De wereld wordt overspoeld door indrukken die het gezicht en gehoor
prikkelen: televisie, films, radio, boeken, kranten, tijdschriften en
advertenties schreeuwen om aandacht en we besteden er veel van onze
tijd aan. In het algemeen geloven we dat wat we zien en horen, vooral
als het om amusement gaat, geen werkelijke invloed op ons heeft; dat
wat er in ons denken en gevoelsleven omgaat een persoonlijke ervaring
is die anderen niet raakt. Raadgevers bevelen gewoonlijk aan de verbeelding
te gebruiken als een onschuldig middel om wensen in vervulling te doen
gaan die men niet ten uitvoer kan of zou moeten brengen. In dat geval
beschouwt men gedachten en gevoelens als abstracties die op zichzelf
geen objectieve werkelijkheid of gevolgen hebben. Alleen wat we doen
en zeggen, wat kan worden waargenomen door de fysieke zintuigen, wordt
als werkelijk beschouwd.
De mensheid leeft echter in de eerste plaats in een psychologische,
niet in een fysieke wereld. De stoffelijke wereld bestaat ontegenzeglijk,
maar we kennen haar alleen door onze verstandelijke verklaringen van
zintuiglijke indrukken. Hoewel ons bestaan zich afspeelt in verscheidene
sferen – de lichamelijke, psychische, psychologische en geestelijke
– bestaat onze voornaamste sfeer van activiteit uit onze gevoelens,
gedachten en verlangens: het psychologische heelal dat we rechtstreeks
ervaren. Vanuit het theosofisch standpunt zijn de bouwstenen of ‘atomen’
van de psychologische wereld gedachten en gevoelens, die geen abstracties
zijn maar beginnende levende wezens met een eigen rudimentair bewustzijn.
Hoewel fysiek niet waarneembaar, zijn deze betrekkelijk onontwikkelde
entiteiten of krachten toch even werkelijk en invloedrijk als elektriciteit,
licht, of magnetisme, maar ze beïnvloeden ons rechtstreeks eerder
psychologisch dan lichamelijk.
In de loop van ons leven zijn we ons er allen van bewust dat we voortdurend
putten uit ons individuele bewustzijn en er iets aan toevoegen. Maar
de mensheid als geheel leeft ook in een wereldomvattend veld van bewustzijn;
ieder mens put uit deze grote zee van menselijke gedachten en draagt
eraan bij, maar ook aan de stromingen en wervelingen daarin, die worden
veroorzaakt door de psychologische uitstraling van bepaalde steden,
landen en andere groeperingen van mensen. De films en televisiebeelden
waarnaar we kijken, wat we lezen en horen, brengen gedachten en gevoelens
met zich mee die we ontlenen aan de psychologische atmosfeer van de
aarde en die daarin terugkeren, voorzien van het stempel dat we tijdens
hun verblijf bij ons daarop hebben afgedrukt. Wanneer bepaalde gedachten
of gevoelens onze aandacht in beslag nemen, versterken we die, zodat
het voor anderen gemakkelijker wordt ze tijdens hun gang door de gedachteatmosfeer
op te nemen, of verzwakken we ze, zodat ze minder sterk en minder gemakkelijk
beschikbaar zijn. Ze worden gekleurd door ons positief, negatief of
neutraal gebruik ervan en wij zijn dus verantwoordelijk zowel voor de
entiteiten die zich als gedachten manifesteren, als voor de rest van
de mensheid voor wie we ze in die vorm automatisch beschikbaar stellen.
Vanzelfsprekend zijn we ook verantwoordelijk voor onszelf. Ons toekomstige
zelf is het directe resultaat van ons psycho-spirituele leven dat de
groei van ons karakter leidt. Voortdurend doordringen we ons wezen met
dingen waarop we ons met ons bewustzijn richten. Het denken en de verbeelding
zijn krachtige werktuigen in de menselijke evolutie. We begrijpen nog
niet de diepe uitwerking die onze verbeeldingskracht heeft op onze geestelijke
omwikkeling; Katherine Tingley merkt hierover op:
Ik ben van mening dat de verbeelding een wonderlijke
en scheppende kracht bezit. Ik geloof dat, als we haar doen opstijgen
in de wereld van geestelijk en creatief denken . . . zij dingen kan
scheppen die inderdaad veel weg hebben van wonderen. . . .
Gebruik uw verbeelding! U komt in aanraking met een
mystieke wet, wanneer u zich in uw verbeelding grootse dingen voorstelt,
want u opent een deur naar nieuwe vermogens in uzelf. Machtige energieën
ontwaken, worden tot leven gewekt en versterkt, zowel in u als buiten
u. Vorm u een beeld van uw aspiraties. Maak een voorstelling van uw
geestelijke idealen, een beeld van het geestelijk leven zoals u weet
dat het is, en draag dat beeld met u mee, dag na dag. Koester het
als een metgezel. Draag het met u mee bij het ochtend-, middag- en
avondmaal, en voor u het weet is er een nieuw leven geboren. Voor
u het weet is het ideaal werkelijkheid geworden en hebt u uw plaats
ingenomen als een schepper in het grote, goddelijke levensplan.
– Theosofie: Het pad van de
mysticus, blz. 49-50
De omvormende kracht van de verbeelding, of ze in dienst wordt gesteld
van onze geestelijke impulsen of van onze lagere aspiraties en verlangens,
wordt misschien nog niet in brede kring aanvaard, hoewel men erkent
dat het zich weloverwogen vormen van beelden en voorstellingen gevolgen
heeft. In veel situaties, vanaf de geneeskunst tot het zoeken van persoonlijke
mogelijkheden of omstandigheden in het leven, begint men gebruik te
maken van intensieve concentratie van het bewustzijn en het zich mentaal
voor ogen stellen van bepaalde resultaten. Al onze gedachten en gevoelens
hebben gevolgen, hoewel niet zo ingrijpend als wanneer we onze bewuste
wil daarbij in werking stellen.
Zodra we erkennen dat de kracht van het denken zelfs rechtstreeks van
invloed is op de stoffelijke wereld, is het ook duidelijk dat het niet
voldoende is zich naar buiten toe verantwoordelijk te voelen terwijl
men zich onverantwoordelijk gedraagt in zijn gedachten. ‘Zoals
de mens denkt in zijn hart, zo is hij’ staat in Spreuken. Het
Hebreeuwse woord nephesh, vertaald met hart, betekent onze
lagere, dierlijke natuur, zodat de uitdrukking eigenlijk betekent: Zoals
een mens denkt in zijn lagere natuur, zo is hij of zo wordt hij (vgl.
G. de Purucker, Beginselen van de Esoterische Filosofie, blz.
196). Al denken we misschien dat we ons aan onschuldige fantasieën
en een vlucht uit de werkelijkheid overgeven, houden we ons in werkelijkheid
op in oorzakelijke gebieden. We ondergaan gevolgen in ons wezen door
van onszelf de persoon te maken die we worden en zullen uiteindelijk
van onze omgeving de gevolgen terugontvangen van al onze psychologische
activiteiten en niet alleen die van onze ‘ernstige’ momenten.
Omdat de media rechtstreeks inwerken op de inhoud en gemoedstoestand
van ons bewustzijn, oefenen ze een machtige invloed uit op de mens als
individu en op de gemeenschap. Onze aurische sfeer en de psychologische
sfeer van de aarde zijn vol van gedachten, beelden en impulsen die we
in onze ziel toelaten. De verschillende massamedia wekken psychologische
krachten en impulsen op die vergroot en versterkt worden door de honderden
of zelfs miljoenen mensen die ze ook hebben. Als het gehalte van de
media voornamelijk positief en verheffend was, zou dat een duidelijk
voordeel zijn, maar het grootste deel van het aanbod voldoet aan de
vraag van de lagere menselijke begeerten, zoals ruimschoots blijkt als
we een kijkje nemen in de plaatselijke videowinkel, de boeken- en tijdschriftenrekken
in de supermarkt, of als we de televisie-uitzendingen in de avond bekijken.
Ook de reclame, die zo alom aanwezig is dat ze nog nauwelijks opvalt,
speelt gewoonlijk in op de laagste gemeenschappelijke noemer van het
publiek. We zijn eraan gewend dat we worden gemanipuleerd, gebombardeerd
met dingen die een beroep doen op onze zelfzucht en onzekerheden en
dat onze begeerten naar meer en meer dingen worden gestimuleerd.
Onpersoonlijke, tot een gewoonte geworden vlijerijen, ongemotiveerde
aanspraken, opgeroepen visioenen van geweld en zinnelijkheid, en verheerlijking
van egoïsme zijn zo algemeen geworden, dat ze velen van ons niet
meer schokken of verontrusten. Wanneer we in film of boeken met geweld
en onzedelijkheid in aanraking komen, verontschuldigen we dit als ongevaarlijk
omdat het slechts om uitbeeldingen gaat. Maar Jezus zei dat het zich
niet schuldig maken aan overspel niet voldoende is; we moeten het in
onze geest en ons hart afwijzen want: ‘Ik zeg u, een ieder die
een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk
met haar gepleegd’ (Mattheus 5:28). Door ons over te
geven aan zulke door technologische illusies opgeroepen vertoningen,
nemen we deel aan die psychologische werkelijkheid alsof we die gebeurtenissen
persoonlijk beleven. En de overgang van illusie naar werkelijkheid wordt
steeds gemakkelijker naarmate we er meer vertrouwd mee worden, vooral
wanneer traditionele morele maatstaven weinig vat meer hebben op de
gemeenschap.
Ons bewustzijn is stellig verruwd door het bloot te stellen aan de
aanval van onbenullige en vernederende zaken. Door het gehalte van wat
de verschillende media brengen, leveren ze een aanzienlijke bijdrage
aan de psychologische smog die boven onze beschaving hangt, die onze
gedachteatmosfeer vervuilt en onze gezamenlijke innerlijke gezondheid
en welzijn aantast. Deze atmosfeer schept en versterkt de verdere vraag
ernaar, die nooit kan worden bevredigd omdat ze berust op menselijke
begeerten. De Romeinse circussen bijvoorbeeld begonnen als een onschuldig
vermaak, maar ontaardden in de loop van de tijd in afschuwelijke uitspattingen
van onmenselijkheid, martelingen, moorden en seksuele handelingen naarmate
men toegaf aan afgestompte toeschouwers. Zulke gebeurtenissen komen
nu in populaire romans en films algemeen voor. Kunnen we ons ethisch
besef nog lang handhaven als we ons met zulk materiaal omringen?
Wat kunnen we doen als de heersende ontwikkelingen ons niet aanstaan?
Censuur door een of andere autoriteit is niet het antwoord; we moeten
eerder een realistischer besef aankweken van wat gezond en wat schadelijk
is voor onszelf en anderen. Zulke veranderingen van populaire opvattingen
hebben uitwerking gehad op stoffelijke zaken: het verband tussen hartkwalen
en voeding bijvoorbeeld heeft het eetpatroon van veel mensen gewijzigd
en de sterke toename van AIDS brengt een verandering teweeg in de algemene
houding tegenover het nonchalant omgaan met seks. Ook de duidelijke
gevolgen van vervuiling en van onverstandige industriële activiteiten
beginnen de meningen en leefwijzen van mensen te beïnvloeden. Het
gaat hier echter om ziekten van ons stoffelijk lichaam en ons milieu,
en er zijn pas veranderingen gekomen na onweerlegbare bewijzen van dodelijke
gevolgen. Zullen we de psychologische malaise die onze samenleving aantast,
herkennen en de oorzaken ervan zoeken in de werkingen van het menselijk
bewustzijn? Of zullen we blijven geloven dat alleen wat met onze stoffelijke
zintuigen waarneembaar is, werkelijk is?
Het negatieve leeft ten koste van zichzelf: op een bepaald punt moeten
we bereid zijn ons eigen bewustzijn tot de orde te roepen als een bijdrage
aan onze gezondheid en die van de mensheid. De poel die het bewustzijn
van de mensheid is, kan worden gezuiverd – maar niet door steeds
meer afval toe te voegen of door met ons verstand de dingen die een
beroep doen op het laagste in ons, voor te stellen als een onschuldig
vermaak dat geen objectieve gevolgen heeft. De media, die op zichzelf
neutraal zijn, worden constructief of destructief door het gebruik dat
wij ervan maken. Onze eigen reacties op de verschillende media tonen
aan hoe groot de macht van hun producten is om het edele of het lage
op te roepen. Al is het gemakkelijk aan onze negatieve aspecten toe
te geven, die heel sterk kunnen zijn, zijn we het aan onszelf en onze
medemensen verschuldigd de greep van het lagere zelf op ons bewustzijn
te miniseren, en de mooie, waardige kanten van onszelf te voeden door
ons denken te richten op wat groot is in ieder mens. Want de kwaliteit
en de inhoud van ons individuele bewustzijn vormen onze belangrijkste
bijdrage aan de menselijke en planetaire evolutie.