Een terugblik
_________________
VOOR we verder gaan, zullen we, om de leringen
van de theosofie met betrekking tot de toestanden na de dood af te ronden,
de uitzonderingen bespreken zoals dood door ongeval, doodstraf, zelfmoord,
enzovoort. Er is al op gewezen dat dezelfde toestanden van bewustzijn
zowel vóór als na de dood bestaan. Maar we zijn ons daarvan
niet bewust, omdat ze zich met elkaar vermengen en min of meer in ons
werken als een toestand van psychologische activiteit - die in werkelijkheid
natuurlijk samengesteld van aard is, maar zich zo niet voordoet aan
degene die ze verenigt tot één weefsel van bestaan.
Als na de dood het geestelijk Zelf is vertrokken,
valt dit weefsel uiteen in zijn samenstellende delen, evenals de chemische
elementen, die zich hebben verbonden om een stoffelijk lichaam te vormen
en een verenigd bewustzijn van zichzelf en zijn functies bezitten, na
de dood ieder hun weg gaan, waarbij het daarbij behorend stoffelijk
bewustzijn verdwijnt. Dat wat onze psychologische aspecten verenigt
tot één weefsel is het Zelf; dat wat het ontbindt is het
vertrek van dat Zelf, dat geestelijk Zelf. Als een mens wordt geboren,
kan zijn toestand worden vergeleken met een klok die voor een bepaalde
tijd is opgewonden. Als het uurwerk wordt beschadigd,zal het voortijdig
ophouden te lopen. De wetenschap erkent dat elk organisme zijn tijdlimiet
of levensperiode bezit. Ieder mens heeft in zich een reservoir van levenskracht
waaruit hij kan putten als hij aan abnormale spanningen is onderworpen,
zoals een gevaarlijke ziekte of een periode van martelende onzekerheid.
Wij zeggen dan dat zulke ervaringen ten koste van onze levenskracht
gaan.
Dit reservoir van levenskracht is het vitaal
psychologische deel van ons. Vitaliteit en instinctieve wilskracht houden
ons in leven. Maar deze krachten komen volgens de theosofie niet voort
uit het stoffelijk lichaam. Zij hebben natuurlijk het lichaam nodig
om gedurende het aardse leven tot uitdrukking te komen, maar zij vinden
daarin niet hun oorsprong. Ze worden dan ook niet vernietigd bij de
dood van het lichaam, en zij verdwijnen niet voordat hun eigen energie,
die bepalend is voor de bestaansduur, is uitgeput.
Daarom is, in het geval van een voortijdige
dood, het lichaam het enige deel dat tot ontbinding overgaat.Want het
moment is nog niet aangebroken dat het geestelijk Zelf de periodieke
evolutionaire aantrekkingskracht voelt van de onzichtbare werelden,
zoals bij een natuurlijke gang van zaken het geval is. De menselijke
krachten die het aan het leven op aarde bonden, zijn nog lang niet uitgeput.
De slinger van de aardse ervaringen heeft zijn vastgestelde baan nog
niet afgelegd. Wat is er gebeurd? Een volledige menselijke entiteit,
waaraan alleen het stoffelijk lichaam ontbreekt, blijft achter in het
kâma-loka om in die sfeer de vastgestelde bestaansperiode door
te brengen, in plaats van in het normale leven op aarde.
Wij spreken wel van een "toevallige dood".
Maar in werkelijkheid bestaat er niet zoiets als toeval. Het lijkt alsof
iets toevallig gebeurt omdat wij de innerlijke oorzaken die tot de gebeurtenis
leidden niet kennen. Maar het heelal wordt beheerst door morele rechtvaardigheid.
Een mens is niet voor de eerste maal hier op aarde. Hij heeft vele andere
levens op deze bol doorgebracht, en wat hij nu is, werd veroorzaakt
door zijn gedachten of daden in vorige levens. Als hij wordt overreden
door een te hard rijdende auto, of van een rots valt, komt dat omdat
hijzelf, in dit of een vroeger leven, een keten van oorzaken heeft geschapen
die tot dat ongeluk leidde. In hemzelf liggen de oorzaken die hem naar
de plaats of de omstandigheden brengen waar de 'toevallige' gebeurtenis
hem kon treffen. Daarom vormt een dergelijke dood in werkelijkheid een
deel van zijn karma, een voortvloeisel uit vroegere daden die hijzelf
verrichtte. Niettemin heeft zijn karma hem voortijdig van het aardse
leven gescheiden, en dit zogenaamd 'toevallig' gebeuren is een deel
van het ongunstige karma dat hij door vroegere fouten zelf heeft opgebouwd.
