Een visie op dromen
Gerald J. Schueler

 

Veel mensen denken dat dromen tijdverspilling betekenen. Sommigen zouden zelfs willen dat ze niet hoeven te slapen, want dat neemt tijd af van hun werk, tijd die geheel wordt verspild, afgezien van het feit dat het fysieke lichaam nieuwe kracht krijgt en men onzinnige dromen heeft! Er zijn ook mensen die zeggen dat ze nooit dromen. Een theosofische opvatting is weer anders en zegt dat er achter de normale persoonlijkheid van ieder mens een ego staat, een innerlijke mens, dat de droomtoestand reëler maakt en niet minder dan de waaktoestand. Volgens H.P. Blavatsky:

leeft ons ego zijn eigen afzonderlijke leven binnen zijn gevangenis van klei telkens wanneer het vrijkomt van de kluisters van de stof, d.w.z. tijdens de slaap van de stoffelijke mens. Dit ego is de acteur, de werkelijke mens, het ware menselijke zelf.1

Verder verklaart ze dat ‘dromen in feite de werkingen van het ego zijn tijdens de fysieke slaap’ (blz. 58). Over de omstandigheden van de dromer verklaart ze:

Volgens het occultisme is de stoffelijke mens één, maar de denkende mens is zevenvoudig, denkt, handelt, voelt en leeft op zeven verschillende bestaanstoestanden, of op zeven bewustzijnsgebieden, en voor elk van die toestanden of gebieden heeft het permanente ego (niet de bedrieglijke persoonlijkheid) een eigen stel zintuigen.2

Hieruit kunnen we concluderen dat een droom een ervaring is van de innerlijke mens die functioneert op een innerlijk gebied. Het gebeurt wanneer ons bewustzijn zijn brandpunt verplaatst van het fysieke naar het astrale gebied, of van ons fysieke lichaam naar ons astrale lichaam. In New Age termen is een droom identiek aan een veranderde bewustzijnstoestand of een buitenlichamelijke ervaring, wat soms ‘reizen in het astrale’ wordt genoemd. Sommige mensen zien astrale reizen als een exotische occulte techniek en beseffen niet dat we iedere nacht als we gaan slapen onbewust in het astrale reizen.

HPB verklaarde in Isis ontsluierd dat ‘Eén aspect van magische vaardigheid is het vrijwillig en bewust en terugtrekken van de innerlijke mens (het astrale lichaam) uit de uitwendige mens (het fysieke lichaam)’ (2:588). Het verschil tussen de slaap en opzettelijk reizen in het astrale is hoofdzakelijk dat het eerste onbewust en automatisch gebeurt, terwijl het laatste bewust en met opzet plaatsvindt. Het eerste is veilig en natuurlijk, het laatste gevaarlijk en onnatuurlijk.

De zeven gebieden waarop HPB zinspeelde, strekken zich uit van het goddelijke, het meest spirituele, omlaag in de stof totdat het fysieke of laagste gebied van de zeven wordt bereikt. Het gebied dat het dichtst bij het stoffelijke ligt, wordt gewoonlijk het astrale genoemd, waar de meeste van onze dromen plaatsvinden. HPB waarschuwt vele malen dat dit een gebied van illusie en misleiding is. Dat komt omdat de astrale materie waaruit het bestaat plastisch is, dat wil zeggen vormen en kleuren aanneemt overeenkomstig onze individuele gedachten en verlangens. We zien zelden wat daar werkelijk is, maar eerder wat we innerlijk wensen of verwachten te zien. Het is een wereld van een intense scheppende kracht, maar met weinig bewuste leiding.

In onze dromen zijn we dikwijls eerlijker en waarachtiger tegenover onszelf dan in de waaktoestand, omdat we beter in staat zijn onszelf te zien zoals we zijn en niet zoals we denken dat we zijn. De belemmeringen en verboden van de samenleving zijn opzijgezet, en dat maakt het ons mogelijk onze dromen te gebruiken als barometers of onbevooroordeelde aanwijzers van onze ontwikkeling.

Een onwrikbaar ideaal, zoals dat van universele broederschap, dat we gelijkstellen met waarachtige liefde voor al wat leeft, zal zich in dromen weerspiegelen. Omdat vrees de belangrijkste oorzaak is van nachtmerries en ‘volmaakte liefde alle vrees uitbant’, zal een vredige gemoedstoestand zich weerspiegelen in vredige dromen. Omdat onze mentale toestand overdag de emotionele atmosfeer van onze dromen bepaalt, zal dit, als we in slaap vallen terwijl we rusteloos of bezorgd zijn, leiden tot verwarde dromen. Als we daarentegen ons hart vullen met liefde voor we in slaap vallen, en oprecht allen vergeven die ons gedurende de dag onrecht schijnen te hebben aangedaan, zouden we een rustige slaap hebben.

Volgens Alexandra David-Neel, de opmerkelijke Franse geleerde ingewijde in het Tibetaanse boeddhisme, zullen succesvolle yoga meditatie-oefeningen leiden tot drie graden van dromen: In de hoogste graad droomt men niet meer. In de middelste is men, als men droomt, zich bewust dat gebeurtenissen en handelingen plaatsvinden in de droomtoestand. In de laagste zijn er alleen plezierige dromen.3 De hoogste graad, die van een volledige adept, brengt met zich dat men in het geheel niet droomt. Ongeveer veertig jaar daarvoor verklaarde HPB: ‘Geen enkele gevorderde adept droomt. . . . In zijn slaap leeft hij eenvoudig op een ander en meer werkelijk gebied.’4

De betekenis van dromen samenvattende, verklaarde Alexandra David-Neel dat, omdat het ‘de werkelijke mens’ is die in dromen handelt, ‘de meesters in de mystiek aanbevelen tijdens de droomtoestand het gedrag nauwkeurig in het oog te houden als men tot zelfkennis wil komen.’5 Zoals het beheersen van onze gedachten en emoties een belangrijke uitwerking heeft op onze droomtoestand is, omgekeerd, het bewust beheersen van onze dromen een belangrijke stap in het bepalen van de richting van ons leven in de waaktoestand. Een andere belangrijke leer, die vaak in hoge mate werd beschermd, werd uiteengezet door HPB: ‘Als we ons onze dromen in een diepe slaap konden herinneren, zouden we al onze vorige incarnaties kunnen herinneren.’6 De meeste mensen denken dat een diepe slaap droomloos is, maar in de diepe slaap is het hogere ego wakker en leeft het ‘op een ander, meer wezenlijk gebied’, terwijl het lagere ego of de persoonlijkheid in diepe slaap is. Bij het ontwaken herinnert het persoonlijke ego zich niets, omdat het geen deel had aan de relatief vormloze ervaringen van het hogere ego.

Als we nadenken over onze dromen na het wakker worden, kunnen we gewoonlijk in aanraking komen met delen van ons innerlijke zelf die anders onbekend zouden blijven. In de loop van de tijd ontdekken we dikwijls bepaalde patronen in de inhoud en de aard van dromen, die het ons mogelijk maken onszelf te begrijpen zoals we in werkelijkheid zijn. Eén belangrijk aspect van deze gewoonte is dat we vermijden onze groei op enige wijze te forceren. Wat geforceerd wordt bereikt, is niet blijvend en kan gevaarlijk zijn. Resultaten die een natuurlijk uitvloeisel zijn van ons innerlijk besluit zijn blijvend en het meest heilzaam.

 

Noten

  1. Een toelichting op De Geheime Leer, blz. 56
  2. Ibid., blz. 66-7
  3. Initiations and Initiates in Tibet, blz. 102.
  4. Een toelichting op De Geheime Leer, blz. 63-4
  5. Initiations and Initiates in Tibet, blz. 107.
  6. The Inner Group Teachings of H.P. Blavatsky, blz. 104.
 
Artikelen over psychologie
 

Uit het tijdschrift Sunrise jul/aug 1989

© 1989 Theosophical University Press Agency