Abortus – het woord alleen al roept gecompliceerde en onzekere
gevoelens op. Toch biedt een vrije en open dialoog over dit vraagstuk
de mogelijkheid een omwenteling teweeg te brengen in het denken en de
visie van de wereld, want waar het om gaat is de vraag: Wat is de betekenis
en het doel van het leven? Ons antwoord vertelt boekdelen over onszelf
als enkelingen, als samenleving, over de cultuur en over onze wereld;
we worden geconfronteerd met onze onwetendheid omtrent onszelf en onze
plaats in het heelal.
Eén ding is duidelijk: zoals zo vaak het geval is met controversiële
onderwerpen, ontstaan er tegengestelde opvattingen die noch geheel juist,
noch geheel onjuist zijn; eigenlijk hebben ze de neiging ingewikkelde
en universele menselijke vraagstukken te simplistisch voor te stellen.
Voor ethische en morele beslissingen bestaan geen kant en klare oplossingen;
nog minder kunnen ze ‘op gezag’ worden genomen. De evolutie
van de innerlijke mens is een zaak van onafhankelijk leren oordelen
en besluiten leren nemen. In het zakenleven kunnen er geen juiste beslissingen
worden genomen als de betrokkenen niet over voldoende inlichtingen beschikken
over het zakelijke milieu waarin ze opereren. Zo moeten wij, om ethische
en morele beslissingen te nemen, de aard kennen van het heelal en onze
plaats daarin. Als we hiervan uitgaan, doen we er misschien goed aan
andere opvattingen onder de loep te nemen dan onze persoonlijke of politieke,
en ons toegankelijker te maken voor fundamentele gedachten uit de oudheid
en hun toepasbaarheid op hedendaagse vraagstukken. Dat aan geen tijd
gebonden perspectief draait om reïncarnatie, karma en geestelijke
evolutie. Het is een ingewikkeld onderwerp, maar door na te gaan wat
de oude denkbeelden inhouden over de wonderlijke rol van de mens in
de kosmos en over de mysteries van de geboorte, kunnen we misschien
ons begrip verdiepen en ons meer inleven in anderen.
De sleutel tot zulke vraagstukken als abortus ligt in de wetenschap
dat we geen toevallig samentreffen van atomen zijn die een biologische
massa vormen en waarvan het bewustzijn een bijproduct is. Bewustzijn
is het fundamentele element in de kosmos; de stof is een uitdrukking
daarvan in vaste vorm. Evenals het bewustzijn evolueert ook de stof.
Zo gezien is elk mathematisch punt in het heelal de uitdrukking van
een veranderend, zich ontplooiend bewustzijn. Vanaf het subatomaire
deeltje tot een supergalactische structuur, innerlijke werelden –
en ook uiterlijke – alle zijn voertuigen voor geestelijke evolutie.
Als mensen brengen wij van dit ene universele bewustzijn het menselijke
tot uitdrukking.
Voorafgaand aan het menselijke stadium is de evolutie betrekkelijk
onbewust. Maar zoals religies en filosofieën over de hele wereld
vertellen, deed de mensheid afstand van de toestand van gelukzalige
onwetendheid en werd ze zelfbewust, omdat ze het recht had verworven
op de vruchten van kennis van goed en kwaad, en moest dus nu zelf richting
geven aan haar evolutie. Dat was geen zondeval, maar een evolutionaire
noodzaak. Voor een zelfbewust wezen is kiezen een essentieel onderdeel
van zijn veranderingen brengende reis. Als de mens zich volkomen heeft
ontwikkeld, staat hij op de drempel van het goddelijke en dan weerspiegelt
het stoffelijk lichaam de nieuwe behoeften van een ontplooid bewustzijn.
Dat is in het kort het model van geestelijke evolutie. Het bewustzijn
bepaalt het voertuig waardoor men kansen tot ontwikkeling krijgt.
Het is vanuit dit kosmische wereldbeeld dat abortus moet worden beoordeeld,
want zonder innerlijke eerbied voor het leven halen we ons menszijn
omlaag. Het is een van de moeilijke keuzen die sommigen moeten maken;
hoe gevoeliger de mens is, hoe moeilijker de keus. Maar is het juist
een mens die daarvoor komt te staan te veroordelen? Als de technologie
en het materialisme in onze opvoeding meer de nadruk kregen dan menselijke
waarden, zijn wij dan niet allemaal schuldig?
