Waarom proberen we niet mens te zijn?
Ingrid Van Mater

 

Zou de belangrijkste taak voor ons mensen niet zijn om te proberen werkelijk mens te worden? Dat klinkt misschien eenvoudig, maar als men ziet hoe bizar sommige vormen zijn die de new age-beweging aanneemt, gaat men ernstig nadenken over wat er gebeurt met de menselijke waardigheid en doelstellingen. Al weten we diep in ons hart wel dat zelfvertrouwen en onzelfzuchtige motieven essentieel zijn voor de ontplooiing van de ziel, toch zijn we geneigd naar een gemakkelijke, snelle en vaak spectaculaire manier te zoeken; of we geven er de voorkeur aan te steunen op de een of andere autoriteit buiten ons, zoals de kerk, God, een goeroe, of ‘trance channeling’ (de moderne versie van een seance).

In de afgelopen maanden verschenen er opvallende artikelen in de Los Angeles Times over new age-activiteiten. Eén daarvan, dat in het bijzonder mijn aandacht trok, was getiteld ‘Zoekers naar het Zelf kondigen nu de Nieuwe Tijd aan’, geschreven door een medewerkster, Carol McGraw1. Daarin werd ruime aandacht besteed aan Ram Dass (Richard Alpert, die samen met Timothy Leary in de jaren zestig in Harvard met LSD experimenteerde) en aan de veranderingen die hij in zijn denken heeft ondergaan ‘als drug-onderzoeker, goeroe, zoeker naar het zelf door dienstbetoon.’

Op een dag vroeg Ram Dass aan de ‘geest’ Emmanuel in een seance wat hij moest doen en kreeg ten antwoord: ‘Waarom probeer je niet mens te zijn?’ Toen ik dat las vroeg ik me af: Is het mogelijk, gezien het gezonde karakter van die raad, dat de oprechtheid van Ram Dass aan zijn eigen innerlijk zelf een reactie ontlokte, zonder dat hij dat besefte? Merkwaardig genoeg komt dit antwoord overeen met de essentie van de krachtige uitspraak van Paus Johannes de XXIIIste in een onlangs in de VS vertoonde documentaire2: We willen niet minder dan menselijk of meer dan menselijk, maar mens zijn.

Het probleem minder dan menselijk te zijn is duidelijk – onbeheerste hartstochten, hebzucht en onmenselijkheid. Nog gevaarlijker is misschien de poging meer dan menselijk te willen zijn voordat onze gedachten en gevoelens het goddelijke in ons getrouw kunnen weerspiegelen. Dit is een algemeen verschijnsel bij hen die op religieus gebied zoekende zijn. Door het beperkte persoonlijke zelf te willen verheffen zonder de daarvoor noodzakelijke discipline, kan men zich bij het eerste straaltje licht gemakkelijk wijsmaken het doel te hebben bereikt. Het betekent denken wijs te zijn voor men werkelijk wijs is.

Ik kwam onder de indruk van de eerlijke reactie van Ram Dass: ‘Ik had nooit aan mijn menszijn gedacht als een bezigheid. Ik had het te druk met mijn pogingen goddelijk te worden’, zei hij lachend – wat erop wees dat hij zichzelf op dit punt in het juiste licht zag. Hij had het paard achter de wagen gespannen door zich voor een goeroe te houden voordat hij het ideaal van onzelfzuchtig dienen ging volgen. Hij houdt zich nu bezig met karmayoga, met humanitair werk. Soms moeten we een lange en kronkelige weg gaan om te ontdekken dat voor het verwerven van spirituele gaven geen tussenpersoon nodig is of een bepaalde techniek; ze zijn ook niet te koop, maar zijn alleen afhankelijk van wat we van onszelf in ons leven hebben geïnvesteerd.

De neiging voorbij te gaan aan het voor de hand liggende en te zoeken naar het meer sensationele, houdt momenteel miljoenen in haar greep, als gevolg van een subtiele gedachtebeïnvloeding. Louis J. West, M.D., hoofd van het UCLA’s Neuropsychiatrische Instituut, maakt zich zorgen over wat hij ‘New Age zelfvertrouwen spelletjes’ noemt:

Dergelijke activiteiten kunnen bij sommige mensen geestesziekten verergeren. Schizofrenie kan zich bijvoorbeeld openbaren als men zich steeds weer met het mystieke bezighoud. ‘Trance channeling’ kan voor de één een ongevaarlijk vermaak zijn, maar voor een ander kan het een kracht betekenen die hem steeds verder wegvoert van zijn toch al pover begrepen band met de werkelijkheid.3

Onze grootste uitdaging als mens is wijsheid van illusie te onderscheiden. Maar al te vaak wordt men ‘gevangen door het lokaas van zijn eigen extase’4, zei Havilock Elles meer dan een halve eeuw geleden. Deze extase wordt heel gemakkelijk teweeggebracht door het valse licht van psychische ervaringen die slechts één stap verwijderd zijn van het stoffelijk gebied. ‘Trance channeling’, het terugzien in vorige levens en verschillende pseudo-occulte praktijken worden tegenwoordig onder de algemene term mystiek-spiritueel samengevat. Dat is een ongelukkige benaming, want de meeste staan zeer ver af van het werkelijk geestelijke, en vinden plaats in het psycho-emotionele deel van onze natuur dat onbetrouwbaar en illusoir is.

