Reïncarnatie in de Afrikaanse traditionele religie
Andrew Rooke

 

Universaliteit is stellig één sleutel waarover we beschikken om de zuiverheid van een leer te toetsen. Over de hele wereld vinden we een vast geloof in een spirituele werkelijkheid achter de verwarring van het dagelijks bestaan, hoewel het begrip van de exacte aard van het verband tussen de sferen van geest en stof enorm verschilt. In de meeste gevallen gaat men uit van de gedachte dat de beide beginselen door een stroom van bewustzijn worden verbonden. In veel religies en filosofieën wordt deze verbindende stroom voorgesteld als een zich voortdurend manifesterende eb en vloed ‘geboorte’ in de ene wereld, die ‘dood’ betekent in de andere terwijl het bewustzijnsbeginsel eeuwig blijft voortbestaan.

Dit geloof in periodieke wederbelichaming of reïncarnatie is natuurlijk een centraal thema van vele Oosterse religies. In de tempels van India en ook onder het volk wordt het aanvaard als een van de ‘eeuwige wegen’ van de natuur. In China en Japan spreken de taoïstische en Zen-meesters erover in hun esoterische leringen. Tot de filosofen van het Westen die het in de oudheid onderwezen, behoorden Plato en Pythagoras, de kerkvaders Origenes en Clemens Alexandrinus, en in meer recente tijden hield reïncarnatie het denken bezig van Goethe, Leibniz en Schopenhauer en inspireerde het het dichterlijk genie van Wordsworth, Masefield, Whitman en Browning.

Dat reïncarnatie een essentieel leerstuk is van vele traditionele Afrikaanse religieuze stelsels en filosofieën, wordt echter niet algemeen beseft. Het geloof in wedergeboorte wordt vermeld bij volkeren verspreid over het hele enorme continent: Akamba (Kenia), Akan (Ghana), Lango (Oeganda), Luo (Zambia), Ndebele (Zimbabwe), Sebei (Oeganda), Yoruba (Nigeria), Shona (Zimbabwe), Nupe (Nigeria), Illa (Zambia), en vele andere. Er bestaat natuurlijk een grote verscheidenheid in het begrip van de processen van wedergeboorte: het geloof erin varieert van een ‘gedeeltelijke’ reïncarnatie van een voorouder in één of meerdere individuen strikt binnen dezelfde familie, tot dat van een eindeloze cyclus van wedergeboorten, verbonden met de gedachte aan zuivering en verfijning van de innerlijke natuur.

Omdat er eindeloze graden van begrippen bestaan is reïncarnatie bekend onder vele namen: onder de Yoruba’s van Nigeria wordt op verschillende wijzen op wedergeboorte gezinspeeld, waaronder Yiya omo, vertaald als het ‘uitbotten van een tak’ of ‘omkeren om een kind te zijn’, en A-tun-wa, ‘een wederkomst’. De Aboh sprekende volkeren van de Ibo stammen in Nigeria spreken over Inua uwe, of ‘terugkeren tot leven’, omdat zij geloven dat de dood slechts het einde is van één leven en een poort naar een ander; de mens moet herboren worden, want reïncarnatie is een spirituele noodzakelijkheid.

De oude theosofie die ten grondslag ligt aan de traditionele Afrikaanse religies, blijkt nog duidelijker als we delven in hun fascinerende ingewikkelde interpretaties van de leer van wedergeboorte. Er schijnt een algemeen geloof onder hen te bestaan dat de golf van menselijke zielen in een bepaalde wereldperiode beperkt in aantal is; daarom is reïncarnatie alleen maar logisch. Het Illa volk van zuidelijk Zambia gelooft bijvoorbeeld dat er in de dageraad van de openbaring een bepaald aantal geesten werd geschapen die een lichaam ontvingen. Wanneer het lichaam in de loop van het leven verslijt, leeft de geest verder in zijn eigen sfeer van bewustzijn en laat op de juiste tijd een nieuw lichaam voor zich gereedmaken. Hiermee verbonden is het geloof in de onvermijdelijkheid van wedergeboorte voor de meerderheid van de mensheid, met slechts twee uitzonderingen die door de Illa ouderen worden genoemd – de mizhimo of ‘stamgoden’, en die onfortuinlijke individuen waarvan de spirituele evolutie op de een of andere manier door tovenaars is onderbroken. Het Illa volk gelooft ook dat de reïncarnerende geest geslachtloos is en zich kan manifesteren in het lichaam van een man of van een vrouw, ongeacht het geslacht van het individu in een vorig leven. Zij beweren, in overeenstemming met de esoterische leringen van vele andere religieuze tradities, dat de incarnerende geest, het ware Zelf van ieder individu, aan het nieuwgeboren kind geen herinnering verschaft aan vorige levens in de werelden van geest of stof. Tijdens het leven bezielt de geest het lichaam, maar wordt zelf niet bezoedeld door de wisselvalligheden van het dagelijks bestaan. Dit doet denken aan de oude Griekse mythen over de rivier de Lethe of Vergetelheid in de Onderwereld, waarvan degenen die op het punt stonden te reïncarneren, een zekere hoeveelheid dronken, wat hen hun vorig bestaan deed vergeten.

