Beschaving, geschiedenis, en reïncarnatie
John P. Van Mater

 

Geschiedenis is de eb en vloedbeweging van de beschaving gedurende duizenden jaren, en volgt de loop van wisselende culturen, waarvan de voornaamste uitgangspunten mogelijk totaal verschilden van de onze. Veel oude volken geloofden dat bewustzijn de werkelijkheid is en materie een illusie, en deze zienswijze kleurde niet alleen hun religieuze en filosofische verwachtingen, maar ook de gebruiken, kunstuitingen en andere aspecten van die beschavingen. Voor de wetenschappelijk ingestelde historicus kan het moeilijk zijn het geloof en de verworvenheden van deze volken volledig te begrijpen en te waarderen.

Momenteel beweert men dat het leven miljoenen jaren geleden uit niet-leven is voortgekomen, en dat het oorspronkelijke protoplasma zich geleidelijk reproduceerde in heel die verscheidenheid aan levensvormen die we kennen – onszelf inbegrepen! Het komt erop neer dat de mens niets meer is dan een gecompliceerde verschijningsvorm van de stof. Het stoffelijke is de werkelijkheid; bewustzijn en de vele zaken die we in het menselijk bestaan waarderen, zijn, direct of indirect, bijproducten van de stof. Als de glorieuze bekroning van dit evolutieproces moet de mens het meest recente voortbrengsel van de evolutie zijn.

De historicus wordt, evenals wij allemaal, beïnvloed door het tijdsbeeld. Het is alsof mensen een bril dragen en, hoe zorgvuldig ze ook proberen te zijn, die bril is gekleurd door de vooropgezette meningen van hun tijd. Nog maar enkele honderden jaren geleden werd de aarde beschreven alsof ze zo’n zes- tot zevenduizend jaar geleden was geschapen, en moesten de opvattingen over de ouderdom van het beschaafde leven worden bijgesteld om in dit keurslijf te passen. De wetenschap maakte hier een eind aan door te bewijzen dat de aarde honderden miljoenen jaren oud is. Nu zijn we echter aan andere vooropgezette meningen gebonden.

Soms zijn de werken van vroegere geschiedkundigen bewaard gebleven, en die zijn van grote waarde, want hun schrijvers stonden dichter bij de plaats van handeling, en hadden de beschikking over materiaal dat nu misschien verloren is. Een andere vorm van echte geschiedenis, die men meer heeft veronachtzaamd dan wenselijk is, bestaat uit de legenden en mythen die door mondelinge overlevering zijn doorgegeven. Ze beschrijven de geboorte van de aarde en vertellen over oude culturen die bloeiden op vroegere vastelanden. Ze spreken van volksverhuizingen op het land en over het water. Mythen en volksverhalen vormen het geheugen van ons ras en zijn vaak het enige bewijs dat we hebben van deze duistere perioden.

Beschavingen worden, evenals alle dingen, geboren, nemen toe in kracht, bereiken een toppunt van creativiteit en macht; daarna beginnen de zaden van hun ondergang in hen te ontkiemen; ze raken in verval en sterven uiteindelijk. Misschien zijn ze een tijdlang in op- en neergaande beweging, maar uiteindelijk verdwijnen ze of worden ze opgenomen in een levenskrachtiger cultuur. De klassieke wereld beleefde haar bloei in Griekenland, Alexandrië, en daarna in Rome, waarna er een gestadig verval plaatsvond met de komst van de Middeleeuwen. Hoe staat het met de evolutie, als een land of een rijk van creatieve hoogten afzakt tot mistroostige onwetendheid? Waar blijft het doorgeven van kennis, deskundigheid en verfijning van de ene eeuw naar de volgende?

Laten we nu reïncarnatie in onze beschouwing betrekken. Reïncarnatie is simpelweg het denkbeeld dat de mens vele levens leeft op aarde, en dat hij in elk leven is wat hij van zichzelf in vorige levens heeft gemaakt door middel van de wet van oorzaak en gevolg, of karma. In het huidige leven maakt hij van zichzelf wat hij eens zal worden. In ieder mens moet een duurzaam element wonen dat herhaalde belichamingen overleeft, en in dit essentiële zelf ligt de door ervaring verworven wijsheid opgeslagen. Evolutie is het proces waarin de mogelijkheden van deze spirituele essentie zich geleidelijk ontvouwen. Evolutie is dus een proces van de ziel, en dit proces voltrekt zich niet van de ene generatie naar de andere, maar strekt zich uit over herhaalde wederbelichamingen van het individu, dat in de loop van zijn reïncarnaties door de eeuwen heen misschien in verschillende rassen geboren wordt.

