Psychologische aspecten van karma
John P. Van Mater

 

Iedereen die gelooft dat karma gemakkelijk is te begrijpen vergist zich. Het is waar dat het begrip actie en reactie of oorzaak en gevolg ons aanspreekt door zijn bondige eenvoud. Maar wanneer we in ons dagelijks doen en laten proberen de specifieke oorzaken van gevolgen op te sporen, of na te gaan wat bepaalde oorzaken mogelijk tot gevolg kunnen hebben, bevinden we ons op heel glad ijs. Hoe komt dat? Wanneer we met hefbomen en katrollen te maken hebben, kunnen we de resultaten met wiskundige precisie berekenen.

Het antwoord is hoogstwaarschijnlijk dat karma op alle gebieden van bewustzijn en stof werkzaam is en in het menselijk leven de belangrijkste oorzaken onzichtbaar zijn. Zelfs als we de daden of beslissingen zouden kennen die de oorzaken zijn van wat iemand overkomt, zouden we dit misschien niet kunnen zien als onfeilbare rechtvaardigheid, omdat de onzichtbare factoren ons niet bekend zijn. Maar als degene die de ervaring ondergaat een scherp waarnemer van zichzelf is, zou hij zich misschien bewust kunnen worden van de ware aard van de oorzaken die werden gezaaid, omdat alleen hij weet wat hij doormaakt. Hij is in een gunstiger positie om zich aan de hand van de aard van het gebeuren een oordeel te vormen over het soort zaad dat hij in het verleden moet hebben gezaaid.

Het is moeilijk de karmische verwikkelingen van een bepaalde situatie te overzien. Iemand valt bijvoorbeeld en breekt zijn been, en anderen die van het ongeval horen, zullen misschien zeggen hoezeer hun dit spijt. Maar het breken van een been is misschien de minst belangrijke kant van de zaak. Het kan voor zijn gezin en loopbaan ook een geduchte klap betekenen dat hij door dit letsel niet mobiel is, en er kunnen andere consequenties zijn, innerlijke zowel als uiterlijke. Van een positieve kant bekeken is het mogelijk dat hij door zijn tegenslag in zichzelf sterke eigenschappen ontdekt of ontwikkelt, die hem in zijn verdere leven (of levens) goed van pas kunnen komen. Dat zijn de gebieden die karmisch van wezenlijk belang zijn. En hier moeten we zoeken als we proberen te begrijpen wat het leven ons wil leren.

Karma blijkt zowel kwantitatief als kwalitatief te zijn, dat wil zeggen er is een zichtbare en tastbare zijde, en ook een onzichtbaar en ontastbaar aspect. Het laatste lijkt misschien abstract en metafysisch, maar het is in feite de plaats waar de echte oorzaken te vinden en werkzaam zijn, en waar we de kwaliteit van het karma kunnen aanvoelen dat op onze weg komt. Het is in onszelf dat alle dingen worden ervaren en de ware aard van de gebeurtenissen in het leven moet worden verwerkt. Het innerlijk leven van een mens is tenslotte de motivator achter zijn uiterlijk leven. In feite zien, voelen en begrijpen we iets niet buiten onszelf, maar alleen in onszelf. Onze vijf zintuigen, onze gevoelens, overwegingen, verwachtingen en intuïties voeden het bewuste denken met gegevens die resulteren in handelen of niet handelen, in heldere inzichten en een definitieve houding, of in vage voorstellingen die misschien zijn verwrongen door emoties en vooroordelen, door verlegenheid en angst, boosheid, ergernis, etc.

Onze veelzijdige psychologische natuur is de bron van ons individuele lot. Uit ons hart en denken vloeit een aanhoudende stroom van krachten, onzichtbaar voor iedereen en onbekend, behalve voor hen die ze deden ontstaan. Deze kunnen leiden tot activiteiten van uiteenlopende aard of ze kunnen innerlijk verborgen blijven. In beide gevallen zijn het karmische zaden. Ons karakter wordt erdoor veranderd en hun vitaliteit overspoelt de hele omgeving. Wat is de aard van deze innerlijke vitaliteit? Wordt zij gekleurd door eigenbelang, egoïsme? Wordt ze overgoten met het licht van mededogen? Stellig komen beide voor op verschillende tijden en er zijn veel meer gevallen. Vandaar de uiteenlopende aard van ons karma; vandaar ook de kracht en de zwakheid van onze natuur die we in de loop van vele levens hebben opgebouwd.