Wat gebeurt er in het geval van de dood door
een ongeval? Dat hangt natuurlijk af van de mens zelf. Wanneer iemand,
wiens leven werd gekenmerkt door rechtschapenheid en hulpvaardigheid,
door een ongeval om het leven komt, zal hij in zijn psychologische natuur
weinig gemeen hebben met het lagere kâma-loka. Niets zal hem als
het ware wakker houden in deze lagere sferen. Hij zal in een sluimertoestand
geraken, dezelfde toestand die hij, zij het korter, zou doormaken bij
een normale dood. Hij heeft zijn hele leven, misschien onbewust, enigermate
in harmonie geleefd met zijn geestelijk Zelf, en dit Zelf kan hem, als
een natuurlijke reactie daarop, beschermen en opnemen in zijn eigen
goddelijke vrede. En zo zal hij sluimeren totdat het moment aanbreekt
waarop zijn geestelijk Zelf de roep of drang voelt te vertrekken naar
zijn eigen innerlijk rijk, het moment waarop, als hij niet was verongelukt,
de dood zou zijn ingetreden.
Dan begint ook het psychologisch scheidingsproces,
de 'tweede dood', op gang te komen. Dat deel van de psychologische natuur
dat rust in de hogere regionen van kâma-loka, wordt geabsorbeerd
door de reïncarnerende Ego, en het lagere valt uiteen in zijn samenstellende
elementen.
Maar als zijn leven als het ware was verzadigd
van de lagere begeerten, waaruit de lagere regionen van kâmaloka
bestaan, dan zal hij tot die lagere elementen worden aangetrokken. Juist
het feit dat zijn bewustzijn daarmee identiek is, houdt hem daar in
leven. Naar de mate dat hij zelfzuchtig is geweest of zijn dierlijke
begeerten heeft gekoesterd, zal hij bewuster leven in deze lagere mentale
sfeer die zo dicht bij het stoffelijk bestaan ligt. Maar hij zal alleen
de honger naar de aardse ervaringen beleven en geen lichaam hebben om
die honger te stillen. Van wat ieder rechtgeaard mens een hel van zelfzucht
op aarde zou noemen, komt hij terecht in een ware hel van mentale marteling
in kâma-loka.
Als we bedenken dat in een aantal landen misdadigers
plotseling het leven wordt ontnomen door toepassing van de doodstraf,
kunnen we beseffen wat een sterke kracht ten kwade we loslaten in de
gedachtenatmosfeer van de mensheid. Deze ontlichaamde, maar nog steeds
levende, menselijke wezens houden in de mentale sfeer van de mensheid
gedachten van haat en wraak in leven zowel als lagere begeerten en verlangens.
Dergelijke omstandigheden in de gedachtenatmosfeer van de wereld zullen
belemmerend werken op de vooruitgang van allen en in het bijzonder van
hen die voor de invloed ervan openstaan.
Een derde oorzaak van een voortijdige dood
is zelfmoord, wat een van de ongelukkigste vormen is van een gewelddadige
dood. Dat komt omdat zelfmoord opzettelijk het leven beeindigt dat karma
(de keten van oorzaken en gevolgen)(voetnoot)
had bedoeld langer te duren. Bij andere vormen van een gewelddadige
dood, is het ongeval of de misdaad, of de executie, een karmisch gebeuren.
Een mens die dat ondergaat betaalt daarmee zijn 'karmische prijs'. Door
de gevolgen van zijn eigen daden in het verleden te ervaren, wist hij
de lei schoon wat die bijzondere schuld betreft.
Maar de zelfmoordenaar, die door zijn daad
de consequenties van zijn mislukkingen in het leven wil ontlopen, heeft
voor zichzelf een nieuwe oorzaak van ellende in beweging gesteld. In
zijn volgende leven zal hij het hoofd moeten bieden aan dezelfde omstandigheden
die hij in dit leven heeft willen ontgaan.
Op het zelf een einde maken aan ons leven geeft
dr. G.de Purucker in The Esoteric Tradition het volgende commentaar:
"De daad van zelfmoord
betekent het tijdelijk verlies van de geestelijke en intellectuele greep
op zichzelf. . . Men pleegt zelfmoord; daarna volgt onmiddellijke bewusteloosheid,
die kortere of langere tijd duurt, afhankelijk van het individuele geval;
dan volgt een langzaam of snel ontwaken in de astrale wereld of kâma-loka,
waar het geschokte bewustzijn, waarop de verschrikking van de laatste
handeling is afgedrukt, in haar werking of functie de zelfmoord-daad
steeds weer herhaalt. Want deze daad is zo sterk ingeprent in het bewustzijn,
dat het voortdurend en dwingend aan de gang blijft. De herhaling van
deze handeling blijft dan gestadig afnemen in intensiteit, tot de tijd
is aangebroken dat de normale dood van de mens, als hij nog op aarde
had geleefd, zou zijn ingetreden, dat wil zeggen, tot zijn hoeveelheid
vitaliteit is uitgeput. Dan zinkt hij weer weg in bewusteloosheid, waarna
de hogere ego, die tot op dat moment onbewust was op de lagere gebieden,
zich bevrijdt van de lagere elementen van de constitutie, en langzaam
wegglijdt in de weldadige devachanische toestand, waarin hij in volmaakte
vrede en onuitsprekelijke gelukzaligheid verblijft. Hij blijft daar
tot de tijd dat zijn verzamelde geestelijke verlangens zijn opgebruikt
en hij terugkeert naar een nieuwe karmische belichaming op aarde."
