Devachan, de hemelwereld
_________________ MET devachan wordt die toestand bedoeld
waarin de reïncarnerende ego - populair de 'ziel' genoemd - zich
geleidelijk terugtrekt bij de voltooiing van het schiftingsproces van
de tweede dood.
De volgende alinea's geven een nauwkeuriger
omschrijving van devachan:
"Deze term is een Sanskriet-Tibetaanse
samenstelling; . . . en kan worden vertaald als goden-land, godengebied.
Het is de toestand tussen aardse levens die de menselijke entiteit .
. . ingaat en waar ze in gelukzaligheid en rust verblijft. . . Devachan
is de verwezenlijking van alle niet verwezenlijkte verwachtingen uit
de laatste incarnatie, en de vervulling van alle geestelijke en intellectuele
verlangens die in deze laatste incarnatie geen gelegenheid tot verwezenlijking
hebben gevonden. Het is een periode van onuitsprekelijke gelukzaligheid
en vrede voor de menselijke ziel, die voortduurt totdat haar rusttijd
voorbij is en de fase van het herstel van haar eigen krachten is afgesloten."
G.de Purucker: Occulte
Woordentolk, blz. 38
Wie heeft niet bij een terugblik
op zijn leven moeten constateren dat de meeste, zo niet alle, van zijn
beste dromen onvervuld zijn gebleven? Op onze jeugdidealen, die zo gauw
vervaagden in de nuchtere 'werkelijkheid' van het leven, volgden onze
dromen over echte vriendschappen die we nooit vonden, over muzikale,
literaire, wetenschappelijke of humanitaire prestaties waarnaar we streefden,
maar die we niet hebben geleverd, of waarvoor we zelfs geen gelegenheid
kregen. En dan zijn er de dingen die we graag hadden willen doen voor
hen die we liefhadden, maar die niet lukten omdat ons de middelen ontbraken,
of omdat we teveel door andere dingen in beslag werden genomen.
Deze verlangens vormen het beste deel van ons.
Ze zijn meer dan verlangens, ze zijn krachten die toenamen omdat ze
niet verwerkelijkt werden maar in stilte gekoesterd. Daar het krachten
zijn moeten ze ergens uitwerken, en dat gebeurt op natuurlijke wijze
daar waar ze ontstonden. Het zijn deze krachten die de omstandigheden
voor ons scheppen in de goden-wereld, de hemelwereld - devachan. We
hebben al gezien dat de lagere mentale begeerten van de mens, door zijn
eigen onbewuste activiteit, hebben meegeholpen de condities te scheppen
voor zijn toestand van bewustzijn tijdens het verblijf in kâma-loka,
dat onze planeet omringt met een mentaalemotionele atmosfeer. Op dezelfde
wijze hebben zijn hogere verlangens, zijn gedachten en streven naar
geestelijke zelfexpressie, zijn devachan opgebouwd, wat die toestand
van bewustzijn is waarin deze hogere krachten hem omringen en hem geestelijke
verwerkelijking brengen in vreugde, schoonheid en vrede.
We zouden ertoe kunnen neigen te veronderstellen
dat devachan vergelijkbaar is met de christelijke hemel. Maar er zijn
radicale verschillen. In de eerste plaats kan de creatieve evolutie
van de mens alleen plaatsvinden door wedergeboorte op aarde. De periode
van devachan brengt geen nieuwe ontwikkelingen op gang; zij brengt alleen
de vervulling van de geestelijke aspecten van de ervaringen van het
afgelopen leven. Daarom is devachan maar een tijdelijke toestand. Bovendien
is devachan slechts een verlengstuk - een subjectieve uitbreiding -
van het karma van het voorbije leven van de ego. Want het karakter van
devachan, de schoonheid, het geluk, en de duur van de episodes, worden
veroorzaakt door de ontplooiing van uitsluitend die geestelijke gedachten
en verlangens, die de ego tijdens het aardse leven heeft ervaren.
We hebben elders de gelijkenis tussen slaap
en dood belicht. De slaap - en we herhalen dit nogmaals - is een onvolmaakte
dood; de dood is een volledige en perfecte slaap. Daarom moet de dood,
evenals de slaap,worden gevolgd door een ontwaken tot een nieuwe periode
van activiteit in een aards leven. En daarin ligt natuurlijk het grote
verschil tussen devachan en de christelijke opvatting van de hemel.
Maar er is nog een treffende gelijkenis tussen
de dood en de slaap. In de slaap dromen we en in die droom komen mensen
voor die we kennen; ze zijn vol van allerlei ervaringen die, zolang
ze duren, net zo levendig en boeiend zijn als die in het wakende leven.
In dromen kunnen en doen we vaak dingen waartoe we in het dagelijks
leven nooit in staat waren. We kunnen misschien schilderen, of een instrument
bespelen waarvan we houden. Er zijn mensen die in hun droom een muziekinstrument
kunnen bespelen waarvan ze in hun wakende leven geen weet hebben. Soms
ontmoeten we interessante nieuwe vrienden, of reizen we in onbekende
landen. Deze dromen, die mooi of naar kunnen zijn, komen voort uit onze
dagelijkse gedachten en begeerten, die op deze manier uitwerken als
het verstand de controle-teugels heeft gevierd.
De dood, die een lange, meer volledige slaap
is, is ook een tijd van dromen. Maar terwijl onze dromen 's nachts dikwijls
beangstigend zijn, zijn ze na de dood een en al troost en schoonheid.
Dat komt omdat we de lagere delen, waarin de ongezonde nachtmerries
en het lijden ontstaan, hebben afgeworpen. Deze lagere elementen zijn
verdwenen bij de tweede dood. Er is niets overgebleven in ons waardoor
we kunnen lijden, want we verkeren in het licht en de zuiverheid van
de harmonieuze gebieden van de geest. En boven ons is het goddelijk
schild van het geestelijk Zelf. Echter:
"Tijdens de slaap na de
dood gaat ieder mens naar die plaatsen die hijzelf heeft verdiend door
zijn gedachten en aspiraties, of de afwezigheid daarvan; met andere
woorden, het is allemaal een kwestie van harmonische vibratie, een mens
gaat naar zijn natuurlijk tehuis of dit hoog is of laag."
- G. de Purucker: - Fountain-Source
of Occultism, blz. 610
De in devachan doorgebrachte
tijd duurt gemiddeld vijftienhonderd jaar. Maar, zoals gezegd, ook andere
factoren spelen een rol, samenhangend met de aard van het juist beëindigde
aardse leven.
Terugkomende op een aspect dat we al eerder
hebben uiteengezet, willen we herhalen dat het leven na de dood niet
een toestand is die als door een afgrond is gescheiden van onszelf zoals
we nu zijn. De stadia na de dood zijn ten eerste: de ontbinding van
ons fysiek-astrale lichaam, en daarna van onze lagere mentale enemotionele
bewustzijnscentra; ten tweede, als dat is voltooid, wordt het leven
zelf voortgezet op een hoger plan dan we nu kennen en in de onbelemmerde
activiteit van onze geestelijke natuur onder omstandigheden waarin ze
zich voor het eerst waarlijk kunnen ontplooien en verwezenlijken.
De vrees voor de dood is te wijten aan een
verkeerde opvoeding, die ons geen uitzicht heeft gegeven op een leven
na de dood dat in logisch of normaal verband staat met wat we hier op
aarde kennen of ervaren. Maar er loopt een draad van continuïteit
door de ervaringen van de mens, die de onzichtbare werelden verbindt
met de wereld waarin we nu leven.
"Als een mens sterft is
het precies alsof hij in een heel diepe slaap valt, een toestand van
volkomen en zoete bewusteloosheid, met dit verschil dat de levensdraad
breekt en de ziel ogenblikkelijk, als het weerklinken van een zachte
gouden toon, vrij is. Wat met de mens tijdens de slaap gebeurt, is een
afschaduwing van wat er bij de dood met hem gebeurt. De persoonlijke
ego raakt in een toestand van vergetelheid en zijn bewustzijn wordt
teruggetrokken in het geestelijk deel, waar het rust en tijdelijk in
vrede verkeert."
- G. de Purucker: Fountain-Source
of Occultism, blz. 609-10
Wat
gebeurt er na de dood blz. 33-8
© 1976
Theosophical
University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag
|