u in de kern van uw wezen bent!