Reïncarnatie verschaft waardevolle informatie bij de studie van de geschiedenis, want ieder tijdperk is het volk dat erin leeft en het karma dat erin wordt uitgewerkt als individuen, groepen, landen, beschavingen. Het waren grote zielen die het Griekenland van Pericles maakten. Als die creatieve denkers er niet waren geweest, zou er nooit een Eeuw van Pericles hebben bestaan. Dat is een duidelijk feit. Ieder tijdperk biedt gelegenheden voor de ontwikkeling van de zielen die zich dan belichamen. Zij die creativiteit bezitten, zullen natuurlijk worden aangetrokken tot tijdperken waarin ze die creativiteit tot expressie kunnen brengen – tenzij karma het om een of andere reden verhindert. Mensen worden tot elkaar aangetrokken om hun karma uit te werken, en bepalen daarmee de kleur en aard van de eeuw waarin ze worden geboren. Als reïncarnatie een feit is, dan waren wij de Ouden.

Beschavingen zijn als vuurwerk; ze ontvlammen en verlichten hun tijdperk. Ze handhaven zich een tijdje, maar doven tenslotte uit en dan treedt de nacht in. Intussen zijn er andere bloeiperioden, dichtbij en ver weg, en het probleem is dat er heel vaak geen verband schijnt te bestaan tussen de ene cultuur en andere die ervoor in de plaats treden, zelfs als die dicht bij elkaar liggen, zoals Griekenland en Rome. Rome nam veel Griekse ideeën over en die lieten hun indruk achter; toch waren de Romeinen een andere groep ego’s: geen Griekse zielen, maar Romeinse zielen met een Romeins stempel. Al kunnen beschavingen elkaar dus wel beïnvloeden, elk volgt haar eigen patroon van geboorte en groei, en is zogezegd zichzelf.

Mensenrassen zijn als rivieren: de essentie ervan stroomt voortdurend binnen en vloeit weer weg. Mensen worden geboren terwijl anderen sterven. Intussen komt het ras tot bloei en zinkt dan in de loop van de eeuwen terug in het duister; toch behoudt het zijn stempel. En dat is een heel belangwekkend en raadselachtig feit. De geschiedenis waarover we lezen is een karikatuur, omdat ze enorm is samengeperst. Het lijkt alsof er onophoudelijk oorlog is omdat de tussenperioden van vrede verkort worden weergegeven, Slechte mensen worden tot monsters gemaakt; grote leiders meer dan menselijk. En al die tijd voltrekt het leven van het merendeel van de mensheid, dat het materiaal van de geschiedenis vormt, zich rustig, precies zoals dat ook in deze tijd gebeurt.

Waarschijnlijk is slechts een klein deel van de menselijke levensgolf in dezelfde tijd geïncarneerd; de rest ondergaat de veel langere periode van haar ervaringen na de dood. Er zijn cyclussen als de huidige, waarin de aarde overspoeld lijkt met menselijke zielen; andere cyclussen waarin, om redenen die in de natuur verborgen liggen, de mensheid in aantal terugloopt en grote delen van de aardbol braak liggen. Maar in iedere eeuw bestaat de mensheid uit een grote verscheidenheid van zielen; zij die zich beneden de ‘norm’ bevinden, waarvan sommige zelfs verdorven zijn; dan de grote gemiddelde massa van de mensheid waartoe de meesten van ons behoren. Er zijn ook leiders, genieën, voorlopers, filosofen en ware mystici, waarvan de christussen en boeddha’s, Sankara’s en Zarathoestra’s, het evolutionaire doel en de hoop van de mensheid vertegenwoordigen.

Waarom komen landen op als ze toch weer moeten sterven? Als een beschaving wordt geboren, trekt ze sterke zielen aan, pioniers, mensen die dat soort karma moeten uitwerken. Naarmate regeringsvormen tot ontwikkeling komen, verschijnen er bestuurders, wetgevers, handwerkslieden en kunstenaars. Creatieve prestaties beginnen tot bloei te komen. Ook legers met hun leiders kunnen een belangrijke rol spelen. Het ras bereikt zijn toppunt van macht en invloed als individuen niet langer hoeven te strijden voor hun vrijheid of zelfs voor hun bestaan; die zijn dan vanzelfsprekend. Een nieuw type ziel doet zijn intrede, dat zwakker en weker van aard is, en het ras of het land trekt langzaamaan de zaden tot zich van verval. Na verloop van tijd sterft het.

