De essentie van de boodschap van H.P. Blavatsky

 

We spreken over hulde betuigen. Er zijn verschillende manieren om dat te doen. Er bestaat huldebetoon door middel van woorden en huldebetoon van het hart dat tot navolging leidt. Hulde betuigen met woorden is goed als het hart erachter staat; maar hulde die neerkomt op het navolgen van grootse daden is nog beter en staat op een hoger plan.
    Ik denk dat de beste hulde die wij H.P. Blavatsky kunnen brengen, naast de woorden waarmee we onze diepe dankbaarheid uitdrukken, bestaat uit navolgen, het navolgen van haar leven en haar werk voor de mensheid; proberen het voorbeeld dat zij ons heeft gegeven zo goed mogelijk te benaderen. Ze zei eigenlijk hetzelfde over haar verhouding tot haar eigen leraren: zij onderrichten, ik volg. Mijn boodschap is niet de mijne, maar van hen die me hebben gezonden.
    Sinds haar heengaan is er in de theosofische wereld heel wat gepraat over de opvolgers van H.P.B.; mij lijkt dat allemaal volstrekt onbelangrijk, een spelen met woorden en met de heiligste instincten en opwellingen van het menselijk hart. Want iedere ware theosoof is een opvolger van H.P.B. en moet daar verheugd over zijn en er trots op zijn. We zijn allen opvolgers van H.P.B., ieder van ons, zonder enige uitzondering. En de minste onder ons is vaak de grootste. Het gaat hier niet om inbeelding of verwaandheid, maar om de drang in een liefhebbend en dankbaar hart om naar voren te treden en te dienen en zich te wijden aan de zaak die onze leraren dienden en nog altijd dienen. Wat is edeler dan dat? Het betekent in feite het afwijzen, het afwerpen van het lage en persoonlijke. Het is het vergeten van het persoonlijke en het doen opgaan van het zelf in het oneindig veel grotere zelf van het heelal. Als we onszelf vergeten wordt er iets in ons geboren dat buitengewoon verheven is; want dan heeft het geestelijke, waarvan wij mensen zulke zwakke voorbeelden zijn, de kans in ons tevoorschijn te komen, in en door ons te spreken en te werken, omdat het dan zijn kanaal vindt in en door het hart en het hoofd van de mens.
    Voor mij was het belangrijkste werk van H.P. Blavatsky dat ze de mensen bezielde – een term met een heel diepe betekenis; dat ze mannen en vrouwen een filosofie-religie-wetenschap gaf, zo overtuigend voor hoofd en hart dat ze tot het besef zouden komen dat het heelal leeft en bewust is en dat wij, de kinderen ervan, dus ook levend en bewust moeten zijn en even eeuwig en even oud als het heelal waaruit we voortkomen, waarin we leven, en in de geestelijke delen waarvan we eens zullen terugkeren.
    Als u deze eenvoudige gedachte in uw hoofd en hart opneemt, zodat ze een innerlijke overtuiging wordt, is er al van herbezieling sprake. De ziel, of liever de innerlijke geest, begint dan de leiding over te nemen en vanaf dat ogenblik verandert uw leven. Nieuwe en grootse vergezichten openen zich, vergezichten waarvan uw verstand en uw intuïtie zullen aantonen dat ze werkelijkheden zijn, en u begint een leven te leiden in overeenstemming met de levende, schitterende gedachten die daarna uw hart tot hun tempel maken. Dan begint u werkelijk te leven. U behoort niet langer tot wat Pythagoras de ‘levend doden’ noemde – zij die leven in hun lichaam en betrekkelijk onbewust zijn in hun ziel. Dan bent u werkelijk een belichaamde ziel.
    Voor mij is dit altijd een van de meest verheven en schoonste facetten geweest van het werk waaraan H.P. Blavatsky is begonnen: de mensen zo bezielen dat hun leven zich vernieuwt door die schitterende visie en eeuwige hoop.
    Niemand zal zich verzetten tegen de dominerende impuls in hemzelf. Hij zou die overheersende drang om het eigenbelang na te jagen moeten omzetten in het altruïstisch dienen van allen en dan wordt het leven groots, in een mate die hij nooit eerder heeft gekend. Zo iemand wordt werkelijk bezield. Hij ziet de reden van zijn leven. Hij ziet de zin van het heelal om hem heen. Hij ziet de oorzaken van zijn eigen gedachten. Hij begrijpt de oorzakelijke verbanden en de daaruit voortvloeiende gevolgen. Voor zijn geestesoog openen zich onmetelijke en grootse visioenen; hij weet dat het enige wat hij moet doen om nog weidsere vergezichten te zien en nog meer te kunnen dienen is om die intuïties en verheven gevoelens met zijn intellect te versterken, daarin zijn daadkracht te concentreren om zo zich steeds uitbreidende stadia van innerlijke grootsheid en innerlijk inzicht te ervaren. Zijn leven zal dan zijn veranderd omdat hijzelf is veranderd. Hij is ontwaakt en zal zijn leven zo inrichten en afstemmen op het leven van het heelal om hem heen en het leven van zijn medemensen, dat zijn eerste gedachte en drijvende kracht in zijn denken en handelen universele broederschap zal zijn. Voor mij is dat de essentie van de boodschap van H.P. Blavatsky.


Wind van de geest, blz. 109-11

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag