Over genezing

 

Heel zijn en genezen of gezond zijn betekenen hetzelfde; de twee [Engelse] woorden ‘health’ (gezondheid) en ‘wholeness’ (heelheid) komen van dezelfde wortel.
    ‘Uw kennis [Grieks: pistis] heeft u behouden (gezond/heel gemaakt)’ (Lucas 8:48). Gewoonlijk wordt het woord ‘pistis’ vertaald door ‘geloof’ – een woord dat slecht is begrepen. Het betekent innerlijk overtuigd zijn van kosmische waarheden, kennis van ongeziene dingen; en wanneer iemand weet, heeft hij geen verder bewijs nodig. Bewijs betekent dat het denken wordt overtuigd. Als u die overtuiging heeft, acht u bewijs overbodig.
    Wanneer een mens ‘heel’ of ‘volledig’ is, is hij gezond; dan is hij genezen; en dit is, meer dan wat ook, het werk van de Theosophical Society, geestelijk, moreel en intellectueel gezien: mensen ‘heel’ of gezond maken, ervoor zorgen dat elk van de zeven beginselen in de constitutie van de normale mens actief wordt, zodat er een goddelijk vuur door de mens stroomt, door het geestelijke, intellectuele, psychische, astrale en lichamelijke – en wat voor ons mensen het beste van alles is, door het morele, het kind van het geestelijke. Dan zijn we ‘heel’, zijn we gezond, want ons hele wezen is in harmonie.
    Het werk van de Theosophical Society is dus het hart en het denken van de mens zo te veranderen dat zijn leven verandert en dus ook het leven van de volkeren op aarde. Wat betekent dit anders dan genezen aan de wortel, in plaats van het genezen van de symptomen. De goddelijke wijsheid gaat tot de wortel van de ziekte en snijdt die weg; een succesvol theosoof is niet degene die op de boeiendste manier het meest preekt of praat, maar die zijn theosofie in praktijk brengt. ‘Theosoof is hij die theosofisch handelt.’
    U zult zich herinneren, en ik spreek nu over het Nieuwe Testament omdat dit bij westerlingen zo bekend is – dat daarin genezingen worden beschreven verricht door de avatara Jezus. Precies dezelfde verhalen vinden we in alle verschillende wereldreligies of filosofieën van vroeger en nu. Zelfs bij de heidenen in de tempels van Aesculapius kwamen patiënten een nacht slapen en werden genezen, genezen in de ochtend. De algemene omschrijving luidde ‘genezen door de god’. De feitelijke waarheid was: ‘genezen door de innerlijke verandering’, niet de verandering van verstandelijke gedachten, maar een verandering van het leven: een omhoog in plaats van een omlaag gericht leven. De dankbare lijders die nu waren verlost van hun moeilijkheden, brachten ex voto offers aan op de muren van de tempels van Aesculapius, met gebeeldhouwde of gegraveerde afbeeldingen van het genezen deel of de genezen delen – een hoofd, een been, een arm, een lever, een hart en wat al niet, als stomme getuigen of huldeblijken – ‘ik ben genezen’. Zulke dingen gebeuren en hebben altijd en overal plaatsgehad. Dit heeft betrekking op hen die zichzelf genezen door ‘heel’ of volledig te worden, alleen dat.
    Wanneer we het hebben over genezers die anderen beïnvloeden, is dat een andere zaak; en als die genezing totstandkomt door de overdracht van levenskracht van een gezond en rein lichaam, door een man of vrouw met gezonde en zuivere gedachten, is dat goed en kan het geen kwaad. In het Nieuwe Testament staat dat meester Jezus zei: ‘Kracht is van mij uitgegaan’. Het Griekse woord is hier dunamis dat kracht of macht betekent. In de Engelse tekst staat het woord ‘virtue’ dat etymologisch vrijwel correct is omdat het dezelfde betekenis heeft, terwijl het in de moderne toepassing helemaal niet het idee van kracht of macht weergeeft, d.w.z. de levenskracht of vitaliteit die van Jezus uitgaat. Van dit Griekse woord dunamis hebben we in de moderne Europese talen veel woorden, zoals dynamisch, dynamo, dynamiet. ‘Kracht is van mij uitgegaan’ – de vitaliteit, de sympathie wordt overgedragen; en de leraar voelde het verlies. Een genezer kan alleen genezen door van zichzelf te geven; en zie eens hoe prachtig de oude waarheid ook zelfs hier van toepassing is: door van uzelf aan anderen te geven.
