*Samengesteld uit niet-gepubliceerde correspondentie
(1954).
Ieder van ons begrijpt in meerdere of mindere mate dat de cyclus van
een jaar een symbool is van het leven van de mens, het leven van ieder
van ons, en ook van het leven van het heelal. We weten ook iets van
de symboliek van de vier heilige jaargetijden, die beginnen met de winterzonnestilstand,
gevolgd door de lentenachtevening, de zomerzonnestilstand en de herfstnachtevening.
De winterzonnestilstand vertegenwoordigt de geboorte, de lentenachtevening
de periode van groei, de zomerzonnestilstand de tijd van volwassenheid
en de herfstnachtevening de tijd die voert naar een nieuwe geboorte.
Laten we een ogenblik stilstaan bij de zomerzonnestilstand en de betekenis
daarvan voor u en mij. We hebben gezegd dat het de tijd van volwassenheid
of volledige groei en kracht is in het jaar. We verschillen allemaal
in leeftijd en ieder van ons heeft zijn eigen objectieve geboorte, adolescentie,
volwassenheid en dood. Als we ons ervan bewust kunnen worden dat we
een deel zijn van de natuur, hebben we viermaal per jaar de gelegenheid
hulp van haar te ontvangen, te groeien zoals de natuur dat wil, en de
horizon van ons bewustzijn uit te breiden door wat we elk jaargetijde
ervaren.
Als we, al is het in geringe mate, de universele levensstromen aanvoelen,
wordt het ons algauw duidelijk dat ware spirituele groei niet mogelijk
is en niemand van ons verlichting kan ontvangen zonder iets op te geven.
In de cyclus van het esoterische denken en in de geest van de oude mysteriën
is de periode van de zomerzonnestilstand bekend als de Grote Verzaking.
In deze tijd van het jaar worden ergens door iemand de grootste beproevingen
ondergaan die op deze aarde mogelijk zijn: het verzaken van alle individuele
vooruitgang naar spirituele volwassenheid, het opgeven door de initiant
van het verlangen naar verder succes.
We moeten niet veronderstellen dat het bij de Grote Verzaking slechts
om één inwijding gaat, want het zijn er vele, maar dit
heilige jaargetijde wordt beschouwd als het hoogste van de vier in elk
van zijn graden. Het is de grootste van alle inwijdingen omdat ze, wanneer
ze met succes wordt bekroond, voor de mensheid en ieder levend wezen
op de planeet een weldaad is, want opnieuw draagt een Grote Ziel zijn
steen bij aan de Beschermende Muur rond de mensheid. Maar verzaken betekent
niet opgeven – het is juist het tegenovergestelde. Wanneer de
Groten hun vooruitgang verzaken, geven ze niemand anders of niets anders
op dan hun eigen individuele vooruitgang. Wat ze in werkelijkheid doen
is uw kracht en de mijne versterken, zodat ook wij misschien eens zullen
overwegen onze eigen spirituele vooruitgang ten bate van anderen te
verzaken.
Ieder van ons was en is op zijn eigen manier een verzaker, en we waren
zo gelukkig te leren dat de beste voorbereiding voor de grote verzaking
ligt in de gewone levenservaringen. Onze plaats in dit hele proces van
ontplooiing van de esoterische levensstromen is in beginsel geen andere
dan die van de stille en eenzame Wachter, waarvan HPB zegt:
Hij is de ‘Inwijder’ en wordt
het ‘GROTE OFFER’ genoemd. Want, zittend op de drempel
van het LICHT, kijkt hij vanuit de kring van de duisternis, die hij
niet zal overschrijden, in dat licht en hij zal zijn post ook niet
verlaten vóór de laatste dag van deze levenscyclus.
Waarom blijft de eenzame Wachter op zijn zelfgekozen post? Waarom
zit hij aan de bron van de oorspronkelijke wijsheid waaruit hij niet
langer drinkt, omdat hij niets heeft te leren wat hij nog niet weet
– inderdaad, noch op deze aarde, noch in haar hemel? Omdat de
eenzame pijnlijk voortstrompelende pelgrims op hun weg terug naar
huis tot het laatste ogenblik er nooit zeker van zijn dat zij
niet zullen verdwalen in deze onmetelijke woestijn van illusie en
materie die men het aardse leven noemt. Omdat hij graag aan iedere
gevangene die erin is geslaagd zich te bevrijden van de boeien van
het vlees en de illusie, de weg zou wijzen naar dat gebied van vrijheid
en licht, waaruit hij zich vrijwillig heeft verbannen. Kortom, omdat
hij zich heeft opgeofferd ter wille van de mensheid, . . . –
De Geheime Leer, 1:236
De Stille Wachter is inderdaad de hoogste vertegenwoordiger van de
grote verzakers op deze aardbol en bevindt zich in het centrum van de
kring van de mensheid zoals die zich over deze bol manifesteert. Al
bevinden we ons misschien aan de buitenkant van die kring, niettemin
is er nu al een menigte van lagere levensaspecten waarvoor wij verantwoordelijk
zijn, en die zal in de toekomst nog toenemen. Daarom zijn onze posities
en verantwoordelijkheden als individu in beginsel dezelfde als de hunne.
De stromen uit de goddelijke bron die hun weg vinden door het leven
en het voorbeeld van opoffering van alle grote verzakers uit het verleden
– zowel als die enkeling of enkelen die nu ergens op deze wereld
de zware beproevingen van deze inwijding ondergaan – vloeien ook
door ons allen, en verbinden ons individueel met onze eigen innerlijke
verzaker die het grote offer heeft gebracht om uw en mijn mentor te
kunnen zijn.
Het volgende heilige jaargetijde, de herfstnachtevening, wordt de Grote
Overgang genoemd, en vertegenwoordigt als zodanig wat men de grote paradox
zou kunnen noemen, omdat hij een oogst van twee typen oplevert: dat
van de pratyekaboeddha’s (kandidaten voor nirvana) en dat van
de boeddha’s van mededogen. In deze kritieke tijd van het wereldgebeuren
doen we er goed aan na te denken over de betekenis van de keuzen die
wij mensen dagelijks maken en die uitlopen op de eindbeslissing: de
weg opgaan van persoonlijke redding, of het pad van de menselijke meedogende
pelgrim.
Dat betekent niet dat ieder mens in deze heilige jaargetijden letterlijk
en formeel een inwijding ondergaat. Toch wordt zijn bewustzijn in werkelijkheid
geconfronteerd met de drang tot ontplooiing, en hij kan als hij dat
wil en verkiest die ontwikkeling steunen of niet; hij kan als hij dat
wil en verkiest die ontwikkeling leiden, als hij die laat plaatsvinden.
Waarom wordt de herfstnachtevening de Grote Overgang genoemd? Eenvoudig
omdat in dit ervaringsproces de initiant volledig sterft, in al zijn
samenstellende delen, en op de daarvoor bestemde plaatsen alle aspecten
van zijn hele constitutie volledig aflegt, vanaf de laagste tot de hoogste.
Hij daalt niet alleen af in de onderwereld die hij overwint; hij moet
ook opstijgen naar de hogere werelden. Naar de mate dat hij in zijn
poging slaagt, zowel in de lagere als in de hogere werelden, naar die
mate heeft hij de grote inwijding doorstaan. En daar ligt het kruispunt
waar de wegen zich splitsen. De initiant die in zijn hele verleden zich
wijdde aan het vergeestelijken van zijn totale constitutie, ter wille
van zijn eigen vooruitgang en zijn eigen succes, staat op het moment
van die laatste stap – waarover ik liever spreek als afscheiden
dan ontbinden – voor zijn laatste keuze: zich voor de verdere
duur van de manvantarische periode [levensduur van de planeet] laten
opnemen in nirvana, zoals de dauwdruppel in de glanzende zee, om daar
het geluk van wat hij bereikte te ervaren, of afstand doen van dat onvoorstelbare
geluk. In het laatste geval doet hij de verhevenste keuze: terugkeren
langs de hele weg die hij heeft afgelegd in de inwijdingscyclus, tijdens
het afleggen van al zijn delen, bewust teruggaan langs dezelfde weg,
uit vrije wil, om alles wat hij had achtergelaten weer op te nemen waar
hij het had achtergelaten en zich weer te bekleden met de menselijke
elementen, om die glorierijke beloning die hij had verdiend, te gebruiken
voor het welzijn van ieder ander behalve zichzelf.
Toch moet het duidelijk zijn dat er ook op het pad van de pratyeka
iets van grote spirituele kracht moet zijn. Omdat hij het nirvana is
ingegaan en daarmee tot op zekere hoogte en ondanks zichzelf de schoonheid
van het kosmische bewustzijn heeft verhoogd, heeft hij in ruimere zin
iets bijgedragen aan het verlichten van het pad van de mensheid. Maar
hij weet niet dat hij dat doet. Hij heeft geen poging daartoe gedaan.
Het is een van die natuurlijke dingen die gebeuren: als u in een donkere
kamer een lucifer aansteekt om te kunnen zien, dan verlicht u die kamer
en kunnen alle anderen in de kamer ook zien. Op die manier draagt de
pratyeka zijn deel bij.
De boeddha van mededogen daarentegen helpt bij zijn terugkeer anderen
een licht te ontsteken, helpt de overige mensheid op manieren zo subtiel
en ondoorgrondelijk, dat wij ons slechts een geringe voorstelling kunnen
maken van de veel grotere bijdrage van de meedogenden aan de vooruitgang
van het geheel.
Het zal nog heel, heel lang duren voordat een van ons gereed is om
deze grote inwijdingen te ondergaan. Karma heeft ons geplaatst waar
we zijn, maar we hebben van nature de gelegenheid dagelijks en ongedwongen
echte meedogende pelgrims te zijn op dit pad van dienstbaarheid aan
onze medemensen. Er is iets heel diep binnenin ons, dat we allen voelen
als we de daden en gedachten in ons dagelijks leven benaderen in een
houding van zuivere offervaardigheid.