De zwerftochten van de monade
_________________
DE leringen van de esoterische wijsheid die betrekking
hebben op de zwerftochten van de monade na de dood, en die we nu in
het kort zullen schetsen, vormen een mooi en belangwekkend antwoord
op wat door de eeuwen heen een intuïtieve droom van dichters en
denkers is geweest. Hoe vaak heeft de mens, die omhoog keek in de oneindige
uitgestrektheid van de nachtelijke hemel, er niet naar verlangd de geheimen
van die stralende werelden, die in hun onbereikbare majesteit boven
ons wentelen, te doorgronden! En in menigeen kwam de intuïtieve
gedachte op dat het misschien het lot van de menselijke geest zou kunnen
zijn na de dood andere werelden en planeten te bezoeken die ons in hun
schoonheid uit de gebieden van de ruimte wenken. De monade (atma met zijn geestelijk
voertuig buddhi) is nu vrij om zijn zwerf- of pelgrimstochten door de
innerlijke werelden voort te zetten. Want we moeten ons niet voorstellen
dat de monade, die een goddelijk wezen is met een kosmisch bewustzijn
en kosmische mogelijkheden, tijdens de perioden tussen onze aardse levens
rust. De monade heeft geen behoefte aan wat wij rust noemen. Zij is
altijd actief, en tijdens de perioden van manifestatie van de zon, altijd
bezig met haar werk als evolutionair uitstraler en bezieler van die
menigten van minder ontwikkelde entiteiten, die binnen het bereik van
haar karmische affiniteiten liggen. En deze hulp en inspiratie worden
verwerkelijkt door zich te hullen in door haarzelf geschapen voertuigen,
die bestaan uit deze lagere entiteiten op alle gebieden, innerlijke
en uiterlijke, 'hogere' en 'lagere', waar zij op haar zwerftochten doorheen
trekt. Tot deze lagere entiteiten, die direct en indirect als voertuigen
dienen voor de activiteiten van de monade, behoren de zes andere, minder
ontwikkelde beginselen van de mens, en ook al de vormen in de lagere
rijken die door de monade zijn bezield, zoals in het voorgaande hoofdstuk
werd uiteengezet. "We kunnen er op zijn minst dit van zeggen, dat deze zeven planeten voor ons, de bewoners van deze aardbol, heilig zijn, omdat ze de zeven primaire krachten van de kosmos vanuit de zon aan ons doorgeven. Onze zeven beginselen en onze zeven elementen komen oorspronkelijk voort uit deze zevenvoudige levensstroom." Deze zeven heilige planeten
of liever gezegd hun 'Bestuurders', de inwonende geestelijke Wezens
waarvan deze planeten de stoffelijke voertuigen zijn, hebben nog een
andere belangrijke taak. Elk van hen houdt toezicht op de bouw of vorming
van een van de zeven bollen van de aardse planeetketen, plus het 'swabhava'
(of de aangeboren karmische eigenschappen) van die bol zelf. Voor verdere
inlichtingen over dit en andere aspecten van deze leer wordt de lezer
verwezen naar The Esoteric Tradition, van G. de Purucker, hoofdstuk
xxix, 'Circulations of the Cosmos'. "De planetaire oorsprong van de Monade (Ziel) en van haar vermogens werd door de Gnostici onderwezen. Op haar weg naar de Aarde, en ook op de terugweg (naar haar natuurlijk goddelijk tehuis) moest iedere ziel die in en uit het "Onbegrensde Licht" is geboren, in beide richtingen door de zeven planetaire streken heengaan." Als de monade haar belichamingen op de onzichtbare bollen van onze aardse planeetketen heeft voltooid, zet zij haar zwerftochten voort langs deze zeven heilige planeten en hun respectievelijke planeetketens. De volgende beschrijving, ontleend aan The Esoteric Tradition, werpt licht op veel wat tot dusverre slechts in hoofdlijnen werd geschetst: ". . . tijdens haar activiteit, nadat het postmortaal bestaan voor de mens is begonnen, gaat zij (de Monade) van sfeer tot sfeer, doet opnieuw de ronden in haar onophoudelijke zwerftochten gedurende de manvantara. Zij