Broederschap wordt algemeen gezien als een nobel sentiment, een verheven
ideaal, maar persoonlijke en internationale gebeurtenissen tonen aan
hoe veelvuldig het wordt verwaarloosd. Ons egoïsme en gevoel van
afgescheidenheid maken ons vaak blind voor het feit dat het heelal een
netwerk van wederzijdse afhankelijkheid en wederkerige betrekkingen
is en dat broederschap inherent is aan deze werkelijkheid.
Gezien vanuit een wereldomvattend standpunt is de broederschap van
de mens een duidelijk feit. Als we de planeet als geheel beschouwen,
schrompelen onze individuele verschillen ineen tot bijna niets en treedt
er een mensheid naar voren die gemeenschappelijke belangen en verantwoordelijkheden
en een zelfde bestemming heeft. In dit beeld vallen onze onbroederlijke
daden op als onnatuurlijk – niet alleen de daden die tegen onze
medemensen zijn gericht, maar ook die welke onze ‘kleine broeders’
treffen, de andere levensvormen die tot moeder aarde behoren. Het moderne
wetenschappelijk onderzoek maakt ons steeds bewuster van het feit dat
we een deel zijn van een fijn uitgebalanceerd levenssysteem, dat niet
voor ons plezier kan worden gewijzigd zonder dat dit voor ons en ons
milieu gevolgen meebrengt, die variëren van onbetekenend tot catastrofaal.
Op stoffelijk gebied dwingt de aarde zelf ons de basis van ons handelen
ten opzichte van onze omgeving nader te onderzoeken en óf de
intrinsieke, onderlinge afhankelijkheid van alles te respecteren, óf
gevolgen te ondergaan die steeds ernstiger worden.
Op andere terreinen dan het stoffelijke geldt evenzeer dat ‘niemand
een eiland is’. Onze gedachten en gevoelens hebben een krachtige
uitwerking op onze omgeving, en de betekenis van ons leven ligt voor
het grootste deel in de rechtstreekse, onderlinge contacten met anderen.
We kunnen een stapje verder gaan en zeggen dat zelfs onuitgesproken
gedachten en gevoelens niet tot onszelf beperkt blijven, maar wezenlijke
krachten zijn. In werkelijkheid is de psychologische invloed van elk
van ons op de rest van de mensheid veel indringender en sterker dan
onze stoffelijke invloed. Zonder dat we ons daarvan bewust zijn, beïnvloeden
we velen die we nooit ontmoeten maar die openstaan voor de psychologische
stromen die wij uitzenden, en omgekeerd worden wij door anderen beïnvloed.
We zijn in ons leven gedompeld in deze ontastbare atmosfeer, waarin
wij geven en nemen en met onze bijdragen het bewustzijnsveld van de
hele mensheid kleuren.
Op spiritueel gebied is onze onderlinge relatie nog inniger. Volgens
de theosofische filosofie komt het meest innerlijke aspect van elk levend
wezen voort uit en is een deel van dezelfde goddelijke bron. Daardoor
zijn we niet alleen nauw verwant, maar in wezen identiek met onze medemensen,
het heelal en de talloze levens waaruit het bestaat. Dit besef van eenheid
vormt de kern van het mystieke pad, dat zijn hoogtepunt bereikt in het
bewust ervaren van die eenheid met onze goddelijke bron. Mystici en
wijzen zijn mensen die daarin in beperkte mate slagen; zij die een vollediger
vereniging bereiken worden boeddha’s en christussen. Dat is de
bestemming die ons allen als mensen wacht, wanneer we eenmaal in overeenstemming
met de innerlijke patronen van het heelal leren leven.
Wat een totaal andere wereld zou het zijn als we met en niet tegen
de natuur werkten. Als we ons van moment tot moment bewust waren van
onze eenheid met andere mensen, zou veel van de ellende die voortvloeit
uit egoïsme, uitbuiting, geweld, verwaarlozing en huichelarij,
voorkomen worden. Al zijn er vele wegen om dit doel te bereiken en menselijk
lijden te verlichten – individueel en via organisaties –
onze grootste mogelijkheden en verantwoordelijkheden liggen in het veranderen
van ons eigen leven. In dit licht zijn de geboden van Jezus ‘heb
elkaar lief’ en ‘u zult uw naaste liefhebben als uzelf’
geen utopie, maar het meest praktische geneesmiddel voor de problemen
die de mensheid plagen.
De moeilijkheid is natuurlijk om de beperkende gewoonten in ons gedachte-
en gevoelsleven, die zo vaak ons gedrag bepalen, af te leggen en in
plaats daarvan te putten uit die diepere stromen die uit en naar het
goddelijk wezen in ons vloeien. Dat vereist een volhardende inspanning,
en we zullen zeker fouten maken en soms schijnbaar terugvallen, ondanks
alles wat we doen. Als we echter blijven proberen en bereid zijn onze
daden en reacties op constructieve wijze te bezien, zal ons leven in
steeds toenemende mate onze hoogste aspiraties weerspiegelen. Want door
te handelen naar onze diepste overtuiging, zullen we tenslotte in ons
dagelijks denken en gevoelen het rechtstreekse besef wakker roepen van
universele broederschap en daardoor de oppervlakkiger aspecten van ons
bewustzijn in harmonie brengen met de innerlijke ziener, die al in harmonie
is met de eenheid van de mensheid en van de hele natuur.