Het belangrijkste werk ter wereld
(Een verhaal verteld aan een klein meisje)

E.A. Holmes

 

Er was eens een klein meisje en haar ziel woonde in de hemel. Weet je wat een ziel is? Het is dat deel van ons dat nooit doodgaat. De ziel van het meisje was erg gelukkig in de hemel, maar ze was heel bedroefd geweest toen ze de laatste keer op aarde was en ze wilde nu niet weg uit de hemel. Maar moeder natuur wist dat de ziel hier een bepaald werk moest doen en toen het tijd voor haar werd de hemel te verlaten en naar de aarde terug te keren, nam moeder natuur haar in haar armen en viel ze in slaap. Toen ze ontwaakte was ze een baby in de buik van haar moeder.

Maar de ziel wilde niet opnieuw een baby zijn; in plaats van mee te helpen dat de armpjes en beentjes en andere dingen konden groeien, deed ze alles wat ze kon om de groei tegen te houden zodat, toen het voor de baby tijd werd geboren te worden, ze niet klaar was. Niets was voldoende gegroeid. Maar ze moest geboren worden. Moeder natuur zorgde daarvoor en al gauw lag de baby veilig in de armen van haar moeder. Maar de ziel deed nog steeds haar uiterste best om weg te komen.

De moeder van het kleine meisje was heel verstandig en toen ze zag dat de ziel probeerde te ontsnappen, hield ze zoveel van haar dat ze tegen zichzelf zei: ‘Ik zal maken dat mijn meisje bij ons wil blijven. Ik wil niet dat haar ziel naar de hemel terugvliegt.’ En ze toonde de baby beetje bij beetje en telkens opnieuw wat een baby doet. Ze probeerde de baby te laten zien wat zij deed, kruipen en lachen en blij zijn. Na een poosje kwam de geest van blijheid en nam het meisje bij de hand. Deze geest is een heel machtige fee, die de droevigste ziel met haar toverstaf kan aanraken. Het meisje begon te kijken wat haar moeder deed en de levenslustige fee haalde haar over om op haar knieën te kruipen en te lachen en blij te zijn. Op een dag zei ze tegen haar mamma: ‘Wat zie je er grappig uit!’ en haar mamma huilde van vreugde!

Dit is het meisje aan wie het verhaal werd verteld. Ze woont in Engeland en haar naam is Adèle Williams. Adèle werd geboren met een ernstige afwijking, spina bifida, en de artsen vreesden voor haar leven; ze zou zeker niet kunnen spreken en zich bewegen. Iemand die niet wanhoopte was de moeder van Adèle. Ze ging alles doen wat een normaal kind zou doen om zo haar dochter te laten zien hoe ze moest lachen, zitten, haar benen moest bewegen en kruipen, totdat, na wat een eeuwigheid scheen, de baby reageerde. Op het ogenblik is Adèle een schoolkind dat een gewone school bezoekt, (Foto overgenomen met toestemming van The Stockport Express, Ltd.)

Zo begon de ziel van het kleine meisje die in de hemel had willen blijven, het fijn te vinden op aarde te zijn. Ze kon niet wandelen of hardlopen zoals andere meisjes en jongens, maar dankzij haar mamma en pappa, haar zusjes en broertjes, die allemaal van haar hielden, en alle vriendelijke dokters en verpleegsters die haar verzorgden, en bovenal dankzij de fee van blijheid, die op de een of andere manier in haar ziel was komen wonen, werd het meisje sterker en sterker; eerst liep ze met twee stokken en toen, wonder boven wonder – zonder stokken!

Nu is moeder natuur de meest wijze moeder in de wereld en ze wist dat de ziel van het meisje belangrijk werk op aarde moest doen en dat ze op aarde moest blijven om het uit te voeren. Wil je weten wat dat belangrijke werk was? Ik zal het je zeggen. Op een dag, toen het meisje met haar vriendjes speelde, zei een van hen, die gehandicapt was, ‘Dat kan ik niet’ en ‘dat kan ik ook niet.’ Vliegensvlug zei het meisje – of was het de fee van blijheid in het meisje? – : ‘Je kan alles, als je het maar probeert!’ En deze woorden werden meegevoerd door de wind en werden door honderden en honderden gehandicapten gehoord en dat waren niet allemaal kinderen. En misschien kon daarom de fee van blijheid de ziel van deze bedroefde mensen binnengaan zodat ze konden lachen en gelukkig zijn.

Kan je je een groter en belangrijker werk voorstellen dat een klein meisje ooit zou kunnen doen?

 
Spirituele kinderverhalen
 
Lichamelijke en verstandelijke beperkingen
 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 1985

© 1985 Theosophical University Press Agency