Niet lang geleden hadden enkelen van ons een gesprek toen een jongeman
van Jamaica vroeg: ‘Hoe kan men een beter mens worden?’
Hij zei: ‘Als we om ons heen kijken en ook nagaan wat de mens
heeft gedaan in de eeuwen die achter ons liggen, dan zien we niets anders
dan oorlogen, moord en wreedheid. Het lijkt wel of de mens gedoemd is
zichzelf te vernietigen, het slachtoffer te worden van duistere en zelfzuchtige
krachten in het leven. Wanneer horen we iets over positieve waarden?’
Hij vervolgde met klachten die zijn achtergrond betreffen en de wedijver
die hij op school het hoofd moest bieden. ‘Maar,’ zei hij,
‘op een dag vroeg ik een vriend hoe hij het klaarspeelde zo vredig
en kalm te zijn, waarop deze zei ‘omdat ik heb geleerd mijzelf
te accepteren.’ Dit was voor mij een nieuwe gedachtegang en ik
begon veel dingen met andere ogen te bezien.’
Onszelf accepteren, ons totale wezen, en aanhoudend proberen de werkelijkheid
van binnen te ontdekken, zonder te willen zijn als een ander, of nog
erger, zonder een ander te willen overtreffen, is een goed uitgangspunt.
Het is duidelijk dat het streven anderen te evenaren of te overtreffen
alle grenzen van redelijkheid en gezond verstand heeft overschreden.
In een poging vooruit te komen, zijn velen geneigd andere mensen onder
de voet te lopen om hun doel te bereiken. Zo’n houding berooft
de mens van zijn ingeboren waardigheid en negeert de morele en ethische
beginselen die tot de menselijke staat behoren.
‘Zoals een mens in zijn hart denkt, zo is hij.’ We zijn
wat we denken. We zijn ook wat we denken te zijn. En daarom
kunnen we zijn wat we weten dat we zijn, diep in onszelf,
want in ons is alle wijsheid van het heelal. Wij kunnen een ander niet
overtuigen, maar het is alle moeite waard te proberen onszelf ervan
te overtuigen dat het leven net zo positief en hoopvol is als wij het
maken. Wat we ook mogen denken en hoe we mentaal ook trachten het feit
te ontkennen of te negeren, we zijn er in de allereerste plaats op uit
die zielegrootheid te vinden en ten slotte te worden, die we in ons
hoogste aspect zijn, en het pad naar onze innerlijke zon te begrijpen
en te volgen. Het wonder van dit streven is dat ieder van ons zijn eigen
pad is, terwijl hij probeert de spirituele bestemming te vervullen die
we allen gemeen hebben. Hebt u wel eens de lichtbaan op zee gezien als
de zon ondergaat? Dit wijst op een paradoxale waarheid: als u langs
het strand wandelt, merkt u dat die baan van licht in uw richting loopt
en u blijft volgen als u verder gaat. Toch ziet iedereen dezelfde gouden
baan vanaf het punt waar men zich bevindt.
Wat een opwekkende gedachte is het dat het zonlicht van de waarheid
in ons is, en dat we ieder ogenblik de kracht van het goddelijke in
ons leven kunnen oproepen en zo onze gedachten en daden kunnen veredelen.
Zoals we uit talloze voorbeelden van innerlijke menselijke triomf kunnen
leren, is geen last te zwaar als we de juiste houding kunnen bewaren,
en daarin schieten we natuurlijk vele malen tekort. De invloeden en
eisen van de maatschappij geven ons vaak het gevoel een mier te zijn
die straks wordt verpletterd maar, zoals iemand terecht zei: ‘Wat
is er verkeerd aan op een mier te lijken? Een mier kan een last dragen
die vele malen groter is dan hijzelf.’ Ieder van ons heeft een
innerlijke grootheid die ver uitgaat boven alles wat er met ons of om
ons heen gebeurt, en een onoverwinnelijke geest die niemand kan vernietigen.
Geheel onverwacht gebeuren dingen langs het levenspad die het geloof
in de goedheid van de mensheid versterken. Enige tijd geleden noemde
een televisiecommentator mededogen, eerlijkheid, bescheidenheid en onzelfzuchtigheid
als de kenmerken van ware grootheid. Zijn woorden waren boeiend in hun
eenvoud en optimisme. Hij vertelde van een blinde meubelmaker die, door
het gevoel in zijn handen, prachtige dingen maakt welke de toets van
het beste kunnen doorstaan. Dat vraagt volharding, optimisme en de juiste
innerlijke houding. De commentator besloot met de gedachte dat grootheid
weinig of niets heeft te maken met het bereiken van de top; er zijn
slechte mensen die in de algemene belangstelling staan, en goede –
goed om wat zij innerlijk zijn – van wie de wereld nooit hoort.
Deze onopvallende mensen, met hun innerlijke adeldom en standvastigheid,
zijn de echte helden.