Poorten van bewustwording
Madeline Clark

 

Een geliefde Japanse aquarel van Koniten toont een klein deel van een bergpad dat kronkelend omhooggaat. Bij een bocht in de weg staat een sierlijke poort, de Shinto torii en daarachter, half verscholen achter een heuvelrug, bevindt zich de tempel zelf, een luchtige, naar de hemel oprijzende pagode.

Het wonderlijke is dat er geen pelgrim te zien is, geen enkele menselijke figuur, zodat het lijkt alsof je er zelf in voorkomt, op de weg loopt en de poort nadert die naar de tempel voert. De gedachte wat men zal zien na de bocht te zijn omgegaan, geeft een merkwaardig gevoel van spanning en verwachting. De in wolken gehulde bergen op de achtergrond vormen geen afschrikwekkende barrière, maar oefenen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit, geven de verwachting van een mysterie, van hoop, en sporen aan tot het beklimmen van grotere hoogten.

Intussen trekt u, als toeschouwer, verder; net als de figuren op Keats’ ‘Griekse urn’* blijft u onbeweeglijk – niettemin proeft u het eeuwige. En dan schiet u een vreemd gezegde te binnen, lang geleden uitgesproken: ‘De reis langs het pad, o drager van de boog, voltrekt zich zonder beweging.’ Al bereikt u het einddoel nooit – in volstrekte zin – steeds zijn er nieuwe poorten waar u doorheen moet.

*Gedicht van Keats: ‘On a Grecian urn’.

Als u ver genoeg doordringt in de hallen van het denken vindt u, in een verrassend aantal geschriften die ons zijn nagelaten, in universele begrippen wat Oost en West verbindt. Een voorbeeld daarvan vinden we in de ‘Weary Walker’ [De vermoeide wandelaar] van Thomas Hardy, die onverschrokken zwoegt langs het oude pad:

Achter de eerste heuvel rijst
een tweede, maar de weg
gaat door. Misschien verrijst
geen andere voor de weg?
Maar zie! Na deze komt een derde
en weer begint de weg
te klimmen; steeds verder
loopt de lange witte weg!
’t Is of hij eindigt in de lucht;
Maar nee. De weg
slingert zich langs de heuvelrug
omlaag. Altijd de weg.

Als we de top bereiken en het grotere panorama zien dat zich voor ons ontrolt, is het alsof we door een poort een nieuwe wereld binnengaan. Het bereiken van het hoogtepunt van een jaar en het beginnen van een nieuw jaar, is eenzelfde ervaring, die nog wordt geaccentueerd door een sterke toename van de natuurkrachten in dat seizoen. Het is een tijd waarin we beseffen dat

. . . alle ervaring is een poort, waardoor
de onbereisde wereld lokt, wier grenzen
steeds wijken als ik verder trek.    – Tennyson

De torii van Japan zijn echter meer dan alleen symbolische mijlpalen langs de weg. Ze zijn een deel van de tempel of het heiligdom en van alles wat deze vertegenwoordigen. Het zijn poorten van bewustwording langs het pad naar de zon.

We lezen in Fosco Maraini’s Meeting with Japan dat de torii ‘een voortdurend kenmerk is van elk uitzicht, elke vallei en van praktisch elke bergtop’. Van de ongeveer honderdduizend tempeltjes waarmee het Japanse landschap is bezaaid, ‘zijn enkele tientallen groot en belangrijk, maar de meerderheid bestaat uit kleine, rustieke bouwsels . . . en kunnen op het platteland door boeren uit boomstammen zijn gemaakt op een vrije namiddag.’

Maraini herinnert ons er ook aan dat we soortgelijke poorten als de torii in vele delen van Azië kunnen vinden – in China, Korea, Thailand en India. In Japan wordt algemeen geloofd dat ‘het gaan door een torii het eerste stadium is van zuivering’. Elke tempel heeft ten minste één, soms twee en gewoonlijk drie torii, en gewoonlijk worden die ‘in verband gebracht met hanengekraai bij de dageraad’, want van oudsher dacht men dat het de rustplaatsen waren van deze heilige vogels.

Dit heeft ongetwijfeld een veel diepere betekenis en is voor een modern Japans schrijver, K. Yamaguchi, aanleiding tot de volgende woorden:

Zoals de haan het heengaan van de nacht en de komst van de dag aankondigt, zo bereiden de drie torii het hart van een vrome toegewijde voor op zijn gelouterde verschijning voor de god. Zijn gang door de godspoort verdrijft de duisternis uit zijn hart, zoals de duisternis van de nacht wordt verdreven bij de dageraad.

De brandpunten van het jaar – de vier heilige seizoenen – die het bewustzijn van de hele mensheid beïnvloeden, op welke data de festiviteiten ook worden gehouden, kunnen voor een hart en geest die op de juiste wijze zijn afgestemd, poorten betekenen waardoor we de verschillende binnenhoven van de tempel van wijsheid van het leven kunnen binnengaan.

 

Uit het tijdschrift Sunrise mei/jun 1985

© 1985 Theosophical University Press Agency