De oplettende toeschouwer
Rutger Bergström

 

Er zou in het zuiden van Zweden een bijeenkomst worden gehouden van een broederschapsorganisatie. Vanuit heel Zweden, Denemarken, Noorwegen en Duitsland arriveerden de deelnemers – jonge en oude. De sprekers bereidden zich voor op hun toespraken; de organisatoren zorgden ervoor dat alles klaar was. Men kwam bijeen om te spreken over het verwezenlijken van broederschap in een moeilijke tijd.

De eerste dag begon. De mensen maakten kennis met elkaar. De atmosfeer was goed, de belangstelling was groot, oude vrienden waren herenigd. Er zou een film worden vertoond en net toen het scherm op zou gaan, gebeurde er iets. Een van de gasten, een ouder lid van de broederschap, werd ziek. Hij moest onmiddellijk naar huis, maar er waren geen treinen en hij wist niet hoe hij thuis moest komen. Later in de middag zou er een trein naar Stockholm vertrekken – maar hij voelde zich beroerd.

Niemand schonk eigenlijk veel aandacht aan hem. De lezingen en besprekingen waren begonnen en niemand lette op hem: waarom moest hij ook juist ziek worden op het ogenblik dat de pret zou beginnen. . . .

Een oplettende toeschouwer, een rustige kleine man, had alles aangezien.

‘Wat is er aan de hand?’ vroeg hij. ‘Bent u ziek?’

Het koude zweet brak de ander uit. ‘Ja, kunt u mij helpen met het opzoeken van een trein? Ik heb er de kracht niet voor.’

‘Kom met me mee. We gaan naar Boras. Als we meteen vertrekken kunt u binnen een uur de sneltrein halen.’

Het ging allemaal heel snel. Ze reden naar Boras en arriveerden juist toen de trein uit Göteborg binnenliep. Een haastig vaarwel van een onbekende, maar een medemens.

De oplettende toeschouwer keerde naar de conferentie terug. Niemand merkte hem op: hij was geen spreker en geen opvallende figuur. De sprekers, vlot en met kennis van zaken, spraken over broederschap en het hele gehoor voelde zich gelukkig.

Later ging de man die ziek was geworden informeren: ‘Wie heeft me naar Boras gebracht en hielp me toen ik ziek werd?’

Maar niemand wist het. Zij die erover nadachten begrepen dat broederschap een praktische zaak is die alleen op het juiste moment kan worden verwezenlijkt.

 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/apr 1985

© 1985 Theosophical University Press Agency


 

Met iets meer geduld, een grotere toewijding aan de waarheid, meer liefde en barmhartigheid voor allen; met minder onderworpenheid aan het verleden, de blik dapper op de toekomst gericht, met meer vertrouwen in onszelf en groter vertrouwen in onze medemensen, zal de mensheid rijp zijn voor een grote explosie van licht en vrede.    – John L. Toomey