Bekijken we het vanuit het standpunt van reïncarnatie, dan zien we dat er in ieder stadium in de ontwikkeling van een land of beschaving zielen incarneren van wie het hun karma is haar bestemming op dat punt te vervullen. Toch kan geen enkele beschaving tot steeds grotere hoogten blijven stijgen, en wel om goede redenen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de legers die Tamerlan (Timoer) volgden toen hij plunderend door Klein-Azië trok, en daarbij grote steden in Perzië en elders tot de laatste steen verwoestte, de bewoners afslachtte en zelfs de aarde met zout bestrooide. Deze wrede soldaten waren mensen; zij reïncarneren. En als ze dat doen dan brengen ze zichzelf mee, hun karma, en scheppen dan een woelig tijdperk op een of ander deel van de aardbol. De zaden die ze zaaiden waren zaden van geweld – niet van rust, overleg en verdraagzaamheid.

Als beschavingen over de hele wereld voortdurend in grootheid en roem toenamen, waar zou er dan plaats zijn voor zielen met een ander soort karma? Allen moeten terugkeren, en ze brengen zichzelf en hun bestemming met zich. Vandaar dat de wereld verdeeld raakt, op bepaalde tijden meer dan op andere: hier een verheven beschaving, daar minder ontwikkelde ego’s die hun karma uitwerken. Dat is de reden dat de geschiedenis ons tijden van vrede en tijden van vernietiging toont: omstandigheden die worden geschapen door de sterk uiteenlopende zielen die onze menselijke familie vormen. De zaaiers keren terug naar de velden waarop ze zaaiden.

Als we de opkomst en het verval van beschavingen, en de schijnbare eb en vloed van de evolutie willen verklaren, dan moeten we ons de woorden van Thomas Huxley, de antropoloog, herinneren, die zei:

Als we de zaak vanuit een zuiver wetenschappelijk gezichtspunt bekijken, lijkt het me niet alleen ongegrond maar ook ongepast om te veronderstellen dat er te midden van de talloze werelden die door de eindeloze ruimte verspreid zijn, geen intelligentie kan zijn die evenveel groter is dan die van de mens als de zijne groter is dan die van de kakkerlak, dat er geen wezen is dat is toegerust met krachten om de loop van de natuur te beïnvloeden evenveel groter dan de zijne, als de zijne groter zijn dan die van de slak.    – Some Essays on Controversial Subjects, blz. 27

Dit is in overeenstemming met het oorspronkelijke christelijke denkbeeld van hiërarchieën van wezens boven de mens, die de innerlijke structuur van het heelal vormen. De werkingen van deze grotere intelligenties zijn de wetten van de natuur, of we die nu cherubijnen, amshaspends, elohim, dhyani-chohans, of wat ook noemen. Bijna iedere godsdienst heeft ze beschreven en ze helaas ook vermenselijkt. Zonder hun leidende en ondersteunende invloed zou de natuur een zinloze chaos worden. Zij zijn het die het werkplan van de natuur ontwerpen en vormen, en zijn de krachten achter haar ingebouwde herstelsysteem of onontkoombare terugkeer naar harmonie.

De mens kan deze natuurlijke orde met zijn onvolkomen ontwikkelde verstand en tomeloze emoties verstoren, maar de natuur zal uiteindelijk op hem terugwerken. Dat is wat met het woord karma wordt bedoeld. Het menselijk leven is niet een schooltijd van een aantal jaren, waarna ons een diploma wordt uitgereikt. Het enige diploma dat we in ons leven krijgen zijn wijzelf. De grootste god in de hoogste hemel zal geen inbreuk maken op ons onvervreemdbare recht te struikelen en te vallen en, als dat nodig is, honderdmaal in honderd levens weer op te staan, tot we door eigen inspanning betere wezens zijn geworden. Er zijn in het evolutieproces hogere intelligenties aan het werk, die er de stuwende kracht van zijn; maar ieder wezen moet zelf vorderingen maken in dat milieu.

Waaruit bestaan de beschavingen die de geschiedenis vormen? Uit menselijke zielen die van eeuw tot eeuw in een reeks incarnaties evolueren en ongetwijfeld eens hun hogere mogelijkheden tot uitdrukking zullen brengen. De evolutie is een langzaam proces, maar in een toekomstig tijdperk zal de mens waarlijk mens zijn geworden.

 
Andere artikelen over reïncarnatie
 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 1985

© 1985 Theosophical University Press Agency