Wetenschappers die de verschijnselen van de slaap onderzoeken, bestuderen
al jaren vrijwilligers in ‘slaaplaboratoria’ en gebruiken
de elektro-encefalograaf om hersengolfpatronen te meten in verschillende
stadia van de slaap. Voorafgaand aan het inslapen nemen de hersengolven
van de proefpersoon het karakteristieke alpha ritme aan, dat
langzamer en regelmatiger is dan in de waaktoestand. Tijdens het inslapen
wordt de werking van hart en longen trager, de lichaamstemperatuur daalt
en de elektrische hersenimpulsen verminderen, wat gepaard gaat met een
toename in voltage. De tweede fase van de slaap geeft duidelijke ‘spoelen’
te zien op een grafiek die geleidelijk via een derde fase plaatsmaken
voor grote, trage golven, het delta patroon van het vierde
stadium, de droomloze vergetelheid. Mensen die van hun slaap worden
beroofd, krijgen te kampen met mentale stoornissen en hallucinaties;
bij hun eerste gelegenheid om te slapen, brengen zij bijna hun gehele
tijd door in deze vierde fase van ‘onbewustheid’ en slaan
zelfs de droomtoestand over.
Normaal wordt de delta toestand met tussenpozen van ongeveer
negentig minuten onderbroken door een terugkeer, via de verschillende
trappen, naar de waaktoestand waarin de proefpersoon, in plaats van
te ontwaken, droomt, terwijl de ogen onder de gesloten oogleden snel
bewegen. Als hij wordt gewekt, zal hij zich zijn dromen herinneren,
die hij anders gewoonlijk tegen de morgen zou zijn vergeten. Het is
opmerkelijk dat kinderen ongeveer de helft van hun tijd in deze REM
toestand (rapid eye movement: snelle oog beweging) doorbrengen, terwijl
te vroeg geboren baby’s hun hele eerste levensperiode dromend
kunnen doorbrengen. De vraag rijst: Waarover kunnen zij dromen? De REM
toestand is symptomatisch voor een toestand die heel dicht bij het lichamelijk
bewustzijn ligt. De slaper is verdiept in die schaduwachtige, schijnbaar
materiële wereld die zich zowel ‘boven’ als ‘onder’
het gebied van waarneming in de waaktoestand uitstrekt – het ‘astrale
licht’, de geheugenbank van de natuur. Is het mogelijk dat de
pasgeborene, die op het punt staat zijn bewustzijn te openen voor wat
wij leven noemen, hier een vorming ondergaat, terwijl het brein wordt
voorbereid op zijn toekomstige functies? Men zou verder kunnen speculeren
over het geleidelijk betrokken worden van de nieuwaangekomene in zijn
eigen eerder geschapen karmische omstandigheden: het door magnetische
aantrekking verzamelen van enkele elementen die hij aan het eind van
een vroeger leven achterliet en die nu deze nieuwe gelegenheid voor
verdere groei en ontwikkeling afwachten onder de bescherming van het
zich wederbelichamende ego.
Zoals de stoffelijke wereld een zichtbare dwarsdoorsnede is van een
oneindig terrein van leven, zo is de vorm die wij in deze sfeer gebruiken
een knooppunt op de eindeloze draad van bewustzijn waarlangs ons bewustzijnscentrum
zich beweegt: als wij dat willen en geleid door begeerte kunnen wij
ons misschien in peilloze nachtmerrie-werelden storten of opstijgen
naar glorierijke visioenen die het wezen van ons bestaan betreffen.
Zoals een toon op een vioolsnaar wordt bepaald door het punt van de
vingerdruk, zo luistert ons waarnemen naar de trillingen die wij overeenkomstig
onze natuurlijke aantrekking kiezen. Wij hebben toegang tot vele gebieden,
vanaf de extase van het ware geestelijke inzicht tot het bezig zijn
met alledaagse dingen; elk betreft een deel van onze natuur dat daaraan
verwant is. Wij worden ons er vaak van bewust dat deze verschillende
bewustzijnsgebieden tegelijk werken; soms weten we in een droom dat
we slapen, en het gebeurt vaak dat onze aandacht gelijktijdig op vele
gebieden actief is – we praten met een vriend terwijl we autorijden
en denken tegelijk aan heel iets anders.
Onderzoekers hebben in hun slaaplaboratoria aangetoond dat zowel de
waak- als de droomtoestand een registratie van hersengolven te zien
geeft die betrekkelijk onregelmatig zijn, van lage voltage en geconcentreerd
in een beperkt gebied. De lange trage golven van de diepe slaap zijn
van een hoger voltage en verspreid over de hele hersenen, alsof de mens
uit een energiebron in hemzelf put, waarvan de tragere, krachtiger vibraties
door de hele constitutie weerklinken en alle delen van het menselijk
wezen voeden. Net als een hoog voltage voor huishoudelijk gebruik met
een transformator moet worden omgezet in een lager voltage, zo moet
ook de centrale geestelijke kracht tot een lager voltage worden getransformeerd
dat het stoffelijk organisme kan verdragen.
De hindoes noemen vier toestanden van bewustzijn: waken (jagrat);
dromen (svapna); diepe slaap (sushupti) waarvan we
de dromen niet kunnen herinneren; en de vierde of hoogste toestand (turiya)
is zo subliem dat hij in zijn volheid alleen kan worden bereikt door
de geestelijk volwassene die volledig bewust door deze verschillende
stadia kan heengaan, een toestand die ongetwijfeld in een verre toekomst
voor de hele mensheid normaal zal worden.
Wij hebben dus toegang tot vele gebieden van bewustzijn; een deel van
ons is thuis in elk van de sferen die we in de slaap bezoeken. Het bezoeken
van deze innerlijke gebieden is even normaal als ademhalen, want de
geest verblijft dan in zijn natuurlijke omgeving, terwijl de ‘batterijen’
van het lichaam worden opgeladen en het evenwicht wordt hersteld. Wanneer
het lichaam te zijner tijd verslijt en zijn batterijen het opladen niet
langer verdragen, wordt het zelf bevrijd van zijn stoffelijk omhulsel
en kan weer een stap vooruit doen op zijn eeuwige reis naar volmaking.