De slaap, een pseudo-dood
Elsa-Brita Titchenell

 

Wetenschappers die de verschijnselen van de slaap onderzoeken, bestuderen al jaren vrijwilligers in ‘slaaplaboratoria’ en gebruiken de elektro-encefalograaf om hersengolfpatronen te meten in verschillende stadia van de slaap. Voorafgaand aan het inslapen nemen de hersengolven van de proefpersoon het karakteristieke alpha ritme aan, dat langzamer en regelmatiger is dan in de waaktoestand. Tijdens het inslapen wordt de werking van hart en longen trager, de lichaamstemperatuur daalt en de elektrische hersenimpulsen verminderen, wat gepaard gaat met een toename in voltage. De tweede fase van de slaap geeft duidelijke ‘spoelen’ te zien op een grafiek die geleidelijk via een derde fase plaatsmaken voor grote, trage golven, het delta patroon van het vierde stadium, de droomloze vergetelheid. Mensen die van hun slaap worden beroofd, krijgen te kampen met mentale stoornissen en hallucinaties; bij hun eerste gelegenheid om te slapen, brengen zij bijna hun gehele tijd door in deze vierde fase van ‘onbewustheid’ en slaan zelfs de droomtoestand over.

Normaal wordt de delta toestand met tussenpozen van ongeveer negentig minuten onderbroken door een terugkeer, via de verschillende trappen, naar de waaktoestand waarin de proefpersoon, in plaats van te ontwaken, droomt, terwijl de ogen onder de gesloten oogleden snel bewegen. Als hij wordt gewekt, zal hij zich zijn dromen herinneren, die hij anders gewoonlijk tegen de morgen zou zijn vergeten. Het is opmerkelijk dat kinderen ongeveer de helft van hun tijd in deze REM toestand (rapid eye movement: snelle oog beweging) doorbrengen, terwijl te vroeg geboren baby’s hun hele eerste levensperiode dromend kunnen doorbrengen. De vraag rijst: Waarover kunnen zij dromen? De REM toestand is symptomatisch voor een toestand die heel dicht bij het lichamelijk bewustzijn ligt. De slaper is verdiept in die schaduwachtige, schijnbaar materiële wereld die zich zowel ‘boven’ als ‘onder’ het gebied van waarneming in de waaktoestand uitstrekt – het ‘astrale licht’, de geheugenbank van de natuur. Is het mogelijk dat de pasgeborene, die op het punt staat zijn bewustzijn te openen voor wat wij leven noemen, hier een vorming ondergaat, terwijl het brein wordt voorbereid op zijn toekomstige functies? Men zou verder kunnen speculeren over het geleidelijk betrokken worden van de nieuwaangekomene in zijn eigen eerder geschapen karmische omstandigheden: het door magnetische aantrekking verzamelen van enkele elementen die hij aan het eind van een vroeger leven achterliet en die nu deze nieuwe gelegenheid voor verdere groei en ontwikkeling afwachten onder de bescherming van het zich wederbelichamende ego.

Zoals de stoffelijke wereld een zichtbare dwarsdoorsnede is van een oneindig terrein van leven, zo is de vorm die wij in deze sfeer gebruiken een knooppunt op de eindeloze draad van bewustzijn waarlangs ons bewustzijnscentrum zich beweegt: als wij dat willen en geleid door begeerte kunnen wij ons misschien in peilloze nachtmerrie-werelden storten of opstijgen naar glorierijke visioenen die het wezen van ons bestaan betreffen. Zoals een toon op een vioolsnaar wordt bepaald door het punt van de vingerdruk, zo luistert ons waarnemen naar de trillingen die wij overeenkomstig onze natuurlijke aantrekking kiezen. Wij hebben toegang tot vele gebieden, vanaf de extase van het ware geestelijke inzicht tot het bezig zijn met alledaagse dingen; elk betreft een deel van onze natuur dat daaraan verwant is. Wij worden ons er vaak van bewust dat deze verschillende bewustzijnsgebieden tegelijk werken; soms weten we in een droom dat we slapen, en het gebeurt vaak dat onze aandacht gelijktijdig op vele gebieden actief is – we praten met een vriend terwijl we autorijden en denken tegelijk aan heel iets anders.

Onderzoekers hebben in hun slaaplaboratoria aangetoond dat zowel de waak- als de droomtoestand een registratie van hersengolven te zien geeft die betrekkelijk onregelmatig zijn, van lage voltage en geconcentreerd in een beperkt gebied. De lange trage golven van de diepe slaap zijn van een hoger voltage en verspreid over de hele hersenen, alsof de mens uit een energiebron in hemzelf put, waarvan de tragere, krachtiger vibraties door de hele constitutie weerklinken en alle delen van het menselijk wezen voeden. Net als een hoog voltage voor huishoudelijk gebruik met een transformator moet worden omgezet in een lager voltage, zo moet ook de centrale geestelijke kracht tot een lager voltage worden getransformeerd dat het stoffelijk organisme kan verdragen.

De hindoes noemen vier toestanden van bewustzijn: waken (jagrat); dromen (svapna); diepe slaap (sushupti) waarvan we de dromen niet kunnen herinneren; en de vierde of hoogste toestand (turiya) is zo subliem dat hij in zijn volheid alleen kan worden bereikt door de geestelijk volwassene die volledig bewust door deze verschillende stadia kan heengaan, een toestand die ongetwijfeld in een verre toekomst voor de hele mensheid normaal zal worden.

Wij hebben dus toegang tot vele gebieden van bewustzijn; een deel van ons is thuis in elk van de sferen die we in de slaap bezoeken. Het bezoeken van deze innerlijke gebieden is even normaal als ademhalen, want de geest verblijft dan in zijn natuurlijke omgeving, terwijl de ‘batterijen’ van het lichaam worden opgeladen en het evenwicht wordt hersteld. Wanneer het lichaam te zijner tijd verslijt en zijn batterijen het opladen niet langer verdragen, wordt het zelf bevrijd van zijn stoffelijk omhulsel en kan weer een stap vooruit doen op zijn eeuwige reis naar volmaking.

 

Uit het tijdschrift Sunrise feb 1981

© 1981 Theosophical University Press Agency