De mysterieuze drijfveer
Václav Havel

 

[In 1958 werd de Erasmus Prijs Stichting (Stichting Praemium Erasmianum) opgericht door Zijne Koninklijke Hoogheid prins Bernhard der Nederlanden en sindsdien werd deze eervolle prijs jaarlijks toegekend aan hen die op cultureel gebied bijdragen hebben geleverd die van uitzonderlijk belang zijn voor Europa. Op 13 november 1986 werd in de St. Laurenskerk in Rotterdam de prijs toegekend aan de Tsjechische toneelschrijver en voorvechter van de menselijke waardigheid, Václav Havel.
Omdat zijn toespraak ter gelegenheid van het in ontvangst nemen van de prijs en namens hem voorgelezen door Jan Tryska, de bestaande geografische grenzen overschrijdt en blijk geeft van een ruime visie die de hele mensheid betreft, stelt Sunrise, met toestemming van de Stichting Praemium Erasmianum, zijn lezers in de gelegenheid kennis te nemen van de volgende gedeelten uit deze ontroerende toespraak. – Red.]

We horen veel over het ideaal van Europa als een werelddeel van vriendschappelijke samenwerking tussen onafhankelijke en gelijkgerechtigde staten waarvan, in plaats van de dreiging van een conflict van supermogendheden, vrede uitstraalt naar de rest van de wereld. Al verschilt de mate van oprechtheid waarmee deze visie naar voren wordt gebracht, het is ongetwijfeld een mooi beeld. Maar helaas is het op dit ogenblik niet meer dan een beeld.

Wat kunnen we doen om dit ideaal te verwerkelijken? Wat kunnen we doen om niet alleen elk Europees volk te helpen onafhankelijk en autonoom te worden, maar om ook de minder ontwikkelde gebieden van de wereld te helpen op een manier die aan hun mogelijkheden beantwoordt? Wat kunnen we doen opdat ieder mens zich vrij en veilig voelt en zijn leven waardig en zinvol wordt?

Ik geloof dat ieder van ons tenminste twee dingen kan doen – en ik vind het uitermate symbolisch dat beide op de een of andere manier zijn verbonden met de erfenis van die grote Europeaan, Erasmus van Rotterdam (1466?-1536).

Ten eerste kunnen we allemaal – ondanks de vele beperkingen die voortvloeien uit de menselijke natuur en uit de spirituele, morele en maatschappelijke toestand van de huidige beschaving – onze idealen uitspreken en in praktijk proberen te brengen. We kunnen allemaal persoonlijk iets voor deze idealen opofferen, als we het eens zijn met de Tsjechische filosoof, wijlen prof. Jan Patocka, dat er bepaalde dingen zijn die de moeite waard zijn om voor te lijden; we kunnen allemaal die bijzondere, logische en toch enigszins mysterieuze drijfveer aanwenden die zegt dat een mens moet handelen zoals hij denkt. Kortom, ieder van ons kan tot het besef komen dat hij of zij – hoe onbeduidend of machteloos hij zich misschien ook voelt – de wereld kan veranderen. Het mysterie ligt in het onbegrijpelijke idee dat ieder van ons de aarde als het ware in beroering kan brengen. Het is logisch dat als ik, u, wij allemaal, niet besluiten die weg in te slaan, de wereld blijft zoals ze is. We moeten allemaal bij onszelf beginnen; als we op een ander wachten, zal niemand ooit enige verandering zien. En het is niet waar dat het onmogelijk is: zelfs de meest machteloze onder ons heeft zijn eigen wil, en dat is het enige dat niemand ons kan afnemen. Wie die gebruikt bereikt misschien iets. Als hij het niet probeert, is het zeker dat hij niets bereikt.

Erasmus schreef een opmerkelijk boek, De Lof der Zotheid. U hebt misschien opgemerkt dat het eerste dat ik hier bepleit, is de moed dwaas te zijn, dwaas in de beste zin van het woord. Laten we proberen dwaas te zijn en in alle ernst eisen dat het schijnbaar onveranderlijke verandert!

