De zwerftochten van de monade

    _________________

     

    DE leringen van de esoterische wijsheid die betrekking hebben op de zwerftochten van de monade na de dood, en die we nu in het kort zullen schetsen, vormen een mooi en belangwekkend antwoord op wat door de eeuwen heen een intuïtieve droom van dichters en denkers is geweest. Hoe vaak heeft de mens, die omhoog keek in de oneindige uitgestrektheid van de nachtelijke hemel, er niet naar verlangd de geheimen van die stralende werelden, die in hun onbereikbare majesteit boven ons wentelen, te doorgronden! En in menigeen kwam de intuïtieve gedachte op dat het misschien het lot van de menselijke geest zou kunnen zijn na de dood andere werelden en planeten te bezoeken die ons in hun schoonheid uit de gebieden van de ruimte wenken.
         De reizen van het geestelijk Zelf van de mens naar de werelden van de kosmische en de innerlijke ruimte worden in de theosofie wel de zwerftochten van de monade genoemd. Op de voorgaande bladzijden hebben we als het ware het Grote Avontuur ingeleid dat volgt na de dood op aarde. We hebben gezien dat de vier lagere beginselen of elementen van de mens oplossen en verdwijnen bij de eerste en tweede dood; dat de hogere natuur van de persoonlijkheid wordt geabsorbeerd door manas, de zelfbewuste, reïncarnerende ego; en verder dat manas zelf zich terugtrekt in de boezem van de monade, zijn "Vader in de Hemel", om een lange periode van rust te genieten.

         De monade (atma met zijn geestelijk voertuig buddhi) is nu vrij om zijn zwerf- of pelgrimstochten door de innerlijke werelden voort te zetten. Want we moeten ons niet voorstellen dat de monade, die een goddelijk wezen is met een kosmisch bewustzijn en kosmische mogelijkheden, tijdens de perioden tussen onze aardse levens rust. De monade heeft geen behoefte aan wat wij rust noemen. Zij is altijd actief, en tijdens de perioden van manifestatie van de zon, altijd bezig met haar werk als evolutionair uitstraler en bezieler van die menigten van minder ontwikkelde entiteiten, die binnen het bereik van haar karmische affiniteiten liggen. En deze hulp en inspiratie worden verwerkelijkt door zich te hullen in door haarzelf geschapen voertuigen, die bestaan uit deze lagere entiteiten op alle gebieden, innerlijke en uiterlijke, 'hogere' en 'lagere', waar zij op haar zwerftochten doorheen trekt. Tot deze lagere entiteiten, die direct en indirect als voertuigen dienen voor de activiteiten van de monade, behoren de zes andere, minder ontwikkelde beginselen van de mens, en ook al de vormen in de lagere rijken die door de monade zijn bezield, zoals in het voorgaande hoofdstuk werd uiteengezet.
         De volgende leringen worden wellicht begrijpelijker als we een korte herhaling geven. Alles in het heelal is in zijn gemanifesteerde evolutionaire aard of constitutie zevenvoudig; dat wil zeggen, dat in het heelal van vormen het leven zich manifesteert in zeven verschillende graden van bewustzijn en substantie, waarvan onze zeven beginselen een voorbeeld zijn. De zes andere beginselen of elementen waardoor de kosmische en de individuele monade zich manifesteren zijn onzichtbaar, omdat hun stof te etherisch is om door onze stoffelijke zintuigen te worden waargenomen, die niet zijn afgestemd op de fijnere trillingen van die etherische stoffen. Zo maakt ook onze aarde deel uit van een stelsel van zeven bollen, waarvan onze vertrouwde aardbol de meest uiterlijke en materiële is en de enige die waarneembaar is voor onze gewone zintuigen. Deze zes zusterbollen van de aarde bestaan op innerlijke en hogere gebieden van zijn.
         We moeten hier opmerken dat deze zusterbollen niet moeten worden gezien als de zes andere beginselen van de aarde, want dat zijn ze niet. Elk van die bollen is zelf, net als de aarde, een volledige zevenvoudige entiteit. Maar te zamen met de aarde vormen ze een serie van zeven evolutionaire tonelen of ontwikkelingsgebieden, die wij allen moeten doorlopen om onze zevenvoudige evolutie te voltooien.
         Na de lichamelijke dood en de tweede dood, begint de reis van de monade of het geestelijk Zelf naar deze onzichtbare bollen van onze aardketen. Op elke bol ontwikkelt hij 'lichamen' of voertuigen of vormen, die passen bij de evolutie op die hogere gebieden van bewustzijn. Deze zwerftochten langs de onzichtbare bollen van onze planeetketen zijn een fase van de 'binnenronden'. Als tenslotte de cyclus van de monadische zwerftochten langs deze hogere bollen van onze planeetketen is voltooid, begint de monade haar cyclus van reizen langs de 'buitenronden' - wat wil zeggen dat zij een rondgang maakt langs wat de Ouden de 'zeven heilige planeten' van ons zonnestelsel noemden.
         Maar wat zijn deze heilige planeten en waarom noemt men ze heilig? Het spreekt vanzelf dat de monade, die is geworteld in een georganiseerd heelal, dat in al zijn onderdelen wordt beheerst door onveranderlijke wetten, niet doelloos ronddwaalt op haar zwerftochten door de sferen. Zij volgt de wegen die in de esoterische filosofie de circulaties van de kosmos worden genoemd. De zwerftochten van de monade worden ook nauwkeurig bepaald door haar eigen aangeboren karmische affiniteit of aantrekkingskracht, en deze beperkt haar kosmische reizen tot de zeven heilige planeten. Deze planeten zijn Saturnus, Jupiter, Mars, Venus, Mercurius, de Zon en de Maan. De beide laatste zijn hier gebruikt als symbool, ter vervanging van twee planeten waarover in de exoterische literatuur van de Oude Wijsheid heel weinig informatie wordt gegeven. Waarom worden deze zeven planeten heilig genoemd en wat is hun relatie tot de mens? We vinden hiervoor een verklaring in de Beginselen van de Esoterische Filosofie van dr. de Purucker, op blz. 464:

