Jonge mensen en theosofie

 

Ik heb ervaren dat jonge mensen zich vlugger thuis voelen bij de theosofie dan wij ouderen, met ons spitsvondige denken, ons schijnvertoon, onze verkeerde opvoeding en vele verkeerde gedachten. Deze innerlijke, mentale donkere wolken sluiten het licht buiten. Wij gaan gebukt onder de last van verkeerde gevoelens en gedachten, die in de loop van vele eeuwen en vele levens is opgebouwd. Die gekunsteldheid overheerst ons meer en meer naarmate het lichaam volwassen wordt; we hebben in het bewustzijn een innerlijk wolkendek gevormd, een mentaliteit die ons helaas als erfenis ten deel valt.
    In het werk met jonge mensen in de T.S. heb ik ervaren dat jongeren goddelijke waarheden vaak sneller herkennen dan ouderen; als men niet erin slaagt jongeren voor theosofie te interesseren, komt dat omdat we het verkeerd aanpakken – en het is precies datzelfde beginsel dat geen succes oplevert bij het benaderen van volwassenen. Wil men begrip wekken dan moet men de mensen toespreken in een taal die ze begrijpen. Men moet hun hart en denken raken en daar iets wakker roepen. Als iemand bijvoorbeeld geweldig geïnteresseerd is in sterrenkunde en men praat met hem over folklore, dan ziet hij het verband niet. Na verloop van tijd wel. Maar spreek met hem in zijn eigen taal en voor u afscheid van hem neemt heeft u een vriend van hem gemaakt, een broeder die uw ideeën deelt. Zo ligt het ook met kinderen. Hun denken is onbedorven, snel en helder. Ze hebben gewoonlijk meer intuïtie als het om de grote dingen in het leven gaat dan wij volwassenen die blind en gekunsteld zijn.
    Groot is hij in het leven die kan weigeren door de mentale gedachtesfeer te worden meegesleurd die voor iedere generatie de Zeitgeist is, de ‘geest van de tijd’, die zware astraal-fysieke en pseudospirituele atmosfeer die bestaat uit verkeerde, verwrongen of onjuiste gedachten die voor waarheid doorgaan. Geen wonder dat kinderen en ook jongeren in opstand komen. Ik herinner me hoe ik met mijn hele ziel in opstand kwam – niet tegen de ouderen, niet tegen het heelal en zijn wonderlijke mysteries – ik voelde het scherp toen ik naar school moest en bijna werd gedwongen dingen te leren die ik innerlijk haatte en die later, toen ik een jongeman was, bleken te zijn afgedankt. Als er een probleem ontstaat of iets misgaat als we de theosofie aan jonge mensen brengen, komt dat omdat we het verkeerd aanpakken. We spreken hen toe met te ingewikkelde taal.
    Ik houd van jonge mensen want het hart van de mens blijft eeuwig jong. Het wordt nooit ouder. Ons denken wordt ouder en verstard, onbuigzaam, zodat we niet meer meevoelen en de vragende blik in de ogen van het kind en de jongere niet begrijpen. We proberen die te verklaren met ogen die verblind zijn door verkeerde gedachten en emoties, die in feite een muur optrekken. Als ik met jongeren praat, behandel ik hen als gelijken. Ik ga een jongen of meisje niet in verlegenheid brengen door als een alwetende oudere vanuit de hoogte tegen hem of haar te praten. Waarom? Omdat mijn hart verwant is aan de jeugd, en dat geldt ook voor uw hart, en voor het hart van iedere normale man of vrouw. We naderen de waarheid het dichtst als we de onechtheid waarvan ons denken vol is kunnen opgeven en eenvoud bereiken, het kinderhart.
