Op zoek naar het verloren akkoord:
Oude gebruiken en moderne tendensen – 1*

Andrew Rooke

 

*Samenvatting van twee lezingen gehouden op 2 april 1983 en 1 juni 1985 in Melbourne, onder auspiciën van de Australische Afdeling van The Theosophical Society (Pasadena).


 

Er is geometrie in het trillen van snaren. Er is muziek in het zich spreiden der sferen.
      – Pythagoras (6de eeuw v.Chr.)

De stevige ritmes van de huidige rock-generatie brengen haar aanhangers in een trance-achtige extase, terwijl hun ouders verontrust op de vlucht slaan voor wat ze ervaren als een ondraaglijk spervuur van geluid. Iedereen heeft wel eens ondervonden hoezeer muziek de stemming kan beïnvloeden. Hebben we allemaal niet vaak troost gezocht bij de symfonieën van de natuur, ver weg van de kakofonie voortgebracht door onze stedelijke omgeving? Kabbelende golven tegen de kust, de wind fluisterend door hoge bomen, klaterende bergbeken, hebben door de eeuwen heen vermoeiden getroost en dichters geïnspireerd. Elke moeder kent het kalmerende effect dat ritmisch wiegen, neuriën en zingen op een baby uitoefenen. Muziek geeft veel meer dan alleen vermaak. Ze kan inderdaad een machtige sleutel zijn om de geheimen van de natuur te begrijpen en de mensheid de weg te wijzen naar herstel van de harmonie binnen de grotere symfonie van het leven.

Er zijn belangrijke aanwijzingen dat de verborgen kennis van muziek en geluid eens wijd verspreid was onder de volkeren van de wereld, en tegenwoordig worden er pogingen gedaan om deze lang vergeten schatten van ons erfgoed weer op te sporen. De opvatting dat het heelal is opgebouwd uit verschillende gebieden van trillingen, was in de mysteriescholen van de oude wereld welbekend. Elk wezen, van atoom tot zon, volgt zijn eigen bestemming en zingt zijn eigen levenslied dat voor ons oor onhoorbaar is. Sinds Pythagoras is deze kosmische symfonie bekend als de muziek der sferen. Door de eeuwen heen hebben wetenschappers en musici naar middelen gezocht om de kosmische harmonieën te transponeren in patronen die geschikt zijn voor het menselijk oor. In de renaissance hebben drie vooraanstaande geleerden vage resten van de leringen van Pythagoras herontdekt over de ‘muziek in het zich spreiden der sferen’: de pater jezuïet Athanasius Kircher, die de schepping van de wereld vergeleek met orgelmuziek, de Engelse rozenkruiser Robert Fludd, die sprak over het ‘wereld-monochord’ en de astronoom en ontdekker van de planetaire wetten, Johannes Kepler. Misschien heeft het werk van zulke onderzoekers van de geheimen der ouden Shakespeare geïnspireerd om over deze hemelse muziek te schrijven:

Er is geen hemelbol, hoe klein ook, die u ziet
die in zijn baan niet als een engel zingt,
in ’t koor der jong-geoogde cherubijnen:
Diezelfde harmonie is in ’t onsterflijk deel der ziel,
maar blijft, zolang ’t vergank’lijk, aardse kleed
haar dicht omhult, voor ons onhoorbaar.
     – De Koopman van Venetië, V, i

Deze pioniers wisten dat we voortdurend zijn omringd door een zee van kosmische muziek, die niets anders is dan de harmonieus vibrerende levensatomen die de voertuigen vormen van spirituele krachten die aan het gemanifesteerde bestaan ten grondslag liggen. Misschien zijn de prachtige kleuren in de natuur de zichtbare uitingen van de symfonische harmonieën die om ons heen klinken. De vele vormen van muziek die we horen, van het kabbelen van een beek tot de ingewikkelde ritmes van een klassieke symfonie, zijn vertalingen op ons gebied van de muziek waarmee het heelal vol is.