         "We kunnen er op zijn minst dit van zeggen, dat deze zeven planeten voor ons, de bewoners van deze aardbol, heilig zijn, omdat ze de zeven primaire krachten van de kosmos vanuit de zon aan ons doorgeven. Onze zeven beginselen en onze zeven elementen komen oorspronkelijk voort uit deze zevenvoudige levensstroom."

         Deze zeven heilige planeten of liever gezegd hun 'Bestuurders', de inwonende geestelijke Wezens waarvan deze planeten de stoffelijke voertuigen zijn, hebben nog een andere belangrijke taak. Elk van hen houdt toezicht op de bouw of vorming van een van de zeven bollen van de aardse planeetketen, plus het 'swabhava' (of de aangeboren karmische eigenschappen) van die bol zelf. Voor verdere inlichtingen over dit en andere aspecten van deze leer wordt de lezer verwezen naar The Esoteric Tradition, van G. de Purucker, hoofdstuk xxix, 'Circulations of the Cosmos'.
         In De Geheime Leer, verwijst H.P.Blavatsky naar deze leringen, waaruit hier een passage wordt aangehaald:

         "De planetaire oorsprong van de Monade (Ziel) en van haar vermogens werd door de Gnostici onderwezen. Op haar weg naar de Aarde, en ook op de terugweg (naar haar natuurlijk goddelijk tehuis) moest iedere ziel die in en uit het "Onbegrensde Licht" is geboren, in beide richtingen door de zeven planetaire streken heengaan."

         Als de monade haar belichamingen op de onzichtbare bollen van onze aardse planeetketen heeft voltooid, zet zij haar zwerftochten voort langs deze zeven heilige planeten en hun respectievelijke planeetketens. De volgende beschrijving, ontleend aan The Esoteric Tradition, werpt licht op veel wat tot dusverre slechts in hoofdlijnen werd geschetst:

         ". . . tijdens haar activiteit, nadat het postmortaal bestaan voor de mens is begonnen, gaat zij (de Monade) van sfeer tot sfeer, doet opnieuw de ronden in haar onophoudelijke zwerftochten gedurende de manvantara. Zij trekt niet alleen door deze sferen omdat zij daar van nature thuishoort en ertoe wordt aangetrokken door haar eigen magnetische aantrekkingskracht en impulsen, maar ook omdat zij dat zelf wil; want vrije wil is een goddelijk iets en is een inherente en onafscheidelijke eigen schap van de monade." - blz. 857

         We vestigen de aandacht op de woorden "doet opnieuw de ronden", die natuurlijk slaan op het feit dat deze binnen- en buitenronden door de monaden worden gevolgd na elk van de incarnaties van de mens op aarde. En ook op het noemen van de vrije wil als eigenschap van de monade, die als goddelijk wezen vrijwillig de ontzaglijke taak op zich neemt zich in alle klassen van lagere levens van zijn eigen kosmos te belichamen om die op te heffen, aan te sporen en te inspireren tot hun eigen evolutie naar het goddelijke. Wij vervolgen:

         "Gedurende de zwerftochten van de monade langs de 'zeven heilige planeten' van de Ouden, moet deze monade noodzakelijkerwijze die paden of kanalen of lijnen van de minste weerstand volgen die de esoterische filosofie de 'circulaties van de kosmos' heeft genoemd, of iets dat daar dichtbij komt. Deze circulaties van de kosmos zijn zeer wezenlijke en feitelijke verbindingslijnen tussen het ene en het andere punt, de ene en de andere plaats, of het ene en het andere hemellichaam, daar ze alle bestaan in de zichtbare en onzichtbare opbouw van het heelal. Deze circulaties zijn niet louter dichterlijke beeldspraak; zij zijn in de innerlijke economie van de zichtbare en onzichtbare werelden van het heelal even werkelijk als de zenuwen, de slagaders en de bloedvaten in het menselijk lichaam. En zoals deze laatste de kanalen of wegen vormen voor het overbrengen van intellectuele, psychische en zenuwimpulsen en opdrachten, en ook van het levensfluidum dat we het bloed noemen, zijn de circulaties van de kosmos op overeenkomstige wijze de kanalen of wegen die door de klimmende en dalende levensstromen worden gevolgd. Deze 'rivieren' bestaan uit de nooit eindigende stroom van entiteiten van alle klassen, die door de gehele structuur van het heelal heen en weer, her en der, 'omhoog' en 'omlaag' trekken of zwerven". - blz. 859

         "Zodra de monade is aangekomen op de volgende planeet, na deze zevenvoudige aardketen te hebben verlaten, maakt of vormt zij een straal of straling uit zichzelf op haar tocht in en door die planeetketen, een psychomentaal instrument of 'ziel' met een tijdelijk bestaan, die bijgevolg zich tijdelijk belichaamt in een passend voertuig of lichaam, welk lichaam geestelijk, etherisch, astraal, of stoffelijk van aard is." - blz. 867

         "Zo vergaart de monade, ons geestelijk Zelf, ons essentiële Zelf. . . op elk van de zeven heilige planeten een nieuwe oogst van ziele-ervaringen die alleen op die planeten kunnen worden opgedaan, omdat elk van die oogsten de verzamelde ervaringen zijn die in belichaamde toestand door de geestelijke monade zijn verworven en die, wat essentiele kenmerken van stof en energie betreft, bij elk van de respectievelijke planeten behoren." - blz. 870-1

         Is dit geen prachtig beeld? Het voert ons mee uit de verzandende haven van de kwijnende middeleeuwse theologie of het materialisme, naar de oceaan van het geestelijk avontuur! Het illustreert op treffende wijze de betekenis van een in de theosofie vaak gebruikte uitdrukking: uitbreiding van bewustzijn. Nee, we zijn geen aardwormen en geen ontwikkelde apen en onze bestemming is noch een eeuwig verblijf in een onveranderlijke hemel of hel, noch een definitieve liquidatie. Vóór ons liggen onbegrensde gebieden van kosmische activiteit en avontuur, die ons voorstellingsvermogen verre te boven gaan.
         Het is waar dat het beste, het zuivere deel van ons huidige bewustzijn zijn gelukkige dromen droomt in devachan terwijl de innerlijke god, het geestelijk Zelf of de monade - zijn reis volbrengt langs de wegen van het zonnestelsel. Dit beeld van onze grootse bestemming is ons door de adepten en wijzen van de archaïsche wijsheid geschilderd, om ons te inspireren en te activeren. Door het verduisterend gordijn van onze onwetendheid weg te trekken onthulden zij een onpeilbaar levenspanorama dat de innerlijke gebieden van de Ruimte omvat. Zij toonden ons onze plaats en de zinvolle en nooit eindigende rol die wij spelen in het oneindig gevarieerde en fascinerende drama van het heelal. In dit evolutionaire proces wordt de reïncarnerende ego aan het einde van zijn grote cyclus van evolutie tenslotte zelf een monade. Hij heeft dan uit de kern van zijn eigen wezen het monade-element ontwikkeld dat nu nog latent daarin aanwezig is, of zich pas begint te ontvouwen. In een toekomstige manvantara zal hij op zijn beurt als monade, tussen de perioden van belichaming, de circulaties van de kosmos volgen. En wat nu onze dierlijke natuur is, zal in zijn evolutie zijn gevorderd tot het peil van het menselijke.

     


    Wat gebeurt er na de dood blz. 63-72

    © 1976   Theosophical University Press Agency
    Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag