Broederschap: grondpatroon van de natuur
Sarah Belle Dougherty

 

Broederschap wordt algemeen gezien als een nobel sentiment, een verheven ideaal, maar persoonlijke en internationale gebeurtenissen tonen aan hoe veelvuldig het wordt verwaarloosd. Ons egoïsme en gevoel van afgescheidenheid maken ons vaak blind voor het feit dat het heelal een netwerk van wederzijdse afhankelijkheid en wederkerige betrekkingen is en dat broederschap inherent is aan deze werkelijkheid.

Gezien vanuit een wereldomvattend standpunt is de broederschap van de mens een duidelijk feit. Als we de planeet als geheel beschouwen, schrompelen onze individuele verschillen ineen tot bijna niets en treedt er een mensheid naar voren die gemeenschappelijke belangen en verantwoordelijkheden en een zelfde bestemming heeft. In dit beeld vallen onze onbroederlijke daden op als onnatuurlijk – niet alleen de daden die tegen onze medemensen zijn gericht, maar ook die welke onze ‘kleine broeders’ treffen, de andere levensvormen die tot moeder aarde behoren. Het moderne wetenschappelijk onderzoek maakt ons steeds bewuster van het feit dat we een deel zijn van een fijn uitgebalanceerd levenssysteem, dat niet voor ons plezier kan worden gewijzigd zonder dat dit voor ons en ons milieu gevolgen meebrengt, die variëren van onbetekenend tot catastrofaal. Op stoffelijk gebied dwingt de aarde zelf ons de basis van ons handelen ten opzichte van onze omgeving nader te onderzoeken en óf de intrinsieke, onderlinge afhankelijkheid van alles te respecteren, óf gevolgen te ondergaan die steeds ernstiger worden.

Op andere terreinen dan het stoffelijke geldt evenzeer dat ‘niemand een eiland is’. Onze gedachten en gevoelens hebben een krachtige uitwerking op onze omgeving, en de betekenis van ons leven ligt voor het grootste deel in de rechtstreekse, onderlinge contacten met anderen. We kunnen een stapje verder gaan en zeggen dat zelfs onuitgesproken gedachten en gevoelens niet tot onszelf beperkt blijven, maar wezenlijke krachten zijn. In werkelijkheid is de psychologische invloed van elk van ons op de rest van de mensheid veel indringender en sterker dan onze stoffelijke invloed. Zonder dat we ons daarvan bewust zijn, beïnvloeden we velen die we nooit ontmoeten maar die openstaan voor de psychologische stromen die wij uitzenden, en omgekeerd worden wij door anderen beïnvloed. We zijn in ons leven gedompeld in deze ontastbare atmosfeer, waarin wij geven en nemen en met onze bijdragen het bewustzijnsveld van de hele mensheid kleuren.

Op spiritueel gebied is onze onderlinge relatie nog inniger. Volgens de theosofische filosofie komt het meest innerlijke aspect van elk levend wezen voort uit en is een deel van dezelfde goddelijke bron. Daardoor zijn we niet alleen nauw verwant, maar in wezen identiek met onze medemensen, het heelal en de talloze levens waaruit het bestaat. Dit besef van eenheid vormt de kern van het mystieke pad, dat zijn hoogtepunt bereikt in het bewust ervaren van die eenheid met onze goddelijke bron. Mystici en wijzen zijn mensen die daarin in beperkte mate slagen; zij die een vollediger vereniging bereiken worden boeddha’s en christussen. Dat is de bestemming die ons allen als mensen wacht, wanneer we eenmaal in overeenstemming met de innerlijke patronen van het heelal leren leven.

Wat een totaal andere wereld zou het zijn als we met en niet tegen de natuur werkten. Als we ons van moment tot moment bewust waren van onze eenheid met andere mensen, zou veel van de ellende die voortvloeit uit egoïsme, uitbuiting, geweld, verwaarlozing en huichelarij, voorkomen worden. Al zijn er vele wegen om dit doel te bereiken en menselijk lijden te verlichten – individueel en via organisaties – onze grootste mogelijkheden en verantwoordelijkheden liggen in het veranderen van ons eigen leven. In dit licht zijn de geboden van Jezus ‘heb elkaar lief’ en ‘u zult uw naaste liefhebben als uzelf’ geen utopie, maar het meest praktische geneesmiddel voor de problemen die de mensheid plagen.

De moeilijkheid is natuurlijk om de beperkende gewoonten in ons gedachte- en gevoelsleven, die zo vaak ons gedrag bepalen, af te leggen en in plaats daarvan te putten uit die diepere stromen die uit en naar het goddelijk wezen in ons vloeien. Dat vereist een volhardende inspanning, en we zullen zeker fouten maken en soms schijnbaar terugvallen, ondanks alles wat we doen. Als we echter blijven proberen en bereid zijn onze daden en reacties op constructieve wijze te bezien, zal ons leven in steeds toenemende mate onze hoogste aspiraties weerspiegelen. Want door te handelen naar onze diepste overtuiging, zullen we tenslotte in ons dagelijks denken en gevoelen het rechtstreekse besef wakker roepen van universele broederschap en daardoor de oppervlakkiger aspecten van ons bewustzijn in harmonie brengen met de innerlijke ziener, die al in harmonie is met de eenheid van de mensheid en van de hele natuur.

 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 1984

© 1984 Theosophical University Press Agency