Geschiedenis is de eb en vloedbeweging van de beschaving gedurende
duizenden jaren, en volgt de loop van wisselende culturen, waarvan de
voornaamste uitgangspunten mogelijk totaal verschilden van de onze.
Veel oude volken geloofden dat bewustzijn de werkelijkheid is en materie
een illusie, en deze zienswijze kleurde niet alleen hun religieuze en
filosofische verwachtingen, maar ook de gebruiken, kunstuitingen en
andere aspecten van die beschavingen. Voor de wetenschappelijk ingestelde
historicus kan het moeilijk zijn het geloof en de verworvenheden van
deze volken volledig te begrijpen en te waarderen.
Momenteel beweert men dat het leven miljoenen jaren geleden uit niet-leven
is voortgekomen, en dat het oorspronkelijke protoplasma zich geleidelijk
reproduceerde in heel die verscheidenheid aan levensvormen die we kennen
– onszelf inbegrepen! Het komt erop neer dat de mens niets meer
is dan een gecompliceerde verschijningsvorm van de stof. Het stoffelijke
is de werkelijkheid; bewustzijn en de vele zaken die we in het menselijk
bestaan waarderen, zijn, direct of indirect, bijproducten van de stof.
Als de glorieuze bekroning van dit evolutieproces moet de mens het meest
recente voortbrengsel van de evolutie zijn.
De historicus wordt, evenals wij allemaal, beïnvloed door het
tijdsbeeld. Het is alsof mensen een bril dragen en, hoe zorgvuldig ze
ook proberen te zijn, die bril is gekleurd door de vooropgezette meningen
van hun tijd. Nog maar enkele honderden jaren geleden werd de aarde
beschreven alsof ze zo’n zes- tot zevenduizend jaar geleden was
geschapen, en moesten de opvattingen over de ouderdom van het beschaafde
leven worden bijgesteld om in dit keurslijf te passen. De wetenschap
maakte hier een eind aan door te bewijzen dat de aarde honderden miljoenen
jaren oud is. Nu zijn we echter aan andere vooropgezette meningen gebonden.
Soms zijn de werken van vroegere geschiedkundigen bewaard gebleven,
en die zijn van grote waarde, want hun schrijvers stonden dichter bij
de plaats van handeling, en hadden de beschikking over materiaal dat
nu misschien verloren is. Een andere vorm van echte geschiedenis, die
men meer heeft veronachtzaamd dan wenselijk is, bestaat uit de legenden
en mythen die door mondelinge overlevering zijn doorgegeven. Ze beschrijven
de geboorte van de aarde en vertellen over oude culturen die bloeiden
op vroegere vastelanden. Ze spreken van volksverhuizingen op het land
en over het water. Mythen en volksverhalen vormen het geheugen van ons
ras en zijn vaak het enige bewijs dat we hebben van deze duistere perioden.
Beschavingen worden, evenals alle dingen, geboren, nemen toe in kracht,
bereiken een toppunt van creativiteit en macht; daarna beginnen de zaden
van hun ondergang in hen te ontkiemen; ze raken in verval en sterven
uiteindelijk. Misschien zijn ze een tijdlang in op- en neergaande beweging,
maar uiteindelijk verdwijnen ze of worden ze opgenomen in een levenskrachtiger
cultuur. De klassieke wereld beleefde haar bloei in Griekenland, Alexandrië,
en daarna in Rome, waarna er een gestadig verval plaatsvond met de komst
van de Middeleeuwen. Hoe staat het met de evolutie, als een land of
een rijk van creatieve hoogten afzakt tot mistroostige onwetendheid?
Waar blijft het doorgeven van kennis, deskundigheid en verfijning van
de ene eeuw naar de volgende?
Laten we nu reïncarnatie in onze beschouwing betrekken. Reïncarnatie
is simpelweg het denkbeeld dat de mens vele levens leeft op aarde, en
dat hij in elk leven is wat hij van zichzelf in vorige levens heeft
gemaakt door middel van de wet van oorzaak en gevolg, of karma. In het
huidige leven maakt hij van zichzelf wat hij eens zal worden. In ieder
mens moet een duurzaam element wonen dat herhaalde belichamingen overleeft,
en in dit essentiële zelf ligt de door ervaring verworven wijsheid
opgeslagen. Evolutie is het proces waarin de mogelijkheden van deze
spirituele essentie zich geleidelijk ontvouwen. Evolutie is dus een
proces van de ziel, en dit proces voltrekt zich niet van de ene generatie
naar de andere, maar strekt zich uit over herhaalde wederbelichamingen
van het individu, dat in de loop van zijn reïncarnaties door de
eeuwen heen misschien in verschillende rassen geboren wordt.
Reïncarnatie verschaft waardevolle informatie bij de studie van
de geschiedenis, want ieder tijdperk is het volk dat erin leeft
en het karma dat erin wordt uitgewerkt als individuen, groepen, landen,
beschavingen. Het waren grote zielen die het Griekenland van Pericles
maakten. Als die creatieve denkers er niet waren geweest, zou er nooit
een Eeuw van Pericles hebben bestaan. Dat is een duidelijk feit. Ieder
tijdperk biedt gelegenheden voor de ontwikkeling van de zielen die zich
dan belichamen. Zij die creativiteit bezitten, zullen natuurlijk worden
aangetrokken tot tijdperken waarin ze die creativiteit tot expressie
kunnen brengen – tenzij karma het om een of andere reden verhindert.
Mensen worden tot elkaar aangetrokken om hun karma uit te werken, en
bepalen daarmee de kleur en aard van de eeuw waarin ze worden geboren.
Als reïncarnatie een feit is, dan waren wij de Ouden.
Beschavingen zijn als vuurwerk; ze ontvlammen en verlichten hun tijdperk.
Ze handhaven zich een tijdje, maar doven tenslotte uit en dan treedt
de nacht in. Intussen zijn er andere bloeiperioden, dichtbij en ver
weg, en het probleem is dat er heel vaak geen verband schijnt te bestaan
tussen de ene cultuur en andere die ervoor in de plaats treden, zelfs
als die dicht bij elkaar liggen, zoals Griekenland en Rome. Rome nam
veel Griekse ideeën over en die lieten hun indruk achter; toch
waren de Romeinen een andere groep ego’s: geen Griekse zielen,
maar Romeinse zielen met een Romeins stempel. Al kunnen beschavingen
elkaar dus wel beïnvloeden, elk volgt haar eigen patroon van geboorte
en groei, en is zogezegd zichzelf.
Mensenrassen zijn als rivieren: de essentie ervan stroomt voortdurend
binnen en vloeit weer weg. Mensen worden geboren terwijl anderen sterven.
Intussen komt het ras tot bloei en zinkt dan in de loop van de eeuwen
terug in het duister; toch behoudt het zijn stempel. En dat is een heel
belangwekkend en raadselachtig feit. De geschiedenis waarover we lezen
is een karikatuur, omdat ze enorm is samengeperst. Het lijkt alsof er
onophoudelijk oorlog is omdat de tussenperioden van vrede verkort worden
weergegeven, Slechte mensen worden tot monsters gemaakt; grote leiders
meer dan menselijk. En al die tijd voltrekt het leven van het merendeel
van de mensheid, dat het materiaal van de geschiedenis vormt, zich rustig,
precies zoals dat ook in deze tijd gebeurt.
Waarschijnlijk is slechts een klein deel van de menselijke levensgolf
in dezelfde tijd geïncarneerd; de rest ondergaat de veel langere
periode van haar ervaringen na de dood. Er zijn cyclussen als de huidige,
waarin de aarde overspoeld lijkt met menselijke zielen; andere cyclussen
waarin, om redenen die in de natuur verborgen liggen, de mensheid in
aantal terugloopt en grote delen van de aardbol braak liggen. Maar in
iedere eeuw bestaat de mensheid uit een grote verscheidenheid van zielen;
zij die zich beneden de ‘norm’ bevinden, waarvan sommige
zelfs verdorven zijn; dan de grote gemiddelde massa van de mensheid
waartoe de meesten van ons behoren. Er zijn ook leiders, genieën,
voorlopers, filosofen en ware mystici, waarvan de christussen en boeddha’s,
Sankara’s en Zarathoestra’s, het evolutionaire doel en de
hoop van de mensheid vertegenwoordigen.
Waarom komen landen op als ze toch weer moeten sterven? Als een beschaving
wordt geboren, trekt ze sterke zielen aan, pioniers, mensen die dat
soort karma moeten uitwerken. Naarmate regeringsvormen tot ontwikkeling
komen, verschijnen er bestuurders, wetgevers, handwerkslieden en kunstenaars.
Creatieve prestaties beginnen tot bloei te komen. Ook legers met hun
leiders kunnen een belangrijke rol spelen. Het ras bereikt zijn toppunt
van macht en invloed als individuen niet langer hoeven te strijden voor
hun vrijheid of zelfs voor hun bestaan; die zijn dan vanzelfsprekend.
Een nieuw type ziel doet zijn intrede, dat zwakker en weker van aard
is, en het ras of het land trekt langzaamaan de zaden tot zich van verval.
