De mensheid en een levende aarde
Sarah Belle Dougherty

 

Heel veel invloeden van de aarde en de zon die ons wezen en leven vormen, blijven voor ons verborgen omdat we onszelf niet beschouwen als een deel van een levend systeem. De aarde zien als een bewuste entiteit strookt niet met het traditionele westerse denken dat het stoffelijke bekijkt als het werkelijke. Toch begint men in bepaalde wetenschappelijke kringen serieus aandacht te besteden aan de aarde als een zichzelf regelend, levend systeem, dat kan reageren om een kritisch evenwicht te handhaven. Een dergelijke opvatting snijdt in het hart van het lang gekoesterde axioma dat de aarde een onbewust, toevallig brok materie is, zonder een eigen innerlijk leven of bestaan.

Maar waarom moeten we aannemen dat de aarde een levenloos toneel is waarop toevallige organische en anorganische activiteiten plaatsvinden? Er is niets onwaarschijnlijks aan de gedachte dat de aarde een zich ontplooiend wezen is, waarvan de groei ten nauwste verband houdt met de ontwikkeling van de mensheid en van andere natuurrijken, zowel als met geologische en klimatologische veranderingen. Vanuit de ruimte ziet onze planeet er niet uit als een levenloos ding; ze heeft merkbaar een organische aard, die geheel losstaat van het leven van de vele planten en dieren die haar bewonen.

In de oudheid heerste de opvatting dat aan de stoffelijke activiteiten van de aarde onzichtbare energieën ten grondslag lagen en dat haar structuur het patroon aangeeft voor het wezen van de mens. Alles is gebouwd volgens dezelfde algemene beginselen, aangepast aan de verschillende evolutionaire stadia en omstandigheden, en leven en bewustzijn zijn universeel. De mens is niet uniek wat zijn samenstelling en eigenschappen betreft: hij is een microkosmos en de planeet, het zonnestelsel en het heelal zijn macrokosmossen. Dat wil niet zeggen dat de aarde een vergroot menselijk wezen is. Waar een planeet het meest op lijkt – een godheid, een dier of een elektron – daar kunnen we alleen maar naar gissen. Maar van welke aard het bewustzijn van de aarde ook mag zijn, wij vormen fysiek een deel van haar lichaam, net zoals cellen en atomen het menselijk lichaam vormen, terwijl ze individuele organismen blijven met hun eigen evolutionaire geschiedenis, levenscyclus en inderdaad met een eigen bewustzijn. Onze cellen en organen leven en ontwikkelen zich binnen het algemene patroon van ons menszijn, vaak beïnvloed door onze mentale en emotionele toestand en door contacten met de wereld om ons heen: bacteriën en virussen, voedsel, vuur, zonnestralen, andere mensen, enz. Op dezelfde manier worden de bewoners van de aarde beïnvloed door haar levensprocessen en bewustzijn, door de andere planeten en door haar solaire en galactische milieu.

Deze fysieke en psychologische relaties vormden de oorspronkelijke grondslag van de astrologie. De wijzen in de oudheid, die met hun bewustzijn ver in het heelal en de diepten van hun wezen doordrongen, ontwikkelden en verifieerden een stelsel van kennis omtrent de onderlinge relaties tussen de mens, de aarde en het zonnestelsel, dat ze in de mysteriescholen van de oudheid onderwezen aan hen die daar spiritueel en intellectueel op waren voorbereid. Deze oude kennis werd niet openlijk onderwezen en had evenmin iets te maken met toekomstvoorspelling; het was een methode om te laten zien wat de relatie is tussen de aarde en de natuurrijken die haar vormen, en de rest van het heelal.

De aarde is veel meer dan haar stoffelijke korst, haar binnenste, haar atmosfeer en magnetosfeer; het is een wezen met vitaliteit en bewustzijn, dat leeft in een ruimte, gevuld met stof en energieën, astrale en vitale emanaties, en het bewustzijn van planeten, zonnen en melkwegstelsels. Om als een individueel wezen te bestaan, moet de aarde het opnemen tegen evenwichtsverstoringen, teweeggebracht door haar milieu en de activiteiten van de kleinere levens die haar lichaam vormen. Men mag verwachten dat de mens, de andere natuurrijken, de aarde zelf en de andere planeten alle een rol spelen in het tot stand brengen van of bijdragen aan het ‘afweersysteem’ van de aarde tegen wat haar welzijn bedreigt. Als het om de mensheid gaat, zien we dat geconcentreerde fysieke en psychologische activiteiten telkens weer hebben geleid tot onvruchtbaarheid, een periode van rust en herstel voor delen van de aardbol waar eens beschavingen bloeiden en waar nu woestijnen zijn. Overleveringen maken melding van herhaalde vernietigingen van landen en van een groot deel van de oude mensheid, die de natuurlijke stromingen van de planeet te sterk tegenwerkte. De geboorte van nieuwe landen en rassen is ook een zich telkens herhalend thema. Volgens gegevens van de hindoes komen en gaan deze rassen op regelmatige tijden die samenhangen met de loop van de evolutie van de planeet. Want tenslotte is de aarde veeleer een wezen waarmee we onlosmakelijk zijn verbonden, dan alleen het toneel voor onze activiteiten en evolutie.

