Ideeën, idealen en praktische oplossingen
Mark Davidson

 

De mensheid is over het geheel genomen niet erg tolerant als het gaat om wat, volgens mij, een fundamentele waarheid is in de natuur, namelijk dat alle problemen, lijden en onwetendheid alleen verlicht zullen worden door oplossingen die gebaseerd zijn op de edelste idealen. Wanneer we worden geconfronteerd met het grootste van alle idealen – een broederschap van de hele mensheid, die alle deugden en nog meer inhoudt – kunnen we heel verontwaardigd worden, ‘want de problemen van de wereld,’ zeggen we dan, ‘zullen niet worden opgelost door idealen alleen; we hebben praktische oplossingen nodig.’ Ja, natuurlijk hebben we praktische oplossingen nodig om in de een of andere behoefte te voorzien. Maar jammer genoeg komen praktische oplossingen niet zomaar uit de lucht vallen. Er moeten eerst ideeën zijn – en hoe komen we aan die ideeën tenzij we behoorlijk gemotiveerd en geïnspireerd zijn? En wat anders inspireert ons dan juist idealen?

We kunnen ons allemaal met idealen identificeren, want het zijn onze nobelste gedachten en gevoelens. Zuiver en niet door onze persoonlijkheid bedorven, zijn ze verbonden met alles wat goed en juist is. Ze zijn ongrijpbaar, en bevinden zich aan de periferie van ons denken, altijd aan de horizon van wat we begrijpen en bereiken kunnen, en onttrekken zich zodoende steeds aan een definitie. Niettemin zijn idealen werkelijkheden, die zich in gedachten en daden manifesteren.

Terwijl idealen misschien corresponderen met de hemelwereld van de menselijke constitutie, komen ideeën als bijproducten uit zijn denken voort, en zijn ze de blauwdrukken van deze geopenbaarde wereld. Iedere praktische uitvinding wordt eerst geboren en geschapen op het gebied van de ideeën. Dit schema – van idealen tot ideeën tot praktische uitvindingen – kan men in alle uitingsvormen als een patroon waarnemen. Een vakman maakt zich eerst innerlijk een voorstelling van wat hij wil voortbrengen; hij ziet het beeld eerst maar vluchtig, maar het roept zijn creatieve vermogens wakker. We zouden kunnen zeggen, dat dit het ideaal is, een mooi en zuiver beeld voor het oog van het hart. Daarna moet hij beginnen zijn omgeving op de juiste wijze in te richten om zijn beeld te kunnen scheppen en geboren te doen worden. De ideeën beginnen zich te materialiseren in een harmonisch geheel van vorm, kleur en grootte, materiaal en lijn, en pas als deze ideeën zich hebben gevormd, is het toneel gereed voor het praktische werk.

De noden van onze huidige samenleving liggen inderdaad op een heel praktisch terrein, en men zou kunnen denken dat het naïef en een hopeloze zaak is onze idealen in zo’n strijdperk toe te willen passen. Toch zie ik geen andere weg om ons te bevrijden van haat, hebzucht en al die andere ondeugden die tot het zelfzuchtige deel van onze natuur behoren, dan door het in praktijk brengen van juiste gedachten, die gebaseerd zijn op hoge idealen en omgezet worden in juiste daden. Niemand kan de maatschappij waarin hij leeft negeren en verwachten dat de tijd alleen, zonder onze inspanningen, haar kwalen zal genezen. Ieder mens heeft het recht en de plicht om te proberen de problemen die hij om zich heen waarneemt te begrijpen en zo diegenen te helpen die zich binnen het gebied van zijn pogen bevinden. Als onze middelen eenvoudig en bescheiden zijn, is dat geen reden tot ontmoediging. Dat is juist de paradox van idealisme: al kan onze zorg voor de mensheid en ons verlangen haar algemeen welzijn te verbeteren niet onmiddellijk een eind maken aan agressie aan de andere kant van de aardbol, of zelfs vlakbij om de hoek, toch zal de aard en hoedanigheid van echt altruïstische gevoelens een uitwerking hebben op de mensen om ons heen. En als zij, op hun beurt, deze gevoelens uitstralen naar anderen, zullen wij ten slotte allen inzien hoe goed en noodzakelijk het is onze idealen in praktijk te brengen. Dan zal, misschien over duizenden jaren, de hele mensheid als broeders met elkaar leven.

 

Uit het tijdschrift Sunrise jul/aug 1982

© 1982 Theosophical University Press Agency