Geestelijke evolutie is het proces waardoor universeel bewustzijn zich
via talloze vormen ontplooit. De eenheid van alle leven is lange tijd
de kern geweest van de grote filosofieën en religies van de wereld.
Daarnaast is oorzaak en gevolg – karma – ook een universeel
begrip. Karma, dat goed noch slecht is, werkt om de harmonie te herstellen
die is verstoord door wilsconflicten die disharmonie veroorzaken. Door
onze wederzijdse daden stellen we krachten in werking die óf
verdelen, óf verenigen, en deze energieën keren tot ons
terug met een kracht die evenredig is met de vitaliteit die wij eraan
meegaven.
Door onze gedachten en daden bepalen we onze toekomst; wij en niemand
anders zijn verantwoordelijk voor ons leven en de wereld waarin we leven.
Oorzaken die óf in het directe verleden ontstonden, óf
uit andere levens stammen en nog niet zijn uitgewerkt, brengen gevolgen
met zich die vreugde of verdriet voor ons betekenen. Daarom zijn karma
en geestelijke evolutie belangrijke denkbeelden om in overweging te
nemen wanneer we met ethische dilemma’s en kansen in ons leven
te maken krijgen.
Het proces waardoor we karmische kansen krijgen is reïncarnatie.
Zoals het woord al zegt, betekent het ‘weer vlees worden’,
of zich weer belichamen in een voertuig van vlees, door het evoluerende
bewustzijn. Alle elementen van het heelal belichamen zich opnieuw. Door
dit proces kunnen stof en geest zich zowel uiterlijk tot uitdrukking
brengen (geboorte, activiteit en ervaring) als innerlijk (dood, rust
en vervulling).
We zijn niet ons lichaam. We zijn een stroom van bewustzijn
die unieke gelegenheden tot ontwikkeling verschaft. Continuïteit
handhaaft zich van de ene geboorte naar de andere. Het reïncarnerende
ego – onze hogere, verstandelijke, geestelijke en goddelijke natuur
– bestaat altijd, niet slechts sinds een willekeurig gekozen tijdstip.
Wanneer het de levensfase na de dood heeft voltooid, voelt het reïncarnerende
ego zich gedrongen, als gevolg van zijn onuitgewerkte daden uit vorige
levens op aarde, terug te keren naar het oude terrein van zijn activiteit.
Vóór de stoffelijke geboorte plaatsvindt, wordt het aangetrokken
tot twee personen, en brengt soms twee personen tot elkaar die als moeder
en vader een geschikt stoffelijk lichaam verschaffen. Op ongeveer dezelfde
manier als een magneet en ijzervijlsel elkaar aantrekken, worden de
elementen uit de geschiedenis van het individu, zijn familie en vrienden,
samenleving en cultuur, vermengd. Van de uiterlijke kant gezien denken
we misschien dat sommige situaties volstrekt onrechtvaardig zijn –
lichamelijke of geestelijke misvormingen; vijandige omstandigheden zoals
hongersnood, plagen of oorlogen; of rijkdom, roem en macht, die soms
een bedwelmende werking hebben. Toch worden de levensomstandigheden
door onszelf bepaald. Vóór de conceptie hebben we, in
vorige levens op aarde, krachten in werking gesteld – van liefde
en haat, verwaarlozing en aandacht, egoïsme en mededogen –
die samensmelten en een nieuwe openbaring van leven worden – een
mens.
Laten we dit proces van reïncarnatie eens vanuit een theosofisch
standpunt bekijken. Door de gebeurtenissen in ieder leven wordt een
voorraad van onuitgewerkte energieën van allerlei aard opgebouwd.
Tijdens de reis na de dood worden de onvervulde idealen volledig verwezenlijkt.
Als ze uitgeput zijn, krijgt de aantrekkingskracht van de stof de overhand
op de geestelijke invloed en begint het reïncarnerende ego zijn
afdaling naar de aarde. Bij het binnenkomen in de aardse atmosfeer splitst
de invloed van het reïncarnerende ego zich en gaat een deel naar
de toekomstige vader en een deel naar de toekomstige moeder. Dit kan
misschien de waarnemingen verklaren van sommige wetenschappers dat het
eitje een aantrekkende kracht uitoefent en waarom er, als het sperma
eenmaal is binnengedrongen, een verandering in het ei plaatsvindt die
verdere bevruchtingen voorkomt. Deze gebeurtenis is de voorloper op
stoffelijk gebied van enkele bijzonder verbazingwekkende gebeurtenissen
die de mens, aan deze zijde van de dood, ooit overkomen. Het reïncarnerende
ego bouwt een astraal model – daarbij geleid door een deel van
zijn innerlijke bewustzijn, onderworpen aan zijn karma – dat de
gebeurtenissen die volgen bepaalt. Het ei wordt bevrucht voor het de
baarmoeder bereikt, wat overeenkomst vertoont met de ervaringen van
de binnenkomende ziel, bepaald door haar keuzen en innerlijke drang
vóór de conceptie. Als de zygote1
eenmaal de baarmoeder bereikt, heeft ze zich al meerdere malen gedeeld.
Binnen enkele dagen beginnen deze identieke cellen nieuwe posities in
te nemen: sommige verzamelen zich aan één kant van de
celmassa om de groei van het embryo te bevorderen, terwijl andere een
beschermend omhulsel en ondersteuningsstructuren voorbereiden. In het
midden van de massa krijgen cellen de taak toegewezen om het hersen-
en zenuwnetwerk, de maag, de lever en nog veel meer te vormen. Aan het
einde van de eerste maand heeft het embryo een kloppend hart ontwikkeld.
Veilig en beschermd bouwt het reïncarnerende wezen zijn lichaam
op rondom zijn astrale model.
In de eerste maand neemt het nieuwe menselijke leven
veertigmaal in omvang toe; aan het einde van de zwangerschap wordt
geschat dat het gewicht zes miljard maal is toegenomen. Uit de eencellige
zygote ontstaan miljarden cellen, waarvan elk zijn juiste plaats en
functie op zich moet nemen, die een geheel vormen dat zowel in staat
is tot spierkracht als tot muziek en bovendien andere ‘geestelijke’
uitingen – een zichzelf vormend, zichzelf organiserend proces
van differentiatie dat de onderzoekers op het gebied van moleculaire-
en celbiologie verbaast.2
Ongetwijfeld biedt de zeer oude opvatting van de natuurwetten –
geestelijke evolutie, reïncarnatie en karma – niet alleen
inzicht in de wonderen van het leven, maar ook een basis voor het doorgronden
van de moderne wetenschappelijke mysteries.
Als we nu terugkeren tot de kwestie van abortus, vragen we ons af waarom
deze controversiële praktijk zo verbreid is? De redenen lopen uiteen,
maar de verschillende standpunten blijven dezelfde. Een van de centrale
wettelijke geschilpunten is de kwestie van levensvatbaarheid: onder
welke voorwaarden kunnen we leven of bestaan? Zonder hulp is het leven
en het bestaan van onze tegenwoordige lichamen alleen mogelijk onder
vrij beperkte voorwaarden, wat betreft temperatuur, zuurstof en voeding.
In water, zoals in het milieu van het embryo, kunnen we niet bestaan
zonder technische hulpmiddelen. Als we ons uit de schoot van de aarde
verwijderen en in de ruimte worden geplaatst, zouden we ook omkomen
zonder bepaalde hulpmiddelen. Datzelfde geldt voor de bevruchte eicel
in de moederschoot. Als men zich dezelfde inspanning zou getroosten,
dan zou er een systeem ontworpen kunnen worden dat het leven van het
embryo in stand zou kunnen houden, buiten de bescherming van de moeder.
Levensvatbaarheid is dus het zwakste punt van het probleem.
Maar er zijn andere punten. De vraag ‘Wanneer begint het leven’
is niet alleen wetenschappelijk of wettelijk. Het westerse materialisme
heeft de opvatting dat het leven een toevallig gebeuren is, een onregelmatigheid
in een chaotisch heelal, in de hele wereld populair gemaakt. Innerlijk
voelt de mensheid dit anders; als het er echter op aankomt, verkiezen
we maar al te vaak onszelf te verlagen. Wij zijn geen toevallige verschijningen,
maar zijn in feite het heelal, dat zijn eigen oneindigheid verheft,
verruimt en vergeestelijkt. Het leven, zichtbaar en onzichtbaar, is
heilig. Alles wat ons in ons leven overkomt is iets dat uitsluitend
bij ons behoort en niemand anders dan wij zelf heeft het recht beslissingen
te nemen die nodig zijn. Het is door de innerlijke strijd die we zelf
voeren dat we geestelijk groeien. Als we diep in ons hart, en op een
rustige manier, bij de besluitvorming mededogen, begrip voor de oneindigheid
van het leven en een gevoel van pretentieloze onbaatzuchtigheid betrekken,
dan hebben we ons best gedaan, hoe de keus ook uitvalt!
Helaas is de ondoordachte daad die een ‘ontijdige’ zwangerschap
met zich brengt algemeen. Zij die voor abortus kiezen omdat hen dat
‘beter uitkomt’, tonen niet alleen minachting voor het leven
– het levende wezen – in de moederschoot, maar voor leven
in het algemeen. Moeilijker is de keuze in geval van verkrachting, incest
of gevaar voor het leven van de moeder. Vrouwen hebben ‘zeggenschap’
over hun eigen lichaam – net als mannen trouwens – maar
zoals bij alle menselijke rechten gaat ‘zeggenschap’ gepaard
met verantwoordelijkheid. Bovendien behoren de meeste beslissingen die
het nieuwe ontluikende leven betreffen zowel tot de taak van de man
als de vrouw. De cijfers tonen overduidelijk aan – 4000 abortussen
per dag in de Verenigde Staten alleen al – dat de meeste
daarvan worden gepleegd om sociaal-economische redenen, en door de samenleving
worden gerechtvaardigd vanwege de maatschappelijke kostenbesparende
uitwerking. Hier bevindt de mensheid zich op glad ijs zoals al eerder
is gebeurd. Wanneer we kostenbesparing of persoonlijk gemak verkiezen
boven mededogen, dan wordt het tijd te stoppen voor het te laat is.
Ieder van ons evolueert niet alleen lichamelijk, maar ook verstandelijk
en geestelijk. Omdat er veel meer ego’s niet dan wel op aarde
geïncarneerd zijn, moet er een flinke strijd worden geleverd om
dit leven weer binnen te treden. Er is misschien maar een beperkt aantal
mogelijkheden op aarde die passen bij de karmische voorwaarden van de
terugkerende ziel. Als een kans wordt gemist, blijven bepaalde karmische
mogelijkheden onvervuld, en treden andere karaktertrekken op de voorgrond
die aansluiten bij de noden van het individu dat geboren zal worden.
Welke dingen worden de hele mensheid onthouden wanneer iemand die terugkeert
de kans wordt ontnomen om het beste van zichzelf te geven aan diensten,
vindingen, ideeën, of kinderen die hun weg naar het goddelijke
kunnen vervolgen? Ieder van ons is een kans voor anderen, net als zij
voor ons zijn, om te groeien in al onze vermogens. Wat zijn de gevolgen
op de innerlijke gebieden (zowel als op de uiterlijke) wanneer we lichamelijk
de weg naar geboorte openstellen, om die door abortus weer af te sluiten
– en welke mogelijkheden gaan voor ons allen verloren?
De keuzen zijn niet gemakkelijk. Moraal is niet een zaak van wettelijke
voorschriften, maar van innerlijk herkennen dat is ontwikkeld door de
vrijheid om te kiezen. Omdat in de Verenigde Staten de wettelijke opvattingen
over abortus aan het veranderen zijn, krijgt het onderwerp opnieuw de
algemene aandacht. Misschien zullen deze keer de ethische en filosofische
vragen: Wat is leven?, Waarom ben ik hier?, Waar ga ik heen? worden
gesteld, die de discussie op een hoger plan brengen en die verreikende
gevolgen zullen hebben voor de samenleving als geheel en de evolutie
van de mensheid in het algemeen. Het zoeken naar antwoorden is vaak
hartverscheurend en werkt door tot in de diepten van de ziel. Misschien
wijst het ‘ik’ tijdperk ons de weg terug naar de gedachte
van Socrates dat een overdacht leven het enige is dat waard is geleefd
te worden.
Noten
- Een cel ontstaan door versmelting van twee geslachtskernen.
- Landrum B. Shettles, M.D., met David Rorvik, The
Rites of Life, (1983), blz. 44.