Centra van licht
Grace F. Knoche

 

In een mens van licht is er licht
en hij verlicht de hele kosmos.
Wanneer hij niet schijnt, is er duisternis.
     – Het Thomas Evangelie*

*Het Thomas Evangelie, een van de verhandelingen van de gnostische bibliotheek, gevonden in 1945 in Nag Hammadi, Egypte.

Is dat niet de kern van onze plicht als mens? In ieder leven komt een moment van inzicht waarop we zonder te argumenteren weten dat de kracht van de waarheid de ziel geneest en verlicht. Vanaf dat moment kan de taak van de lichtbrengers van alle tijden ten dele de onze worden: het licht doorgeven voorzover onze beperkingen ons dat toestaan. Alleen al het besluit het pad van mededogen te volgen, opent het kanaal tussen de persoonlijke natuur en ons intuïtieve, hogere zelf. Onze verantwoordelijkheid tegenover onze medemensen neemt daardoor honderdvoudig toe; telkens als we toegeven aan kleingeestige of onvriendelijke gevoelens werpen we een schaduw over het leven van anderen; omgekeerd zal ieder straaltje licht in ons meehelpen de omringende wereld te verlichten.

Het is geen geringe ervaring te beseffen dat al onze emoties of gedachten niet alleen onze broeders in alle natuurrijken beïnvloeden, maar ook het heelal zelf. De magnetische band van verantwoordelijkheid en lotsverbondenheid tussen alle levende wezens binnen het rijk van de zon is werkelijk ontzagwekkend. Evenals ‘de hele schepping kreunt’ onder de last van egoïstische motieven, juicht ze ongetwijfeld bij iedere stap naar het licht, ieder gevoel van medeleven voor anderen. En hoewel we allemaal over de kracht zouden willen beschikken om aan de wanhopige toestanden waaronder miljoenen leven voorgoed een einde te maken, kunnen we er zeker van zijn dat, wanneer in het leven het verlangen overheerst gehoor te geven aan de hartenkreet van allen, dit een blijvende weldadige uitwerking zal hebben. Gedachten en aspiraties die voortvloeien uit het onzelfzuchtige verlangen het leed van de wereld te verlichten, leiden tot daden – zo niet van onze kant, dan toch door anderen die het gunstige karma hebben om uit te voeren wat wij in gedachten hadden.

Iedereen telt mee. Dat weten we intuïtief, maar slechts zelden beseffen we de volle draagwijdte daarvan. Steeds wanneer, zoals nu, door het samentreffen van cyclussen oude patronen worden aangetast, leidt dat tot verwarring, waardoor de toekomst van de beschaving in gevaar schijnt te zijn. Maar dat is geen reden om te twijfelen aan de morele suprematie van waarheid, eer en rechtvaardigheid. De strijd tussen licht en duister duurt eeuwigheden en we zijn er allemaal bij betrokken, want het komt altijd neer op het individu; er gaat geen moment voorbij, of we waken of slapen (ook al is het op een andere manier), waarop ieder van ons niet op een of andere manier invloed uitoefent op de gedachteatmosfeer waaraan de hele wereld deel heeft. Dit geeft de zekerheid dat iedere ernstige poging om op te komen voor het ware, meetelt, en als die onzelfzuchtig wordt volgehouden, neemt haar kracht ten goede onvoorstelbaar toe.

Hoewel de vergeestelijkende inspanningen van de lichtbrengers zich over duizenden jaren uitstrekken en hun zorg verder reikt dan de mensheid en de grenzen van de aarde, is hun stille, levengevende aanwezigheid ons altijd nabij. In de laatste tientallen jaren van deze eeuw is dit op subtiele maar duidelijke wijze merkbaar, niet in het minst door de nieuwe en bevrijdende ideeën die in ontvankelijke geesten werden uitgezaaid, en ook door de vele en verschillende soorten uitingen van altruïsme.

Ieder van ons heeft de kans en plicht een centrum van licht te worden en een verheffende invloed uit te oefenen op het wereldbewustzijn, dat mettertijd ‘de hele kosmos zal verlichten’.

 

Uit het tijdschrift Sunrise mei/jun 1985

© 1985 Theosophical University Press Agency