Sint-Joris en niet de Draak*
Andrew Rooke

 

*Uit de Australische T.S. Nieuwsbrief (14), juli 1986. Overgenomen met toestemming.

Eerbiedig in het heelal dat wat het allerhoogste is: namelijk Dat waaraan al het andere zich dienstbaar maakt en wat aan alles de wet voorschrijft. Heb op dezelfde wijze ook eerbied voor het hoogste in uzelf: het is van gelijke aard als het Andere, omdat het in uzelf ook dat is wat door de rest wordt gediend en waardoor uw leven wordt geleid.    – Marcus Aurelius, 5:21

Zelftransformatie zou bijna de leuze voor de jaren tachtig kunnen zijn. Vanaf de aerobicsklas tot de yogaschool schijnt iedereen in deze tijd te streven naar een beter begrip van gezondheid en zelfbesef. Als we deze neiging vergelijken met de jaren zestig en zeventig, toen de nadruk lag op massa-idealisme en politieke actie, kunnen we grote veranderingen in het bewustzijn zien optreden in de richting van de nieuwe eeuw.

Wat heeft de theosofie te zeggen over het proces van zelftransformatie? In de eerste plaats dat processen van groei en transformatie in de natuur tijd nodig hebben en niet kunnen worden geforceerd op een wijze die door zo velen in deze tijd wordt verlangd. Een gevoel van innerlijke vrede en innerlijk bewustzijn berust op de ontwikkeling van het karakter en een diep begrip van onszelf, en dat vraagt tijd en gedisciplineerde, onzelfzuchtige inspanningen. In de tweede plaats streeft de natuur naar evenwicht en dus een harmonieuze ontwikkeling van onze menselijke mogelijkheden. Onze moderne westerse samenleving stelt een premie op de ontwikkeling van bijzondere kwaliteiten, die hoog staan aangeschreven vanwege het materiële succes dat ze opleveren, in het bijzonder intellect en ambitie. Toch zijn de meest gewaardeerde mensen uit elke cultuur of tijdsperiode diegenen die een innerlijk evenwicht bereikten tussen ambitie en bescheidenheid, intellect en mededogen. Ideëel gezien is zelftransformatie het vormen van de beste aspecten van het karakter, wat dus neerkomt op het op evenwichtige wijze verwezenlijken van onze volledige mogelijkheden als mens.

Als we ervan uitgaan dat een harmonieuze ontwikkeling het doel is, hoe kunnen we dan een begin maken met dit ‘werk van eeuwen’? Sinds het begin van de tijd zijn we allemaal betrokken bij het proces dat ons goddelijk erfdeel tot openbaring moet brengen. We zijn zowel het pad als de reiziger naar deze verheven waarheid. De natuur omringt ons met mogelijkheden tot groei in begrip van onszelf en anderen. Ons dagelijks leven brengt ieder van ons individueel de uitdagingen die goed zijn voor onze groei, hoe vreemd dat soms ook mag schijnen wanneer moeilijkheden en lijden ons deel zijn. Wat nodig is om deze onschatbare mogelijkheden te benutten, is een positieve houding tegenover onze omstandigheden.

We hebben allemaal vele plichten te vervullen tegenover onze gezinnen, vrienden, ons werk, de samenleving en onszelf. Als we de gewoonte aankweken om onze plichten te vervullen in een houding van onzelfzuchtigheid, als we zelfs de geringste taak naar ons beste vermogen vervullen, dan werken we aan een zinvolle en blijvende innerlijke transformatie. Zinvol omdat die houding het de verlichte aspecten van ons wezen gemakkelijker maakt ons te bereiken, en blijvend omdat de daaruit voortvloeiende versterking van het karakter een onlosmakelijk deel wordt van onze innerlijke natuur en wordt meegevoerd naar toekomstige levens.

Elke dag als we ontwaken kunnen we het besluit nemen aandacht te geven aan het beste dat in ieder mens en iedere gebeurtenis besloten ligt. Voor we ‘s nachts gaan slapen kunnen we de gebeurtenissen van de dag de revue laten passeren om te zien welke spirituele lessen de dag ons heeft gebracht. Een wijze vriend vatte dit proces als volgt samen: ‘Zie uit naar Sint-Joris en niet naar de Draak’ in ieder mens en iedere ervaring die we op het pad naar het ware menszijn ontmoeten.

 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/apr 1987

© 1987 Theosophical University Press Agency