De rechtstreekse weg naar wijsheid

 

Wat is eigenlijk de rechtstreekse weg naar wijsheid? Ik denk dat dit de belangrijkste gedachte is waarmee we ons in deze tijd kunnen bezighouden. Kan iemand duidelijk omschrijven wat die rechtstreekse weg naar wijsheid is, vergeleken met de weg die we de indirecte zouden kunnen noemen?
    Die indirecte weg kan ook worden beschreven als de weg die van buiten komend naar ons bewustzijn leidt: de weg van onderricht, de gebruikelijke weg van kerken en collegezalen; voor bepaalde mensen soms misschien nuttig en stimulerend; maar kunnen we deze weg of dit pad werkelijk aanduiden als de weg naar wijsheid?
    De rechtstreekse weg naar wijsheid is de weg of het pad van innerlijk licht, van inzicht, dat voortvloeit uit innerlijke inspanning en ervaring; die weg is door elk van de grote leraren van de mensheid geschetst, op zijn minst in het kort. In mystieke termen kan hij ook worden omschreven als de weg die een mens heeft afgelegd als hij – min of meer volledig – één is geworden met de god in hem. Dat is de rechtstreekse weg.
    Wat scheelt de wereld van nu? Wat is de oorzaak van de vele innerlijke moeilijkheden, van haar onzekerheden en verlies aan vertrouwen? Het antwoord ligt in het feit dat mensen voor een groot deel innerlijk leeg zijn; collectief en individueel zijn ze relatief lege vaten: er is innerlijk niet veel aanwezig waarvan ze aan anderen kunnen geven, er is geen innerlijke rijkdom aan inzicht, waardoor en waarmee we de problemen waar de mensheid voor staat kunnen aanpakken en oplossen en zo onszelf en anderen op verantwoorde wijze kunnen helpen. In plaats van eensgezind en met begrip te handelen, wat het gevolg van die innerlijke rijkdom zou zijn, is er sprake van tegenwerking, strijd, ruzie en de onvermijdelijk daaruit voortvloeiende ellende die gepaard gaat met bittere armoede en hevig lijden. Daarom zeg ik dat de innerlijke geestelijke rijkdom die ontstaat uit een innerlijke eenheid van leven het rechtstreekse pad naar wijsheid is; want alles wat het leven de moeite waard en groots maakt is dan aanwezig.
    De meeste mannen en vrouwen zijn niet bezield of relatief onbezield. Dit betekent niet dat ze geen ziel hebben of dat ze ‘verloren zielen’ zijn. Het betekent eerder dat de innerlijke ziel haar verheven vermogens niet door ons en in ons leven manifesteert. Vergeet nooit dat de geestelijke ziel in en boven ons voortdurend probeert ons leven te inspireren en te bezielen en het tot een rijk, sterk, volledig en mooi leven te maken. De meeste mensen zijn echter niet op die manier bezield. ‘Bij elke bocht komen we zielloze mensen tegen’, zei H.P. Blavatsky. Meer dan wat ook is het de plicht, de eervolle en verheven taak en het voorrecht van de Theosophical Society ertoe bij te dragen dat denkende mannen en vrouwen zich weer bewust worden van het feit dat ze bezielde wezens zijn en moeten zijn.
    Wat zou het gezicht van de wereld veranderen als dit door grote aantallen van onze medemensen werd verwezenlijkt! Alles zou veranderen. Geluk zou de plaats innemen van ongeluk; vrede zou in de plaats komen van strijd; begrip en wederzijds met elkaar rekening houden zouden de gevoelens van haat en minachting vervangen die ons allen nu ontsieren. Want de mens zou vervuld zijn van innerlijk licht en innerlijke kracht, wat begrip en wederzijdse sympathie, vriendelijkheid en instinctieve broederschap met zich meebrengt; en er zou een algemeen verlangen naar vrede en welwillendheid zijn.
    Mannen en vrouwen van nu zijn in meerderheid onbezield, lege vaten in plaats van vaten die vol zijn, vol innerlijke kracht en innerlijk licht. In plaats van zich te laten leiden door de innerlijke geest en zijn onweerstaanbare ingevingen, maken ze verstandelijke plannen die op zelfzuchtige overwegingen berusten. Steeds weer geldt: ‘Eerst ik en de rest moet maar zien’.
    Nu biedt de indirecte weg naar wijsheid ongetwijfeld hulp om deze omstandigheden te veranderen. We moeten toegeven dat deze aan sommige zwakke en onzekere mensen misschien hulp biedt. Maar hij is een kronkelpad en een omweg. Hij houdt in dat we proberen dingen van geestelijke en intellectuele waarde alleen van buiten onszelf te ontvangen, zonder te proberen die in onszelf op te wekken. We stellen die gaven van buitenaf misschien op prijs en dat is goed. Toch zijn ze in de hand van ons pelgrims maar een zwakke staf. Zo’n staf is niet sterk. Maar zodra de rijkdom en heilige kracht van de geestelijke werkelijkheid in ons eenmaal het innerlijke leven, die leegte in ons, vult, bezitten we wijsheid: dan weten we.
    Van H.P. Blavatsky wordt verteld dat eens, toen ze van een wandelingetje na haar ochtendwerkzaamheden thuiskwam, de tranen langs haar gezicht stroomden en ze, gekweld door innerlijke pijn, in haar kamer op en neer liep. Naderhand werd de reden duidelijk: ‘O, al die ontelbare mensen zijn onbezield. Uit hun gezicht spreekt een leegte, vooroordeel, onkunde, gebrek aan kennis, gebrek aan wijsheid. Ze hunkeren en zoeken naar waarheid, maar roepen vergeefs; ze proberen de schrijnende leegte van buitenaf te vullen in plaats van uit de eeuwige inspiratiebronnen in hun hart.’
    Onze allereerste plicht is volgens mij om ons uiterste best te doen deze leegte in het menselijk hart te vullen, de mens erop te wijzen wat de rechtstreekse weg naar wijsheid is, de innerlijke leegte met rijkdom te vullen; rijkdom van wijsheid en van een snel reagerend en begrijpend medegevoel, zodat hun leven daardoor groots en sterk en zuiver kan worden. Dan zullen we recht doen wedervaren en zullen mildheid en gezond verstand in al ons doen en laten de boventoon voeren. Dan zal menselijke onwetendheid voor een groot deel, zo niet geheel, verdwijnen; het licht van wijsheid zal ons de weg wijzen.


Wind van de geest, blz. 68-70

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag