Bij de nadering van dit heilige jaargetijde en peinzend zowel over
het mooie verhaal als over de symboliek van de geboorte van het Christuskind,
wordt men vanzelf gedwongen na te denken over de tijden die voorafgingen
aan onze christelijke jaartelling. Wat is er de duizenden jaren vóór
het gebeuren in Bethlehem gedaan om leiding te geven aan de vooruitgang
van de mensheid op haar opwaartse pad? Dat er sinds de eerste mensen
vooruitgang is geweest, lijdt geen twijfel.
Als we onze gedachten richten op de wijkende horizon van het verleden,
vragen we ons veel dingen af. Hoe staat het met de worstelingen van
de mens door het onmetelijke tijdperk van de prehistorie? Moest hij
het zonder enige aansporing tot het goede stellen; had hij geen toetssteen
voor de richting die hij moest inslaan? Is zijn hele groei het resultaat
geweest van een blind rondtasten in al zijn omstandigheden? Is hij slechts
een stoffelijk wezen dat zich zonder uitgezette koers heeft ontwikkeld
– zonder continuïteit van doel, behalve om te blijven voortbestaan?
Voortbestaan voor wat?
De opgetekende geschiedenis geeft ons enkele wenken voor een aantal
antwoorden via de bekende religies en filosofieën, die alle een
gemeenschappelijke noemer hebben: de ontvouwing vanuit het binnenste
van elk levend wezen van een ontastbare maar dominerende essentie die
we de geest van de stof die zich openbaart kunnen noemen. De roos ontvouwt
de geest van de roos. De mens, Gods beeld, streeft ernaar om de geest
van God die binnenin hem is, te ontvouwen, en zal dit blijven doen in
de zich ontvouwende cyclussen die nog komen. De kracht van deze zich
ontvouwende geest is overal herkenbaar, van de hoogste levenshiërarchie
tot de laagste. Het hele bestaan wordt erdoor getransformeerd. Daarom
kan men veilig concluderen dat er een onmiskenbare band bestaat tussen
al wat gemanifesteerd is – een broederschap die in feite universeel
is.
Als we nog eens nadenken over het verhaal van Jezus in de kribbe en
zijn daaropvolgende zending, kunnen we zijn betekenis en zijn symbolische
verwantschap met ieder van ons individueel niet genoeg benadrukken.
De meester Jezus, die de laatste was van een hele lange reeks van gidsen
door de eeuwen heen, herinnerde ons nog eens aan ons oude erfdeel. Hij
wees er duidelijk op, dat wij zelfs nog grotere dingen tot stand konden
brengen dan hij deed. Verder schreef hij de verdiensten van zijn daden
toe aan de Vader in ons. Hij was een groots voorbeeld van de geest belichaamd
in een pelgrim die vol mededogen ernaar streeft de mens te helpen zijn
kennis over zijn doeleinden en plichten te ontwikkelen.
Zo bezien hebben de beginselen, die in het werk van de christussen
en boeddha’s, de krishna’s en zoroasters, en de geïnspireerde
filosofen besloten liggen, een directe en betekenisvolle invloed gehad
op ieder van ons. Of we het beseffen of niet, ieder van deze Groten
heeft zijn deel bijgedragen tot het versterken van de geest binnenin
ons, die ons meer licht schenkt om te begrijpen wat de plaats is van
de mens in het universele levensplan. We zijn begonnen ons ware geboorterecht
te herkennen en hebben nu de verantwoordelijkheid om ons deel bij te
dragen tot het welzijn van de mensheid als geheel.
Het is met recht een heilig jaargetijde, een heilige gelegenheid en
een heilige plicht die voor ons liggen.