Dit feit levert de sleutel voor het gebruik van muziek in de oudheid als geneesmiddel. Zoals in een orkest elke musicus zijn partij speelt, zo is ook ieder van ons, terwijl we onhoorbaar onze eigen grondtoon zingen, verweven met de grotere harmonieën van onze omgeving. G. de Purucker zegt dat een mens

lijkt op een klankbord, bespannen met zeven snaren zoals de lier van Apollo, waarover de winden van de eeuwigheid strijken, en de gecombineerde tonen van deze snaren brengen in hem een kosmische symfonie voort. En ieder van ons is als een levende mystieke lier die in harmonie meetrilt met de muziek der sferen.    – Bron van het occultisme, blz. 226

Een violist of fluitist die vals of uit de maat speelt, veroorzaakt disharmonieën bij het uitvoeren van een symfonie; op dezelfde wijze zullen onze disharmonische gedachten en daden leiden tot een vorm van ziekte, lichamelijk of mentaal.

Lang geleden leerden medici dat muziek zou kunnen worden gebruikt bij het genezen van lichaam en ziel. Vanaf de zogenaamde primitieve mensen tot de traditionele volkeren over de hele wereld, gebruikten allen toverformules, gezangen, ritmes en geluid om boze geesten te weren, vergeving van zonden te verkrijgen, of de goden gunstig te stemmen. Ingewijde priestergenezers uit Egypte, die muziek de ‘geneeskunde van de ziel’ noemden, waren gespecialiseerd in het gebruik ervan, dat ten doel had een lange reeks van ziekten te verlichten, in het bijzonder zenuwstoringen. De oude Perzen speelden op de luit om vele ziekten te genezen en de Hebreeën vertellen de geschiedenis van David, die door de macht van zijn harp de razernij van Saul temperde.

Griekse legenden verhalen hoe Orpheus met zijn lier wilde dieren bedwong en, ontwrichte geesten tot bedaren bracht. Homerus beval muziek aan tegen negatieve emoties, en van de arts Asclepiades van Bithynia, 100 v.Chr., wordt gezegd dat hij er gebruik van maakte om ziekten van het oor te genezen, en hij pleitte voor het gebruik van de trompet, bespeeld in de Frygische toonaard, tegen door ischias aangetaste lichaamsdelen. Democritus geloofde dat vele ziekten konden worden genezen door de melodieuze klanken van een fluit, en van Pythagoras wordt gezegd dat hij liederen gebruikte om ziekten van het zenuwstelsel te behandelen, terwijl Plato zover ging dat hij muziek verbond aan de toekomstige welvaart van hele volkeren. Aristoteles geloofde dat het een emotionele zuivering betekende, en zijn beroemdste leerling, Alexander de Grote, gebruikte muziek om zijn troepen op te wekken tot krijgshaftigheid en ook om ze tot rust te brengen na het gevecht.

Galen, de arts van de Romeinse keizer Marcus Aurelius, geloofde vast in het toepassen van muziek als geneesmiddel en vele eeuwen lang had hij een diepgaande invloed op de ontwikkeling van de geneeskunde. Hij raadde ook het fluitspel aan voor zieke lichaamsdelen volgens het beginsel van een ‘medisch bad’ – wat inhield dat een langdurige onderdompeling in een speciale toon overeenkomstige trillingen teweegbracht in de zenuwdraden, waardoor de pijn verminderde.

Staatslieden als Cicero en Seneca geloofden net als Plato dat muziek de hele basis van het sociale gedrag beïnvloedde. De Romeinse geneesheer Celsus, die tot in de middeleeuwen grote invloed had op de Europese geneeskunde, kende het helende effect ervan op geesteszieken, zoals dat ook het geval is in de moderne psychiatrische inrichtingen. In latere eeuwen schreef de Oostenrijkse arts Mesmer (1734-1815) het gebruik voor van de glasharmonica om magnetische genezing tot stand te brengen.

Omdat we binnen de ingewikkelde patronen van de natuur op elkaar inwerken, is het maar een kleine stap in onze analogie om te concluderen dat we door de innerlijke harmonie te herstellen, onze gezondheid weer zullen herstellen en dat de muziek een natuurlijk middel is om dat doel te bereiken. Want behalve dat muziek invloed heeft op het lichaam, beseften de oude volkeren nog sterker hoeveel macht muziek bezit over de ziel. De Zwitserse arts en alchemist Paracelsus herhaalde het occulte beginsel dat ziekten voornamelijk worden veroorzaakt door een disharmonische geestesgesteldheid, die het normale geluk van de mens verstoort; als die toestand voortduurt, zou dat leiden tot het slecht functioneren van het lichaam en een slechte gezondheid. Met de ouden geloofde Paracelsus dat elk levend ding straalt of in trilling is en dat bepaalde geneeskrachtige kruiden, kleuren en geluiden het vermogen bezitten de normale toestand in de verstoorde centra van het lichaam te herstellen. Door een zieke te overspoelen met mooie muziek of een ander opwekkend middel dat inspireert en het bewustzijn richt op spirituele werkelijkheden, zou het innerlijke gestel geleidelijk in evenwicht komen en zou het lichaam dit na verloop van tijd weerspiegelen door te genezen.