    Ik heb mensen met een hart nog harder dan hun hoofd wel eens horen zeggen: ‘Kijk nu eens, een theosoof die ziek is, die een kwaal heeft, die zich ellendig voelt en niet eens een volledige taak in de maatschappij kan verrichten. Dat is zijn karma; hij moet dat uitwerken!’ Natuurlijk, maar zij zijn niet degenen die een ander moeten vertellen wanneer zijn karma is uitgewerkt. Het is onze plicht om te helpen en de genezingsprocessen aan de natuur over te laten; het is afschuwelijk wreed van een ander te zeggen – theosoof of niet – dat, omdat hij ziek is en lijdt, zijn fouten hem hebben achterhaald. Het is waar, maar het is niet aan ons om te oordelen. Laten we nog eens de woorden van meester Jezus in de herinnering terugroepen, nadat hij had genezen door overvloedig geestelijke vitaliteit over te dragen: ‘ga heen en zondig niet meer’ – want uw zonden brachten uw ziekte teweeg.
    Dat we nu lijden bewijst niet dat we de verkeerde daad die het over ons bracht in dit leven hebben verricht. Dat kan vele eeuwen geleden zijn gebeurd en pas in dit leven, waarin de man of vrouw meer dan ooit tevoren de vitaliteit en kracht en gezondheid nodig heeft om verder te gaan, heeft de fout hem achterhaald en deze vorm aangenomen. Leer daaruit de morele les, want uw fout zal u in dit of een volgend leven achterhalen; en het is beter dat de ziekte direct naar buiten komt dan dat ze wordt teruggedrongen en naar buiten komt in een toekomstig leven, waarin u zou willen dat u in uw vorige leven door het gif had geleden, u ervan had bevrijd en ermee had afgerekend.
    Wat mij betreft – en ik spreek voor mezelf – ik zou liever sterven wanneer de ziekte uitbreekt die niet kan worden genezen, dan haar door zwarte magie terug te dringen en op te houden tot een moment in de toekomst waarop ik al mijn kracht en vermogens en gezondheid nodig heb om mijn doel te bereiken. Het is niet aan ons iemand te beoordelen en te zeggen dat hij zijn verdiende loon ontvangt. Op die manier helpen we niet. Het is niet bemoedigend, het is niet vriendelijk, niet grootmoedig en, voorzover we vanuit ons standpunt kunnen weten, is het misschien onwaar. Abstract gesproken is dat wel het geval.
    Hier is nog een andere gedachte. Een chela wordt geen chela op grond van zijn lichaam. Hij wordt een chela als gevolg van de snelle ontwikkeling van de innerlijke mens, de emotionele, mentale en geestelijke delen in hem. Een genie, een gewoon geniaal mens in het menselijk leven, is niet geniaal omdat zijn lichaam geestelijk is ontwikkeld of een betrekkelijk volmaakte fysieke vorm is. Als u de geschiedenis nagaat zult u het bijna verbazingwekkende feit constateren dat de meeste genieën zijn geboren in een zwak en vaak ziekelijk lichaam, soms zelfs gebrekkig of invalide. Maar het is het vlammende vuur van genialiteit in hen dat in feite het lichaam gebrekkig maakte, beroofde van de levenskrachten die het hadden moeten opbouwen en die in de ziel werden verzameld om de ziel te voeden.
    Soms houdt een grove, robuuste lichamelijke gezondheid de innerlijke groei tegen, omdat de fysieke levenskrachten dan zo sterk zijn dat ze als een dikke sluier werken rondom de ziel.


Wind van de geest, blz. 254-7

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag