Het is onmogelijk op een zinnige manier over reïncarnatie te
praten en karma buiten beschouwing te laten. In feite is er een subthema
waarop zowel karma als reïncarnatie zijn gebaseerd. Deze grondslag
luidt: Alles maakt deel uit van een groter geheel, een levend kosmisch
organisme, en is daarom nauw verbonden. Welnu, wat heeft deze onderlinge
verbondenheid te maken met karma en reïncarnatie?
Karma is afgeleid van een Sanskrietstam die actie betekent. Alle actie,
zowel het doen van daden als het denken van gedachten, beïnvloedt
het evenwicht van dat kosmisch organisme, dat ooit zijn evenwicht zal
herstellen door de gevolgen van de daden te laten terugkeren bij degene
die ze heeft begaan. Karma is strikt rechtvaardig en elk aspect van
het leven geeft ons een mogelijkheid om zich te ontwikkelen, om te leren
hoe men zich in overeenstemming kan brengen met het evenwicht van de
natuur.
Hiermee is tevens de verbinding gelegd met reïncarnatie, want
als karma universeel is, als deze wet van oorzaak en gevolg werkzaam
is door de hele natuur, dan hebben elke daad en elke gedachte onvermijdelijk
hun gevolgen. Degene die handelt of denkt, zal altijd worden geconfronteerd
met de gevolgen van zijn activiteiten. Die gevolgen kunnen onmiddellijk
optreden, ze kunnen ook enige tijd later komen, in dit leven of in volgende
levens. Deze twee ideeën zijn dus onafscheidelijk, karma zonder
reïncarnatie bestaat niet, omdat het duidelijk is dat alle gevolgen
van wat we hebben gedaan niet in één leven tot uitdrukking
kunnen komen. Karma geeft het verband aan tussen opeenvolgende wederbelichamingen.
Wie we zijn en wat we ondergaan is het directe gevolg van wat we in
het verleden hebben gedaan en gedacht. Ieder van ons bevindt zich in
omstandigheden en heeft eigenschappen die hijzelf in vorige levens heeft
aangekweekt.
Ten aanzien van reïncarnatie bestaan vele misverstanden en bedenkingen.
In de eerste plaats wordt vaak gedacht dat men als dier kan reïncarneren.
Maar iemand die wat verstandelijke ontwikkeling betreft het stadium
van de mens heeft bereikt, heeft een menselijk lichaam nodig om zich
te kunnen uiten, want de ‘voertuigen’ van het dierenrijk
zijn daartoe volledig ontoereikend. De gedachte dat een mens als dier
zou kunnen terugkeren is een verminking van het idee dat na de dood
van een mens zijn verschillende levensatomen zullen terugkeren tot dat
deel van de natuur waar ze thuishoren. Omdat de mens een lichaam van
min of meer dierlijke oorsprong heeft, zullen er na de dood ongetwijfeld
levensatomen naar het dierenrijk terugkeren, maar dit heeft niets te
maken met het zelfbewustzijnscentrum van de mens.
Een andere veelgehoorde opvatting is: ik geloof niet in reïncarnatie,
want ik herinner me niets van die vorige levens. De reden waarom we
ons niets herinneren is omdat we daarvoor het instrumentarium niet hebben.
Het fysieke knooppunt van ons geheugen, de hersenen, heeft ons vorig
overlijden niet overleefd. Zelfs in dit leven kan men zich niet alles
herinneren. Wat onthouden we? De hoogte- en dieptepunten, de dingen
die een diepe indruk hebben gemaakt. De rest vergeten we . . . en gelukkig!
Zo is het wellicht een zegen dat we ons al die vorige levens en daarmee
alle fouten en verkeerde dingen die we hebben begaan niet precies herinneren.
Het is niet van belang; het is ballast. Toch hebben we de essentie van
al die levens bewaard, anders zouden we niet zijn wie we zijn.
Laten we reïncarnatie en karma eens vanuit een andere hoek benaderen,
met de vraag in het achterhoofd: wat is er voor bewijs voor wederbelichaming?
De eerste gedachte die opkomt is: wat is een bewijs? Er zijn vele soorten
bewijzen. Of iets een bewijs vormt, hangt af van vele verschillende
factoren, van de uitgangspunten, veronderstellingen en informatie die
men heeft, en soms zijn deze onontwarbaar verstrengeld. Uiteindelijk
is iets voor iemand bewezen als hij er na ampele overweging innerlijk
van overtuigd is dat het zo is.
Het zal duidelijk zijn dat we reïncarnatie nooit formeel kunnen
bewijzen. Het is onzin om te proberen dit te doen. Maar we kunnen er
wel over nadenken en de voors en tegens afwegen, want het idee van karma
en reïncarnatie geeft een bevredigend antwoord op vele vragen,
meer dan enige andere opvatting.
Laten we voor de aardigheid uitgaan van het niet bestaan van reïncarnatie.
Als dat zo is, leven we dus maar één keer. En zo ja, waar
komen de verschillen in karakter, eigenschappen en talenten van de mensen
dan vandaan en de verschillen in omstandigheden waarin ze worden geboren?
Waarom hebben sommige mensen een lang leven en sterven anderen als baby?
Hoe komt het dat de ene mens een betrekkelijk gemakkelijk leven heeft
en een ander een bestaan met een aaneenschakeling van ellende? Waar
komt de onrechtvaardigheid in de wereld vandaan?
Voor mij vormt reïncarnatie een aspect van het beginsel van wederbelichaming
dat we overal in de natuur aantreffen. We zullen telkens opnieuw geboren
worden, en door een pad te volgen van proberen, falen en weer proberen,
aldoor meer leren en ons geleidelijk vervolmaken. Dit proces zal voortduren
totdat we alles hebben geleerd wat het menszijn inhoudt, iets dat vanzelfsprekend
een heel lange tijd zal duren. Dan zullen we overgaan naar een andere
bestaansvorm, een rijk van de natuur dat verder is ontwikkeld dan dat
van de mens. Op ongeveer gelijke wijze streven de wezens in het dierenrijk
ernaar op een bepaald moment in de toekomst het stadium van mens te
bereiken.
De gevolgen van het aanvaarden van ideeën als karma en reïncarnatie
brengen zeker nieuwe inzichten in het leven. Zaken die eerst onverklaarbaar
en onrechtvaardig leken en die tot wanhoop leidden, kunnen nu worden
verklaard.
Tenslotte geeft het aanvaarden van karma en reïncarnatie ons meer
verantwoordelijkheidsgevoel. Het feit dat wij niet onszelf, anderen
en onze omgeving kunnen benadelen zonder ooit zelf de gevolgen te ondervinden,
kan een stimulans zijn om bewuster te leven. Bovendien kan het ons voorzichtiger
maken bij het beoordelen van anderen. Wie weet wat ons karma is en hoe
onze toekomstige levens zullen zijn? . . . wij zijn zelf immers verre
van volmaakt.