In het oude Griekenland werd het Goede en het Schone gelijkgesteld met Orde en Harmonie, als weerspiegelingen van de waarheid. Aristoteles vergeleek de mens die probeert goed te leven met een musicus: beiden trachten de harmonie in zichzelf tot uitdrukking te brengen en zo evenwicht en symmetrie in hun levenssfeer aan te moedigen. Goed leven werd beschouwd als een kunstwerk.

Het gebruik van muziek om liefde voor het schone in te prenten, was niet alleen de basis van de geneeskunde in de oudheid, maar was in sommige beschavingen een bezielend beginsel in de opvoeding. Plato bepleitte het cultiveren van muziek, de liefde voor het schone, het ware en het goede, vóór men met een wetenschappelijke studie begon, want deze raken het spirituele leven van de mens, zijn bron van alle kennis. In tegenstelling met ons huidige opvoedingsstelsel, dat de nadruk legt op intellectuele ontwikkeling om aan de eisen van onze materialistische cultuur te voldoen, was het doel van Plato de hoogste kwaliteiten, die latent in de ziel aanwezig zijn, op te wekken door de student in een omgeving te plaatsen die spirituele werkelijkheden belichaamde. Vandaar het belang in de opvoeding van het assimileren van goede muziek en het schone in de kunst. Plato’s visie in De Staat heeft grote betekenis voor deze tijd waarin onze aandacht voortdurend wordt afgeleid naar de negatieve aspecten van het leven:

Muzikale training is een krachtiger instrument dan enig ander, omdat ritme en harmonie hun weg vinden naar de innerlijke ruimten van de ziel, waar ze zich stevig verankeren, gratie schenken, en de ziel verheffen van hem die goed is opgevoed . . . De magische klanken van de muziek die de ziel binnendringt via het oor, als door een buis, verzachten haar zoals ijzer (in het vuur) en maakt de ziel dienstbaar, in plaats van nutteloos en ruw.    – 3:401e; 4:411a

De kracht van het ritme, dat zo’n sterke invloed uitoefent op de hedendaagse populaire muziek, is een integrerende factor in het religieuze leven van traditionele gemeenschappen in Afrika en Noord- en Zuid-Amerika. Slagwerkmuziek met zijn hypnotiserende werking werd in allerlei ceremoniën gebruikt, binnen het kader van een ruimer beeld van de werkelijkheid. Dat ritmes verschillende centra van de menselijke natuur wakker roepen en stimuleren, blijkt uit de religieuze muziek van volkeren over de hele wereld, en in meer verlichte tijden hebben filosofen gewaarschuwd voor de negatieve invloeden van disharmonische ritmes, vooral op jongeren.

Kennis van de muziek der sferen vormt een deel van het menselijk erfgoed en is daarom over de hele wereld te vinden. Van de eentonige ritmes van de Mongoolse shaman-trommels, tot de ingewikkelde patronen van de raga in India, is de muziek van Azië doelgericht. Ravi Shankar, de Indiase sitar virtuoos, geeft in bijna platonische termen zijn gevoel weer in zijn boek My Music, My Life: ‘Het hoogste doel van onze muziek is de essentie te onthullen van het heelal dat het weerspiegelt, en de raga is een van de middelen waardoor deze essentie kan worden begrepen. Zo kan men door middel van muziek God bereiken’ (blz. 17).

Muziek als spirituele taal is de drijvende kracht in een groot deel van het rituele gebruik van geluid in Azië. De subtiele toonzetting van de Indiase instrumenten, de gamelan orkesten van Java, en het obsederende, sonore gedreun van Tibetaanse monniken, hebben het vermogen onze gedachten te veredelen en ons bewustzijn te verheffen. Enkele stelsels van yoga in India zijn op dit feit gebaseerd, en men zegt dat in vroegere eeuwen muzikanten-wijzen in India rondzwierven, die alleen voor de goden zongen – maar dat het weldadige effect van hun melodieën toch het gewone volk bereikte, zonder dat het zich ervan bewust was bij het zware werk van het dagelijks leven. Gemeenschappen gewijd aan hogere waarden, zoals de soefi’s van de Islam, hebben zelfs nu nog gezangen die bedoeld zijn om de mystieke boodschap van hun heilige geschriften over te brengen.

De hele mensenfamilie is op zoek naar het verloren akkoord van harmonie met de natuur. In dit verheven zoeken kunnen we veel leren van de wijsheid van onze voorouders, zodat onze eigen grondakkoorden in harmonie kunnen komen met de hemelse symfonie.


 

Op zoek naar het verloren akkoord:
Oude gebruiken en moderne tendensen – 2

 

In een vorige lezing bespraken we het gebruik van muziek onder oude volkeren op uiteenlopende terreinen zoals geneeskunde, onderwijs, astronomie, staatkunde, natuurkunde en persoonlijke transformatie. Tijdens de middeleeuwen in Europa raakte de muziektherapie in onbruik, maar kwam gedurende korte tijd weer naar voren als remedie tegen de massahysterie of ‘dansmanie’ die in 1374 over het continent trok na de grote pestepidemie. Na de Renaissance begon een groeiend aantal artsen de waarde van muziek te onderzoeken ter voorkoming en behandeling van ziekten. Pogingen die in de 18de eeuw begonnen om wetenschappelijk de nauwkeurige uitwerking na te gaan van muziek op het menselijk lichaam, namen toe. Tegenwoordig wordt er zelfs aandacht besteed aan de geluiden van de micro-universa van de atomaire wereld, terwijl de wetenschap van de radioastronomie zich baseert op de interpretatie van trillingen en stralingen die van ververwijderde sterren uitgaan, waarmee ze de ontdekking van Pythagoras staaft van de muziek der sferen.

Vanmiddag hebben we de gelegenheid van gedachten te wisselen over de op gang zijnde herontdekking van deze oude kennis in haar toepassing op ons leven in de 20ste eeuw, waarin muziek zo’n grote invloed heeft op de geest van onze beschaving. Als we denken aan het indringende effect van populaire muziek op jonge mensen over de hele wereld, kunnen we zien hoe belangrijk het is ons met het onderzoek van muziek in onze wereld van de jaren tachtig bezig te houden.

Een van de eerste toepassingen in onze eeuw van muziektherapie had tot doel het moreel te versterken van gewonde veteranen uit de tweede wereldoorlog, vooral van hen die leden aan een geschokt zenuwgestel door granaatvuur. Deze therapieën waren gebaseerd op laboratoriumonderzoek uit de jaren dertig en studies over de genezende eigenschappen van muziek in het begin van deze eeuw. In de jaren veertig stond muziektherapie op het programma van de staatsuniversiteit van Kansas en Michigan. Sindsdien is ze op veel verschillende manieren toegepast. Ze variëren van het verlichten van vervelende, steeds herhaalde oefeningen in de fysiotherapie tot rechtstreekse psychiatrische behandelingen. Deze laatste vormen het voornaamste middel om geestelijk gestoorde patiënten te helpen bij het herstellen van contacten, het aanmoedigen van zelfvertrouwen, het omgaan met anderen en het herstellen van het gevoel van eigenwaarde bij ernstig gestoorde en mentaal achtergebleven mensen.

De meeste experimenten vanaf de jaren zestig tot nu toe waren erop gericht de psychische gevolgen van verschillende soorten muziek na te gaan en met elkaar in verband te brengen en te zien in hoeverre ze in staat bleken angst te verminderen. Deze experimenten hebben geleid tot het gebruik van achtergrondmuziek in wachtkamers van ziekenhuizen en tandartsen, in verloskamers, en natuurlijk tot de alomtegenwoordige ‘muziek’ in openbare gelegenheden. Het wordt ook gebruikt in fabrieken om de productie te stimuleren. Op een serieuzer therapeutisch niveau maakten onderzoekers in 1982 bekend dat klassieke muziek de hoeveelheid pijnstillers verminderde, die nodig was voor terminale kankerpatiënten in het Royal Victoria Hospital in Montreal, Canada; dat bij een onlangs in Polen gehouden studie symfonische muziek pijnlijke neurologische symptomen bij patiënten deed afnemen, en dat muziek die in de verloskamer van de Universiteit van het Medisch Centrum van Kansas werd gespeeld de noodzaak van narcose verminderde.