Hoe misleidend een illusie ook mag zijn, ze is heel reëel voor degene die erin opgaat, zoals blijkt uit het bekende verhaal van de blinden en de olifant. Ieder betastte slechts een deel van de olifant en trok een andere conclusie: de een pakte een slagtand en dacht dat het een speer was; een ander een poot en dacht dat het een boom was; weer een ander de slurf en geloofde dat het een slang was, enz. Zo is het ook met onze beperkte benadering van de waarheid, die zelf ongeschonden blijft. Wij zijn het, als feilbare wezens, die wat we ervan begrijpen in dogma’s vastleggen, en daardoor onze visie beperken en vervormen. Zelfbedrog komt algemeen voor. In deze tijd zijn we getuige van een gevaarlijke combinatie van westers materialisme en oosterse psychofysische technieken.

In 1978 merkte de bekende theoloog Harvey Cox op:

De meeste grote wereldgodsdiensten, waaronder het christendom en het boeddhisme, kennen geschriften waarin word, erkend dat spirituele gulzigheid de gevaarlijkste soort gulzigheid is, en dat bij het zoeken naar spirituele vervulling terughoudendheid een absoluut vereiste is. Er zijn verhalen over Zen-monniken, die studenten heel streng aanpakken als ze zich erop laten voorstaan de verlichting te naderen, of over novicenmeesters, die de novicen helpen zeer voorzichtig te zijn in hun spiritueel streven en niet tot buitensporigheden te vervallen.5

Ontdekken wie we zijn is een eeuwenlang proces dat zelfdiscipline vereist, een sterke geest en wil, een warm mededogen, nederigheid, moed en onzelfzuchtigheid. Deze eigenschappen raken nooit in of uit de mode, omdat ze tijdloos zijn. Het volgen van het pad naar spiritueel ontwaken kan even natuurlijk en geleidelijk zijn als de groei van een plant, die niets extreems of geforceerds heeft. Het betekent een verandering van gerichtheid en een daarop aansluitend handelen; leven vanuit een innerlijk bewustzijn en medegevoel, in plaats van zich laten meesleuren door de omstandigheden. Dat wil niet zeggen dat het leven gemakkelijk is. Beproevingen van onze morele en ethische weerstand doen zich in talloze vermommingen voor, en zodra het verlangen in ons opkomt het doel dat ons voor ogen staat te volgen, roept dat automatisch tegenstand op. Een evenwichtige levensopvatting, waartoe ook de kunst behoort om zichzelf te kunnen lachen en van de goede dingen in het leven te kunnen genieten, helpt ons ons ervan te weerhouden de dingen te ernstig te nemen. Het beste is ‘ons langzaam te haasten’, en onszelf te aanvaarden als de onvolmaakte wezens die we zijn, zonder onrealistische verwachtingen.

Homo sapiens, het enige schepsel dat met rede is begiftigd, is ook het enige wezen dat zijn bestaan aan onredelijke zaken verbindt’, zei Henri Bergson6. Dat is de paradox in onze menselijke situatie. De rede, het leidende vermogen van het denken dat ons van de dieren onderscheidt, heeft vele niveaus. Ze misleidt of verlicht, omdat we ieder moment kiezen tussen negatieve en positieve gedachten die onze beslissingen beïnvloeden bij het vervullen van onze dagelijkse plichten. Als we onze aandacht blijven afwenden van onze zelfzuchtige persoonlijke begeerten, en streven naar een meer humane, universele benadering, zal de wijsheid die intuïtieve waarnemingen en diepere inzichten met zich brengen, ons leven eens verrijken en onze innerlijke stabiliteit verhogen.

Het Aquariustijdperk is een gunstige tijd voor het benutten van onze gaven als denkende, voelende wezens die in staat zijn de ‘heelheid’ te zien, een alomvattende sympathie te hebben en te kunnen nadenken over het wonder van de natuur waarin alle leven zich van bloem tot ster als een mysterie ontvouwt. Zoals de lichten aan een vleugel, flitst het licht van het goddelijke op onverwachte momenten in ons leven aan en uit. Eens, als we leven in de volheid van ons menszijn, zullen zijn stralen schijnen met een gestadige glans.

 

Noten

  1. Los Angeles Times, 17 februari 1987.
  2. Television (Public Broadcasting Service), september 1987.
  3. Op.cit.
  4. The Dance of Life, blz. 227.
  5. Sherman Goldman, ‘Lost in Wonderland’. Een interview met Harvey Cox, East West Journal, mei 1978, blz. 22-33.
  6. The Two Sources of Morality and Religion, 1935
 
Artikelen over occultisme, meditatie, yoga, gebed, paranormale vermogens en verschijnselen
 

Uit het tijdschrift Sunrise jul/aug 1988

© 1988 Theosophical University Press Agency