Iedereen die gelooft dat karma gemakkelijk is te begrijpen vergist
zich. Het is waar dat het begrip actie en reactie of oorzaak en gevolg
ons aanspreekt door zijn bondige eenvoud. Maar wanneer we in ons dagelijks
doen en laten proberen de specifieke oorzaken van gevolgen op te sporen,
of na te gaan wat bepaalde oorzaken mogelijk tot gevolg kunnen hebben,
bevinden we ons op heel glad ijs. Hoe komt dat? Wanneer we met hefbomen
en katrollen te maken hebben, kunnen we de resultaten met wiskundige
precisie berekenen.
Het antwoord is hoogstwaarschijnlijk dat karma op alle gebieden van
bewustzijn en stof werkzaam is en in het menselijk leven de belangrijkste
oorzaken onzichtbaar zijn. Zelfs als we de daden of beslissingen zouden
kennen die de oorzaken zijn van wat iemand overkomt, zouden we dit misschien
niet kunnen zien als onfeilbare rechtvaardigheid, omdat de onzichtbare
factoren ons niet bekend zijn. Maar als degene die de ervaring ondergaat
een scherp waarnemer van zichzelf is, zou hij zich misschien bewust
kunnen worden van de ware aard van de oorzaken die werden gezaaid, omdat
alleen hij weet wat hij doormaakt. Hij is in een gunstiger positie om
zich aan de hand van de aard van het gebeuren een oordeel te vormen
over het soort zaad dat hij in het verleden moet hebben gezaaid.
Het is moeilijk de karmische verwikkelingen van een bepaalde situatie
te overzien. Iemand valt bijvoorbeeld en breekt zijn been, en anderen
die van het ongeval horen, zullen misschien zeggen hoezeer hun dit spijt.
Maar het breken van een been is misschien de minst belangrijke kant
van de zaak. Het kan voor zijn gezin en loopbaan ook een geduchte klap
betekenen dat hij door dit letsel niet mobiel is, en er kunnen andere
consequenties zijn, innerlijke zowel als uiterlijke. Van een positieve
kant bekeken is het mogelijk dat hij door zijn tegenslag in zichzelf
sterke eigenschappen ontdekt of ontwikkelt, die hem in zijn verdere
leven (of levens) goed van pas kunnen komen. Dat zijn de gebieden die
karmisch van wezenlijk belang zijn. En hier moeten we zoeken als we
proberen te begrijpen wat het leven ons wil leren.
Karma blijkt zowel kwantitatief als kwalitatief te zijn, dat wil zeggen
er is een zichtbare en tastbare zijde, en ook een onzichtbaar en ontastbaar
aspect. Het laatste lijkt misschien abstract en metafysisch, maar het
is in feite de plaats waar de echte oorzaken te vinden en werkzaam zijn,
en waar we de kwaliteit van het karma kunnen aanvoelen dat op onze weg
komt. Het is in onszelf dat alle dingen worden ervaren en de ware aard
van de gebeurtenissen in het leven moet worden verwerkt. Het innerlijk
leven van een mens is tenslotte de motivator achter zijn uiterlijk leven.
In feite zien, voelen en begrijpen we iets niet buiten onszelf, maar
alleen in onszelf. Onze vijf zintuigen, onze gevoelens, overwegingen,
verwachtingen en intuïties voeden het bewuste denken met gegevens
die resulteren in handelen of niet handelen, in heldere inzichten en
een definitieve houding, of in vage voorstellingen die misschien zijn
verwrongen door emoties en vooroordelen, door verlegenheid en angst,
boosheid, ergernis, etc.
Onze veelzijdige psychologische natuur is de bron van ons individuele
lot. Uit ons hart en denken vloeit een aanhoudende stroom van krachten,
onzichtbaar voor iedereen en onbekend, behalve voor hen die ze deden
ontstaan. Deze kunnen leiden tot activiteiten van uiteenlopende aard
of ze kunnen innerlijk verborgen blijven. In beide gevallen zijn het
karmische zaden. Ons karakter wordt erdoor veranderd en hun vitaliteit
overspoelt de hele omgeving. Wat is de aard van deze innerlijke vitaliteit?
Wordt zij gekleurd door eigenbelang, egoïsme? Wordt ze overgoten
met het licht van mededogen? Stellig komen beide voor op verschillende
tijden en er zijn veel meer gevallen. Vandaar de uiteenlopende aard
van ons karma; vandaar ook de kracht en de zwakheid van onze natuur
die we in de loop van vele levens hebben opgebouwd.
Het is onvermijdelijk dat we de zaden van een grote hoeveelheid onuitgewerkt
karma uit het verleden bij ons dragen, zaden die wachten op de juiste
omstandigheden om te ontkiemen. Op ieder moment kunnen onze verlangens
en aspiraties bepaalde zaden bevruchten. Het gevolg kan ons onweerstaanbaar
in omstandigheden brengen die de gelegenheid bieden datgene te bereiken
waarnaar we hebben verlangd – of onze verlangens in het ware licht
te zien. De moeilijkheid is dat we in onze omstandigheden zelden de
vervulling van onze diepste en duurzaamste wensen herkennen.
Het is niet altijd gemakkelijk te aanvaarden, dat wat we nu onder ogen
moeten zien, we over onszelf hebben gebracht – vooral wanneer
we middenin de moeilijkheden zitten! Het is eenvoudiger anderen of het
blinde noodlot de schuld van onze tegenslagen te geven, vooral omdat
we zelden hun oorsprong kunnen opsporen. Maar de gebeurtenissen weerspiegelen
wel degelijk dat wat er de oorzaak van was, maar wij zijn doorgaans
zo druk bezig ons te verheugen over wat we meemaken of ons ertegen te
verzetten, dat we ons daarvan niet kunnen losmaken en niet de oorzaken
kunnen zien. Dat wordt ons voortdurend aan het verstand gebracht. Bijvoorbeeld,
de dingen die ons geduld op de proef stellen zijn niet zo belangrijk
als het feit dat ons geduld op de proef wordt gesteld. De duizendeneen
excuses die we hebben of menen te hebben voor ergernis, afgunst, wraakgevoelens,
vooroordeel, zijn tekenen van zwakheid in onszelf. In dit licht bezien
is het duidelijk dat niets zinlozer is dan automatisch op omstandigheden
te reageren, en steeds maar te proberen onze problemen van buitenaf
op te lossen en niet van binnenuit.
De kwaliteiten die door de dagelijkse gebeurtenissen in ons worden
opgewekt, moeten juist die kenmerken weerspiegelen die we in vorige
levens in onze natuur hebben opgebouwd. In die zin zijn we ons eigen
karma en kunnen we in onszelf en in onze omstandigheden alles lezen
wat in onze geschiedenis als ziel van belang is. Als we deze innerlijke
factoren verwaarlozen, zien we de invloedrijkste aspecten van het leven
over het hoofd. De natuur zal en kan niets verwaarlozen. Te lang hebben
wij uitsluitend in termen van fysieke daden in dit ene leven gedacht,
en hebben we de gevolgen voor de ziel en de invloed van morele kracht
buiten beschouwing gelaten. Maar stel uzelf eens de vraag of een mens
een heel leven innerlijke kracht kan aanwenden zonder innerlijke gevolgen
te oogsten? We hebben vergeten wat de ouden heel goed wisten, dat de
mens een ziel is die in leven na leven evolueert; dat hij momenteel
precies is wat hij uit het verleden van zichzelf heeft gemaakt; en dat
hij onvermijdelijk zal worden wat hij nu van zichzelf maakt.
Als het heelal is opgebouwd volgens lijnen van oorzaak en gevolg, moeten
we aannemen dat de huidige omstandigheden voortvloeien uit vroegere
activiteiten (innerlijke en uiterlijke) waarbij kwaliteiten werden voortgebracht
gelijk aan die welke nu in ons een uitweg zoeken. We kunnen daar niet
omheen. We moeten de verantwoordelijkheid aanvaarden voor het gebruik
van onze eigen wilskracht, omdat, wanneer we onze wil gebruiken om veranderingen
teweeg te brengen hetzij in onszelf of in onze omgang met anderen, we
ons gewoonlijk ervan bewust zijn wat we proberen te doen, en vandaar
de extra verantwoordelijkheid. Zelfs onze feilbare menselijke wetten
proberen een onderscheid te maken tussen kwaad met voorbedachte rade,
en hartstocht, onwetendheid en toeval, waarbij in deze gevallen minder
streng wordt rechtgesproken. Karma is veel feillozer en rechtvaardiger,
want zowel het zichtbare als het onzichtbare laat een onuitwisbare indruk
achter in het boek van de natuur. Alle factoren worden gewogen, de één
tegen de ander en alle tegen elkaar. Het is dus niet nodig om bang te
zijn voor karma, want het is onze alwijze beschermer, vriend en leermeester.
Wat het van ons vraagt is het beste te doen met wat we hebben. De karmische
wet zal voor de rest zorgen.