*Uit de Australische T.S. Nieuwsbrief (14), juli 1986.
Overgenomen met toestemming.
Eerbiedig in het heelal dat wat het allerhoogste
is: namelijk Dat waaraan al het andere zich dienstbaar maakt en wat
aan alles de wet voorschrijft. Heb op dezelfde wijze ook eerbied voor
het hoogste in uzelf: het is van gelijke aard als het Andere, omdat
het in uzelf ook dat is wat door de rest wordt gediend en waardoor
uw leven wordt geleid. – Marcus Aurelius,
5:21
Zelftransformatie zou bijna de leuze voor de jaren tachtig kunnen zijn.
Vanaf de aerobicsklas tot de yogaschool schijnt iedereen in deze tijd
te streven naar een beter begrip van gezondheid en zelfbesef. Als we
deze neiging vergelijken met de jaren zestig en zeventig, toen de nadruk
lag op massa-idealisme en politieke actie, kunnen we grote veranderingen
in het bewustzijn zien optreden in de richting van de nieuwe eeuw.
Wat heeft de theosofie te zeggen over het proces van zelftransformatie?
In de eerste plaats dat processen van groei en transformatie in de natuur
tijd nodig hebben en niet kunnen worden geforceerd op een wijze die
door zo velen in deze tijd wordt verlangd. Een gevoel van innerlijke
vrede en innerlijk bewustzijn berust op de ontwikkeling van het karakter
en een diep begrip van onszelf, en dat vraagt tijd en gedisciplineerde,
onzelfzuchtige inspanningen. In de tweede plaats streeft de natuur naar
evenwicht en dus een harmonieuze ontwikkeling van onze menselijke mogelijkheden.
Onze moderne westerse samenleving stelt een premie op de ontwikkeling
van bijzondere kwaliteiten, die hoog staan aangeschreven vanwege het
materiële succes dat ze opleveren, in het bijzonder intellect en
ambitie. Toch zijn de meest gewaardeerde mensen uit elke cultuur of
tijdsperiode diegenen die een innerlijk evenwicht bereikten tussen ambitie
en bescheidenheid, intellect en mededogen. Ideëel gezien is zelftransformatie
het vormen van de beste aspecten van het karakter, wat dus neerkomt
op het op evenwichtige wijze verwezenlijken van onze volledige mogelijkheden
als mens.
Als we ervan uitgaan dat een harmonieuze ontwikkeling het doel is,
hoe kunnen we dan een begin maken met dit ‘werk van eeuwen’?
Sinds het begin van de tijd zijn we allemaal betrokken bij het proces
dat ons goddelijk erfdeel tot openbaring moet brengen. We zijn zowel
het pad als de reiziger naar deze verheven waarheid. De natuur omringt
ons met mogelijkheden tot groei in begrip van onszelf en anderen. Ons
dagelijks leven brengt ieder van ons individueel de uitdagingen die
goed zijn voor onze groei, hoe vreemd dat soms ook mag schijnen wanneer
moeilijkheden en lijden ons deel zijn. Wat nodig is om deze onschatbare
mogelijkheden te benutten, is een positieve houding tegenover onze omstandigheden.
We hebben allemaal vele plichten te vervullen tegenover onze gezinnen,
vrienden, ons werk, de samenleving en onszelf. Als we de gewoonte aankweken
om onze plichten te vervullen in een houding van onzelfzuchtigheid,
als we zelfs de geringste taak naar ons beste vermogen vervullen, dan
werken we aan een zinvolle en blijvende innerlijke transformatie. Zinvol
omdat die houding het de verlichte aspecten van ons wezen gemakkelijker
maakt ons te bereiken, en blijvend omdat de daaruit voortvloeiende versterking
van het karakter een onlosmakelijk deel wordt van onze innerlijke natuur
en wordt meegevoerd naar toekomstige levens.
Elke dag als we ontwaken kunnen we het besluit nemen aandacht te geven
aan het beste dat in ieder mens en iedere gebeurtenis besloten ligt.
Voor we ‘s nachts gaan slapen kunnen we de gebeurtenissen van
de dag de revue laten passeren om te zien welke spirituele lessen de
dag ons heeft gebracht. Een wijze vriend vatte dit proces als volgt
samen: ‘Zie uit naar Sint-Joris en niet naar de Draak’ in
ieder mens en iedere ervaring die we op het pad naar het ware menszijn
ontmoeten.