Diep verscholen in deze overleveringen kunnen we de verborgen mechanismen van de natuur en de eeuwige eb en vloed van de openbaring onderscheiden, zoals die in de tradities van volkeren over de hele wereld worden beschreven. In De geheime leer lezen we bijvoorbeeld dat het aantal wezens binnen een bepaalde levenssfeer in een bepaalde tijd beperkt is om karmische redenen. Voor de grote meerderheid van de mensheid die, gevangen in de wereld van de stoffelijke bekoringen, worstelt om het ware zelfbewustzijn van de innerlijke spirituele natuur te verwerven, is reïncarnatie inderdaad een noodzakelijkheid. Terwijl lichamen die geschikt zijn voor de verschillende fasen van evolutie verslijten, gaat het eeuwige spirituele Zelf van ieder individu voort van geboorte naar geboorte, en bekleedt het zich met het geschikte voertuig waardoor het zijn potentiële mogelijkheden tot uitdrukking kan brengen, zoals deze zich door de ervaringen van vele levens heen hebben ontwikkeld. De enige uitzonderingen op deze ‘cyclus der noodzakelijkheid’, zijn wezens die, door voortdurend te streven naar de hogere werkelijkheden, aan de eindeloze kringloop van reïncarnatie zijn ontsnapt en, voor ons, als goden zijn geworden, en aan de tegengestelde pool degenen die bewust de natuurwet van spirituele evolutie hebben overtreden. Zoals de Illa leiders het ons op hun eigen manier vertellen, zoekt het spirituele Zelf manifestatie in een lichaam van het ene of het andere geslacht, op verschillende tijden van zijn lange reis, en heel weinig wezens zijn vrij van de voortdurende gang van wedergeboorten.

Evenals in andere religieuze tradities, zijn de bijzonderheden van de Afrikaanse leringen omtrent de belichaming van het spirituele Zelf gehuld in mysteriën. We weten echter wel dat veel Afrikaanse volkeren geloven in de samengestelde natuur van de mens, op een manier die merkwaardig veel weg heeft van de meer bekende religieuze leringen van het Verre en Nabije Oosten. De oude Egyptenaren waren van oordeel dat de mens uit negen delen bestaat, variërend van het stoffelijk lichaam khat, tot de woonplaats van de spirituele natuur sahu. De oude joodse leringen van de kabbala spreken over de mens als een tienvoudige entiteit, en de esoterische tradities van India, die veel termen van de moderne theosofie leverden, spreken afwisselend van vier, vijf, of zeven aspecten of delen. Al deze tradities zijn het erover eens dat het alleen de onsterfelijke essentie van de menselijke natuur is die eeuwig voortduurt, terwijl de meer stoffelijke ‘lichamen’ bij de dood uiteenvallen, wanneer de levenskracht wordt teruggetrokken.

In de tabel op de volgende bladzijde, die de overleveringen van vier Afrikaanse volkeren vergelijkt met de theosofische leringen betreffende de samengestelde natuur van de mens, worden opmerkelijke parallellen direct duidelijk. Alle zien een spiritueel lichaam (een levensessentie of ‘levensadem’) aan de ene kant, met gradaties via hart-ziel, mentaal lichaam of wil, en levensbeginsel tot aan de ‘schaduw’ en het stoffelijk lichaam als de lagere voertuigen. In alle vier voorbeelden wordt het reïncarnerende ego beschouwd als de spirituele essentie, die na de dood in zijn eigen sferen van bestaan verblijft en gedurende het aardse leven de meer materiële ‘lichamen’ bezielt.

Onder de Yoruba van Nigeria wordt dit proces begrepen in de beperkte zin van de okan of ‘hart-ziel’ van een voorvader, die streeft naar manifestatie onder zijn eigen afstammelingen. Het is niet duidelijk in welk verband de emin of het ‘spirituele lichaam’ staat tot het proces, hoewel het gewoonlijk door de Yoruba wordt gezien als de uiteindelijke zetel van het leven. In de Nupe (Nigeria) traditie is het de kuci of ‘persoonlijke ziel’, die bij de geboorte het kind van de afstammelingen zou bezielen, Men meent dat de kuci terugkeert naar Soko (God) voor een bepaalde periode voorafgaande aan de reïncarnatie, en de Nupe stamleden illustreren de onvermijdelijkheid van het proces van wedergeboorte door de reis van de kuci na de dood te vergelijken met het pad van een steen die in de lucht wordt geworpen: vroeg of laat moet hij ergens neerkomen! De rayi of ‘levensessentie’ wordt naar men zegt bij de dood weer opgenomen in het voortgaande proces van schepping en schenkt leven aan de reïncarnerende entiteit zonder daadwerkelijk het stoffelijk lichaam binnen te treden. Van de moza of ‘levensadem’ van de Illa wordt gezegd dat ze het lichaam bezielt op een manier die overeenkomt met de bijbelse mythen.

