Laat het christuskind leven

 

Theosofen zien het kerstfeest op twee manieren: ten eerste als een herinnering aan een verheven feit in de occulte geschiedenis en het leven, een verheven feit dat zich eens bij ieder mens in zijn eigen geestelijke geschiedenis herhaalt, als hij met succes de weg omhooggaat. De andere manier is me nog dierbaarder, namelijk dat zich in de ziel van ieder van ons een ongeboren christus, de christos, de vredevorst, de vorst van liefde bevindt. Als in de cyclus van het jaar Kerstmis weer nadert en de christelijke wereld de veronderstelde geboorte viert van het fysieke lichaam van haar vorst, hoofd, verlosser, kunnen we denken aan de woorden van de avatara, de Christus, in hun hoogste betekenis: dat wij mensen de ‘zonen van god’ zijn, van het goddelijke, en dat de geest van liefde en bewustzijn van het allerhoogste in het heiligdom van ieder mensenhart woont – en dat betekent dat er een christuskind in mijn en in uw hart woont. Sommige oosterlingen noemen het de boeddha, de hemelse boeddha in ons hart, maar het denkbeeld is hetzelfde, al verschillen de woorden.
    Als dus de kersttijd aanbreekt is dat een goede tijd om het christuskind in ons hart te laten spreken, te proberen het te begrijpen; of liever ermee één te worden, zodat we bij elk nieuw kerstfeest meer op de Christus, meer op de Boeddha lijken, geestelijker en edeler voorbeelden van de christus die in het hart van ieder van ons leeft, zodat op zekere dag, op het juiste occulte tijdstip, het christuskind als christusmens kan worden geboren. Dat betekent de opkomst van de helende zon, die in zijn vleugels gezondheid, heelheid met zich voert, die onze zorgen wegneemt, moeilijkheden oplost, onze ellende doet verdwijnen, de tranen van verdriet uit onze ogen wist; eenvoudig omdat we als individu één zijn geworden met de geest van het heelal waarvan een straal, een heldere straal in het hart van ieder van ons leeft. Dat bedoelen we met de ware geboorte van de christus – los van andere feiten die ermee samenhangen.
    Laat het christuskind leven. Weet u dat we het nog nooit hebben geprobeerd? We praten erover, dromen ervan en bespreken het, maar hoe weinigen van ons, mannen en vrouwen, leven ernaar, beleven het, en komen onder de hemelse invloed ervan? Wie dat wel doet is het tienvoudige van wat hij daarvoor was, scherpzinniger, vlugger van begrip en ruimdenkender; want naargelang hij in zijn hart het christuskind wordt, wordt hij geïnspireerd door die krachten die het heelal instandhouden.


Wind van de geest, blz. 138-9

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag