Hoe kunt u reïncarnatie bewijzen?

 

Hoe kunt u bewijzen dat reïncarnatie een feit is? Dit is een van de meest voorkomende vragen die ons worden gesteld en ik verbaas me altijd erover dat zo’n vraag kan worden gesteld. Verwacht u iets te kunnen bewijzen zoals in een laboratorium, terwijl het daar niet thuishoort?
    Wat is bewijs? Het denken ervan overtuigen dat iets waar is. Dat is bewijs – zo formuleert men het in de rechtszaal en terecht. Wanneer dus het denken door het geleverde bewijsmateriaal niet tot de overtuiging is gekomen dat iets waar is, dan is dat niet bewezen, zelfs al is het misschien wel waar. Ziet u nu niet dat de enige manier om iets bewezen te krijgen is het tot het uiterste te overdenken? Dan raakt u overtuigd; en al heeft u misschien volstrekt ongelijk, toch is dat voor de denkende mens de enige manier om een bewijs te krijgen. Maar verwar een bewijsstuk niet met een bewijs. Ik heb een kwitantie die aangeeft dat een bedrag van duizend dollar is betaald. Bewijst dit dat het geld inderdaad is betaald? Iedere jurist zal u zeggen dat het geen bewijs is. Het is een bewijsstuk dat bijdraagt tot het vaststellen van het mogelijke feit dat er duizend dollar door iemand aan iemand is betaald; maar het kan een vervalsing zijn; die kwitantie is misschien niet een echte kwitantie. Maar als iemand die gedetailleerde omstandigheden over iets hoort, die het ter overweging voorgelegde bewijsmateriaal onderzoekt en analyseert, ervan overtuigd raakt dat X duizend dollar aan Z heeft betaald, dan ondersteunt het bewijsstuk de innerlijke overtuiging en maakt die overtuiging sterker.
    Welnu, hoe kan men iemand wederbelichaming bewijzen? Door een onpartijdig en nadenkend mens ervan te overtuigen dat het de enig mogelijke en bevredigende verklaring is voor het menselijk bestaan. Hoe wordt dat bewijsmateriaal geleverd? Door na te denken. Op deze manier: we zijn hier. We zijn niet allemaal gelijk. We verschillen onderling meer dan de bladeren aan de miljarden bomen op het aardoppervlak. Ieder mens is een eenheid. Hoe kwam die denkende en voelende eenheid op deze aarde? Door God geschapen? Bewijs me dan eerst dat er zoiets als een scheppende God bestaat.
    Hoeveel eenvoudiger en redelijker is de veronderstelling – wat het aanvankelijk schijnt – dat we hier te maken hebben met een denkend, voelend, zelfbewust wezen, dat we nu in dit leven aantreffen. We zien dit wezen in een stadium van wat kennelijk een onvergelijkelijk lange evolutiereis is. Dat is de eerste gedachte. We zijn hier. We zijn niet door een wonder geschapen – door de een of andere buitenkosmische, buitengewoon onrechtvaardige God, die sommige mensen bijna goddelijk maakt en anderen hevig en ellendig laat lijden. U kunt het verstand wel om de tuin leiden en zeggen: ‘Dit zijn zaken die tot de Goddelijke Genade behoren en buiten onze macht liggen’; maar voor iemand die nadenkt is dat geen antwoord en geen bewijs. Zo ontwijkt u de vraag.
    Wat we onder ogen moeten zien is het feit dat we bestaan, dat we onderling heel veel van elkaar verschillen; dat we in onszelf het bewijs van groei constateren. En hoe kan men in één kort leven op aarde alle groei die noodzakelijk is verwezenlijken? Hoe staat het met die arme kinderen die worden geboren en die doodgaan vóór ze de kans krijgen om te groeien? Krijgen die niet nog een kans om terug te komen – de kans om het opnieuw te proberen? We moeten de zaken nemen zoals ze zijn. Ik ben niet iemand om deze geest, die wordt gekenmerkt door harmonie en kosmische recht-vaardigheid, te beschuldigen van onrechtvaardig en partijdig handelen – nooit!
    Een andere gedachte: Wie zijn wij – wij menselijke ego’s met onze prachtige vermogens en gevoelens? Vanwaar komen onze ethische instincten? Een gedachte die de Duitse filosoof Kant ertoe bracht te erkennen dat er goddelijke rechtvaardigheid bestaat, omdat deze ethische instincten, naar het ons toeschijnt, vaak in strijd met de louter zelfzuchtige, persoonlijke mens werken; bijvoorbeeld wanneer iemand zijn leven geeft voor een groot ideaal of voor iemand van wie hij houdt. Daar zit iets goddelijks in. We tonen het goddelijke zelfs in onze constitutie. Zegt dit ons niet dat we in wezen zonen van God zijn, zoals de christenen zouden zeggen; vonken van het goddelijke vuur dat maakt dat het heelal zijn ordelijke gang vervolgt – vonken van die goddelijke harmonie en intelligentie die de vele wonderen om ons heen veroorzaken, in de hemelen of op aarde? Wij zijn in dit heelal omdat we onlosmakelijke delen ervan zijn. We kunnen het nooit verlaten. We horen er thuis. In diepste wezen zijn wij en het heelal identiek. En wat betekent dit, gevormd te zijn uit het materiaal en de essentie ervan? Omdat het eeuwig is, zijn ook wij eeuwig. We zijn even oud als het heelal en blijven bestaan evenals het heelal. Het is feitelijk onszelf in diepste wezen.
