De leraar, de leringen, en de broeders
James T. Belderis

 

Toen ik voor het eerst de boeddhistische geloofsbelijdenis las, de ‘Drie Juwelen’ genaamd, herkende ik daarin de zuivere grondslag van mijn eigen geloof:

Ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha;
Ik neem mijn toevlucht tot de Dharma;
Ik neem mijn toevlucht tot de Sangha.

Mijn ‘toevlucht’ was niet een uiterlijke schuilplaats of bescherming, maar een innerlijk heiligdom, een gewijde plaats in mijzelf. ‘Boeddha’ was niet één enkel persoon, maar een voorbeeld van wat al diegenen zijn die hun leven wijden aan de verbetering van de menselijke omstandigheden. En ‘Dharma’ was niet een bepaalde leer, maar een steeds groeiend besef dat alles in het leven elk moment is doordrongen van de waarheid. Het meest van alles vond ik mijn toevlucht in ‘Sangha’, de gedachte dat de mensheid zich ontwikkelt tot een bewuste, onderling afhankelijke eenheid van wederzijdse hulp.

Deze ‘juwelen’ bleven voor mij betrekkelijk onveranderd tot ik ze hoorde uitleggen als morele verplichtingen: eerbied voor de leraar, eerbied voor de leringen, en eerbied voor de broeders. Maar deze vereenvoudigde interpretatie brengt de mensen er vaak toe te veel nadruk te leggen op één van de drie, ten koste van de andere twee.

Er zijn veel mensen van wie hun eerbied voor de leraar zo belangrijk wordt dat ze hem vergoddelijken: sommigen proberen zich een beeld van zijn gezicht te vormen, zijn stem te horen, hem daadwerkelijk voor zich te hebben; anderen trachten te bereiken dat de leraar door hen spreekt of handelt.

Dan zijn er die zich uitsluitend wijden aan de leringen. Zij worden vaak dogmatisch en citeren hoofdstuk en vers ter ondersteuning van hun starre interpretaties. Als de leringen een zekere oefening of ritueel inhouden, kunnen deze tot louter ceremonieel worden, terwijl de ware bedoeling wordt vergeten. Al wat dan overblijft is de uiterlijke vorm.

Tenslotte zijn er die geen bepaalde belangstelling hebben voor leraren en leringen. Zij geloven eenvoudig in universele broederschap, de eenheid van het leven. Zij bekommeren zich oprecht om anderen en streven voortdurend naar verbondenheid door met anderen te delen.

Na dit alles te hebben overdacht, begon ik mezelf af te vragen: komt de ware essentie van elke leraar niet tot uitdrukking in zijn leringen? En wat is het doel van de leringen anders dan tot richtsnoer te dienen, de weg te wijzen, de sleutels te verschaffen waarmee ieder van ons de waarheid in zichzelf kan ontdekken en met anderen kan delen?

De Boeddha, of welke andere leraar ook, manifesteert zich in de Dharma, de universele ideeën die de eenheid van het leven en de waardigheid van de mensheid beschrijven. Ze zijn de toetsstenen waardoor ieder mens de waarheid in zichzelf kan herkennen en anderen kan helpen hetzelfde te doen. En zowel de Boeddha als de Dharma, de leraar en de leringen, openbaren zich in volle omvang in onze oprechte bedachtzame zorg voor elkaar.

 
Andere artikelen over boeddhisme
 

Uit het tijdschrift Sunrise jul/aug 1982

© 1982 Theosophical University Press Agency