- blz. 607
De post-mortem toestand van
de mens die zich het leven beneemt is daarom zo erg omdat hij steeds
opnieuw de verschrikking van zijn daad, en de mentale marteling die
ertoe leidde, moet doorleven. Zelfmoordenaars worden, evenals terechtgestelde
misdadigers, in de meeste gevallen een brandpunt van ongezonde gedachteenergie
en voegen hun kracht bij dat wat belemmerend werkt op de geestelijke
vooruitgang van de wereld.
Het is goed niet te vergeten dat de ongelukkige
gevallen die we hebben besproken maar een fractie uitmaken van de grote
massa menselijke wezens. Het overgrote deel van voortijdige sterfgevallen
betreft mensen die een goed en normaal leven hebben geleid, en hun postmortale
omstandigheden kunnen daarom niet anders dan vredig zijn. Reïncarnatie
geeft iedereen in leven na leven een nieuwe kans en leidt de mens ertoe
tenslotte zijn eigen verlossing te bewerkstelligen.
Er is nog een ander geval van een 'onnatuurlijke'
dood, waarover we nog niet hebben gesproken, maar die zeker niet mag
worden genegeerd, juist omdat het in de laatste jaren vrijwel over de
gehele wereld de gemoederen bezighoudt en dat is abortus provocatus.
Het standpunt dat ieder mens inneemt ten aanzien van dit vraagstuk hangt
ten nauwste samen met de algemene opvattingen die men heeft ten aanzien
van leven en dood en het wezen van de mens.
Volgens de theosofische filosofie is de mens
een eeuwig en geestelijk wezen, en is het leven dat hij nu op aarde
heeft slechts een enkele fase van een lange pelgrimstocht, die ieder
mens moet afleggen om zijn latente geestelijke vermogens tot ontwikkeling
te brengen. De geboorte is de terugkeer op aarde van een ziel die al
vele levens achter zich heeft en die incarneert in dat milieu dat aansluit
bij zijn vroegere ontplooiing. De ouders bieden de gelegenheid voor
de terugkeer van de ziel in een nieuw lichaam en dragen de verantwoordelijkheid
het kind zo goed mogelijk te helpen en te begeleiden. Het is niet hun
bezit, zoals zo vaak wordt gedacht.
Als er wordt ingegrepen door abortus, onverschillig
wat de motieven zijn, worden de pogingen van de reïncarnerende
ziel om een nieuw leven op aarde te beginnen gedwarsboomd, waarvan de
volle verantwoordelijkheid rust op de schouders van de mens die de daad
toestaat. De geboorte is een heilig proces, dat niet begint bij de conceptie,
maar als de ziel devachan verlaat en zijn reis naar geboorte op aarde
begint.
Als wij menen dat het milieu of de omstandigheden
waarin het kind geboren zou worden ongunstig zijn voor de ontwikkeling
van het nieuwe leven, moeten we wel bedenken dat het de reïncarnerende
ziel zelf is (of het karma van de ziel), die bepaalde daarin te worden
geboren. De door ons als 'ongunstig' beoordeelde omstandigheden kunnen
voor de ziel juist die kansen en weerstanden vertegenwoordigen die hem
over een drempel kunnen brengen in nieuwe gebieden van ervaring. Er
zal ongetwijfeld een tijd komen dat we met groter eerbied tegenover
het leven zullen staan, in het besef dat het een alomtegenwoordig, eeuwig
en onvergankelijk beginsel is en niet het produkt van toevallige of
opzettelijk door ons in het leven geroepen omstandigheden, waarin we,
al naar het ons goeddunkt, kunnen ingrijpen. We zullen dan niet langer
met het verstand alleen oordelen en ons bij onze beslissingen niet laten
leiden door wat, oppervlakkig gezien, nuttig, nodig of wenselijk lijkt
voor onszelf of voor het nieuwe leven.
Voetnoot:
Zie het boekje Karma uit deze reeks.
Wat
gebeurt er na de dood blz. 46-54
©
1976 Theosophical
University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag
|