    ‘Laat de kinderen tot mij komen’, zei de avatara Jezus, want zij kunnen leren. Het gaat hier niet om leeftijd. De man of vrouw die een hart heeft als een kind, eenvoudig, open, bereid te ontvangen en door te geven, die het gekunstelde heeft overwonnen of afgewezen – dat zijn degenen met wie men kan praten en die zullen begrijpen. Behandel daarom de jongeren met dezelfde hoffelijkheid als waarmee u uw leeftijdgenoten tegemoet treedt. Ze reageren daar snel op! Breng uw gesprek met jonge mensen op een hoger plan door met hen te spreken over dingen waarvan u houdt. U zult altijd weerklank vinden.
    Niemand hoeft me ooit te zeggen dat de jeugd geen belangstelling heeft voor het heelal, voor wetenschap en de prachtige ontdekkingen die voortdurend worden gedaan. Hun onderzoekende geest is het scherpst, zij begrijpen het snelst. Het zijn de ouderen die moeten afleren wat hun over die dingen is verteld, die door hun vooroordelen meer moeite hebben om iets te aanvaarden en te begrijpen dan de jeugd.
    Ik benader jongeren hoffelijk en beleefd en met het begrip dat men ook aan mensen van zijn eigen leeftijd schenkt. Ik heb nog nooit meegemaakt dat dat niet werkt. Natuurlijk missen ze die wereldwijsheid die ouderen hebben, maar dat is in bepaald opzicht een zegen, want veel van onze zogenaamde wijsheden die we eerst opdoen, moeten we later, na de last ervan te hebben ondervonden, weer afleren; hoewel, aan de andere kant zijn onze wijsheden in de betere zin iets dat ons in staat stelt ons te handhaven, ons in goede en eervolle zin in de wereld te onderscheiden, tenminste tot op zekere hoogte, en betere dingen te bereiken en te durven bereiken. Maar dit is alleen zo als onze wijsheden van bovenaf worden verlicht door het heldere, eenvoudige licht van de innerlijke geestelijke zon. Wereldse kennis is op zichzelf niet verkeerd, maar het is wel verkeerd als we ons denken daarvan de slaaf laten worden, want dit laatste is in feite wat we doen en wat de wereld om ons heen doet.
    Wek bij jongeren belangstelling door hen theosofie te geven op een wetenschappelijke manier en zie dan eens hoe snel ze begrijpen en hoe graag ze eraan vasthouden. Men kan deze gedachten aan een jongeman voorhouden (als hij niet lichtzinnig is en al vroeg door schijnwaarheden besmet) en u zult een broeder hebben verkregen en een vriend hebben gemaakt; zeg hem dat hijzelf de weg is naar het goddelijke; dat het hoogste leven voor hem het leven van het goddelijke is, dat nooit geheel kan worden bereikt omdat het oneindig is maar zich steeds uitbreidt, wat gepaard gaat met een voortdurend toenemen van begrip, groei en ontplooiing, tot iets luisterrijks in hem. Geef er geen naam aan; dat kan tot waanwijsheid leiden. Roep de intuïtie ervan op, de gedachte: iets, een deel van hem is een druppel, een vonk van het goddelijke. Daarom is hij het. Zoals de wetenschap ons vertelt dat de chemische elementen die ons lichaam samenstellen dezelfde zijn als die waardoor deze bloemen worden gevormd en het hout van deze vloer, de lucht die we inademen en de stenen die knarsen onder onze voeten als we naar huis gaan; dezelfde als die waardoor de sterren worden gevormd.
    Hoe vaak heb ik niet in de ogen van jongeren met wie ik een gesprek had een flits van begrip zien komen; en hoe vaak heb ik ook niet in mijn denken ongewone gedachten opgevangen uit het denken van een jongere, onbezoedelde intuïtieve gedachten voordat het denkvermogen door verkeerd te denken verstard en onbuigzaam is geworden. We kunnen soms zelfs wat leren van de kleintjes, als we de wijsheid en de openheid bezitten om te ontvangen en we boven ons onnatuurlijke verstand kunnen uitstijgen.


Wind van de geest, blz. 123-6

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag