De keuze is aan ons
Grace F. Knoche

 

Willen we wereldvrede of niet? Natuurlijk willen we dat; iedereen met een gezond verstand verlangt naar vrede, naar een rechtvaardige en harmonieuze oplossing van conflicten. Waarom lijkt het dan onmogelijk om dat te bereiken? De geschiedenis heeft meer dan eens de fatale invloed aangetoond van mensen die bezeten waren door het verlangen naar macht. De tirannie over menselijke zielen die daarvan het gevolg is, is een tragisch verraad waarvan de gevolgen misschien vele levens vergen om uit te werken.

Zijn we zo gebonden aan ons verleden, aan de gebruikelijke denkpatronen en emotionele vooroordelen, dat we werkelijk geloven machteloos te staan tegenover de moloch van agressie en haat? Misschien hebben we door de onafgebroken stroom van berichten over afschuwelijke gebeurtenissen, plaatselijk zowel als internationaal, het besef van tegengestelde gebeurtenissen laten verdringen. Kennen we niet in alle landen de zelfopofferende arbeid van mannen en vrouwen, die hun leven wijden aan het uitstrooien van de zaden en het bevorderen van de groei van welwillendheid en broederschap overal waar zij kunnen? Hun namen kennen we niet; zelden horen we wat ze doen. Niettemin werken zij, met anderen, als antistoffen in de levensstroom van de mensheid, en zonder hen zou de gezondheid en stabiliteit van onze beschaving ernstig worden bedreigd.

Neem als toepasselijk voorbeeld de Verenigde Naties: tientallen jaren lang zijn hun lidstaten, waarvan er nu 159 zijn, in vergadering bijeen geweest en hebben ze zich ingezet om bruikbare methoden te vinden om de vrede en veiligheid over de hele wereld te handhaven, daarbij geholpen door tal van gespecialiseerde organisaties die zich actief bezighouden met de verbetering van de benarde toestand van miljoenen mensen, die door oorlog, hongersnood en ziekten worden geteisterd. Hun bijdragen zijn van onschatbare waarde, al moeten we toegeven dat de hulp die ze verschaffen slechts een druppel is in de enorme oceaan van noden. Als men kon rekenen op voldoende mensen en fondsen en op eenheid van doelstelling, zou er meer kunnen worden gedaan om de last van menselijke ellende te verlichten. De V.N. riep 1986 uit tot Internationaal Jaar van de Vrede, stelde het Wereld Vrede Project vast, en deed een beroep op haar leden hun pogingen te verdubbelen om de idealen van de Verenigde Naties zoals deze in het Handvest zijn uiteengezet, op een praktische manier te verwezenlijken.

Op de Internationale Dag van de Vrede, 16 september 1986, verzocht de V.N. een ‘Ogenblik Stilte voor de Wereldvrede’ in acht te nemen op het midden van de dag, en individuen en groepen in vele landen verenigden zich in hun gebeden om vrede in hun eigen Ogenblik van Stilte. Secretaris-generaal Javier Perez de Cuellar verklaarde die dag:

De wereld verkeert in een crisis; maatregelen om daaraan een einde te maken moeten veelomvattend en geïntegreerd zijn. Ze moeten verder gaan dan het voor de hand liggende maar vaak oppervlakkige beroep dat uitgaat van een krachtig of meeslepend gebaar. De Verenigde Naties hebben in hun hele bestaan ernaar gestreefd deze geest van volhardend en gemeenschappelijk pogen aan te moedigen. . . . Uiteindelijk ontlenen zij hun bestaansrecht aan de behoefte aan daadwerkelijke veiligheid, en de hunkering naar een vrede die ver uitgaat boven alle verschillen tussen naties of culturen, ideologieën of geloofsovertuigingen en die een machtige bron tot eenwording vormt voor de volken op de hele aardbol.
      – United Nations News Digest, 19 september 1986, blz. 4.

Er werd een toorts ontstoken die, van land tot land gaande, de aardbol omcirkelde, en toen ze in december bij de Verenigde Naties terugkeerde, deed ze in alle werelddelen een Eeuwige Vlam ontbranden als symbool van het verlangen van de volken naar duurzame vrede voor de hele mensheid.

Dit moet iedereen bemoedigen, want het is opnieuw een uiting van het diepgewortelde verlangen van de volkeren over de hele wereld om de afwijkingen in ons denken en handelen die oorlogen en de oorzaken daarvan doen voortduren, volledig uit te bannen. Op de hele planeet aarde ontvangen alle pogingen, grote en kleine, om onze perspectieven en onze sympathieën uit te breiden, nieuwe impulsen en winnen aan kracht. We wijzen in het kort op het werk van het Cross-Cultural Studies Program (CCSP), dat intercultureel begrip kweekt onder mensen met verschillende religieuze en etnische achtergronden, en zich in het bijzonder bezighoudt met de Inheems-Amerikaanse tradities. Het steunde vorig jaar de van 2 - 6 juli in Big Mountain, Arizona, gehouden Zonnedans, bij welke gelegenheid groeten, gebeden en giften werden ontvangen van spirituele leiders uit vele landen. De dans en ceremoniële ritulen werden in de eerste plaats uitgevoerd ter wille van de Inheemse Amerikanen, maar ook voor het welzijn van alle leven op onze planeet.*

*Cross-Cultural Studies Program Bulletin, augustus 1986.

Hoe inspirerend deze gebeurtenissen ook zijn, er wordt meer, veel meer van ons allemaal verlangd om de werkelijke oorzaken van oorlog – hebzucht en eigenbelang – aanzienlijk te verzwakken. We kunnen ons niet veroorloven de verantwoordelijkheid voor het herstel van evenwicht en harmonie, fysiek, moreel en spiritueel, steeds weer over te laten aan de weinigen, bekend of onbekend. Ieder van ons moet in dit hoogst urgente werk een rol spelen.

Het is ongetwijfeld noodzakelijk dat onze kijk op onszelf en ons doel, onze relatie tot onze medemensen, tot de dieren en planten en ook tot onze aarde, moeder van alle leven op deze prachtige planeet, een totale verandering ondergaat. Als het mogelijk was de persoonlijke gedachten van ieder mens op aarde aan een opinieonderzoek te onderwerpen, zou zeker een overweldigende meerderheid het ermee eens zijn dat er iets ingrijpends nodig is om de beschaving weer in goede banen te leiden. Praten over oplossingen is gemakkelijk en we hebben meer nodig dan gebeden, hoe ernstig die ook zijn gemeend. We hebben daden nodig, daden die ontspringen aan het hart van hen die vastbesloten zijn voor de vrede en de waardigheid van alle volken te werken met eenzelfde hartstocht als waarmee mannen altijd bereid zijn al wat hun dierbaar is op het slagveld te offeren ter wille van hun land of hun eer.

Wat bedoelen we met daden? Daden zijn verwezenlijkte gedachten, gevoelens, ideeën; en de geschiedenis is een beschrijving van het menselijk denken zoals dat zich in daden heeft vastgelegd. Door onze gedachten beïnvloeden we de eeuwigheid. Wie kan zeggen wanneer en hoe de atmosfeer van ons denken een leven kan veranderen of wellicht de levens van miljoenen. Omdat we één mensheid zijn, cellen van één organisme, weerspiegelt zich wat we zijn in alle anderen. Daarom zal wat ergens gebeurt op de hoofdwegen van de macht en in de rust van onze woningen het lot van elk afzonderlijk mens ten goede of ten kwade beïnvloeden – niet alleen van hen die nu leven, maar ook van de generaties van de toekomst die hopen de toorts van vrede en broederschap aan hun kindskinderen te kunnen doorgeven.

Wat kunnen we doen, u en ik, doorsnee mensen die veraf staan van de raadzalen van de regeringen waar wetten worden aangenomen en besluiten worden genomen die de toekomst van ons allemaal beïnvloeden? We kunnen denken, denken met ons hart en met ons verstand; we kunnen ons de volkeren voorstellen als broeders, niet als strijders om de macht, een mensheid in harmonie met zichzelf, die haar intellectuele en spirituele talenten gebruikt om die vrede tot stand te brengen die de integriteit en vrijheid van alle naties en volkeren verzekert. Maar waar beginnen we? Op die plaats die het meest van belang is: onze eigen natuur. Alleen als ieder van ons de wil heeft innerlijk een omzetting tot stand te brengen van eigenbelang in altruïsme, kunnen we hopen de wereldomvattende transformatie te verwezenlijken die zo verschrikkelijk hard nodig is.

‘Machtiger dan de veroveraar van werelden is hij die zichzelf overwint’ – een waarheid die niet door de tijd is aangetast. We kunnen beginnen in harmonie te zijn met onszelf, wat wil zeggen met onze idealen, maar tegelijk moeten we een sterk gevoel voor humor bewaren als het om onze eigen zwakheden gaat, en zoveel mogelijk begrip opbrengen voor anderen. Als we dat bereiken, al is het maar ten dele, en we onze aspiraties met ons dragen ‘zo licht als een bloem’, hebben we veel bijgedragen aan het in standhouden van de harmonie en welgezindheid in onze omgeving. Omdat gedachten zich gewoonlijk ver buiten onze macht en de grenzen van ons denken bewegen, moeten we geen beperkingen opleggen aan de kracht van het gevoel van mededogen, dat alle levens op onze planeet omvat.

Er zijn in een oorlog geen overwinnaars, allen zijn verliezers. Er zijn geen veilige havens, geen eilanden die ons tegen de gevaren van menselijke dwaasheid beveiligen – behalve in onszelf. We kunnen onze talenten en krachten blijven misbruiken, of we kunnen een wereld opbouwen waarin kinderen kunnen opgroeien in een milieu van vertrouwen en onbegrensde mogelijkheden voor een creatieve levensvervulling. De keuze is aan ons.

 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/apr 1987

© 1987 Theosophical University Press Agency