    Laten we in gedachten nog wat verder gaan. Omdat er nergens iets toevallig gebeurt, er geen toeval bestaat, maar alleen de onontkoombare werkingen van de kosmische wet, zijn wij mensen, één kleine hiërarchie in die kosmos, hier niet toevallig; daarom heeft onze aanwezigheid hier een bedoeling en die bedoeling is geworteld in het kosmische leven, in de kosmische intelligentie, in de kosmische wet. Het zou volslagen zinloos zijn als wij op deze aarde verschenen voor één kort aards bestaan, om dan te verdwijnen zonder dat het iets goeds oplevert of misschien zonder vergelding voor onze kwalijke daden.
    Waarom zijn we hier op deze aarde? Waarom zijn we nu hier? Waarom leefden er mensen in andere tijden en hoe staat het met de mensen die in de toekomst na ons komen? Waarom zijn die er dan? Dat zijn allemaal zaken van de kosmische wet. Ik verzoek u de gedachtegang te volgen, want we gaan in ons denken van schakel tot schakel. Omdat we hier zijn op grond van de wet en één leven volstrekt onvoldoende is om de doeleinden van het kosmische denken te verwezenlijken, is het duidelijk dat onze aanwezigheid nu een bewijs is voor reïncarnatie. Wat zou ons anders hier hebben gebracht? Welke kosmische geest heeft ons hier neergezet in plaats van op een andere planeet in ons zonnestelsel, of in een stelsel buiten het onze? We zijn hier omdat we hier eerder zijn geweest, omdat we hier de zaden van het lot zaaiden en we komen op deze aarde terug om te oogsten wat we hebben gezaaid. Dit heelal, dat door kosmische wetten wordt geregeerd, staat niet toe dat we maïs of tarwe in het ene land zaaien en drie of vier maanden later naar een ander land reizen om te proberen daar de maïs en de tarwe te oogsten. Waar we het zaad zaaiden, moeten we de oogst binnenhalen. Dat is duidelijk. Dat we hier zijn is voor iemand die helder en logisch van stap tot stap of van gedachte tot gedachte nadenkt al een bewijs voor reïncarnatie. Anders moeten we zeggen dat de kosmische wet ons toevallig hier heeft gebracht. En wie gelooft dat? Als deze wereld door toeval werd geregeerd, zouden we zien dat de sterren in hun banen en alle planeten kriskras door de kosmische ruimte bewegen, niet door wetten gebonden, zonder oorzaak, onordelijk, zonder intelligentie of systeem.
    Dat is uw bewijs. Denk daarover eens na, beredeneer het, ga stapsgewijs en logisch denkend te werk. We zijn hier op deze aarde omdat we hier zaden van het lot, van het leven hebben gezaaid en we komen terug om die te oogsten: om het onrecht dat we in het verleden hebben begaan ongedaan te maken en de beloningen te oogsten van wat we in het verleden hebben gezaaid. Daarom komen we in de toekomst terug om ons opnieuw te belichamen. We maken van onszelf nu wat we in de toekomst zullen worden. We bereiden nu het lot voor dat we in ons volgende leven op aarde zullen krijgen. Ik heb het nu niet over de tussenliggende levensfasen, tussen het ene leven op aarde en het andere. Dat is op zichzelf een wonderlijk verhaal. Ik wijs nu alleen erop dat onder de universele wet alles zich wettig voltrekt, volgens oorzaak en ge-volg, dat betekent dat iedere oorzaak een gevolg voortbrengt dat niet kan worden ontlopen. Als u uw ziel misvormt door kwalijke gedachten en gevoelens, wordt u daardoor geen barmhartige engel. U wordt innerlijk lelijk en misvormd en zal de beloning en vergelding oogsten van wat u uzelf heeft aangedaan.
    Het heelal is bezield en die ziel is voor het heelal wat de ziel van de mens voor hem is. Het fysieke heelal dat we om ons heen zien is slechts het lichaam van het heelal, zoals het menselijk lichaam slechts het lichaam van zijn ziel is; en zowel het fysieke heelal als het menselijk lichaam zijn op slechts zeer onvolkomen wijze de uitdrukking van de goddelijke, geestelijke, intellectuele, psychische, astrale en alle hogere wetten en machten, energieën, krachten en substanties die de onzichtbare werelden in de ruimte zijn.
    Ziet u nu niet hoe wij stap voor stap, door logisch te redeneren, door het instinct en door de dingen zorgvuldig te overdenken, tot de overtuiging komen dat we niet alleen in ons diepste wezen kinderen, afstammelingen van het goddelijke vuur zijn, maar dat we, als vonken van de goddelijke vlam, een evolutionair en cyclisch groeiproces doormaken en voortdurend vorderen van het lagere naar het hogere, zoals een kind wordt geboren en van het onbewuste kinderstadium opgroeit tot een denkend en voelend mens met ethische instincten?
    Denk daarom op die wijze door en dan zult u nooit meer iemand de vraag stellen: bewijs me dat er reïncarnatie is of bestaat. U zult zelf het bewijs ervoor bezitten.


Wind van de geest, blz. 289-93

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag