De opdracht van Pythagoras

 

Denk aan de door Pythagoras gegeven regel. Die is vele malen geciteerd, maar de herhaling heeft niets van de schoonheid en diepte ervan verloren doen gaan. Hij luidt ongeveer als volgt:
    ‘Laat de ondergaande zon niet de westelijke horizon bereiken en sluit uw ogen niet om te gaan slapen vóór u alle gebeurtenissen van de juist geëindigde dag de revue heeft laten passeren en u zich heeft afgevraagd: Wat heb ik vandaag gedaan dat verkeerd was? Wat heb ik vandaag gedaan dat goed was? Heb ik iemand gekwetst? Ben ik in mijn plicht tekortgeschoten? Laat de ondergaande zon de westelijke rand van de ruimte niet bereiken en laten uw oogleden zich niet voor de slaap sluiten vóór u zich deze vragen heeft gesteld.’
    Als mannen en vrouwen deze eenvoudige regel nauwgezet zouden volgen, dan zou negenennegentig procent van de moeilijkheden in de wereld, van het leed, van zonden en zorgen, niet bestaan en nooit gebeuren. De reden is eenvoudig. Moeilijkheden in de wereld komen voort uit onze zwakheden, niet uit onze kracht; zouden we onze kracht vergroten en ons van onze zwakheden ontdoen, dan zou daarna ieder mens, overeenkomstig zijn innerlijke ontwikkeling, een kracht ten goede in de wereld worden. U begrijpt wat dat zou betekenen. Het zou de meeste gedachten en gevoelens en daden die ons ellende bezorgen ontwortelen.


Wind van de geest, blz. 79

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag