Inleiding

    _________________

     

    DOOD, waar is Uw prikkel? Hel, waar is Uw overwinning?" Velen kennen deze woorden van Paulus, maar ze hebben helaas zo weinig troost gegeven aan hen die rouwen! Want welke leer of ervaring kan ons de zekerheid geven, die is vervat in deze uitspraak? En toch is de waarheid ons steeds nabij en fluistert ons toe, als iemand heengaat die wij liefhebben: de geestelijke mens is eeuwig - er is geen dood.
         De liefde is op zichzelf het bewijs van het voortbestaan van de geestelijke mens - ware liefde, die onzelfzuchtig is, niets vraagt, zuiver, vergevend en onverwoestbaar is. Juist omdat onze liefde onverwoestbaar is, moet ze ontspringen aan iets in ons dat eveneens onsterfelijk is. Het is hier, dat we moeten zoeken naar het bewijs dat de geest van de mens altijd leeft. Maar dan mogen we niet vergeten dat alleen echte liefde de deur voor ons kan openen naar werkelijk geestelijk contact met de overledenen en niet een zelfzuchtige, emotionele aanhankelijkheid.
         Volgens de theosofie is de scheiding van onze geliefden door de dood geen werkelijkheid maar schijn, en leven we in een wereld van illusies. Leert ook de wetenschap niet, dat de stof, die ons zo massief voorkomt, grotendeels uit 'lege ruimte' bestaat? En toch schijnt de stof en het uiterlijke bestaan ongeveer het enige te zijn geworden dat we willen leren begrijpen. We leven bijna volkomen voor materiële doeleinden en de belangen van onze persoonlijkheid - het verstand, of onze emotionele aard. En deze persoonlijkheid - die aards is en verweven met de lichamelijke dingen die met het lichaam vergaan - sterft en raakt buiten de menselijke gezichtskring. Als we in geestelijk contact willen blijven, niet alleen met hen die zijn heengegaan, maar met allen die buiten onze gezichtskring zijn, dan is de belangrijkste les die we moeten leren die van de vergankelijke aard van de persoonlijkheid. Als wij de geestelijke werkelijkheid ontdekken achter de voorbijgaande persoonlijkheid, vinden we ons innerlijk onsterfelijk Zelf en beginnen we te leven in en voor deze blijvende kern van ons wezen. Als we dat kunnen, zullen we zien, we zullen weten dat we onsterfelijk zijn, nu, op dit moment! En dan zullen we ook het ware Zelf herkennen van hen die we liefhebben, en elk moment van ons leven het feit ervaren, dat we altijd samen zijn. Altijd in wezenlijk contact met de ander, zelfs als het lichamelijk oog het geliefde gezicht niet ziet en de lichamelijke oren de stem van de afwezige niet horen. Alleen de kennis van ons geestelijk Zelf en van het geestelijk Zelf van hen die wij liefhebben, zal ons de overwinning over de dood brengen. Waarheid kan inderdaad worden verkregen. Het ligt in het vermogen van ieder van ons al onze problemen op te lossen en genezing te vinden voor alle smart. De dood is geen mysterie in die zin dat zij niet kan worden begrepen. De waarheden omtrent de dood liggen binnen het bereik van ons allen.
         Alleen onze onwetendheid omtrent de geestelijke feiten achter het materiële leven is de oorzaak van zoveel verdriet en vrees waarmee de dood is omgeven. Met moed en doorzettingsvermogen is het mogelijk de sluier op te lichten, en met onze ontwaakte geestelijke vermogens te ontdekken, dat de dood slechts de overgang is naar een hogere bestaansvorm, op een gebied waar wij en onze dierbaren niet te scheiden zijn.
         Onwetendheid is de grootste vijand van de mens, en vooral onwetendheid omtrent zijn eigen aard. Mens, ken Uzelf? want in U liggen alle mogelijkheden en werkelijkheden van het heelal. Omdat de meesten van ons praktisch niets weten van zichzelf buiten dat smalle spoor van ons leven waar onze gedachten en gevoelens zich dagelijks afspelen, hebben we geen antwoord op de vragen waarom we hier zijn en waar we heengaan.
         De illusoire en bedrieglijke aard van stoffelijke din gen is ons langzaamaan duidelijk gemaakt door het werk van de moderne wetenschap. De natuurkundigen bijvoorbeeld vertellen ons dat ons lichaam per saldo is op gebouwd uit kleine elektrische deeltjes, nu bekend als elektronen, protonen, neutronen, enzovoort, maar die de theosofie levens of levensatomen noemt. Als alle materie in het lichaam van een mens kon worden samengeperst, zouden we niet meer overhouden dan een stofje, zeggen de geleerden. En toch vormt dit stofje, dat als het ware is uitgespreid door de magie van de levenskrachten, ons betrekkelijk grote, op het oog massieve lichaam. Zo bestaat ook een tafel, of een blok marmer, of elk ander massief voorwerp, in werkelijkheid uit een onvoorstelbaar groot aantal van deze deeltjes, die met zo'n enorme snelheid bewegen, dat ze de indruk wekken compact te zijn. Het is enigszins te vergelijken met de cirkel van licht die ontstaat als we in het donker een lampje snel ronddraaien. Op deze manier kunnen wij begrijpen hoe het komt, dat wat wij altijd als massief hebben gezien, in werkelijkheid een illusie is, hoewel aan de andere kant reëel genoeg als we het vanuit het standpunt van de dagelijkse ervaringen bekijken.
         Men heeft ook ontdekt dat er vormen van stof zijn die we niet kunnen zien, omdat hun trillingsfrequentie zodanig is, dat onze zintuigen ze niet kunnen waarnemen. Denk maar aan de infrarode en ultraviolette stralen, de eerste met een te lage en de tweede met een te hoge trillingsfrequentie om voor ons zichtbaar te zijn, hoewel het bestaan ervan kan worden aangetoond door fotografische en andere methodes. Willen we dus de mysterien van leven en dood begrijpen, en die dingen van de geestelijke gebieden zien en kennen die buiten het bereik van ons gewone waarnemingsvermogen liggen, dan moeten we doordrongen zijn van het misleidende karakter van louter stoffelijke dingen. Ook moeten we beseffen wat de betekenis voor ons is van het bestaan van soorten materie die buiten ons gezichtsveld liggen. We moeten begrijpen wat de theosofie, de oude wijsheid-wetenschap, al eeuwenlang heeft geleerd, nl. dat het werkelijke heelal niet is opgebouwd uit materie, maar uit bewustzijn. De mens is niet een lichaam, want dat is illusoir. Hij is een centrum, een eenheid van bewustzijn, belichaamd in een voertuig dat tijdelijk is.
         Natuurlijk moeten we het lichaam en de persoonlijkheid, of het verstand - ons gewone zelf - niet onderschatten, want zij zijn ons gereedschap, ons werktuig voor het opdoen van ervaring in de wereld, waar onze tegenwoordige evolutie plaatsvindt. Een goed begrip van onze persoonlijkheid zou ons kunnen leren deze te ontwikkelen tot een instrument van ongekende schoonheid en onvoorstelbaar nut. Maar om dat te doen en haar zo te oefenen dat ze ons goed dient, moeten wij eerst in gedachten afstand kunnen nemen en haar zien in relatie tot het diepere, onsterfelijke Zelf, waarin de sleutel tot al onze geheimen ligt.
         Dikwijls zijn we verbijsterd door onze eigen stemmingen en geestelijke toestand. We begrijpen niet waarom we zo veranderlijk zijn van dag tot dag. Maar toch weten we dat er in ons iets blijvends is, iets dat deze veranderingen herkent en observeert, waardoor we ons gevoel van identiteit handhaven vanaf onze jeugd tot de oude dag, door alle ervaringen heen, die het karakter in zo belangrijke mate veranderen. Dit blijvende element in ons is het ware Zelf, dat zichzelf blijft ondanks onze steeds wisselende stemmingen, zoals ook de zee niet verandert onder de getijbewegingen en stormen die het oppervlak in beroering brengen! Deze blijvende werkelijkheid is het geestelijk Zelf in de mens.
         Als we hierover nadenken, komen we tot de overtuiging dat de ware Mens het best kan worden begrepen als we hem niet zozeer zien als een lichaam, of als het verstand, maar als een bewustzijn. Bewustzijn is een woord waarmee we ons vertrouwd moeten maken, want bewustzijn is het materiaal waarmee in de evolutie wordt gewerkt. Het is de grondslag van alle leven, alle groei en alle bestaan. En de mens is in werkelijkheid een samenstel van verschillende soorten bewustzijn waarin het geestelijk Zelf het bindende element is - als het ware de onzichtbare kern. Ook sommige vooraanstaande geleerden zien bewustzijn niet langer als een bijprodukt van de hersenen, maar beschouwen het als de fundamentele substantie van het bestaan.(voetnoot)    
         Wat bedoelen we nu eigenlijk met bewustzijn? In wezen is het het gevoel van IK BEN: Ik besta, ik leef, voel en ervaar. Maar dit IK BEN is slechts de wortel van onszelf, de onpersoonlijke, universele basis. Gedurende het leven ontwikkelt dit gevoel van wortelbewustzijn zich in vele vormen: lichamelijk bewustzijn, emotioneel en mentaal bewustzijn, en het belangrijkste van alles, zelfbewustzijn: het gevoel van IK BEN IK - ik ben mijzelf en niemand anders. Elk van deze verschillende soorten bewustzijn groeit uit tot een samenstel, of bundel van energieën, die in ons bestaan als centra van activiteit.
         Dat dit zo is blijkt uit het feit dat verschillende personen vrij zeker op een bepaalde kenmerkende manier zullen denken en voelen. We verwachten van een gierigaard niet dat hij in een plotselinge opwelling van edelmoedigheid zal handelen. Zo iemand heeft door zijn gedachten en gewoonten bepaalde sterke centra van gevoelens opgebouwd die in hem overheersen, zelfs wanneer edelmoedigheid in zijn eigen voordeel zou werken. Maar de meesten van ons hebben zich niet op zo'n scherp omlijnde manier ontwikkeld, en zijn zich daarom nauwelijks bewust van de groei van dit innerlijke psychologische organisme, bestaande uit los verweven gevoelscentra, net zomin als we ons bewust zijn van de groei van ons lichaam. Niettemin zijn die centra er. Wij vereenzelvigen ons dagelijks nu eens met dit, dan met dat centrum, getuige onze stemmingen. We hebben door de jaren heen zelf deze centra opgebouwd. Ze vormen de basis van ons karakter en ons handelen. De tirannie van ons temperament, de moeilijkheid met gewoonten te breken of vooroordelen kwijt te raken, zijn te wijten aan het bestaan van deze centra van energie die wij allen, zonder het te beseffen,in ons leven hebben opgebouwd. Daarom wijst de theosofie ons allereerst op de studie van het bewustzijn. Het mysterie van de dood is een van de mysterien van bewustzijn.

    _______________________________

    Voetnoot:
    Zie The Esoteric Tradition van G. de Purucker, Vol.I, blz. 409-13.

    .


    Wat gebeurt er na de dood blz. 5-12

    © 1976   Theosophical University Press Agency
    Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag