De spiegel van Tem
Gerald J. Schueler

 

De mens heeft altijd het verlangen gehad de waarheid te leren kennen omtrent zichzelf en zijn wereld, en het zoeken naar waarheid is altijd gezien als een nobel streven. Dit zoeken is een proces dat soms inwijding wordt genoemd. Volgens G. de Purucker ‘is het doel van inwijding de mens te verenigen met de goden, wat begint door de neofiet één te maken met zijn eigen innerlijke god.’

Verder zegt hij:

Ieder mens is in de kern van de kern van zijn essentie een zon, bestemd om een van de stralende hemellichamen te worden in de ruimten van de Ruimte, zodat zelfs vanaf het allereerste moment dat het goddelijk-spirituele deel van ons aan zijn omzwervingen door het universele zijn begint, het al een embryo-zon is, een kind van een andere zon die toen in de ruimte bestond. Inwijding brengt deze innerlijke, latente, sterre-energie in het hart van de neofiet tevoorschijn.
      – Bron van het occultisme, blz. 70

Deze gedachte kan men ook vinden in het oude Egypte, waar de ingewijde een Zoon van de Zon werd genoemd. De Egyptische teksten, die nu algemeen bekend zijn als het Dodenboek, waren in feite magische en mystieke teksten voor de neofiet en hadden als titel ‘In het Licht komen’. Ze beschrijven verschillende bewustzijnstoestanden waarmee men bij het zoeken naar waarheid wordt geconfronteerd, en bijzondere ontwikkelingsstadia in het inwijdingsproces.

De oude Egyptenaren leerden dat de mens het fysieke lichaam tijdelijk kan verlaten en in een ijl lichaam van licht naar de onzichtbare werelden kan reizen, waar de goden en godinnen wonen. Deze wereld werd de Tuat genoemd, een woord dat letterlijk ‘met sterren bezaaide plaats’ betekent, en is gelijk aan het astrale gebied van de hedendaagse theosofie. Tenminste één doel van deze magische oefeningen was het verkrijgen van inwijding. Hoofdstuk 44 van het Dodenboek bijvoorbeeld, beschrijft een manier om een bijzonder magisch voorwerp te verkrijgen, de Spiegel van Tem genaamd. De kandidaat moet de weg vinden naar Thot, de god van wijsheid met het hoofd van een ibis. Dan wordt hem gezegd:

Zie de god Thot . . . wend u tot Thot en zeg: ‘Schenk mij daarom, O Machtige Thot, de Spiegel van Tem. Moge u geen disharmonie zien. Moge u geen verwarring veroorzaken in de jaren, maar mogen ze in hele maanden voorbijgaan. Mogen zij die moeilijkheden veroorzaken, van alles wat u doet, weggehouden worden. Ik ben met u, O Thot. Ik heb een pad naar u afgelegd, naar uw alomvattende natuur. Ik hoor niet tot hen die lastig zijn en verborgen moeten worden. Ik heb geen last veroorzaakt.’

De kandidaat moet de god (en zichzelf) ervan overtuigen dat hij morele verdiensten heeft. Hij moet zichzelf zien als zuiver – iemand die ‘geen last heeft veroorzaakt’. Deze psychologische techniek, een kenmerk van oude Egyptische esoterische wijsheid, is essentieel voor succes. Het verheft niet alleen de houding en levensopvatting van een mens, maar draagt bij tot een positief resultaat. De essentie van deze techniek kan men waarschijnlijk vinden in de term ‘waarheid spreken’, die overal in het Dodenboek met betrekking tot de neofiet wordt gebruikt. Om altijd de waarheid te spreken, moet men morele kracht hebben ontwikkeld en een sterk ethisch besef bezitten. Maar wat is precies de Spiegel van Tem? Een ander vers zegt:

De Spiegel van Tem is er voor u om uw eigen gezicht te zien. Uw beeld zal geen vertekening tonen . . . De Spiegel van Tem maakt het u mogelijk naar de goddelijke Groten te reizen . . . Uw gezicht zal dan lijken op het gezicht van Tem.

