Universele waarheid is altijd geweest, is, en zal altijd zijn; ze
is eeuwig en onsterfelijk. Tegelijkertijd zijn haar uitdrukkingswijzen
oneindig in aantal en variatie. De moderne theosofische beweging gebruikt
als haar motto: ‘Er is geen godsdienst hoger dan de waarheid.’
In de zin van haar toewijding aan universele waarheid welke steeds dichter
benaderd wordt, maar nooit volledig bereikt, is er geen verschil tussen
de theosofie van vroeger, heden of toekomst.
Als iemand mij zou vragen: ‘Denk je dat theosofie in de 21ste
eeuw hetzelfde zal zijn als in de 20ste?’ zou ik met Ja antwoorden.
Want iemand die voortdurend leiding geeft aan zijn gedachten en handelingen
in harmonie met universele waarheid draagt broederschap altijd in zijn
hart. Dit zal niet veranderen in een eeuw of in duizend jaar of langer,
zolang er theosofen zijn die die naam waardig zijn.
Als iemand mij zou vragen: ‘Zal theosofie verschillend zijn in
de 21ste eeuw?’ zou ik ook met Ja antwoorden. Omdat er een oneindig
aantal manieren is waarop waarheid kan worden uitgedrukt. Elke menselijke
uitdrukkingswijze en iedere handeling heeft een fundament in waarheid,
hoe onvolmaakt die ook wordt begrepen; maar hoewel voortkomend uit universele
waarheid heeft zo’n uitdrukkingswijze slechts een tijdelijk bestaan.
De wereld zoals ze zich aan ons voordoet is zelfs niet voor een fractie
van een seconde dezelfde, en daarom moeten we een eindeloos aanpassingsvermogen
hebben en gereed zijn om iedere nieuwe situatie te aanschouwen met de
ogen van een pasgeboren kind en alert voor de diepe stilte waarin de
stem van de waarheid spreekt. Als we een waarheid zouden vestigen
in de plaats van Waarheid zouden we een vreselijk monster hebben geschapen.
Zijn naam is dogma. Onvolmaakt als we zijn, hebben we allemaal soms,
zelfs met de beste bedoelingen, zulke schepsels gevoed, waarbij we ons
begrip van de wetten van de natuur aanzagen voor die wetten zelf.
Onszelf afvragen hoe de wereld er in de 21ste eeuw uit zal zien en
welke rol de theosofie daarin zal spelen, is natuurlijk een kwestie
van speculatie. Maar één ding dat we weten is dat de zaden
die we vandaag zaaien de bomen van morgen zullen zijn. Er zijn ook zaden
gestrooid in het verleden, misschien het verre verleden, die onverwacht
kunnen ontkiemen en een rol van belang kunnen gaan spelen die we niet
hadden voorzien. Alleen als we wijs genoeg zouden zijn om in het heden
de karmische lijnen uit het verleden te zien, zouden we begrijpelijke
en betrouwbare voorspellingen kunnen doen.
Een van de diverse lijnen waarlangs de menselijke cultuur voortschrijdt
is die van de wetenschap. In minder dan een eeuw hebben we de gelijkwaardigheid
van energie en materie ontdekt, hebben we ingezien dat de waarnemer
de waarneming beïnvloedt en zijn we doorgedrongen tot in het binnenste
van het atoom. We zijn doorgedrongen in vele geheimen van onze natuurlijke
omgeving met al zijn ecologische complexiteiten en hebben ons een begrip
verworven van de meest verfijnde processen van de lichamelijke erfelijkheid,
DNA en zijn bondgenoot, RNA. In ruim een eeuw hebben we onze paarden
achter ons gelaten en hen vervangen door ‘miraculeuze’ transport-
en communicatiemiddelen. We hebben ongetwijfeld een van de meest opmerkelijke
eeuwen uit de ons bekende geschiedenis achter de rug. Theosofie heeft
daaraan een bijdrage geleverd, zij het bijna onbekend aan en onopgemerkt
door de wereld. Een aantal van onze grootste wetenschappers zowel als
kunstenaars en andere mensen hebben theosofische boeken of andere wijsheidstradities
van de niet-westerse culturen bestudeerd. Anderen, die al of niet van
theosofie gehoord hebben, hebben intuïtief glimpen van waarheid
opgevangen.
We kunnen onszelf afvragen: ‘Zijn we wijzer geworden door al
die kennis? Zijn we nu edeler mensen dan voor deze gouden eeuw van wetenschap
en technologie?’ Aan de ene kant, ja. Er is, dankzij ons uitbreidende
wereld-communicatienetwerk een groeiend bewustzijn van het lijden en
de moeilijkheden in verafgelegen gebieden op aarde. Aan de andere kant
hebben we onszelf nog niet zo erg veredeld. Oorlogen, milieuvernietiging,
en andere vormen van vernietiging, misdaad, drugsgebruik en zelfmoord
zijn wellicht in de geschiedenis niet op zo’n grote schaal voorgekomen.
Hebben theosofen tevergeefs gewerkt voor een betere wereld, of was hun
aantal te klein of waren ze te machteloos? Zou een theosofische schrijver
van een honderd jaar geleden, die zich een voorstelling maakte van de
20ste eeuw, het opgegeven hebben als hij of zij de strijd en het lijden
had kunnen voorzien?
Naar mijn mening is het antwoord daarop uitdrukkelijk ontkennend. Hoewel
we fouten hebben gemaakt en aan zwakheden hebben toegegeven en we het
misschien beter hadden kunnen doen, denk ik dat deze eeuw een hechte
fundering heeft gelegd voor de toekomst.
In de laatste, zeg vijftien jaar, schijnt zich een nieuw tijdperk aan
te kondigen. We kunnen het de holistische benadering noemen. We beginnen
ons nu op grote schaal te realiseren dat alle aspecten van de natuur
zijn verbonden in een organisch geheel. In de medische wereld zien we
een toenemende tendens tot het toepassen van holistische geneeswijzen,
waarbij de mens wordt beschouwd als een eenheid, lichamelijk zowel als
psychologisch, en waarbij ziekte gezien wordt als een verstoord evenwicht
binnen het organisme, en tussen het organisme en de buitenwereld. In
de biologie geeft de Gaia-hypothese aan dat de aarde in haar totaal
in balans wordt gehouden door de levende organismen die erop groeien
en rondlopen. Zij oefenen een stabiliserende invloed uit op een systeem
dat veel groter is dan zijzelf en die zich ver uitstrekt buiten hun
eigen persoonlijke strijd om het bestaan.
Computers en microtechnologie hebben onthuld dat processen die chaotisch
lijken te zijn een schitterend regelmatig patroon vertonen van een nieuwe
orde die van evenveel belang is voor levende systemen als orde in de
traditionele zin van het woord. Tegelijkertijd zakken oude wagens in
elkaar of beginnen te kraken. Het denken, gebaseerd op de invloed van
Newton en Descartes heeft zijn waarde gehad voor de vroege ontwikkeling
van de moderne wetenschap, maar is niet langer toereikend. Het darwinisme
wordt bediscussieerd en zwaar aangevallen en heeft wellicht zijn langste
tijd al gehad. Tegelijkertijd beginnen we de traditionele wijsheid van
Oost en West te waarderen, zelfs al wordt deze herkenning soms in nog
te oppervlakkige termen uitgedrukt. Niettemin voorspelt deze ontwikkeling
een algemene acceptatie van het inzicht dat alle culturen, antieke en
moderne, samen een broederschap vormen die door de eeuwen heen bestaat
en waaraan elk een waardevolle bijdrage levert.
Holistische ideeën zijn nog maar jonge scheuten in de bossen van
de wetenschap en worden constant bedreigd, maar ze zien er gezond uit
en we zijn optimistisch over hun overlevingskans. Al deze ontwikkelingen
wijzen in de richting van een algemene herkenning van broederschap als
een feit in de natuur, en dat is toch de eerste doelstelling
van iedere theosofische organisatie uit de geschiedenis, nietwaar?
