Enkele
vragen en antwoorden
_________________
WAARSCHIJNLIJK rijzen er vele vragen in verband
met onze studie van dit diepzinnige en mooie onderwerp. Er wordt bijvoorbeeld
vaak gevraagd of de theosofie, die zegt dat er een hemelwereld bestaat,
ook iets leert omtrent een hel. En hoe staat het met het vagevuur waarin
velen geloven? "die geestelijke gebieden van ervaring waar alle monaden zonder uitzondering op een bepaalde tijd tijdens hun eeuwenlange zwerftochten doorheen zullen en moeten gaan en waarin zij zo lang blijven als overeenstemt met hun karmische verdiensten. De zogenaamde 'hellen' zijn die sferen of gebieden van zuivering, waar alle monaden zonder uitzondering tijdens bepaalde perioden van hun eeuwenlange zwerftochten doorheen moeten gaan, en waarin ze de met stof, en daardoor zwaarbeladen zielen reinigen; zodat ze, eenmaal gezuiverd, weer op kunnen stijgen langs de klimmende boog van kosmische ervaring." - The Esoteric Tradition, blz. 543-51 Deze aarde zelf wordt door die
wezens, die lang geleden uitstegen boven haar door stof bezwaarde voertuigen
en verleidingen, beschouwd als een hel van een bijzonder pijnlijke soort. "Als we de toestand van devachan nauwkeurig analyseren, moeten we tot de erkenning komen dat, hoe mooi die ook mag zijn, en hoeveel rust en herstel hij ook mag geven - wat stellig het geval is - hij niettemin een zelfzuchtige toestand is. Wat we ook mogen zeggen, hij is noodzakelijk in het huidige stadium, omdat hij rust brengt, herstel en vrede, en een wederopbouw en assimilatie betekent van de ervaringen uit het leven dat pas werd afgesloten; maar al is dit zo, het blijft een zelfzuchtig bestaan; want in de honderden jaren dat we in devachan zijn, zijn we verzonken in schone dromen, en al gaat de wereld misschien ten onder, het deert ons niet. Welnu, dat is niet de geest van de boeddha's van mededogen. Liefde, onpersoonlijke liefde, die alles omvat, groot zowel als klein, zal ons zelfs van devachan bevrijden; en het is juist die geest van onpersoonlijke liefde, liefde voor alle dingen, een verlangen allen te helpen en bij te staan, die de ware kern vormt van de boeddha's van mededogen. . . Het is deze geest die ons devachan zal verkorten en ons snel vooruit zal helpen op het pad van leerlingschap. Het is de geest die onze Oudere Broeders vervult, de Meesters van Wijsheid en Mededogen en Vrede. Zij hebben geen devachan. Zij zijn daar bovenuit gegroeid, tenminste de hogeren onder hen." - The Theosophical Forum, febr. 1933, blz.178 Een intens onpersoonlijk verlangen
om voor de mensheid te leven vormt, als dit een leven lang wordt volgehouden,
en vooral als het niet louter sentimentaliteit is, maar de vorm aanneemt
van dagelijkse zelfopoffering in denken en handelen, een energie van
de meest krachtige soort. Het is sterker dan alle andere krachten omdat
het verwant is aan de harmonie en liefde die voortvloeien uit het hart
van het heelal. Het komt op passende wijze tot uitdrukking doordat de
geëxcarneerde entiteit terug wordt gevoerd naar dat terrein waar
deze geestelijke begeerte-energie kan uitwerken - reïncarnatie
op aarde in een omgeving waar zulke humanitaire activiteit mogelijk
is. "In de toekomst, als het
menselijk ras wat verder is gevorderd dan nu, zal de ouderdom algemeen
worden beschouwd als de mooiste periode van het aardse leven, omdat
zij het meest vervuld is van intellectuele, psychische en geestelijke
kracht, en dit zal zo blijven tot enkele uren voordat de eigenlijke
stoffelijke dood intreedt."(cursivering van de auteur) Een andere zaak die we moeten
aanroeren vóór we deze studie besluiten, is het licht
dat de theosofie werpt op een veel voorkomende opvatting over onsterfelijk
heid nl., dat de ziel van de mens onveranderd blijft bestaan, zoals
zij nu is. Niets blijft eeuwig zoals het nu is. Het is dit feit, dat
vaak zo onlogisch wordt genegeerd en toch volledige steun vindt in de
natuur zelf, dat aan de wortel ligt van het vaak bestaande vooroordeel
tegen het begrip onsterfelijkheid. Het individu blijft bestaan, maar
dit voortbestaan is alleen mogelijk door middel van verandering. Wij
zijn ons eigen karma - wij worden wat we van onszelf maken. Wat blijft
is wat we van onszelf maken, en in deze voor- of achteruitgang ligt
onze toekomst. Kan men zich een grotere of dwingender uitdaging aan
het gezond verstand, zowel als aan het beste en het sterkste en het
zuiverste in de menselijke natuur indenken? Zelfs de mooie uitdrukking
"het sterfelijke ver heffen tot het onsterfelijke" heeft maar
een betrekkelijke waarde. Want de monade zelf waarin wij trachten ons
bewustzijn om te zetten, en die onsterfelijk is vergeleken met de menselijke
ego, groeit en evolueert op zijn eigen gebied naar steeds grotere en
grotere hoogten. "Men zal de dood noch haar geheimen ooit volledig begrijpen, zo lang men zijn aandacht concentreert op de lichamen waarin deze vlam van bewustzijn zich ontwikkelt. Door het bewustzijn in ons te volgen, vertrouwd te raken met onszelf, onszelf beter te leren kennen, deze vlam van bewustzijn naar binnen te volgen, steeds verder naar binnen, wat ook betekent opwaarts, zal men de dood niet langer vrezen, maar zal men die herkennen als de vriendelijkste, heiligste vriend die de mens heeft; want het betekent het onvolmaakte opzij zetten voor het volmaakte, beperkt bewustzijn verwisselen voor een verruimde sfeer van bewustzijn. Door die stroom van bewustzijn voortdurend te volgen, zal men tenslotte binnenwaarts reiken naar de kern van zijn wezen, de godheid in het hart van onszelf. Dat is het geheim dat leidt tot begrip van het ware mysterie van de dood, zoals het in de oude esoterische scholen van alle mensenrassen wordt onderwezen." - G. de Purucker: Lucifer, april 1934, blz. 441-2
Wat gebeurt er na de dood blz. 87-95 ©
1976 Theosophical
University Press Agency
|