Er is een allesdoordringende wet in de natuur die zich openbaart door
oorzaak en gevolg, actie en reactie – karma. Er kan geen gevolg
zijn zonder een voorafgaande oorzaak, en geen oorzaak zonder een gevolg,
hoe vertraagd ook. De kring der noodzakelijkheid kan worden beschouwd
als een continuum, waardoor ieder wezen binnen de oneindigheid zich
in iedere levensvorm moet belichamen om individualiteit te verwerven
en op te klimmen ‘door alle graden van intelligentie heen, van
de laagste tot de hoogste manas [denkvermogen], van mineraal en plant
tot aan de heiligste aartsengel (dhyani-boeddha)’ (De Geheime
Leer 1:47).
Iedere entiteit, die op de voor haar geschikte gebieden van het Zijn
tot openbaring komt, bevindt zich in een toestand van onwetendheid,
van onkunde. Naarmate haar evolutie vordert, die altijd strikt in overeenstemming
is met haar karma, maakt zij vele fouten uit onwetendheid en ook bewust.
Als het vermogen te onderscheiden tussen goed en kwaad zich heeft ontwikkeld,
gaat het morele en mentale karma een rol spelen, waaraan het onvoltooide
karma van vroegere cyclussen wordt toegevoegd. De natuur vraagt van
alle wezens alleen die verkeerde dingen goed te maken die zijzelf hebben
gedacht of gedaan – nooit meer, nooit minder – en zorgt
ervoor, of we het prettig vinden of niet, dat wij dat zelf doen. Bij
onze pogingen worden we bijgestaan door de hulp en inspiratie van wijzen
die, hoe verheven hun positie nu ook is, ervaringen hebben gehad en
met succes doorstaan die met de onze vergelijkbaar zijn.
Zoals iedereen weet of eens zal weten, leren we sneller en zekerder
door onze fouten dan door alleen onderricht en boeken. De laatste raken
het verstand, maar ervaringen worden in de ziel gegrift. We moeten al
duizenden levens op onze planeet aarde hebben geleefd en zullen er ongetwijfeld
nog duizenden beleven voor onze relatie met deze bol eindigt, omdat
er nooit een tijd is geweest dat we niet hebben bestaan en er ook nooit
een tijd komt dat we zullen ophouden te bestaan. Is het mogelijk aan
deze kring der noodzakelijkheid te ontkomen? We zouden met nadruk willen
zeggen: ja, en met evenveel nadruk: nee! Beide antwoorden moeten waar
zijn. Laten we deze paradox in twee aspecten beschouwen.
Niemand komt tot belichaming zonder talloze draden van karma uit het
verleden, en toch reïncarneert geen enkel mens met een karmische
last die te zwaar is om te dragen, want de natuur is in wezen mededogend
en streeft ernaar voor haar nakomelingen te zorgen en niet ze te vernietigen.
Maar we kunnen door eigenzinnigheid of onbezonnenheid dwaas genoeg zo’n
zware karmische last op ons laden dat die ondraaglijk lijkt. Aan de
andere kant kunnen we het uitwerken van ‘ongelukkig’ karma
enige tijd onderdrukken, hoewel de omstandigheden om er het hoofd aan
te bieden het gunstigst zijn als het komt, want als het wordt uitgesteld,
wordt het steeds moeilijker het aan te pakken.
De les die we dus moeten leren is hoe men zijn karma moet aanvaarden
als het zich voordoet, en het tegemoet te treden met alle karaktersterkte
die men in de loop van vele levens heeft ontwikkeld. Een van de eerste
ontdekkingen die we doen is, dat als we anderen kwetsen we onszelf kwetsen;
zo leren we anderen te helpen wanneer we dit kunnen zonder in hun leven
in te grijpen, want ook zij zijn lerende wezens. Niettemin ‘wordt
het nalaten van een barmhartige daad het plegen van een doodzonde.’
Grote wijzen hebben door de eeuwen heen en in vele talen geleerd wat
de beste manier is om hulpvaardig en zonder kwaad te veroorzaken in
de wereld te leven. Omdat de natuur een vacuüm verafschuwt, worden
lagere karaktereigenschappen, naarmate ze worden opgeruimd, door hogere
vervangen en worden vroegere fouten steeds meer door goede daden gecompenseerd.
Ergens op deze weg wordt men een zoeker naar wijsheid en uiteindelijk
zal de aspirant, als hij in zijn zoeken volhardt, de gelegenheid en
de plicht hebben een echte inwijdingservaring te ondergaan. Als hij
slaagt, zal hij zijn persoonlijk karma, of de ‘ring-verder-niet’
hebben overwonnen, en deze kring der noodzakelijkheid hebben doorbroken,
om te ontdekken dat zich daarachter een hogere bevindt.
Omdat de wet van karma van oneindige toepassing is, kan men zich er
nooit definitief boven verheffen, want het leven is een continuum. Er
moeten altijd gevolgen zijn. Hij die in de inwijdingsbeproeving zegeviert,
kan kiezen uit twee dingen: hij kan een langdurig nirvana ingaan –
dat hij door eigen inspanning heeft verdiend – totdat hij een
nieuwe cyclus van belichaming moet beginnen. Maar hij die mededogen
als zijn hoogste doel heeft beschouwd, zal daarentegen nirvana opgeven
om anderen te kunnen helpen en onderrichten, die naar het pad van spirituele
verlichting zoeken, dat zich uitstrekt voor ieder die de aarde bewandelt.