Dit brengt mij tot het tweede punt dat volgens mij binnen de macht van ieder van ons ligt en dat ook enig verband houdt met de erfenis van uw geëerde landgenoot. Erasmus wordt terecht gezien als de grote – en misschien wel de laatste – personificatie van Europese integriteit. Hij reisde door heel Europa, richtte zich tot heel Europa, hield zich bezig met Europese problemen, werd zeer hoog geacht en zijn raad en hulp werd ingeroepen door heel Europa. Het toen naderende conflict in Europa drukte zwaarder op hem dan op de meeste van zijn tijdgenoten en hij probeerde – tevergeefs – de eenheid van de Europese geest, het Europese bewustzijn en de Europese traditie te behouden en te redden. Deze waarden gingen hand in hand met de gedachte dat al wat in hoge mate humaan is, ook christelijk is, zodat, als iedereen de eisen van de menselijkheid respecteerde, alle conflicten van religieuze, nationale of politieke aard, overwonnen konden worden. Hij droomde zelfs van een soort supranationale broederschap van geleerden. . . .

Europa moet over haar eigen lot beslissen en Europeanen kunnen dat alleen wanneer ze zich verbonden en gemotiveerd voelen door een Europees bewustzijn: een diep besef dat ze samen allemaal Europeanen zijn; een diep gevoel van eenheid, al is het een eenheid in verscheidenheid; een diep besef van hun duizend jaar oude gezamenlijke geschiedenis en spirituele traditie waarvan de wortels in de verre oudheid liggen; een hernieuwd respect voor de spirituele beginselen die al het goede dat Europa voortbracht deden ontstaan. Europa bestaat hoofdzakelijk uit kleine landen, waarvan de geschiedenis door duizenden draden is vervlochten tot één enkel weefsel. Wat binnen onze macht ligt is dit nieuwe begrip van onze Europese saamhorigheid.

Een nieuw ontwaakt Europees bewustzijn openbaart zich in het stille, diepe besef van ons gemeenschappelijke lot, dat stevig is verankerd in het hart van velerlei volken die er dagelijks op de meest doeltreffende wijze uitdrukking aan geven. Hier zie ik hoopvolle tekenen voor de toekomst. . . . In West-Europa beginnen duizenden mensen belangstelling te krijgen voor het lot van mensen die slechts enkele honderden kilometers oostwaarts wonen, die ze beginnen te zien als hun broeders en zusters, wier lot wezenlijk is verbonden met het hunne. En zo zien we weer dat een nieuw Europees bewustzijn wordt geboren.

Ons lot is inderdaad ondeelbaar en hoe moderner de vernietigingswapens die ons omsingelen, hoe duidelijker dat wordt. Onze individuele vrijheid blijkt in toenemende mate de vrijheid van ons allemaal te zijn. Laten we daarom met z’n allen een einde maken aan de dodelijke dwaasheid van onze wereld door er een andere, beter soort dwaasheid voor in de plaats te stellen: de dwaasheid achter het visioen van een vredelievende gemeenschap die heel Europa omvat.

Ik denk dat ik niet overdrijf als ik zeg dat deze dag – waarop een klein West-Europees land, 450 jaar na de dood van de grote filosoof die het de wereld heeft geschonken, voor de eerste keer zijn hoogste culturele prijs schenkt aan iemand die in een klein Oost-Europees land woont – opnieuw een bewijs vormt voor het nu opkomende Europese bewustzijn. Door hun Erasmusprijs aan een Tsjech te schenken, bewijst het Nederlandse volk – daarvan ben ik overtuigd – dat er voor hen – net als voor die Tsjech – slechts één Europa bestaat, een Europa dat wel politiek verdeeld kan worden, maar dat niet verdeeld is; het is spiritueel ondeelbaar.

 
Sociale en maatschappelijke vraagstukken
 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 1987

© 1987 Theosophical University Press Agency