Heel veel invloeden van de aarde en de zon die ons wezen en leven
vormen, blijven voor ons verborgen omdat we onszelf niet beschouwen
als een deel van een levend systeem. De aarde zien als een bewuste entiteit
strookt niet met het traditionele westerse denken dat het stoffelijke
bekijkt als het werkelijke. Toch begint men in bepaalde wetenschappelijke
kringen serieus aandacht te besteden aan de aarde als een zichzelf regelend,
levend systeem, dat kan reageren om een kritisch evenwicht te handhaven.
Een dergelijke opvatting snijdt in het hart van het lang gekoesterde
axioma dat de aarde een onbewust, toevallig brok materie is, zonder
een eigen innerlijk leven of bestaan.
Maar waarom moeten we aannemen dat de aarde een levenloos toneel is
waarop toevallige organische en anorganische activiteiten plaatsvinden?
Er is niets onwaarschijnlijks aan de gedachte dat de aarde een zich
ontplooiend wezen is, waarvan de groei ten nauwste verband houdt met
de ontwikkeling van de mensheid en van andere natuurrijken, zowel als
met geologische en klimatologische veranderingen. Vanuit de ruimte ziet
onze planeet er niet uit als een levenloos ding; ze heeft merkbaar een
organische aard, die geheel losstaat van het leven van de vele planten
en dieren die haar bewonen.
In de oudheid heerste de opvatting dat aan de stoffelijke activiteiten
van de aarde onzichtbare energieën ten grondslag lagen en dat haar
structuur het patroon aangeeft voor het wezen van de mens. Alles is
gebouwd volgens dezelfde algemene beginselen, aangepast aan de verschillende
evolutionaire stadia en omstandigheden, en leven en bewustzijn zijn
universeel. De mens is niet uniek wat zijn samenstelling en eigenschappen
betreft: hij is een microkosmos en de planeet, het zonnestelsel en het
heelal zijn macrokosmossen. Dat wil niet zeggen dat de aarde een vergroot
menselijk wezen is. Waar een planeet het meest op lijkt – een
godheid, een dier of een elektron – daar kunnen we alleen maar
naar gissen. Maar van welke aard het bewustzijn van de aarde ook mag
zijn, wij vormen fysiek een deel van haar lichaam, net zoals cellen
en atomen het menselijk lichaam vormen, terwijl ze individuele organismen
blijven met hun eigen evolutionaire geschiedenis, levenscyclus en inderdaad
met een eigen bewustzijn. Onze cellen en organen leven en ontwikkelen
zich binnen het algemene patroon van ons menszijn, vaak beïnvloed
door onze mentale en emotionele toestand en door contacten met de wereld
om ons heen: bacteriën en virussen, voedsel, vuur, zonnestralen,
andere mensen, enz. Op dezelfde manier worden de bewoners van de aarde
beïnvloed door haar levensprocessen en bewustzijn, door de andere
planeten en door haar solaire en galactische milieu.
Deze fysieke en psychologische relaties vormden de oorspronkelijke
grondslag van de astrologie. De wijzen in de oudheid, die met hun bewustzijn
ver in het heelal en de diepten van hun wezen doordrongen, ontwikkelden
en verifieerden een stelsel van kennis omtrent de onderlinge relaties
tussen de mens, de aarde en het zonnestelsel, dat ze in de mysteriescholen
van de oudheid onderwezen aan hen die daar spiritueel en intellectueel
op waren voorbereid. Deze oude kennis werd niet openlijk onderwezen
en had evenmin iets te maken met toekomstvoorspelling; het was een methode
om te laten zien wat de relatie is tussen de aarde en de natuurrijken
die haar vormen, en de rest van het heelal.
De aarde is veel meer dan haar stoffelijke korst, haar binnenste, haar
atmosfeer en magnetosfeer; het is een wezen met vitaliteit en bewustzijn,
dat leeft in een ruimte, gevuld met stof en energieën, astrale
en vitale emanaties, en het bewustzijn van planeten, zonnen en melkwegstelsels.
Om als een individueel wezen te bestaan, moet de aarde het opnemen tegen
evenwichtsverstoringen, teweeggebracht door haar milieu en de activiteiten
van de kleinere levens die haar lichaam vormen. Men mag verwachten dat
de mens, de andere natuurrijken, de aarde zelf en de andere planeten
alle een rol spelen in het tot stand brengen van of bijdragen aan het
‘afweersysteem’ van de aarde tegen wat haar welzijn bedreigt.
Als het om de mensheid gaat, zien we dat geconcentreerde fysieke en
psychologische activiteiten telkens weer hebben geleid tot onvruchtbaarheid,
een periode van rust en herstel voor delen van de aardbol waar eens
beschavingen bloeiden en waar nu woestijnen zijn. Overleveringen maken
melding van herhaalde vernietigingen van landen en van een groot deel
van de oude mensheid, die de natuurlijke stromingen van de planeet te
sterk tegenwerkte. De geboorte van nieuwe landen en rassen is ook een
zich telkens herhalend thema. Volgens gegevens van de hindoes komen
en gaan deze rassen op regelmatige tijden die samenhangen met de loop
van de evolutie van de planeet. Want tenslotte is de aarde veeleer een
wezen waarmee we onlosmakelijk zijn verbonden, dan alleen het toneel
voor onze activiteiten en evolutie.
Het is opmerkelijk dat zondvloeden, aardbevingen, en vulkanische uitbarstingen
vanouds in verband werden gebracht met de vernietiging zowel als met
het verschijnen van rassen en continenten, zodat geologische veranderingen
samenhangen met de evolutie van de mens en met die van de aarde, overeenkomstig
de cyclussen in de evolutie van de aarde. In haar Geheime Leer
noemt H.P. Blavatsky ook zulke verschijnselen als de omkering van de
magnetische polen, verschuivingen van de aardas, en ijstijden als onderdeel
van de levenservaring van de planeet en het zonnestelsel. Klimatologische
en geologische activiteiten houden dus allemaal verband met de evolutie
van de aarde, de rijken die haar vormen, en het functioneren van andere
planetaire lichamen. Sommige van deze verbanden zijn algemeen bekend.
Van de getijden weten we al lang dat ze worden veroorzaakt door de aantrekkingskracht
van de maan, zonnevlekken worden in verband gebracht met bepaalde klimaatsveranderingen,
en aardbevingen worden zowel toegeschreven aan verschuivingen van aardlagen
als mogelijk aan de invloed van de grote planeten. Zulke gebeurtenissen
kunnen tegelijk ook verband houden met de collectieve handelingen, gedachten
en gevoelens van de mensheid, die als deel van de aarde een even rechtstreekse
verantwoordelijkheid draagt voor sommige natuurrampen als voor oorlogsplagen,
bloedbaden en vernietiging van het milieu. De activiteiten van de aarde
maken deel uit van haar evolutie, maar zijn tevens mechanismen om het
evenwicht te herstellen.
Interessant zijn ook sommige cijfers die afkomstig zijn van geleerden-wijzen
uit de oudheid. De Brahmaanse geschriften in India geven aan dat de
aarde enkele miljoenen jaren geleden het midden van haar levenscyclus
passeerde. Net zoals een heelal wordt uitgeademd, dan stoffelijk uitdijt,
steeds dichter en ingewikkelder wordt, om dan weer te worden ingeademd,
waarbij het fysieke wezen zich verfijnt tot een steeds etherischere
en spirituelere substantie, zo geldt dat ook voor een individuele planeet.
Als de aarde de tweede helft van haar levensperiode ingaat, komt de
nadruk minder te liggen op de stoffelijke vormen van de verschillende
bestanddelen van de aarde dan op de fijnere elementen. Op de mens, als
deel van de aarde, zal in toenemende mate een beroep worden gedaan om
zijn intellectuele, intuïtieve en geestelijke kant te ontwikkelen,
of anders, individueel of collectief, achter te blijven in het evolutieproces
van de planeet. Willen we actieve deelnemers blijven in de toekomstige
groei van de aarde, dan moeten we in harmonie blijven met de planeet;
dat betekent dat we ons moeten afwenden van het materiële en zelfzuchtige
en ons richten op de spirituele en universele stromen in onszelf. We
moeten onze individualiteit steeds meer in harmonie brengen met de grotere
individualiteit van het hogere bewustzijn van de aarde.
De menselijke evolutie ligt verankerd in de evolutie van de planeet
en wordt daar in hoge mate door bepaald, in het bijzonder wat betreft
de tijdsperioden, en de aard van ons stoffelijk lichaam die nauw verband
houdt met de omringende aardse omstandigheden. Zelfs onze psychische
en mentale ontwikkeling is gebonden aan cyclussen, aan aardse en planetaire
invloeden. De mensheid bestaat als een klein maar vitaal deel van de
aarde en is absoluut afhankelijk van haar leven en processen. Onze planeet
alleen zien als een ‘ding’ heeft onvermijdelijk geleid tot
misbruik van de natuur en dit wordt steeds erger door het onverantwoordelijk
gebruik van de industriële en chemische technologie. Recente internationale
verdragen om het milieu te beschermen, kunnen een aanwijzing zijn dat
de meesten van ons, tenminste als er ernstige gevaren dreigen, bereid
zijn enige verantwoordelijkheid op zich te nemen voor daden die erop
zijn gericht de planeet leefbaar te houden. Maar behalve dat we voor
misbruik moeten waken, moeten we dieper doordringen in het wezen van
de aarde om erachter te komen hoe ze functioneert en haar gezondheid
bewaart, als we met deze planeet verder willen. Ieder jaar en op verschillende
gebieden erkent men in toenemende mate dat elk deel past in een levend
geheel. In de landbouw bestaat er bijvoorbeeld een groeiende belangstelling
voor natuurbeheer, omdat boeren het werken met de natuur zien als de
meest productieve, efficiënte en economische koers op korte en
lange termijn.
In alle kringen kunnen we ons als individuen openstellen voor de impulsen
en behoeften van de aarde, zowel innerlijk als uiterlijk. Ieder van
ons kan zijn leven bezien naar de plaats die hij inneemt in een organisch
systeem dat veel groter is dan wijzelf, om erachter te komen hoe we
kunnen bijdragen aan de vorming van gezond weefsel, in plaats van deel
te gaan uitmaken van een kankerachtige groei – óf vernietigd
te worden door het aardse afweersysteem, óf verantwoordelijk
te worden voor de vernietiging van onze gast-ouder en onszelf. Misschien
kunnen we door onze op bescherming gerichte houding en daden zelfs deel
gaan uitmaken van het afweersysteem van de aarde, en helpen de planeet
waartoe we allen behoren, te verdedigen en in stand te houden. Dan zullen
we ontdekken wat de ware zin is van het menselijk leven op aarde als
actieve, bewuste partners van de aardbol die we helpen vormen.