Aan de zoom van wijsheid
Ingrid Van Mater

 

Een ononderzocht leven is niet waard geleefd te worden.   – Socrates

De viering van de geboorte van verlossers in de Kersttijd geeft voor velen uitdrukking aan een ingeboren besef van onze spirituele bestemming en roept gevoelens op van eerbied en vertrouwen in de blijvende aanwezigheid van het goddelijke. Wij kunnen allemaal in deze tijd van het jaar ons hart openen en deel hebben aan de vernieuwing van het leven, innerlijk en uiterlijk, als de ‘onoverwinnelijke zon’ opnieuw zijn reis naar het noorden begint.

Een van de kostbare gaven die wij mensen bezitten, is het vermogen onszelf serieus onder de loep te nemen en vast te stellen wat de moeite waard is en wat beter kan worden opgeruimd. Door mee te werken met de dynamische, universele impulsen rond de winterzonnestilstand krijgen onze besluiten voor het Nieuwe Jaar een extra stimulans, als we het essentiële van het beste dat het afgelopen jaar heeft opgeleverd, vasthouden en plaatsmaken voor een nieuwe groei in het pasgeboren jaar. Ongetwijfeld ondergaan velen een soort innerlijke transformatie, een constructieve verandering van inzicht in wat de voorrang verdient en waardevol is. Een voorbeeld van deze vorm van ontwaken werd naar voren gebracht door een zakenman, die in een interview voor een krant op treffende wijze vertelde hoe hem de waarheid ‘overdonderde’ en hoe hij na zelfonderzoek zijn leven veranderde. Wat hem de eerste schok bezorgde en tot verandering leidde was het plotselinge besef op veertigjarige leeftijd dat hij kon sterven. Het werd hem duidelijk dat hij niet werkelijk had geleefd, hoe buitengewoon succesvol hij naar uiterlijke maatstaven ook was geweest. Hij keek terug over de jaren die hij in een soort ‘droom’ had doorgebracht: ‘Mijn God,’ zei hij, ‘wat is er al die tijd met mij gebeurd?’ Hij gaf echter toe dat er niets plotseling was gebeurd, dat het leven een evolutieproces is en dat we op een bepaald punt ‘van vak één naar vak twee’ gaan ‘en een onzichtbare lijn van verlichting passeren’; dat we geleidelijk uit de ‘duisternis van onwetendheid’ en verkeerde, oppervlakkige invloeden, in het ‘zonlicht’ komen. Een van zijn belangrijke conclusies was dat men ‘om ten volle mens te zijn, eerlijk moet zijn tegenover zichzelf’. Dat noemde hij ‘eerstegraads besef van de werkelijkheid’. Hij vond het tragisch ‘dat het beeld dat we van onszelf hebben dat is wat we weerkaatst zien in het oog van een ander.’

Eerst kon hij niet alleen zijn, omdat hij ontdekte dat hij geen contact had met zichzelf – ‘er was niemand’. Voor hij deze hindernis kon nemen, moest hij eerst vrede hebben met de dood. Geconfronteerd met de vrees daarvoor en de eindigheid van zijn leven, vroeg hij zich af: ‘ Wie ben ik? Wat voor soort mens ben ik? Wat is belangrijk voor mij?’ Geleidelijk ontwikkelde hij een dialoog met zichzelf. Hij twijfelde er nooit aan of hij handig en intelligent was, maar wel vroeg hij zich af of hij ooit wijs zou worden. ‘Maar ik geloof dat ik nu begin de zoom van wijsheid aan te raken.’

Deze man maakte een innerlijke crisis tot een positieve ervaring. Maar hoeveel mensen zijn er niet die geheel in hun eigen persoon opgaan en ontevreden blijven; die tot het einde van hun dagen in spirituele zin ongeboren blijven en een ongelukkige, lege, oude dag tegemoetgaan? Al schijnt het licht van het ware zelf altijd in ons, soms gaat het, in de loop van de tijd, achter dikke wolken schuil en laten we het ‘verbleken in het schijnsel van het dagelijks leven’. De gevangenis, gebouwd door onze egoïstische verlangens en gedachten, sluit zich om het hart en de geest als wij volwassen worden, zoals Wordsworth intuïtief aanvoelde, en berooft ons van het gezelschap van de ziel, dat ons geboorterecht is. De vergaarde wijsheid uit vroegere levens is ons erfdeel en het is aan ons deze wijsheid naar ons beste vermogen te gebruiken, om een beter inzicht te krijgen in onszelf en in het doel van het leven.

Het schijnt dat het ‘eerstegraads besef van de werkelijkheid’ begint met een eerlijk zelfonderzoek. Zichzelf dagelijks observeren, nagaan wat onze motieven zijn, ons geleidelijk bewust worden van tekortkomingen, proberen in harmonie te zijn met de grotere ritmen van het heelal, kan inderdaad leiden tot grotere wijsheid. Alle heilige geschriften leggen er de nadruk op dat wij zelf het licht van de ziel moeten aanwakkeren, door eigen initiatieven, door ons verlangen en onze wil; dat wij door zelfbewuste pogingen de kloof moeten overbruggen tussen onze kennis van de uiterlijke wereld en de werkelijkheid die we wel voelen maar niet zien en die weinig wordt begrepen. Zoals de bloem aanwezig is in het zaad, de vlinder in de rups, zo zijn er in ieder mens goddelijke mogelijkheden verborgen.

Nieuwjaar is een gunstige tijd om betere gedachten en daden te zaaien. Het is de natuurlijke tijd voor zelfonderzoek, voor het onder ogen zien van dingen die wij zorgvuldig uit de weg zijn gegaan en voor het maken van een nieuw begin – niet impulsief of met te grote ijver, die weer snel verdwijnt, maar rustig en vastbesloten. Er is inderdaad geen grens aan wat wij kunnen zijn en doen, als wij het zonlicht van de geest in ons wezen toelaten; dan komen wij tot leven, worden we herboren en raken we aan de zoom van wijsheid.

 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 1985

© 1985 Theosophical University Press Agency