Onszelf accepteren
Ingrid Van Mater

 

Niet lang geleden hadden enkelen van ons een gesprek toen een jongeman van Jamaica vroeg: ‘Hoe kan men een beter mens worden?’ Hij zei: ‘Als we om ons heen kijken en ook nagaan wat de mens heeft gedaan in de eeuwen die achter ons liggen, dan zien we niets anders dan oorlogen, moord en wreedheid. Het lijkt wel of de mens gedoemd is zichzelf te vernietigen, het slachtoffer te worden van duistere en zelfzuchtige krachten in het leven. Wanneer horen we iets over positieve waarden?’ Hij vervolgde met klachten die zijn achtergrond betreffen en de wedijver die hij op school het hoofd moest bieden. ‘Maar,’ zei hij, ‘op een dag vroeg ik een vriend hoe hij het klaarspeelde zo vredig en kalm te zijn, waarop deze zei ‘omdat ik heb geleerd mijzelf te accepteren.’ Dit was voor mij een nieuwe gedachtegang en ik begon veel dingen met andere ogen te bezien.’

Onszelf accepteren, ons totale wezen, en aanhoudend proberen de werkelijkheid van binnen te ontdekken, zonder te willen zijn als een ander, of nog erger, zonder een ander te willen overtreffen, is een goed uitgangspunt.

Het is duidelijk dat het streven anderen te evenaren of te overtreffen alle grenzen van redelijkheid en gezond verstand heeft overschreden. In een poging vooruit te komen, zijn velen geneigd andere mensen onder de voet te lopen om hun doel te bereiken. Zo’n houding berooft de mens van zijn ingeboren waardigheid en negeert de morele en ethische beginselen die tot de menselijke staat behoren.

‘Zoals een mens in zijn hart denkt, zo is hij.’ We zijn wat we denken. We zijn ook wat we denken te zijn. En daarom kunnen we zijn wat we weten dat we zijn, diep in onszelf, want in ons is alle wijsheid van het heelal. Wij kunnen een ander niet overtuigen, maar het is alle moeite waard te proberen onszelf ervan te overtuigen dat het leven net zo positief en hoopvol is als wij het maken. Wat we ook mogen denken en hoe we mentaal ook trachten het feit te ontkennen of te negeren, we zijn er in de allereerste plaats op uit die zielegrootheid te vinden en ten slotte te worden, die we in ons hoogste aspect zijn, en het pad naar onze innerlijke zon te begrijpen en te volgen. Het wonder van dit streven is dat ieder van ons zijn eigen pad is, terwijl hij probeert de spirituele bestemming te vervullen die we allen gemeen hebben. Hebt u wel eens de lichtbaan op zee gezien als de zon ondergaat? Dit wijst op een paradoxale waarheid: als u langs het strand wandelt, merkt u dat die baan van licht in uw richting loopt en u blijft volgen als u verder gaat. Toch ziet iedereen dezelfde gouden baan vanaf het punt waar men zich bevindt.

Wat een opwekkende gedachte is het dat het zonlicht van de waarheid in ons is, en dat we ieder ogenblik de kracht van het goddelijke in ons leven kunnen oproepen en zo onze gedachten en daden kunnen veredelen. Zoals we uit talloze voorbeelden van innerlijke menselijke triomf kunnen leren, is geen last te zwaar als we de juiste houding kunnen bewaren, en daarin schieten we natuurlijk vele malen tekort. De invloeden en eisen van de maatschappij geven ons vaak het gevoel een mier te zijn die straks wordt verpletterd maar, zoals iemand terecht zei: ‘Wat is er verkeerd aan op een mier te lijken? Een mier kan een last dragen die vele malen groter is dan hijzelf.’ Ieder van ons heeft een innerlijke grootheid die ver uitgaat boven alles wat er met ons of om ons heen gebeurt, en een onoverwinnelijke geest die niemand kan vernietigen.

Geheel onverwacht gebeuren dingen langs het levenspad die het geloof in de goedheid van de mensheid versterken. Enige tijd geleden noemde een televisiecommentator mededogen, eerlijkheid, bescheidenheid en onzelfzuchtigheid als de kenmerken van ware grootheid. Zijn woorden waren boeiend in hun eenvoud en optimisme. Hij vertelde van een blinde meubelmaker die, door het gevoel in zijn handen, prachtige dingen maakt welke de toets van het beste kunnen doorstaan. Dat vraagt volharding, optimisme en de juiste innerlijke houding. De commentator besloot met de gedachte dat grootheid weinig of niets heeft te maken met het bereiken van de top; er zijn slechte mensen die in de algemene belangstelling staan, en goede – goed om wat zij innerlijk zijn – van wie de wereld nooit hoort. Deze onopvallende mensen, met hun innerlijke adeldom en standvastigheid, zijn de echte helden.

 

Uit het tijdschrift Sunrise jul/aug 1982

© 1982 Theosophical University Press Agency