De innerlijke constitutie van de mens zoals afgeschilderd door
verschillende Afrikaanse overleveringen en in de theosofische leringen
Theosofie Yoruba (Nigeria) Nupe (Nigeria) Illa (Zambia) Lozi (Zambia)

Atman: spirituele essentie

Buddhi: meedogende natuur

Manas: denk-beginsel

Kama: begeerte-beginsel

Prana: levensbeginsel

Lingasarira: astraal dubbel

Sthulasarira: stoffelijk lichaam

Emin: spiritueel lichaam

Okan: hart-ziel

Iye: mentaal lichaam

Ojiji: ‘schaduw’

Ara: stoffelijk lichaam

Rayi: levensessentie

Kuci: persoonlijke ziel

Fifingi: ‘schaduw’

Naka: stoffelijk lichaam

Moza of Muwo ‘levensadem’

Mozo: hart, wil, bedoelingen

Shiu en Bash-impulukutwi: hart, ziel, levensbeginsel

Izhina: ‘naam’ letterlijk ‘persoonlijkheid’

Musedi Chinguhule: dubbel ‘schaduw’

Moyoo: ziel

Mulimu: emanatie

Mubiti of Situpu: ‘omhulsel’

Silumba: dubbel


Zoals iedere dag uitdagingen brengt die in grove lijnen door vroegere ervaringen zijn voortgebracht en die met het verstrijken van de jaren het karakter vormen en louteren, zo wordt reïncarnatie in veel religieuze tradities afgeschilderd als de manier waarop de natuur de spirituele essentie in het hart van ieder wezen tot groter zelfbewustzijn brengt, door middel van het vuur van de stoffelijke ervaringen. De zuivering en loutering van de innerlijke natuur van de mens door myriaden van levens, ligt als een spirituele noodzaak in het centrum van sommige Afrikaanse tradities inzake reïncarnatie. Dit is in het bijzonder het geval onder het Akan volk van Ghana, dat over wedergeboorte spreekt als iets essentieels, zodat ieder mens zijn of haar volledige potentieel van mededogen kan bereiken:

Het is als een man die een emmer in een diepe put laat zakken. Het gewicht van de emmer, als die uit de put omhoog wordt gehaald, zal vertellen of de emmer vol water is of niet. Voelt men dat hij licht is en niet vol, dan gaat de emmer weer omlaag . . . totdat het gewicht de man verzekert dat de emmer vol is. Zo is het met het komen en teruggaan van de ziel in de bron. Hij wordt niet opgetrokken en in dienst genomen van de bron voordat zijn emmer of nkrabea [individuele essentie of bestemming, geschonken door Nyankopan, een aspect van God] geheel is gevuld met het goede – voordat de bestemming van de ziel volledig is gerealiseerd. En dan is het een vreugdevolle thuiskomst voor de geheel geïntegreerde ziel. De terugkeer van een ziel op aarde is dus niet als een veroordeelde misdadiger die gehangen moet worden, maar meer als een klein kind gereed om meer te leren en zich te verbeteren.
     – The Akan Doctrine of God, blz. 82

Als een gouden draad, verborgen in het grove weefsel van de menselijke ervaringen, kan – als men maar ijverig zoekt – de werkelijkheid van de innerlijke spirituele natuur van de mens, zoals die door de oude wijsheid wordt verkondigd, worden aangetroffen in de religieuze filosofieën over de hele wereld. De geheime leringen over de eb en vloed van de spirituele manifestatie in de stof, waarover eens fluisterend werd gesproken in de zalen van de mysteriescholen van Azië, Europa en de Amerika’s, vinden hun weerklank in het gedempte gezang van de ouderen bij de flikkerende vuurgloed tijdens een inwijdingsceremonie ergens in het hart van Afrika.

 

Bibliografie

  • Chegwe, Austin Onwuka, ‘Reincarnation; a socio-religious phenomenon among the Ibo-speaking Riverines of the Lower Niger,’ Cahiers des Religions Affricanes, deel 7, nr. 13, 1973, blz. 113-37.
  • Danquah, J.B., The Akan Doctrine of God: a Fragment of Gold Coast Ethics andReligion, Frank Cass, Londen, 1968.
  • Idowu, E.B., Olodumare; God in Yoruba belief, Longmans, Londen, 1962.
  • Mbiti, John S., African religions and philosophy, Heinemann, Londen, 1969.
  • Nadel, S.F., Nupe religion, Kegan Paul, Londen, 1954.
  • Smith, E.W., and Dale, A.M., The Illa speaking peoples of Northern Rhodesia (2 delen), Macmillan, Londen, 1920.
 
Oude culturen/beschavingen en hun spirituele tradities: Afrika
 

Uit het tijdschrift Sunrise feb 1981

© 1981 Theosophical University Press Agency