Bespiegelingen over de mysteriën
William R. Laudahn

 

‘Waarom zijn we hier?’ ‘Waarom is er dood?’ ‘Is geloof in een levende, stervende en herrezen God onze enige redding?’ ‘Bestaat er onsterfelijkheid?’ ‘Is bevrijding mogelijk?’ ‘Wat betekent dit allemaal?’

Lang geleden en op een heel bijzondere manier werden deze en andere problemen die aan geen tijd gebonden zijn, door spiritueel ingestelde mannen en vrouwen bestudeerd en symbolisch ervaren. In bepaalde jaargetijden kwamen ze op gewijde plaatsen bijeen om een glimp op te vangen van de werkelijkheid of wijsheid die achter de sluiers van de schijn verborgen ligt, en die te ervaren. Anderen gingen mee uit nieuwsgierigheid: sommigen waren rijk en beroemd, en onder hen bevond zich een keur van koningen en keizers. De mysteriescholen uit de oudheid bereidden de weg voor het menselijk bewustzijn om zich te verenigen met theos (een goddelijk wezen) en sophia (wijsheid). H.P. Blavatsky zegt ons dat de mysteriën van hemel en aarde, die door goddelijke leraren aan de jonge mensheid werden geopenbaard, ‘een groot brandpunt van licht werden.’1

Men weet nu dat de inwijdingsplechtigheden, die eens met ceremonieel en ritueel in Griekenland, Klein-Azië, Egypte en Mesopotamië werden gevierd, in een of andere vorm in vele landen en op de meeste continenten hebben plaatsgevonden. Ze hadden tot doel het bewustzijn tot ontplooiing te brengen en het op te voeren tot hoogten waarvan het zich eerder niet bewust was, want de mysteriën dienden altijd ‘als een leerschool en een aansporing tot deugd’.2 In de gnostische Pistis-Sophia staat dat Jezus heeft gezegd dat geen enkel mysterie verhevener is dan dat wat ‘uw zielen naar het Licht der lichten, naar de gebieden van Waarheid en Goedheid leidt’.3 In een later commentaar schreef HPB: ‘De ziel was het enige subject en de kennis van de ziel het enige object van alle oude mysteriën.’4

Om de gevaren te vermijden die links en rechts op de loer lagen, werd in de mystieke leringen het rechte en smalle pad aanbevolen. Door de Gulden Middenweg te volgen was de aspirant beter in staat zich met de diepere waarheid en de hogere werkelijkheid te vereenzelvigen; het ideaal is één te zijn met het Ene: theos te kennen betekent verenigd te zijn met het goddelijke. We zijn een essentieel aspect van het kosmische Zijn – we zijn dat altijd geweest en zullen dat altijd zijn; emotionele vervreemding is tijdelijk en uiteindelijk zullen we ‘thuiskomen’.

Waar we ons in aardse tijd en ruimte bevinden is fysiek en psychologisch niet altijd bevredigend en aangenaam. Maar waar staat geschreven dat we altijd van vreugde vervuld moeten zijn? We moeten niet zelfvoldaan, maar ruim van begrip zijn. We moeten – naar de mate van ons vermogen – worden en leven als God. Bedenk dat theos in Plato’s opvatting eeuwige beweging en groei inhoudt. Voor ons is de beste richting die van wijsheid – sophia. Zij verlicht de weg.

Meer dan 1000 jaar hebben de historisch beroemde Griekse mysteriën zich beziggehouden met de werkelijkheid achter religie, wetenschap, astronomie, astrologie en de ethiek. Als gevolg van strikte geheimhouding zijn er weinig bijzonderheden bekend. Toch zijn de grote waarheden duidelijk, tenminste voor hen die oren hebben om te horen en een hart dat begrijpt. ‘Geef het heilige niet aan de honden en werp uw parels niet voor de zwijnen, opdat zij die niet vertrappen met hun poten en, zich omkerende, u verscheuren’ (Matth. 7:6).

Deze passage bevestigt dat geheimhouding noodzakelijk is als het gaat om de hogere religieuze filosofie. Daarom blijft de geheime leer, hoeveel daarvan ook is gepubliceerd, voor de wereld een geheim, ofschoon haar verborgen betekenissen de intuïtie en eenwording stimuleren. Het hogere denken werkt op dit niveau. Emoties en vooroordelen en het lagere denken vertonen weinig neiging tot serieuze metafysica, hetzij in theorie of in de praktijk. Zulk materiaal behoudt daarom automatisch een schild van geheimhouding – niet van boven opgelegd, maar als gevolg van ons beperkt begrip. Zowel in het verleden als ook nu, was de neiging en bereidheid tot een ruimer begrip te komen gering.

De grote denkers uit de oudheid hebben de mysteriën van leven en dood doorgrond; en als zij ze in het geheim en in stilte hebben bewaard, komt dat omdat deze vraagstukken deel uitmaakten van de heilige mysteriën; en in de tweede plaats omdat ze toen voor het merendeel van de mensen onbegrijpelijk moeten zijn gebleven, zoals ze nu nog zijn.5

Het zoeken naar het wonder heeft de mens van vroeger en nu aangetrokken. God zelf, zo luidt het verhaal, werd uit een maagd geboren, aanbeden door schaapherders die geschenken meebrachten, ten onrechte veroordeeld en gekruisigd, en opgestaan uit de dood. Tegenwoordig geven overtuigde christenen toe dat als hun verlosser niet letterlijk was opgestaan, het geloof een ‘leugen’ zou zijn. De wederopstanding, zo houdt men vol, is ‘het hart, de essentie’ van het ware geloof.

Al deze gebeurtenissen maakten deel uit van de mysteriën, eeuwen vóór het christelijke tijdperk. Zo werd bijvoorbeeld de zonnegod Mithra op 25 december uit een maagd geboren en stond hij later op uit de doden. Zondag werd zo genoemd omdat hij was gewijd aan Mithra als zonnegod. De hoogste graad in het Mithraïsche priesterschap werd bekleed door de ‘Pater’, later verbasterd tot Papa of Paus. Vóór Christus was Mithra de laatste van een reeks van stervende en herrezen goden – Osiris, Dionysus, Attis, Adonis – die zeiden het vermogen te bezitten om onsterfelijkheid te schenken.6

Geen wonder dat in het latere Romeinse keizerrijk het mithraïsme een sterke concurrent was van het christendom. Van Mithra werd gezegd dat hij ‘een christus vóór Christus’ was. Sommigen geloven dat het christendom het mithraïsme in zich opnam of er gedeeltelijk uit voortkwam, hoewel er onder de eerste monniken en priesters velen waren die dit alles zagen als ‘het werk van de duivel om onder de gelovigen verwarring te stichten’. De zondag, Kerstmis en Pasen, hoewel van oorsprong ‘heidens’, worden nog altijd in ere gehouden door de meeste kerken die de maagdelijkheid van de Moeder Gods blijven benadrukken.

G. de Purucker verklaart het mysterie van de maagdelijke geboorte als volgt:

Inwijding brengt in de neofiet deze innerlijke, latente, stellaire energie uit de schoot van de moeder-maagd tevoorschijn, Sophia, de oude wijsheid, die tegelijk ‘moeder’, ‘zuster’, ‘dochter’ en ‘vrouw’ is van de mens-god die door inwijding aldus tot geboorte wordt gebracht.7

De geschiedenis van Jezus is een aloud mysterieverhaal over inwijding. Er waren inderdaad ‘christussen vóór Christus’. In de oorspronkelijke mysteriën werden inwijdingen gedramatiseerd als individuele spirituele overwinningen. Op het wereldse vlak zullen er altijd triomfen en nederlagen zijn. Spirituele luister behoeft in de wereld niet onmiddellijk zichtbaar te zijn. Maar de wereld is vergankelijk. Onze stoffelijke omgeving bevindt zich in het rijk van maya, betrekkelijke illusie. Dat besef helpt ons gebeurtenissen en persoonlijkheden vanuit een hoger perspectief te bezien. Oosterse leringen, de mysteriën, idealistische en pantheïstische filosofen, en mystici in het algemeen, hebben die wijsheid gezocht en geschonken. In plaats van tevreden te zijn met oppervlakkige verklaringen, dringt de wijsheidsleer door tot de verborgen betekenis van gebeurtenissen, namen en personages, waardoor we de sleutel in handen krijgen.

Het christendom volgde in zijn aanvankelijke rol van mysteriegodsdienst dit veel getreden pad. Maar met de val en verwording van het Romeinse keizerrijk, veranderde een tijd van spirituele symboliek op ruwe wijze in één van grove letterknechterij. In religieus-filosofische aangelegenheden geven nuchtere ‘feiten’ zelden de metafysische waarheid weer. Mensen vergeten in de loop van de tijd wat hun symbolen betekenen, zodat ritualistische ceremoniën vaak nietszeggend worden en geestelijk dood. Alleen de levende en inspirerende waarheid is van belang.

Geboorte en dood zijn feiten in het leven, voor instellingen en personen. De dood zelf brengt geen grote hulp of wijsheid. De winst ontstaat wanneer een mens zich heeft voorbereid om hier en nu boven onwetendheid uit te stijgen. ‘De ziel die sluimert is dood’, heeft Longfellow gezegd, terwijl in de woorden van Manly Palmer Hall een dergelijke sluimerende ziel ‘de eeuwigheid ingaat en dezelfde fouten maakt’. De Griekse filosofen zeiden dat de stoffelijke geboorte de dood betekent voor de ziel, terwijl bij de spirituele geboorte de ziel zich boven haar lage natuur verheft. In de mysteriën ervaart men de innerlijke waarheid van ‘opnieuw geboren’ te worden. Toen deze ‘op straat’ werden gebracht, was dat voor bedachtzamer en gevoeliger mensen het teken om zich naar elders te begeven. Velen sloten zich aan bij het oorspronkelijke mystieke christendom in een van zijn gnostische versies. Onder Constantijn versloeg de orthodoxe kerk haar mededingers en werd het officiële religieuze stelsel van het Romeinse rijk. Tegen de zesde eeuw werden de mysteriescholen, die een gouden tijdperk hadden meegemaakt van langere duur dan de bloeitijd van de meeste gevestigde godsdiensten, gesloten in opdracht van keizer Justinianus en op verzoek van hun eigen leden, die getuige waren van de verwording van hun heilige inwijdingen. In plaats van een bepaalde persoonlijke heiland voor zijn verlossing te moeten aanvaarden, vereisten de mysteriën uit de oudheid intuïtie, begrip, deugdzaamheid en rechtschapenheid.

 

Verwijzingen

  1. De geheime leer, 2:317.
  2. Op.cit., 1:19.
  3. Pistis Sophia, G.R.S. Mead vert., boek 5, hfst. 143, blz. 313.
  4. H.P. Blavatsky: Collected Writings, 13:40.
  5. De geheime leer, 2:511.
  6. Pagan Christs, J.M. Robertson, blz. 336-7, 181.
  7. Bron van het occultisme, G. de Purucker, blz. 350.
 
Mysteriescholen
 

Uit het tijdschrift Sunrise mei/jun 1986

© 1986 Theosophical University Press Agency