De meest onverwachte ontdekking van de verborgen uitwerking van muzikale trillingen was misschien wel de invloed die ervan uitgaat op andere natuurrijken. Een van de eerste pioniers op dit gebied van onderzoek was dr. Jagadis Chandra Bose (1858-1937) uit Calcutta, India. Zijn boek Responses in the Living and Non-Living dat in 1902 verscheen, toonde aan dat fundamentele eigenschappen van dierlijk leven ook voorkomen bij planten en zelfs bij mineralen. Hij vestigde onderzoekcentra in Calcutta en Darjeeling voor nauwgezette bestudering van bewustzijn in planten. Zijn werk werd voortgezet door dr. T.C.N. Singh van het Annamalai Music College in Madras, waarbij de nadruk werd gelegd op verhoogde oogstopbrengsten door gebruik te maken van de traditionele Indiase muziek. Van 1960 tot 1963 leidde dr. Singh een aantal opmerkelijk succesvolle experimenten in rijstvelden rond Madras en in Pondicherry, waar de opbrengsten werden verhoogd van 25% tot 60% als. de planten werden blootgesteld aan de ritmes van de charukesi raga. Deze experimenten werden met overeenkomstig succes herhaald door Canadese onderzoekers, die vioolsonates van Bach gebruikten, wat leidde tot een 60% hogere oogst in een proefveld van tarwe. Aan het eind van de jaren zestig zetten Amerikaanse botanici dit werk voort, waarbij ze muziek van Gershwin en hoogfrequente trillingen gebruikten om de oogstopbrengst op te voeren en beschadigingen door insecten in de hand te houden.

Dit wetenschappelijk werk kreeg onvermijdelijk grote aandacht van velen, wat sterk werd gestimuleerd door het boek van Dorothy Retallack The Sound of Music and Plants, en het bekende werk van Peter Tompkins en Christopher Bird The Secret Life of Plants*, beide verschenen in 1973. De experimenten van Dorothy Retallack toonden op overtuigende wijze aan dat de plantengroei werd bevorderd door bepaalde soorten westerse klassieke en traditionele Indiase muziek, en vertraagd door rockmuziek. Dit gaf aanleiding tot een golf van tegenstrijdige meningen over het effect van hardrock op een hele generatie van jonge mensen die ermee opgroeiden, terwijl tuinders over de hele wereld met enthousiasme Bach speelden voor hun planten. Tompkins en Bird behandelen in hun boek aanwijzingen, die zich over een wijd terrein uitstrekken, dat er in planten een soort bewustzijn bestaat. Een film en een plaat met hits uit 1979 van de Amerikaanse popster Stevie Wonder werkten sterk op de verbeelding van het publiek op dit fascinerende gebied van onderzoek.

*In Nederlandse vertaling verschenen in 1976: Het verborgen leven van de plant.

Eind jaren zestig, in navolging van deze experimenten, ging de Zwitserse onderzoeker dr. Hans Jenny na wat het effect is van trillingen op levende wezens, en dat leidde tot de ontwikkeling van de cymatiek, die zich bezighoudt met de ‘structuur en dynamica van golven en trillingen’. Tot deze experimenten behoort supersnelle fotografie van trillingen, waaronder muziek die bepaalde patronen voortbrengen in zand, vloeistof, poeder, ijzervijlsel, enz. Hij ontwikkelde een ‘tonoscoop’, die het mogelijk maakte de visueel ingewikkelde patronen te zien die door verschillende soorten geluid worden gevormd, variërend van de menselijke stem tot ingewikkelde orkestmuziek. Frappante voorbeelden van het werk van dr. Jenny tonen patronen van cirkels, driehoeken en vierkanten, zowel als vijf-, zes- en zevenzijdige symmetrische figuren, waaronder vele met verrassend mooie bloemmotieven. Dr. Jenny verklaart:

Het doel van deze opmerkingen was om aan te tonen dat dergelijke figuren en patronen een visuele beleving teweeg kunnen brengen, die de ervaringen van het gehoor volledig evenaren. Dit is een succes dat niet alleen een nieuwe wereld opent voor mensen met een normaal gehoor, die zelf kunnen zien dat hun gesproken woord inderdaad trillingspatronen voortbrengt die onafgebroken de ruimte binnendringen en vullen, maar ook – en dit is het allerbelangrijkste – doven in staat stelt te ervaren wat ze in werkelijkheid voortbrengen met de spraak die ze hebben geleerd. . . . Hij kan de heen en weer gaande beweging van zijn klanken, woorden en zinnen zien, en ook de vloeiende beweging van patronen die ontstaan bij goed spreken.    – blz. 80-1

Deze invloed van geluid op vormen brengt ons ertoe na te denken over de gevolgen ervan op de mens en andere levensvormen. Het ritmisch gezang van barden en rishi’s uit vroegere tijden duidt erop dat oude volkeren zich bewust waren van de kracht van trillingen op de innerlijke bestaansgebieden, een wetenschap die we nu in dit laatste deel van de 20ste eeuw pas in geringe mate beginnen te begrijpen, zelfs met al onze technische tovermiddelen. Maar nogmaals, deze experimenten en hun betekenis worden lang niet algemeen aanvaard of op grote schaal toegepast.

Dit kan niet worden gezegd van de populaire muziek, en in het bijzonder de rockmuziek, die een overheersende invloed heeft op het leven van tientallen miljoenen jonge mensen in de hele wereld. Er zijn talrijke stromingen van rockmuziek, bijvoorbeeld punkrock, symfonische rock, softrock, hardrock, Latinrock, enz. De vormen variëren van zangerige, aardige melodieën van folkloristisch beïnvloede muziek (Don Maclean, James Taylor, John Denver) tot de krachtig versterkte elektronische gitaar en synthesizer muziek, die erop uit is een overweldigende muzikale en emotionele ervaring te verschaffen (Led Zeppelin, Black Sabbath en hun opvolgers in de jaren tachtig, Quiet Riot, Twisted Sister). Van welke schakering ze ook mag zijn, rock vertegenwoordigt de moderne volksmuziek die, zoals volksmuziek door de eeuwen heen heeft gedaan, tot uitdrukking brengt wat er leeft aan emoties, frustraties en aspiraties bij gewone mensen, vaak op een nogal elementair niveau, muzikaal en wat haar boodschap betreft.

Als we de rock tot aan zijn oorsprong volgen, via de ruwe uitingen van de Afro-Amerikaanse blues tot de ritmische vitaliteit van de traditionele Afrikaanse muziek, dan kunnen we gemakkelijk de beperkingen ervan begrijpen als een middel om mystieke of spirituele ideeën uit te drukken. Dat komt omdat de ritmes ervan voornamelijk fysieke vitaliteit tot uitdrukking brengen en de bedoeling hadden de begeertenatuur op te wekken. Dit verklaart ongetwijfeld de populariteit van rock en ook zijn soms negatieve uitwerking op grote menigten toehoorders. Natuurlijk zijn sommige rockmusici uitgestegen boven het elementaire niveau van opwinding en brengen ze mystieke elementen tot uitdrukking (de Britse rockband, Moody Blues). Velen hebben getracht in hun muziek oosterse metafysische ideeën te belichamen, waaronder de Beatles (vooral George Harrison). Anderen, zoals Bob Dylan, weerspiegelen hun eigen pad van zelfontdekking, terwijl in de afgelopen jaren velen de invloed aantonen van het fundamentalistische christendom op de populaire cultuur. Allen gaven, hoewel soms op tamelijk bizarre manier, op hun eigen wijze uiting aan vreugde en smart van de gewone mens in de menselijke relaties, hun verlangen naar liefde, rechtvaardigheid en de mogelijkheid van een leven in vrede.

De experimenten van Dorothy Retallack in de jaren zeventig, die erop wezen dat ‘acid’-rock een vernietigende uitwerking op het plantenleven heeft, riepen zeer uiteenlopende reacties op. Aan het ene uiterste verzekerden sommige moderne ‘occultisten’ dat disharmonische muziek ertoe bijdraagt de harmonische sjablonen in de gedachteatmosfeer van de wereld te doorbreken en de weg vrij te maken voor een nieuw tijdperk (New Age) van muzikale expressie. Aan het andere uiterste hebben wetenschappelijke onderzoekers, volgens Steven Halpern, aangetoond dat het rockritme in een groot deel van de hedendaagse populaire muziek strijdig is met de natuurlijke ritmen van hart en bloedvaten. Ze hebben aangetoond dat het standaard rockritme, dat we in de popmuziek horen, kort-kort-lang, een verslappend effect heeft op de spieren, los van het feit of iemand deze soort muziek waardeert of niet. Het verrassende is dat dit in lijnrechte tegenstelling stond met het effect van het met de handen geklapte ritme, lang-kort-kort, zoals dit voorkomt in de Amerikaans-Indiaanse muziek.

Hoewel de rockmuziek een bron van vermaak en vreugde is voor miljoenen, die het niet al te serieus opvatten, heeft ze de afgelopen tien jaar een nieuwe en totaal tegengestelde muzikale stijl voortgebracht, die een van haar toonaangevende beoefenaren het ‘Anti-Frantic Alternative’ (Anti-Dol-Alternatief) noemde, meer algemeen bekend als ‘New Age’ of meditatieve muziek. Opvallend door het ontbreken van een uitgesproken ritme, het gebruik van natuurlijke klanken en een rustige melodische stijl, poogt ze een sfeer te scheppen die leidt tot beschouwing, ontspanning en spirituele aspiratie, in plaats van de zwaarbeladen emotionele belevenis van de meeste rock. Veel ervan komt voort uit bekendheid met de esoterische aspecten van geluid, oosterse religie, yoga en meditatie.

Samenvattend kan worden gezegd dat verscheidene invloeden van groot belang aan het licht worden gebracht door middel van muziek: het zoeken naar harmonie in zichzelf en in de natuur, de noodzaak het bewustzijn te richten op inspirerende ideeën en op schoonheid, en het besef dat het gemanifesteerde heelal is gebouwd op verscheidene niveaus van trilling – muziek – en dat er een wisselwerking is tussen elk individu en zijn milieu naast die van het stoffelijke, want schoonheid heeft een diepgaande genezende en harmoniserende uitwerking. Misschien maken we nog eens een totale ommekeer naar de herontdekking van de oude wijsheid, die in deze nieuwe muziek is ingekapseld, en die een grote belofte inhoudt voor de toekomst als een harmoniserende invloed.

 

Bibliografie

  • Bjerregaard, C.H.A., ‘Plato and the Greeks on Music as an Element in Education,’ The Word (16:5) februari 1913, New York.
  • Blavatsky, H.P., The Secret Doctrine, Theosophical University Press, Pasadena, 1977: facsimile herdruk van de oorspronkelijke uitgave van 1888.
    ––, Isis Unveiled, Theosophical University Press, Pasadena, 1972: woordelijke herdruk van de uitgave van 1877.
  • Bose, J.C. , Response in the Living and Non-Living, Longmans, Green & Co., New York, 1902.
  • Cook, J.D. , ‘The Therapeutic Use of Music,’ Nursing Forum, Hillsdale, New Jersey, 1981, (20:3), blz. 253-66.
  • Halpern, Steven, Tuning the Human Instrument, Spectrum Research Institute, Palo Alto, CA, 1978.
  • Hamel, Peter Michael, Through Music to the Self: How to Appreciate and Experience Music Anew, vert. Peter Lemesurier, Shambala, Boulder, 1979.
  • Jenny, Hans, Kymatik (Cymatics), The Structure and Dynamics of Waves and Vibrations (2 delen), Schocken and Co, New York, 1975; vert. uit het Duits: Basler Druck- und Verlagsanstalt, 1967, 1974.
  • Lange, Daniël de, ‘Thoughts on Music,’ reeks van tien artikelen, The Theosophical Path, Point Loma, CA, (11:6-14:5), december 1916-mei 1918.
  • Purucker, G. de, Fountain-Source of Occultism, Theosophical University Press, Pasadena, 1974.
  • Retallack, Dorothy, The Sound of Music and Plants, De Vorss & Co, Marina del Rey, CA, 1973.
  • Shankar, Ravi, My Music, My Life, Simon & Schuster, New York, 1968.
  • Tompkins, Peter, and Christopher Bird, Het verborgen leven van de plant, Sijthoff’s Uitg. Mij., Leiden, 1976.
  • Vescelius, Eva Augusta, Music and Health, Goodyear Book Shop, New York, 1918.
  • Watson, Lyell, Supernature, Bantam, New York, 1973.
 
Andere artikelen over muziek
 

Uit het tijdschrift Sunrise mei/jun 1986

© 1986 Theosophical University Press Agency