Van zo’n spiegel zal niemand, behalve de kandidaat voor inwijding, zich bewust zijn. Naar buiten gekeerd, zal deze spiegel de mens onthullen zoals hij of zij werkelijk is. Alleen zo’n kandidaat zal willen weten wat voor soort persoon hij is, zonder dat zijn eigenwaan of trots het beeld vertekent. Binnenwaarts gekeerd, naar het essentiële wezen van een mens, is het in de spiegel getoonde beeld Tem zelf; de innerlijke aard van de neofiet is goddelijk.
We kunnen de god Tem beter begrijpen als we zien naar het verhaal van Isis en Ra, waarin een onthullende verklaring wordt uitgesproken door de zonnegod Ra: ‘Ik ben Khepera in de ochtend, Ra in de middag, en Tem in de avond.’ Hoofdstuk 17 van het Dodenboek herhaalt dit door te zeggen: ‘Stel u voor: Dit is de god Tem, die in zijn goddelijke zonneschijf verblijft. Soms wordt gezegd dat het Ra is als hij vanuit de horizon aan de westkant van de hemel schijnt.’ Men kan zich de zon voorstellen in drie verschillende fasen, zoals hij elke dag boven ons hoofd voorbij schijnt te gaan. De opkomende zon is Khepera, met het hoofd van een kever; de zon in de middag of namiddag is Ra; de ondergaande zon is Tem.

Deze drie Egyptische goden zijn goed te vergelijken met de drie hindoegoden: Brahma (scheppend), Vishnu (in stand houdend) en Shiva (vernietigend/vernieuwend). Tem was, net als Shiva, vooral geliefd bij mystici en degenen die geestelijke verlichting zoeken. De vernietiging van de stof, het beëindigen van de openbaring, is een manier om de onsterfelijke gedachten die achter de sterfelijke vormen bestaan, te ontsluieren. Tem is, net als Shiva, een onthuller van de waarheid voor hen die zijn voorbereid om zijn onthulling te zien. Zijn spiegel kon alleen een symbool zijn geweest voor de goddelijke kracht van onbevooroordeeld zelfonderzoek.

De moderne psychologie toont aan hoe moeilijk het eigenlijk voor ons is om naar binnen te kijken en onszelf te zien zoals we werkelijk zijn. Het klinkt eenvoudig, maar het is in feite heel moeilijk. De Spiegel van Tem, een geschenk van de wijze Thot, maakt de taak eenvoudig; maar om in het bezit te komen van de spiegel en naar het eigen beeld in het oppervlak te durven kijken, vergt heel veel voorbereiding en innerlijke moed.

Volgens de tekst moet de neofiet, om de Spiegel van Tem te ontvangen, een bijzondere tuin betreden. Hem wordt opgedragen:

Denk aan de god Tem en concentreer u op hem terwijl u zegt:

‘Ik ben in een tuin gekomen, die geen water heeft en zonder lucht is. Hij heeft tien delen. Hij is donker. Hij beweegt. (Zeg dit tweemaal.) Hij draagt leven in zich, en vrede voor het hart, maar hij zal niet toestaan dat er seksuele genoegens worden bedreven. Ik heb daar een geest ontvangen die onverschillig is voor water en lucht en seksuele genoegens. Het hart is daar vredig en is ongevoelig voor vlees en spijs en drank.’

Deze tuin is het symbool van een geestelijke toestand van bewustzijn. De beschrijving lijkt veel op de samadhi van de oosterse yogatraditie. De neofiet moet zijn bewustzijn tot een hoge geestelijke toestand opheffen. Dan heeft hij het vermogen zichzelf te zien zoals hij werkelijk is. In theosofische termen betekent dit dat, wanneer we ons bewustzijn verheffen tot het niveau van de individualiteit (buddhi-manas), en dan onze blik naar buiten richten op de persoonlijkheid (kama-manas), we die zullen zien zoals ze werkelijk is, zonder egoïstische vertekeningen. Wanneer we onze aandacht naar binnen richten, op de geest (atma), dan zullen we onze eigen innerlijke god van aangezicht tot aangezicht zien.

De Egyptische teksten geven aan dat de ouden wisten hoe moeilijk het is om in onszelf te kijken en de waarheid te zien. Gewoonlijk zien we alleen illusie. Onze emoties en gedachten worden vervormd door onze begeerten. Maar al te vaak zien we eerder alleen wat we willen zien of wat we verwachten te zien dan wat er werkelijk is. Maar diep in ieder mens is een goddelijke vonk, een innerlijke god, een Zoon van de Zon. De neofiet streeft ernaar zich meer bewust te worden van dit geestelijke deel van zichzelf. Ieder van ons kan in zekere zin een neofiet worden. Als we dat doen, betreden we het pad naar waarheid. We zetten het tijdloze zoeken voort om tot op zekere hoogte de werkelijkheid te vinden die zich achter de illusies van ons dagelijks leven bevindt. We kijken voor een deel in de Spiegel van Tem.

 
Andere artikelen over Egypte
 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 1989

© 1989 Theosophical University Press Agency