Angst, de grote vernietiger

 

De grote vernietiger is angst voor of ongerustheid, bezorgdheid over wat mij zal overkomen. Angst werkt vernietigend omdat hij berust op egoïsme. Laten we eens nagaan of dat zo is. Als iemand zich volkomen vergeet, verdwijnt de angst, omdat hij dan niet meer denkt aan de gevolgen die hem kunnen treffen. Angst betekent de aandacht concentreren op het zelf wanneer men voor zichzelf onheil verwacht. Als men zichzelf uit het oog verliest, zichzelf vergeet, dan verdwijnt de vrees.
    Vaak zegt men dat angst een bescherming is, maar dan alleen een bescherming voor de zwakke, wiens tweede natuur is bang te zijn; het is nooit een bescherming voor de sterke. Angst heeft een zeer vernietigende invloed. Op wat? Op gemoedsrust en zelfvertrouwen. Angst ondermijnt de wil, maakt iemand vaak wreed in de omgang met anderen, werkt verlammend. Angst blokkeert de levenskrachten; doet een mens ineenkrimpen en sidderen, want als men vrees koestert, heeft men niet langer de moed, de energie, de kracht en het vermogen om verder te gaan. Toch is een bang iemand altijd in veel groter gevaar dan iemand die geen angst kent. Het is een feit dat angst gevaar aantrekt. Het veiligheidsrisico is enorm veel kleiner als men onbevreesd is. Denk eens daarover na.
    Wie leeft graag in vrees voor zijn leven, in angst voor alles wat er gaat gebeuren; wie wil altijd wegsluipen, een schuilplaats invluchten, proberen omhoog te komen, maar is toch bang omhoog te gaan uit vrees te vallen? Zijn hele leven zou een voortdurende verschrikking zijn. Hoe gelukkig en blij daarentegen is iemand die liefde in zijn hart heeft en zich niet bekommert om wat hem kan overkomen; hij is sterk en beïnvloedt met zijn zelfvertrouwen anderen. Komt er ooit angst in zijn ziel, dan is dat omdat hij tijdelijk geen liefde voelt.
    Vergeet uzelf en de angst verdwijnt. Kent u de koninklijke weg die ertoe leidt dat men zichzelf vergeet – dat men de gedachte aan zichzelf volkomen uit het oog verliest in het leven? Die weg houdt in: liefde voor alles, het grote en het kleine; want volmaakte liefde bant alle vrees uit. Bent u bang voor de dingen waarvan u houdt? Nooit. Die wilt u, daarnaar verlangt u, hunkert u. Leer daarom lief te hebben en angst zal verdwijnen; u wordt sterk, want liefde is een machtige kracht, die in het innerlijk van de mens is verankerd.
    Waarom is liefde zo’n grote bescherming, afgezien nog van het feit dat ze vrees verdrijft? Omdat de trillingen ervan oneindig harmonieus zijn; angst betekent altijd onrustige, misvormde trillingen. Het goddelijke is volmaakte harmonie en alles wat zich daaronder bevindt kan ertoe opstijgen. Maar vrees is disharmonie, doet ons huiveren, is uitputtend en ondermijnt de levenskracht. Kijk maar naar het beeld van een dier of een mens in doodsangst. Dan zegt u tot uzelf: waar is de liefde in het hart van deze mens, die hem vrede, kracht en volkomen gemoedsrust zou schenken? Hij is die kwijt, heeft haar vergeten; als ze er was zou er geen angst zijn. En wat is deze volmaakte liefde die alle vrees uitbant? Het betekent eenvoudig dat men in dat deel van zichzelf leeft dat universeel is. Het betekent zich te verenigen met het goddelijke. Daarin ligt vrede en volmaakte harmonie.


Wind van de geest, blz. 195-6

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag