Zoals een mens denkt: invloeden van de media
Sarah Belle Dougherty

 

De wereld wordt overspoeld door indrukken die het gezicht en gehoor prikkelen: televisie, films, radio, boeken, kranten, tijdschriften en advertenties schreeuwen om aandacht en we besteden er veel van onze tijd aan. In het algemeen geloven we dat wat we zien en horen, vooral als het om amusement gaat, geen werkelijke invloed op ons heeft; dat wat er in ons denken en gevoelsleven omgaat een persoonlijke ervaring is die anderen niet raakt. Raadgevers bevelen gewoonlijk aan de verbeelding te gebruiken als een onschuldig middel om wensen in vervulling te doen gaan die men niet ten uitvoer kan of zou moeten brengen. In dat geval beschouwt men gedachten en gevoelens als abstracties die op zichzelf geen objectieve werkelijkheid of gevolgen hebben. Alleen wat we doen en zeggen, wat kan worden waargenomen door de fysieke zintuigen, wordt als werkelijk beschouwd.

De mensheid leeft echter in de eerste plaats in een psychologische, niet in een fysieke wereld. De stoffelijke wereld bestaat ontegenzeglijk, maar we kennen haar alleen door onze verstandelijke verklaringen van zintuiglijke indrukken. Hoewel ons bestaan zich afspeelt in verscheidene sferen – de lichamelijke, psychische, psychologische en geestelijke – bestaat onze voornaamste sfeer van activiteit uit onze gevoelens, gedachten en verlangens: het psychologische heelal dat we rechtstreeks ervaren. Vanuit het theosofisch standpunt zijn de bouwstenen of ‘atomen’ van de psychologische wereld gedachten en gevoelens, die geen abstracties zijn maar beginnende levende wezens met een eigen rudimentair bewustzijn. Hoewel fysiek niet waarneembaar, zijn deze betrekkelijk onontwikkelde entiteiten of krachten toch even werkelijk en invloedrijk als elektriciteit, licht, of magnetisme, maar ze beïnvloeden ons rechtstreeks eerder psychologisch dan lichamelijk.

In de loop van ons leven zijn we ons er allen van bewust dat we voortdurend putten uit ons individuele bewustzijn en er iets aan toevoegen. Maar de mensheid als geheel leeft ook in een wereldomvattend veld van bewustzijn; ieder mens put uit deze grote zee van menselijke gedachten en draagt eraan bij, maar ook aan de stromingen en wervelingen daarin, die worden veroorzaakt door de psychologische uitstraling van bepaalde steden, landen en andere groeperingen van mensen. De films en televisiebeelden waarnaar we kijken, wat we lezen en horen, brengen gedachten en gevoelens met zich mee die we ontlenen aan de psychologische atmosfeer van de aarde en die daarin terugkeren, voorzien van het stempel dat we tijdens hun verblijf bij ons daarop hebben afgedrukt. Wanneer bepaalde gedachten of gevoelens onze aandacht in beslag nemen, versterken we die, zodat het voor anderen gemakkelijker wordt ze tijdens hun gang door de gedachteatmosfeer op te nemen, of verzwakken we ze, zodat ze minder sterk en minder gemakkelijk beschikbaar zijn. Ze worden gekleurd door ons positief, negatief of neutraal gebruik ervan en wij zijn dus verantwoordelijk zowel voor de entiteiten die zich als gedachten manifesteren, als voor de rest van de mensheid voor wie we ze in die vorm automatisch beschikbaar stellen.

Vanzelfsprekend zijn we ook verantwoordelijk voor onszelf. Ons toekomstige zelf is het directe resultaat van ons psycho-spirituele leven dat de groei van ons karakter leidt. Voortdurend doordringen we ons wezen met dingen waarop we ons met ons bewustzijn richten. Het denken en de verbeelding zijn krachtige werktuigen in de menselijke evolutie. We begrijpen nog niet de diepe uitwerking die onze verbeeldingskracht heeft op onze geestelijke omwikkeling; Katherine Tingley merkt hierover op:

Ik ben van mening dat de verbeelding een wonderlijke en scheppende kracht bezit. Ik geloof dat, als we haar doen opstijgen in de wereld van geestelijk en creatief denken . . . zij dingen kan scheppen die inderdaad veel weg hebben van wonderen. . . .

