De overheersende factor
Douglas A. Russell

 

Al meer dan een halve eeuw ben ik geboeid door het probleem of erfelijkheid feitelijk verantwoordelijk is voor de eigenschappen en kenmerken van een volwassen mens, of het milieu. Een andere zienswijze is dat alles geheel en al en onherroepelijk is voorbeschikt. Het is interessant te zien dat bepaalde karaktertrekken in families voorkomen, dat veel tweelingen die een eigen weg zijn gegaan overeenstemmen, en dat broers en zusters vaak verschillen. Het is gemakkelijk voorbeelden te vinden van ‘goede’ ouders: goed kind; ‘slechte’ ouders: goed kind; ‘goede’ ouders: slecht kind; of zulke voorbeelden als ‘precies oom Jan’ of ‘tante Elly’.

Onlangs ben ik er door een gesprek voorgoed anders over gaan denken. Ik werd me er plotseling van bewust dat we over de verkeerde vraag praten. Bij woorden als erfelijkheid of milieu gaat men ervan uit dat het het een of het ander is. Mijn schooljaren en wat ik heb gelezen, hebben mijn kijk op het onderwerp beperkt. Latere jaren van studie op het terrein van filosofie en religie hebben me een sterk geloof gegeven in karma en in een voortdurend evenwicht tussen oorzaken en gevolgen. Het moet mentale luiheid zijn geweest die maakte dat ik het bedrieglijke van die twee-factoren discussie niet heb ingezien.

Het geloof in de voortgaande evolutie van de ziel die herhaalde incarnaties meemaakt in een veelheid en verscheidenheid van omstandigheden, en de gedachte dat deze ziel in elk leven enkele gevolgen ondergaat van het tegenwoordige leven en van een bepaald deel uit vorige levens, maakt het noodzakelijk een derde factor toe te voegen – de geest. Zo goed als er een genetische factor is die onze lichamelijke vorm voortbrengt en veel van onze andere kenmerken, en een milieu factor die eveneens aan de vorming bijdraagt, is er ook een spirituele factor bij betrokken.

Het is heel goed mogelijk dat deze spirituele stuwkracht de andere overheerst. Kan het niet de spirituele factor zijn die de ziel naar dat echtpaar leidt dat de ouders zullen worden en op die manier de genetische mogelijkheden kiest en zelfs de keuze van genen uit de totale voorraad van genen beïnvloedt? Heeft de geest, door het tijdstip, de ouders en de omstandigheden te kiezen waarin het nieuwe kind geboren zal worden, niet zowel de erfelijkheid als het milieu uitgezocht?

Het probleem is dus niet eenvoudig erfelijkheid of het milieu. Die zijn van ondergeschikt belang vergeleken met de spirituele beslissing die de ziel ertoe brengt ervaring op te doen, te groeien en de zelfverdiende gevolgen van daden in het verleden onder ogen te zien en te verwerken, in samenhang met de mogelijkheid nieuwe handelingen te doen die bijbehorende gevolgen zullen hebben.

Het verhoogt de waardigheid van de mens als hij beseft dat hij uniek is als gevolg van zijn eigen gedachten en daden van vroeger en nu, dat zijn omstandigheden werden gekozen door de ziel, en dat de verantwoordelijkheid voor die omstandigheden en de daaruit voortvloeiende gevolgen uiteindelijk het product zijn van de spirituele leiding van ieder mens.

De betrekkelijke invloed van erfelijkheid en het milieu op een bepaald mens is voor hem ongetwijfeld een open vraag. De betekenis ervan in een bepaald geval wordt echter minder belangrijk wanneer we ze bezien vanuit het standpunt dat wat een mens ontvangt en ervaart, is wat zijn ziel zocht. Dat zoeken bepaalt de vorm, het toneel, en is de gids.

 

Uit het tijdschrift Sunrise mei/jun 1987

© 1987 Theosophical University Press Agency