Na verloop van tijd sterft het.
Bekijken we het vanuit het standpunt van reïncarnatie, dan zien
we dat er in ieder stadium in de ontwikkeling van een land of beschaving
zielen incarneren van wie het hun karma is haar bestemming op dat punt
te vervullen. Toch kan geen enkele beschaving tot steeds grotere hoogten
blijven stijgen, en wel om goede redenen. Kijk bijvoorbeeld eens naar
de legers die Tamerlan (Timoer) volgden toen hij plunderend door Klein-Azië
trok, en daarbij grote steden in Perzië en elders tot de laatste
steen verwoestte, de bewoners afslachtte en zelfs de aarde met zout
bestrooide. Deze wrede soldaten waren mensen; zij reïncarneren.
En als ze dat doen dan brengen ze zichzelf mee, hun karma, en scheppen
dan een woelig tijdperk op een of ander deel van de aardbol. De zaden
die ze zaaiden waren zaden van geweld – niet van rust, overleg
en verdraagzaamheid.
Als beschavingen over de hele wereld voortdurend in grootheid en roem
toenamen, waar zou er dan plaats zijn voor zielen met een ander soort
karma? Allen moeten terugkeren, en ze brengen zichzelf en hun bestemming
met zich. Vandaar dat de wereld verdeeld raakt, op bepaalde tijden meer
dan op andere: hier een verheven beschaving, daar minder ontwikkelde
ego’s die hun karma uitwerken. Dat is de reden dat de geschiedenis
ons tijden van vrede en tijden van vernietiging toont: omstandigheden
die worden geschapen door de sterk uiteenlopende zielen die onze menselijke
familie vormen. De zaaiers keren terug naar de velden waarop ze zaaiden.
Als we de opkomst en het verval van beschavingen, en de schijnbare
eb en vloed van de evolutie willen verklaren, dan moeten we ons de woorden
van Thomas Huxley, de antropoloog, herinneren, die zei:
Als we de zaak vanuit een zuiver wetenschappelijk
gezichtspunt bekijken, lijkt het me niet alleen ongegrond maar ook
ongepast om te veronderstellen dat er te midden van de talloze werelden
die door de eindeloze ruimte verspreid zijn, geen intelligentie kan
zijn die evenveel groter is dan die van de mens als de zijne groter
is dan die van de kakkerlak, dat er geen wezen is dat is toegerust
met krachten om de loop van de natuur te beïnvloeden evenveel
groter dan de zijne, als de zijne groter zijn dan die van de slak.
– Some Essays on Controversial Subjects, blz. 27
Dit is in overeenstemming met het oorspronkelijke christelijke denkbeeld
van hiërarchieën van wezens boven de mens, die de innerlijke
structuur van het heelal vormen. De werkingen van deze grotere intelligenties
zijn de wetten van de natuur, of we die nu cherubijnen, amshaspends,
elohim, dhyani-chohans, of wat ook noemen. Bijna iedere godsdienst heeft
ze beschreven en ze helaas ook vermenselijkt. Zonder hun leidende en
ondersteunende invloed zou de natuur een zinloze chaos worden. Zij zijn
het die het werkplan van de natuur ontwerpen en vormen, en zijn de krachten
achter haar ingebouwde herstelsysteem of onontkoombare terugkeer naar
harmonie.
De mens kan deze natuurlijke orde met zijn onvolkomen ontwikkelde verstand
en tomeloze emoties verstoren, maar de natuur zal uiteindelijk op hem
terugwerken. Dat is wat met het woord karma wordt bedoeld. Het menselijk
leven is niet een schooltijd van een aantal jaren, waarna ons een diploma
wordt uitgereikt. Het enige diploma dat we in ons leven krijgen zijn
wijzelf. De grootste god in de hoogste hemel zal geen inbreuk maken
op ons onvervreemdbare recht te struikelen en te vallen en, als dat
nodig is, honderdmaal in honderd levens weer op te staan, tot we door
eigen inspanning betere wezens zijn geworden. Er zijn in het evolutieproces
hogere intelligenties aan het werk, die er de stuwende kracht van zijn;
maar ieder wezen moet zelf vorderingen maken in dat milieu.
Waaruit bestaan de beschavingen die de geschiedenis vormen? Uit menselijke
zielen die van eeuw tot eeuw in een reeks incarnaties evolueren en ongetwijfeld
eens hun hogere mogelijkheden tot uitdrukking zullen brengen. De evolutie
is een langzaam proces, maar in een toekomstig tijdperk zal de mens
waarlijk mens zijn geworden.