‘Leid ons niet in verzoeking’

 

‘Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van het kwaad.’ Toen de avatara Jezus deze prachtige woorden sprak tot zijn discipelen, deed hij dat om hen te helpen. Als u het Nieuwe Testament leest, zult u zien dat dit gebed, zoals de christenen het noemen, hun werd gegeven om te gebruiken. Het hele gebed is daarom gebaseerd op psychologie en moet vanuit een psychologisch gezichtspunt worden gelezen. Ik bedoel niet de psychologie van de tegenwoordige tijd die weinig meer is dan een soort veredelde fysiologie; maar ik bedoel de psychologie van de grote zieners, de titanische intellecten van alle tijden, met andere woorden, de wetenschap van de menselijke ziel of het tussenliggende deel van de mens; niet de geest en niet het lichaam, maar de ziel.
    Het is een subtiel punt: wist u dat als u beseft dat iets niet goed voor u is en u wilt dat vermijden, een van de beste dingen is, het feit niet alleen onder ogen te zien, maar er in de geest een duidelijk beeld van te vormen? Vaak wekt het afstotelijke van de gedachte of de daad afkeer. Men ziet de verleiding dan in haar juiste proporties. Het is dus nooit het hogere zelf of de innerlijke god, wat de christenen God noemen, die iemand ooit in verleiding brengt. De hogere delen van ons wezen, de innerlijke geest of de god in ons, dringen innerlijk voortdurend bij ons eropaan om het beter te doen en meer te zijn, nieuwe wegen in te slaan, wakker te worden en laksheid af te schudden, te zijn en te handelen. Vaak kan dit prachtige orgaan, het brein, dat echter nog niet volledig is ontwikkeld, de ware betekenis van de vanboven komende inspiratie niet vatten en geeft daarom een vertekend beeld ervan.
    Tegen de achtergrond van deze feiten, die u zijn uiteengezet, is de betekenis van de woorden van de avatara als volgt. Het feit alleen dat u in een opwelling van aspiratie tot uzelf zegt: leid mij niet op paden die heilig schijnen of zijn gehuld in een sluier van die begoochelende kleuren en glorie die ik mij wens; breng mij niet in verzoeking door wat alleen hoog schijnt, maar bevrijd me van deze dingen. Door juist deze gedachten verliest de verleiding alle aantrekkelijkheid. Dan doorziet men de dingen.
    U kent de oude fabel van het wegtrekken van het gewaad dat de ridder misleidde. Hij ziet op zich afkomen waar hij innerlijk hevig naar verlangt; hij wordt beproefd, een ridderlijke test. Zal hij bezwijken voor de verleiding, voor dat waarnaar hij innerlijk vurig schijnt te verlangen? Niemand weet het. Hij wordt beproefd, de beproeving van een ridder. Hij gaat recht op de verleidende begoocheling af, trekt de betoverende sluiers opzij en ziet het gezicht van de dood. Dat is de betekenis.
    Het feit dat Jezus zijn discipelen aanspoort dit tot hun dagelijkse aspiratie te maken, toont aan dat het een psychologische en wezenlijke bescherming voor zijn discipelen betekende; met andere woorden, zij moesten een omheining of muur van gedachten om hun ziel optrekken, zoals psychologen tegenwoordig zouden zeggen.
    De moderne psychologie heeft één waarheid ontdekt, namelijk dat verleidingen tot ons komen door wat de psychologen van deze tijd schizofrenie noemen, een lang en lelijk Grieks woord, dat niet meer betekent dan de goede ouderwetse uitspraak dat een mens vaak innerlijk tegen zichzelf is verdeeld. Schizofrenie wil zeggen gespleten ziel, gespleten persoonlijkheid. Het goede oude gezegde luidt: een ziel is vaak tegen zichzelf verdeeld, of wij zijn het met onszelf oneens.
    Wat is de psychologische betekenis hiervan? Deze: maak uw ziel weer tot één en u zult niet bezwijken. Ieder redelijk mens kent de waarheid hiervan als hij zich aan een onderzoek onderwerpt. We komen in verleiding omdat we toelaten dat ons denken gespleten is; één deel van de ziel verlaagt het andere; en dan beginnen we te schipperen. ‘Kunnen we er niet onderuit?’ Met andere woorden, probeer niet op twee hazen te jagen.
    Als de innerlijke god met zijn heilige licht en liefde eenmaal ons denken, ons brein doorstraalt, wordt schizofrenie een bezoeking uit het verleden. Door te weigeren in onszelf deze mentale verdeeldheid toe te staan, worden we doelbewust; we voelen het goddelijke in ons; en als dat zeer intens gebeurt hebben we een christus of een boeddha. Die zijn onder ons verschenen. Er bestaat geen reden waarom zij zich nu niet zouden vertonen.


Wind van de geest, blz. 211-3

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag