Rustig aan
Ingrid Van Mater

 

We hadden eens een vriendin die ons hielp en die met haar eenvoudige en praktische wijsheid ons telkens weer nieuwe ideeën gaf. Of het regende of dat de zon scheen, of ze zich goed voelde of pijn had, altijd begroette ze ons op dezelfde vrolijke manier: ‘Goede morgen, een fijne morgen’, zei ze gewoonlijk opgewekt.

‘Iedere dag is voor jou een goede dag, is het niet Ellie?’ merkte ik eens op.

‘Zo is het’, zei ze. ‘Geen enkele dag is verkeerd. Maar wat hij inhoudt, dat maakt het verschil.’

Mijn vriendin had gelijk. Het heeft geen zin een onschuldige dag op een onplezierige manier te betitelen, al kunnen we niet om het feit heen dat iedere dag zijn eigen kleur en kwaliteit bezit, soms dynamisch en uitdagend is en op andere tijden rustiger. Maar ik denk dat wat Ellie in het bijzonder bedoelde was, dat we ons niet ondergeschikt moeten maken aan de dag, want we kunnen wel degelijk onszelf en onze ervaringen de baas blijven. We hebben de gebeurtenissen niet in de hand, maar wel de houding die we daartegenover aannemen en we kunnen de tekenen leren zien, die ons erop attent maken dat we meer geduld moeten hebben of meer zelfbeheersing, of dat we ons tempo moeten veranderen.

Zo gebeurde het een keer dat Ellie en ik aan het dagelijks werk begonnen en dat plotseling alles verkeerd ging. Het allereerste ei dat ze doormidden brak viel op de vloer; ik liet een zonnescherm omlaag, het koord vloog uit mijn hand en schoot met een knal omhoog, buiten mijn bereik, zodat ik op een trap moest klimmen om het te ontwarren. Het ene probleem na het andere deed zich voor, niet van ernstige aard maar wel hardnekkig. Ten slotte schoten we allebei in de lach. ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg ik aan Ellie. Zonder een moment te aarzelen zei ze zacht, alsof ze het lot niet nog meer wilde verzoeken: ‘Ik denk dat jij en ik het vandaag rustig aan moeten doen.’

Die woorden, geuit op het juiste moment, waren voor mij al onze moeilijkheden waard, want nog maar enkele dagen daarvoor kwam ik voor het eerst een Zoeloe uitdrukking tegen: Hamba kahle, die ongetwijfeld afkomstig is uit de oude wijsheid van Afrika. Als vrienden, die elkaar een bezoek hebben gebracht, naar huis gaan zeggen ze ‘Hamba kahle’, ‘rustig aan’, ‘wees voorzichtig’. Het wordt ook gebruikt als iemand in een moeilijke situatie of in een staat van opwinding verkeert. Volgens de directeur van het Afrika Instituut van een plaatselijke universiteit zit er een hele filosofie vast aan deze en soortgelijke uitdrukkingen, die verband houden met het bewaren van een gevoel van evenwicht, wat voor Afrikaanse volkeren belangrijk is. Deze gedachte van het bewaren van harmonie in onze hele natuur, is inderdaad in alle beschavingen een belangrijk aspect. Ze blijkt duidelijk uit de Gulden Middenweg van Confucius, de Middenweg van de Boeddha, het Griekse gezegde ‘Niets buitensporigs’, en de oude Amerikaans-Indiaanse begroeting: ‘Ga in harmonie’.

‘Rustig aan’ betekent voor mij samenwerken met het zich ontvouwende dagelijkse schrift; meebewegen met het getij van de gebeurtenissen. Omdat de wet van actie en reactie overal in het heelal werkt, zijn we ieder moment van iedere dag bezig ons lot te bepalen. Dat lot wordt niet alleen beïnvloed door onze houding en hoe we dat wat het leven brengt tegemoet treden, maar ook door oorzaken die in dit of in vorige levens zijn gelegd, waarvan de gevolgen nu tot ons terugkeren om vereffend te worden. Als we eenmaal de eenheid van het goddelijke doel zien en beseffen dat ons leven wordt gevormd door de wisselwerking van innerlijke en uiterlijke impulsen, kan al wat gebeurt in een nieuw licht worden gezien en geaccepteerd.

Het is nuttig te bedenken dat ‘rustig aan’ altijd opgaat, of onze problemen nu ontstaan uit de tegenwerking van onbezielde voorwerpen of uit strubbelingen met mensen, want beide soorten van verstoring zijn een waarschuwing. Hoe ze te interpreteren is de grote vraag. Sommige dingen blijven een mysterie. Er zijn te veel ingewikkelde situaties om altijd een afdoend antwoord te kunnen vinden, maar nagaan wat onze motieven zijn en hoe we te werk moeten gaan, kan helpen. Als we met onverstandige haast proberen een plan uit te voeren en ons geen tijd gunnen voor een natuurlijke oplossing, kan er een sterke reactie op volgen, die duidelijk maakt dat we onze methode moeten veranderen of ons moeten bezinnen, het ‘rustig aan doen’ en proberen erachter te komen wat het betekent. Dingen van persoonlijke en egoïstische aard spelen daarbij ook een rol. Maar als alles in harmonie is en de motieven zuiver zijn, kan de weerstand, van welke aard die ook is, een toets zijn voor het karakter en er onder andere op wijzen dat het weer ‘een van die dagen’ is, of dat de taak of de beslissing belangrijk genoeg is om tegenstand uit te lokken. Zulke omstandigheden maken het nodig dat we bewust, zorgvuldig en zo onpersoonlijk mogelijk te werk gaan.

Om het ware karakter van de dag te begrijpen en zich veilig te bewegen over de golven van verstoringen en moeilijkheden, die zeker zullen komen, is iets dat we allemaal hopen te bereiken, Als we ons in harmonie beginnen te voelen met de gebeurtenissen in het leven, zoals een hert zich één voelt met zijn milieu, zonder ongewenste aandacht te vragen voor zichzelf, zullen we meer in staat zijn misverstanden te verkleinen, ons af te stemmen op de behoeften van het moment, op de gevoelens en spanningen van anderen en van onszelf. We zijn een deel van de natuur, maar toch moeten we nog een lange weg gaan voordat we even intelligent en harmonieus kunnen werken als de natuur doet. Ik denk dat het zich bewust worden van de invloeden die onafgebroken in en om ons heen aan het werk zijn, een essentieel aspect is van het leerproces van onze menselijke familie.

De filosofie van ‘rustig aan’ kan een onschatbare hulp zijn om tegenslagen kalm tegemoet te treden, een positieve en toch soepele houding te bewaren en iedere dag de kans te geven zich te ontplooien. Tenslotte hebben we het vermogen iedere dag te doorstaan, door in ons een constant evenwicht te vinden en een nooit falend vertrouwen in de rechtmatigheid van al wat zich dagelijks in ons leven ontvouwt.

 

Uit het tijdschrift Sunrise mei/jun 1985

© 1985 Theosophical University Press Agency


 

De ernstigste gebeurtenissen doen zich met even weinig rumoer voor als de morgenster als hij opkomt. Alle grote ontwikkelingen voltrekken zich in de wereld, wachten bescheiden in stilte, presenteren zich nooit en kondigen zich in het geheel niet aan. We moeten oplettend en ontvankelijk zijn als we het begin en einde van grote dingen willen zien.    – Henry Ward Beecher