Maar er blijft nog veel, heel veel te doen over. Zo is er de scheiding
tussen materie en bewustzijn. Zelfs de meer moedige en progressieve
mensen onder de tegenwoordige wetenschappers zoeken meestal nog eerder
mechanistische verklaringen dan dat zij de geheimzinnige woorden ‘bewustzijn’
en ‘denkvermogen’ uitspreken, wanneer het gaat om factoren
die een rol spelen in de natuur. Dit komt misschien deels voort uit
angst voor een terugkeer naar religieus fundamentalisme. Zeker moeten
theosofen van heden en toekomst het begrip ondersteunen dat denken en
bewustzijn onafscheidelijk zijn van welk gemanifesteerd bestaan dan
ook. Als we eenmaal de analogie tussen de opbouw van de natuur en van
onszelf accepteren, hebben we in het samenspel van ons denkvermogen
en onze verlangens en hartstochten een sleutel tot het begrijpen van
de veelvormige uitdrukkingswijzen van het leven van onze planeet.
Boven het denkvermogen is er het buddhisch beginsel, dat van nature
zo helder is als kristal en waarin het ware, het goede en het schone
verenigd zijn. Tot nu toe hebben wetenschapsmensen schoonheid doorverwezen
naar het rijk van de kunst, en ethiek naar religie en filosofie (hoewel
veel filosofen niet geïnteresseerd zijn in ethiek omdat het naar
hun zeggen te metafysisch is). In een werkelijk holistische benadering
is er geen plaats voor het uitsluiten van wat dan ook, en er kan geen
sprake zijn van een scheiding tussen religie, wetenschap, filosofie
en kunst.
Vandaag de dag trilt er een nieuwe rimpeling van hoop door het bewustzijn
van de mensheid. Het is te vroeg om te jubelen, want de jonge scheuten
van vrede en samenwerking zijn nog jong en kwetsbaar, maar niemand kan
aan de indruk ontkomen dat een aantal gedachten van werkelijke broederschap
het denken van personen in sleutelposities hebben aangeraakt, en dat
is waar miljoenen op gehoopt hadden. Alle mensen zijn karmisch met elkaar
verbonden en samen verantwoordelijk. Samen bouwen we onze maatschappelijke
omstandigheden, inclusief de onvolmaaktheden ervan die sommigen tijdelijk
niet aankunnen. Maar als we ‘misdadigers’, ‘verslaafden’
en anderen uitsluiten van onze gedachten van broederschap, drijven we
hen in een isolement en nog grotere wanhoop, en ons gemeenschappelijk
karma zal een wereld zijn vol misdaad en terreur. Waarom niet tenminste
proberen de strijd in individuele menselijke zielen te begrijpen vanuit
een achtergrond van mededogen? Zaden zijn gezaaid in deze eeuw, o.a.
door Katherine Tingley in de eerste decennia, en hoewel slechts enkele
ervan zichtbaar tot ontkieming zijn gekomen, is het onze huidige taak
deze te verzorgen.
De sleutel tot elke vooruitgang is opvoeding. Er zijn schitterende
initiatieven genomen, want we houden allemaal van onze kinderen. Maar
niet voordat de harmonieuze eenheid van de totale mens wordt onderkend,
zullen wij als mensheid het belang begrijpen van een evenwichtige ethische
en kunstzinnige opvoeding in de psychologische, mentale en spirituele
mogelijkheden zowel als in de praktische aspecten van het leven.
We kunnen niet precies weten hoe het er morgen uit zal zien, maar het
is waard ervoor te werken. En laten we hopen dat een lezer van dit artikel
in, zeg 2089, zijn of haar hoofd zal schudden en glimlachen: wat somber
waren de goedbedoelde visies van die lui van honderd jaar geleden; wij
hebben veel meer bereikt dan waarvan zij ooit konden dromen.