Gebruik uw verbeelding! U komt in aanraking met een mystieke wet, wanneer u zich in uw verbeelding grootse dingen voorstelt, want u opent een deur naar nieuwe vermogens in uzelf. Machtige energieën ontwaken, worden tot leven gewekt en versterkt, zowel in u als buiten u. Vorm u een beeld van uw aspiraties. Maak een voorstelling van uw geestelijke idealen, een beeld van het geestelijk leven zoals u weet dat het is, en draag dat beeld met u mee, dag na dag. Koester het als een metgezel. Draag het met u mee bij het ochtend-, middag- en avondmaal, en voor u het weet is er een nieuw leven geboren. Voor u het weet is het ideaal werkelijkheid geworden en hebt u uw plaats ingenomen als een schepper in het grote, goddelijke levensplan.
     – Theosofie: Het pad van de mysticus, blz. 49-50

De omvormende kracht van de verbeelding, of ze in dienst wordt gesteld van onze geestelijke impulsen of van onze lagere aspiraties en verlangens, wordt misschien nog niet in brede kring aanvaard, hoewel men erkent dat het zich weloverwogen vormen van beelden en voorstellingen gevolgen heeft. In veel situaties, vanaf de geneeskunst tot het zoeken van persoonlijke mogelijkheden of omstandigheden in het leven, begint men gebruik te maken van intensieve concentratie van het bewustzijn en het zich mentaal voor ogen stellen van bepaalde resultaten. Al onze gedachten en gevoelens hebben gevolgen, hoewel niet zo ingrijpend als wanneer we onze bewuste wil daarbij in werking stellen.

Zodra we erkennen dat de kracht van het denken zelfs rechtstreeks van invloed is op de stoffelijke wereld, is het ook duidelijk dat het niet voldoende is zich naar buiten toe verantwoordelijk te voelen terwijl men zich onverantwoordelijk gedraagt in zijn gedachten. ‘Zoals de mens denkt in zijn hart, zo is hij’ staat in Spreuken. Het Hebreeuwse woord nephesh, vertaald met hart, betekent onze lagere, dierlijke natuur, zodat de uitdrukking eigenlijk betekent: Zoals een mens denkt in zijn lagere natuur, zo is hij of zo wordt hij (vgl. G. de Purucker, Beginselen van de Esoterische Filosofie, blz. 196). Al denken we misschien dat we ons aan onschuldige fantasieën en een vlucht uit de werkelijkheid overgeven, houden we ons in werkelijkheid op in oorzakelijke gebieden. We ondergaan gevolgen in ons wezen door van onszelf de persoon te maken die we worden en zullen uiteindelijk van onze omgeving de gevolgen terugontvangen van al onze psychologische activiteiten en niet alleen die van onze ‘ernstige’ momenten.

Omdat de media rechtstreeks inwerken op de inhoud en gemoedstoestand van ons bewustzijn, oefenen ze een machtige invloed uit op de mens als individu en op de gemeenschap. Onze aurische sfeer en de psychologische sfeer van de aarde zijn vol van gedachten, beelden en impulsen die we in onze ziel toelaten. De verschillende massamedia wekken psychologische krachten en impulsen op die vergroot en versterkt worden door de honderden of zelfs miljoenen mensen die ze ook hebben. Als het gehalte van de media voornamelijk positief en verheffend was, zou dat een duidelijk voordeel zijn, maar het grootste deel van het aanbod voldoet aan de vraag van de lagere menselijke begeerten, zoals ruimschoots blijkt als we een kijkje nemen in de plaatselijke videowinkel, de boeken- en tijdschriftenrekken in de supermarkt, of als we de televisie-uitzendingen in de avond bekijken. Ook de reclame, die zo alom aanwezig is dat ze nog nauwelijks opvalt, speelt gewoonlijk in op de laagste gemeenschappelijke noemer van het publiek. We zijn eraan gewend dat we worden gemanipuleerd, gebombardeerd met dingen die een beroep doen op onze zelfzucht en onzekerheden en dat onze begeerten naar meer en meer dingen worden gestimuleerd.