trekt niet alleen door deze sferen omdat zij daar van nature thuishoort en ertoe wordt aangetrokken door haar eigen magnetische aantrekkingskracht en impulsen, maar ook omdat zij dat zelf wil; want vrije wil is een goddelijk iets en is een inherente en onafscheidelijke eigen schap van de monade." - blz. 857 We vestigen de aandacht op de woorden "doet opnieuw de ronden", die natuurlijk slaan op het feit dat deze binnen- en buitenronden door de monaden worden gevolgd na elk van de incarnaties van de mens op aarde. En ook op het noemen van de vrije wil als eigenschap van de monade, die als goddelijk wezen vrijwillig de ontzaglijke taak op zich neemt zich in alle klassen van lagere levens van zijn eigen kosmos te belichamen om die op te heffen, aan te sporen en te inspireren tot hun eigen evolutie naar het goddelijke. Wij vervolgen: "Gedurende de zwerftochten van de monade langs de 'zeven heilige planeten' van de Ouden, moet deze monade noodzakelijkerwijze die paden of kanalen of lijnen van de minste weerstand volgen die de esoterische filosofie de 'circulaties van de kosmos' heeft genoemd, of iets dat daar dichtbij komt. Deze circulaties van de kosmos zijn zeer wezenlijke en feitelijke verbindingslijnen tussen het ene en het andere punt, de ene en de andere plaats, of het ene en het andere hemellichaam, daar ze alle bestaan in de zichtbare en onzichtbare opbouw van het heelal. Deze circulaties zijn niet louter dichterlijke beeldspraak; zij zijn in de innerlijke economie van de zichtbare en onzichtbare werelden van het heelal even werkelijk als de zenuwen, de slagaders en de bloedvaten in het menselijk lichaam. En zoals deze laatste de kanalen of wegen vormen voor het overbrengen van intellectuele, psychische en zenuwimpulsen en opdrachten, en ook van het levensfluidum dat we het bloed noemen, zijn de circulaties van de kosmos op overeenkomstige wijze de kanalen of wegen die door de klimmende en dalende levensstromen worden gevolgd. Deze 'rivieren' bestaan uit de nooit eindigende stroom van entiteiten van alle klassen, die door de gehele structuur van het heelal heen en weer, her en der, 'omhoog' en 'omlaag' trekken of zwerven". - blz. 859 "Zodra de monade is aangekomen op de volgende planeet, na deze zevenvoudige aardketen te hebben verlaten, maakt of vormt zij een straal of straling uit zichzelf op haar tocht in en door die planeetketen, een psychomentaal instrument of 'ziel' met een tijdelijk bestaan, die bijgevolg zich tijdelijk belichaamt in een passend voertuig of lichaam, welk lichaam geestelijk, etherisch, astraal, of stoffelijk van aard is." - blz. 867 "Zo vergaart de monade, ons geestelijk Zelf, ons essentiële Zelf. . . op elk van de zeven heilige planeten een nieuwe oogst van ziele-ervaringen die alleen op die planeten kunnen worden opgedaan, omdat elk van die oogsten de verzamelde ervaringen zijn die in belichaamde toestand door de geestelijke monade zijn verworven en die, wat essentiele kenmerken van stof en energie betreft, bij elk van de respectievelijke planeten behoren." - blz. 870-1 Is dit geen prachtig beeld?
Het voert ons mee uit de verzandende haven van de kwijnende middeleeuwse
theologie of het materialisme, naar de oceaan van het geestelijk avontuur!
Het illustreert op treffende wijze de betekenis van een in de theosofie
vaak gebruikte uitdrukking: uitbreiding van bewustzijn. Nee, we zijn
geen aardwormen en geen ontwikkelde apen en onze bestemming is noch
een eeuwig verblijf in een onveranderlijke hemel of hel, noch een definitieve
liquidatie. Vóór ons liggen onbegrensde gebieden van kosmische
activiteit en avontuur, die ons voorstellingsvermogen verre te boven
gaan.
Wat gebeurt er na de dood blz. 63-72 ©
1976 Theosophical
University Press Agency
|