Het is opmerkelijk dat zondvloeden, aardbevingen, en vulkanische uitbarstingen vanouds in verband werden gebracht met de vernietiging zowel als met het verschijnen van rassen en continenten, zodat geologische veranderingen samenhangen met de evolutie van de mens en met die van de aarde, overeenkomstig de cyclussen in de evolutie van de aarde. In haar Geheime Leer noemt H.P. Blavatsky ook zulke verschijnselen als de omkering van de magnetische polen, verschuivingen van de aardas, en ijstijden als onderdeel van de levenservaring van de planeet en het zonnestelsel. Klimatologische en geologische activiteiten houden dus allemaal verband met de evolutie van de aarde, de rijken die haar vormen, en het functioneren van andere planetaire lichamen. Sommige van deze verbanden zijn algemeen bekend. Van de getijden weten we al lang dat ze worden veroorzaakt door de aantrekkingskracht van de maan, zonnevlekken worden in verband gebracht met bepaalde klimaatsveranderingen, en aardbevingen worden zowel toegeschreven aan verschuivingen van aardlagen als mogelijk aan de invloed van de grote planeten. Zulke gebeurtenissen kunnen tegelijk ook verband houden met de collectieve handelingen, gedachten en gevoelens van de mensheid, die als deel van de aarde een even rechtstreekse verantwoordelijkheid draagt voor sommige natuurrampen als voor oorlogsplagen, bloedbaden en vernietiging van het milieu. De activiteiten van de aarde maken deel uit van haar evolutie, maar zijn tevens mechanismen om het evenwicht te herstellen.

Interessant zijn ook sommige cijfers die afkomstig zijn van geleerden-wijzen uit de oudheid. De Brahmaanse geschriften in India geven aan dat de aarde enkele miljoenen jaren geleden het midden van haar levenscyclus passeerde. Net zoals een heelal wordt uitgeademd, dan stoffelijk uitdijt, steeds dichter en ingewikkelder wordt, om dan weer te worden ingeademd, waarbij het fysieke wezen zich verfijnt tot een steeds etherischere en spirituelere substantie, zo geldt dat ook voor een individuele planeet. Als de aarde de tweede helft van haar levensperiode ingaat, komt de nadruk minder te liggen op de stoffelijke vormen van de verschillende bestanddelen van de aarde dan op de fijnere elementen. Op de mens, als deel van de aarde, zal in toenemende mate een beroep worden gedaan om zijn intellectuele, intuïtieve en geestelijke kant te ontwikkelen, of anders, individueel of collectief, achter te blijven in het evolutieproces van de planeet. Willen we actieve deelnemers blijven in de toekomstige groei van de aarde, dan moeten we in harmonie blijven met de planeet; dat betekent dat we ons moeten afwenden van het materiële en zelfzuchtige en ons richten op de spirituele en universele stromen in onszelf. We moeten onze individualiteit steeds meer in harmonie brengen met de grotere individualiteit van het hogere bewustzijn van de aarde.

De menselijke evolutie ligt verankerd in de evolutie van de planeet en wordt daar in hoge mate door bepaald, in het bijzonder wat betreft de tijdsperioden, en de aard van ons stoffelijk lichaam die nauw verband houdt met de omringende aardse omstandigheden. Zelfs onze psychische en mentale ontwikkeling is gebonden aan cyclussen, aan aardse en planetaire invloeden. De mensheid bestaat als een klein maar vitaal deel van de aarde en is absoluut afhankelijk van haar leven en processen. Onze planeet alleen zien als een ‘ding’ heeft onvermijdelijk geleid tot misbruik van de natuur en dit wordt steeds erger door het onverantwoordelijk gebruik van de industriële en chemische technologie. Recente internationale verdragen om het milieu te beschermen, kunnen een aanwijzing zijn dat de meesten van ons, tenminste als er ernstige gevaren dreigen, bereid zijn enige verantwoordelijkheid op zich te nemen voor daden die erop zijn gericht de planeet leefbaar te houden. Maar behalve dat we voor misbruik moeten waken, moeten we dieper doordringen in het wezen van de aarde om erachter te komen hoe ze functioneert en haar gezondheid bewaart, als we met deze planeet verder willen. Ieder jaar en op verschillende gebieden erkent men in toenemende mate dat elk deel past in een levend geheel. In de landbouw bestaat er bijvoorbeeld een groeiende belangstelling voor natuurbeheer, omdat boeren het werken met de natuur zien als de meest productieve, efficiënte en economische koers op korte en lange termijn.

In alle kringen kunnen we ons als individuen openstellen voor de impulsen en behoeften van de aarde, zowel innerlijk als uiterlijk. Ieder van ons kan zijn leven bezien naar de plaats die hij inneemt in een organisch systeem dat veel groter is dan wijzelf, om erachter te komen hoe we kunnen bijdragen aan de vorming van gezond weefsel, in plaats van deel te gaan uitmaken van een kankerachtige groei – óf vernietigd te worden door het aardse afweersysteem, óf verantwoordelijk te worden voor de vernietiging van onze gast-ouder en onszelf. Misschien kunnen we door onze op bescherming gerichte houding en daden zelfs deel gaan uitmaken van het afweersysteem van de aarde, en helpen de planeet waartoe we allen behoren, te verdedigen en in stand te houden. Dan zullen we ontdekken wat de ware zin is van het menselijk leven op aarde als actieve, bewuste partners van de aardbol die we helpen vormen.

 
Wetenschap: Ecologie
 

Uit het tijdschrift Sunrise jul/aug 1988

© 1988 Theosophical University Press Agency