Onpersoonlijke, tot een gewoonte geworden vlijerijen, ongemotiveerde aanspraken, opgeroepen visioenen van geweld en zinnelijkheid, en verheerlijking van egoïsme zijn zo algemeen geworden, dat ze velen van ons niet meer schokken of verontrusten. Wanneer we in film of boeken met geweld en onzedelijkheid in aanraking komen, verontschuldigen we dit als ongevaarlijk omdat het slechts om uitbeeldingen gaat. Maar Jezus zei dat het zich niet schuldig maken aan overspel niet voldoende is; we moeten het in onze geest en ons hart afwijzen want: ‘Ik zeg u, een ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd’ (Mattheus 5:28). Door ons over te geven aan zulke door technologische illusies opgeroepen vertoningen, nemen we deel aan die psychologische werkelijkheid alsof we die gebeurtenissen persoonlijk beleven. En de overgang van illusie naar werkelijkheid wordt steeds gemakkelijker naarmate we er meer vertrouwd mee worden, vooral wanneer traditionele morele maatstaven weinig vat meer hebben op de gemeenschap.

Ons bewustzijn is stellig verruwd door het bloot te stellen aan de aanval van onbenullige en vernederende zaken. Door het gehalte van wat de verschillende media brengen, leveren ze een aanzienlijke bijdrage aan de psychologische smog die boven onze beschaving hangt, die onze gedachteatmosfeer vervuilt en onze gezamenlijke innerlijke gezondheid en welzijn aantast. Deze atmosfeer schept en versterkt de verdere vraag ernaar, die nooit kan worden bevredigd omdat ze berust op menselijke begeerten. De Romeinse circussen bijvoorbeeld begonnen als een onschuldig vermaak, maar ontaardden in de loop van de tijd in afschuwelijke uitspattingen van onmenselijkheid, martelingen, moorden en seksuele handelingen naarmate men toegaf aan afgestompte toeschouwers. Zulke gebeurtenissen komen nu in populaire romans en films algemeen voor. Kunnen we ons ethisch besef nog lang handhaven als we ons met zulk materiaal omringen?

Wat kunnen we doen als de heersende ontwikkelingen ons niet aanstaan? Censuur door een of andere autoriteit is niet het antwoord; we moeten eerder een realistischer besef aankweken van wat gezond en wat schadelijk is voor onszelf en anderen. Zulke veranderingen van populaire opvattingen hebben uitwerking gehad op stoffelijke zaken: het verband tussen hartkwalen en voeding bijvoorbeeld heeft het eetpatroon van veel mensen gewijzigd en de sterke toename van AIDS brengt een verandering teweeg in de algemene houding tegenover het nonchalant omgaan met seks. Ook de duidelijke gevolgen van vervuiling en van onverstandige industriële activiteiten beginnen de meningen en leefwijzen van mensen te beïnvloeden. Het gaat hier echter om ziekten van ons stoffelijk lichaam en ons milieu, en er zijn pas veranderingen gekomen na onweerlegbare bewijzen van dodelijke gevolgen. Zullen we de psychologische malaise die onze samenleving aantast, herkennen en de oorzaken ervan zoeken in de werkingen van het menselijk bewustzijn? Of zullen we blijven geloven dat alleen wat met onze stoffelijke zintuigen waarneembaar is, werkelijk is?

Het negatieve leeft ten koste van zichzelf: op een bepaald punt moeten we bereid zijn ons eigen bewustzijn tot de orde te roepen als een bijdrage aan onze gezondheid en die van de mensheid. De poel die het bewustzijn van de mensheid is, kan worden gezuiverd – maar niet door steeds meer afval toe te voegen of door met ons verstand de dingen die een beroep doen op het laagste in ons, voor te stellen als een onschuldig vermaak dat geen objectieve gevolgen heeft. De media, die op zichzelf neutraal zijn, worden constructief of destructief door het gebruik dat wij ervan maken. Onze eigen reacties op de verschillende media tonen aan hoe groot de macht van hun producten is om het edele of het lage op te roepen. Al is het gemakkelijk aan onze negatieve aspecten toe te geven, die heel sterk kunnen zijn, zijn we het aan onszelf en onze medemensen verschuldigd de greep van het lagere zelf op ons bewustzijn te miniseren, en de mooie, waardige kanten van onszelf te voeden door ons denken te richten op wat groot is in ieder mens. Want de kwaliteit en de inhoud van ons individuele bewustzijn vormen onze belangrijkste bijdrage aan de menselijke en planetaire evolutie.

 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 1989

© 1989 Theosophical University Press Agency