Cyclussen van ervaring
John Van Mater jr.

 

Wat is het doel van de ziel, als ze niet wordt gebruikt, zich niet tot uitdrukking brengt en zich niet ontwikkelt? Ik ben me bewust van iets in mij dat groter is, noem het de geest of het innerlijk zelf, iets dat uitgaat boven het gewone bewustzijn. De menselijke ziel is daarvan slechts een afspiegeling, maar heeft toch in haar kern hetzelfde kosmische patroon en dezelfde mogelijkheden. Om te zijn wat ze nu is, moest ze uit een voorafgaande toestand voortkomen; ze is op reis langs kosmische wegen en groeit voortdurend door zich telkens opnieuw tot uitdrukking te brengen.

In de korte tijd van één enkel leven worden veel ervaringen opgedaan. We moeten allemaal de rijpingsfasen doorlopen vanaf onze kindsheid – mentaal, emotioneel, psychisch en fysiek. Als het lichaam zich ontwikkelt, heeft de ziel in elk stadium van dat proces een overeenkomstig bewustzijn en daarbij behorende kenmerkende ervaringen. Toch zijn we allemaal individuen en niet twee van ons groeien en ontwikkelen zich op precies dezelfde manier.

Binnen deze cyclus van een leven verkeren we in de illusie van de tijd, die ontstaat door de draaiing van de aarde, die dag en nacht brengt, en de vier jaargetijden die zich steeds herhalen. De activiteiten van de dag staan tegenover de nacht en de slaap. Bijna een derde deel van ons leven wordt slapend doorgebracht. Het lichaam en het denken beginnen vermoeidheidsverschijnselen te vertonen als de slaap wordt bekort, en niemand kan lang leven zonder slaap. Wat tijdens die fase van leven gebeurt is niet goed bekend. Onderzoek toont aan dat we in andere bewustzijnstoestanden overgaan die, althans gedeeltelijk, een uitbreiding vormen van ons waakbewustzijn. Het brein werkt op verschillende golflengten, terwijl het lichaam doorgaat op de ‘automatische piloot’. De hersengolffrequenties volgen verschillende cyclussen van activiteit, die overeenstemmen met de soort slaap, van oppervlakkige dromen tot een heel diepe onbewuste toestand. De meesten van ons geven er zich vol vertrouwen aan over en ’s morgens zijn we ons meestal niet bewust van alles wat zich heeft afgespeeld, behalve zo nu en dan van een droom.

De periode waarin we wakker zijn kent ook golflengten van bewustzijn, vanaf het persoonlijke tot het spirituele en zelfs goddelijke niveau. Zijn we ons werkelijk bewust van alles wat in ons omgaat in onze slaap, of zelfs wanneer we wakker zijn? Er wordt misschien veel tijd verspild aan reeksen zelfzuchtige gedachten en overeenkomstige gewoonten. Die leiden ons af en dragen ertoe bij dat ons waarnemingsvermogen wordt belemmerd, en ze verzwakken ook de mate waarin we anderen van dienst kunnen zijn.

Er is zoveel in ons – een spiritueel bewustzijnscentrum en een ziel waarvan we maar weinig weten en waarvan de innerlijke groei zich buiten ruimte en tijd voltrekt. De ontplooiing in één enkel leven, hoe groot of groots ook, is beperkt. Er is eenvoudig niet genoeg tijd om alle mogelijkheden te verwezenlijken, te scheppen en te ontwikkelen, die we nu al proberen tot uitdrukking te brengen, laat staan die andere aspecten in ons die op de achtergrond liggen of als dromen en aspiraties aanwezig zijn. Achter dit ene leven en zijn verschillende fasen schijnt het licht van een meer wezenlijk zelf dat de ziel vooruitstuwt. Als de ziel deze kleinere levenscyclussen voortbrengt, dan moeten er onvermijdelijk enorme cyclussen zijn waarin ze tijdens ontelbare levens een rol speelt.

De ziel wordt een groter iets of een groter iemand in de dagen, weken, jaren van haar levens. In de loop van enorm lange tijdsperioden ging de mensheid (die alle zielen tezamen omvat) over van haar kleutertijd naar de onschuld van haar kinderjaren, gevolgd door die rijpingsfasen die ten slotte leiden tot volwassenheid, en in elk stadium van het proces van spirituele groei zet haar verantwoordelijkheid zich voort. Als het werk van de ziel is voltooid, als ze alle kringlopen en rassen heeft doorlopen en de ‘rijpere jaren’ van de geest heeft bereikt, wordt ze de vrucht van haar eigen wijsheid, een goddelijke individualiteit.

 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 1987

© 1987 Theosophical University Press Agency