Het is onvermijdelijk dat we de zaden van een grote hoeveelheid onuitgewerkt karma uit het verleden bij ons dragen, zaden die wachten op de juiste omstandigheden om te ontkiemen. Op ieder moment kunnen onze verlangens en aspiraties bepaalde zaden bevruchten. Het gevolg kan ons onweerstaanbaar in omstandigheden brengen die de gelegenheid bieden datgene te bereiken waarnaar we hebben verlangd – of onze verlangens in het ware licht te zien. De moeilijkheid is dat we in onze omstandigheden zelden de vervulling van onze diepste en duurzaamste wensen herkennen.

Het is niet altijd gemakkelijk te aanvaarden, dat wat we nu onder ogen moeten zien, we over onszelf hebben gebracht – vooral wanneer we middenin de moeilijkheden zitten! Het is eenvoudiger anderen of het blinde noodlot de schuld van onze tegenslagen te geven, vooral omdat we zelden hun oorsprong kunnen opsporen. Maar de gebeurtenissen weerspiegelen wel degelijk dat wat er de oorzaak van was, maar wij zijn doorgaans zo druk bezig ons te verheugen over wat we meemaken of ons ertegen te verzetten, dat we ons daarvan niet kunnen losmaken en niet de oorzaken kunnen zien. Dat wordt ons voortdurend aan het verstand gebracht. Bijvoorbeeld, de dingen die ons geduld op de proef stellen zijn niet zo belangrijk als het feit dat ons geduld op de proef wordt gesteld. De duizendeneen excuses die we hebben of menen te hebben voor ergernis, afgunst, wraakgevoelens, vooroordeel, zijn tekenen van zwakheid in onszelf. In dit licht bezien is het duidelijk dat niets zinlozer is dan automatisch op omstandigheden te reageren, en steeds maar te proberen onze problemen van buitenaf op te lossen en niet van binnenuit.

De kwaliteiten die door de dagelijkse gebeurtenissen in ons worden opgewekt, moeten juist die kenmerken weerspiegelen die we in vorige levens in onze natuur hebben opgebouwd. In die zin zijn we ons eigen karma en kunnen we in onszelf en in onze omstandigheden alles lezen wat in onze geschiedenis als ziel van belang is. Als we deze innerlijke factoren verwaarlozen, zien we de invloedrijkste aspecten van het leven over het hoofd. De natuur zal en kan niets verwaarlozen. Te lang hebben wij uitsluitend in termen van fysieke daden in dit ene leven gedacht, en hebben we de gevolgen voor de ziel en de invloed van morele kracht buiten beschouwing gelaten. Maar stel uzelf eens de vraag of een mens een heel leven innerlijke kracht kan aanwenden zonder innerlijke gevolgen te oogsten? We hebben vergeten wat de ouden heel goed wisten, dat de mens een ziel is die in leven na leven evolueert; dat hij momenteel precies is wat hij uit het verleden van zichzelf heeft gemaakt; en dat hij onvermijdelijk zal worden wat hij nu van zichzelf maakt.

Als het heelal is opgebouwd volgens lijnen van oorzaak en gevolg, moeten we aannemen dat de huidige omstandigheden voortvloeien uit vroegere activiteiten (innerlijke en uiterlijke) waarbij kwaliteiten werden voortgebracht gelijk aan die welke nu in ons een uitweg zoeken. We kunnen daar niet omheen. We moeten de verantwoordelijkheid aanvaarden voor het gebruik van onze eigen wilskracht, omdat, wanneer we onze wil gebruiken om veranderingen teweeg te brengen hetzij in onszelf of in onze omgang met anderen, we ons gewoonlijk ervan bewust zijn wat we proberen te doen, en vandaar de extra verantwoordelijkheid. Zelfs onze feilbare menselijke wetten proberen een onderscheid te maken tussen kwaad met voorbedachte rade, en hartstocht, onwetendheid en toeval, waarbij in deze gevallen minder streng wordt rechtgesproken. Karma is veel feillozer en rechtvaardiger, want zowel het zichtbare als het onzichtbare laat een onuitwisbare indruk achter in het boek van de natuur. Alle factoren worden gewogen, de één tegen de ander en alle tegen elkaar. Het is dus niet nodig om bang te zijn voor karma, want het is onze alwijze beschermer, vriend en leermeester. Wat het van ons vraagt is het beste te doen met wat we hebben. De karmische wet zal voor de rest zorgen.

 
Andere artikelen over karma
 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 1983

© 1983 Theosophical University Press Agency