Abortus en het reïncarnerende ego
Alan Donant

 

Abortus – het woord alleen al roept gecompliceerde en onzekere gevoelens op. Toch biedt een vrije en open dialoog over dit vraagstuk de mogelijkheid een omwenteling teweeg te brengen in het denken en de visie van de wereld, want waar het om gaat is de vraag: Wat is de betekenis en het doel van het leven? Ons antwoord vertelt boekdelen over onszelf als enkelingen, als samenleving, over de cultuur en over onze wereld; we worden geconfronteerd met onze onwetendheid omtrent onszelf en onze plaats in het heelal.

Eén ding is duidelijk: zoals zo vaak het geval is met controversiële onderwerpen, ontstaan er tegengestelde opvattingen die noch geheel juist, noch geheel onjuist zijn; eigenlijk hebben ze de neiging ingewikkelde en universele menselijke vraagstukken te simplistisch voor te stellen. Voor ethische en morele beslissingen bestaan geen kant en klare oplossingen; nog minder kunnen ze ‘op gezag’ worden genomen. De evolutie van de innerlijke mens is een zaak van onafhankelijk leren oordelen en besluiten leren nemen. In het zakenleven kunnen er geen juiste beslissingen worden genomen als de betrokkenen niet over voldoende inlichtingen beschikken over het zakelijke milieu waarin ze opereren. Zo moeten wij, om ethische en morele beslissingen te nemen, de aard kennen van het heelal en onze plaats daarin. Als we hiervan uitgaan, doen we er misschien goed aan andere opvattingen onder de loep te nemen dan onze persoonlijke of politieke, en ons toegankelijker te maken voor fundamentele gedachten uit de oudheid en hun toepasbaarheid op hedendaagse vraagstukken. Dat aan geen tijd gebonden perspectief draait om reïncarnatie, karma en geestelijke evolutie. Het is een ingewikkeld onderwerp, maar door na te gaan wat de oude denkbeelden inhouden over de wonderlijke rol van de mens in de kosmos en over de mysteries van de geboorte, kunnen we misschien ons begrip verdiepen en ons meer inleven in anderen.

De sleutel tot zulke vraagstukken als abortus ligt in de wetenschap dat we geen toevallig samentreffen van atomen zijn die een biologische massa vormen en waarvan het bewustzijn een bijproduct is. Bewustzijn is het fundamentele element in de kosmos; de stof is een uitdrukking daarvan in vaste vorm. Evenals het bewustzijn evolueert ook de stof. Zo gezien is elk mathematisch punt in het heelal de uitdrukking van een veranderend, zich ontplooiend bewustzijn. Vanaf het subatomaire deeltje tot een supergalactische structuur, innerlijke werelden – en ook uiterlijke – alle zijn voertuigen voor geestelijke evolutie. Als mensen brengen wij van dit ene universele bewustzijn het menselijke tot uitdrukking.

Voorafgaand aan het menselijke stadium is de evolutie betrekkelijk onbewust. Maar zoals religies en filosofieën over de hele wereld vertellen, deed de mensheid afstand van de toestand van gelukzalige onwetendheid en werd ze zelfbewust, omdat ze het recht had verworven op de vruchten van kennis van goed en kwaad, en moest dus nu zelf richting geven aan haar evolutie. Dat was geen zondeval, maar een evolutionaire noodzaak. Voor een zelfbewust wezen is kiezen een essentieel onderdeel van zijn veranderingen brengende reis. Als de mens zich volkomen heeft ontwikkeld, staat hij op de drempel van het goddelijke en dan weerspiegelt het stoffelijk lichaam de nieuwe behoeften van een ontplooid bewustzijn. Dat is in het kort het model van geestelijke evolutie. Het bewustzijn bepaalt het voertuig waardoor men kansen tot ontwikkeling krijgt.

Het is vanuit dit kosmische wereldbeeld dat abortus moet worden beoordeeld, want zonder innerlijke eerbied voor het leven halen we ons menszijn omlaag. Het is een van de moeilijke keuzen die sommigen moeten maken; hoe gevoeliger de mens is, hoe moeilijker de keus. Maar is het juist een mens die daarvoor komt te staan te veroordelen? Als de technologie en het materialisme in onze opvoeding meer de nadruk kregen dan menselijke waarden, zijn wij dan niet allemaal schuldig?

Geestelijke evolutie is het proces waardoor universeel bewustzijn zich via talloze vormen ontplooit. De eenheid van alle leven is lange tijd de kern geweest van de grote filosofieën en religies van de wereld. Daarnaast is oorzaak en gevolg – karma – ook een universeel begrip. Karma, dat goed noch slecht is, werkt om de harmonie te herstellen die is verstoord door wilsconflicten die disharmonie veroorzaken. Door onze wederzijdse daden stellen we krachten in werking die óf verdelen, óf verenigen, en deze energieën keren tot ons terug met een kracht die evenredig is met de vitaliteit die wij eraan meegaven.

Door onze gedachten en daden bepalen we onze toekomst; wij en niemand anders zijn verantwoordelijk voor ons leven en de wereld waarin we leven. Oorzaken die óf in het directe verleden ontstonden, óf uit andere levens stammen en nog niet zijn uitgewerkt, brengen gevolgen met zich die vreugde of verdriet voor ons betekenen. Daarom zijn karma en geestelijke evolutie belangrijke denkbeelden om in overweging te nemen wanneer we met ethische dilemma’s en kansen in ons leven te maken krijgen.

Het proces waardoor we karmische kansen krijgen is reïncarnatie. Zoals het woord al zegt, betekent het ‘weer vlees worden’, of zich weer belichamen in een voertuig van vlees, door het evoluerende bewustzijn. Alle elementen van het heelal belichamen zich opnieuw. Door dit proces kunnen stof en geest zich zowel uiterlijk tot uitdrukking brengen (geboorte, activiteit en ervaring) als innerlijk (dood, rust en vervulling).

We zijn niet ons lichaam. We zijn een stroom van bewustzijn die unieke gelegenheden tot ontwikkeling verschaft. Continuïteit handhaaft zich van de ene geboorte naar de andere. Het reïncarnerende ego – onze hogere, verstandelijke, geestelijke en goddelijke natuur – bestaat altijd, niet slechts sinds een willekeurig gekozen tijdstip. Wanneer het de levensfase na de dood heeft voltooid, voelt het reïncarnerende ego zich gedrongen, als gevolg van zijn onuitgewerkte daden uit vorige levens op aarde, terug te keren naar het oude terrein van zijn activiteit. Vóór de stoffelijke geboorte plaatsvindt, wordt het aangetrokken tot twee personen, en brengt soms twee personen tot elkaar die als moeder en vader een geschikt stoffelijk lichaam verschaffen. Op ongeveer dezelfde manier als een magneet en ijzervijlsel elkaar aantrekken, worden de elementen uit de geschiedenis van het individu, zijn familie en vrienden, samenleving en cultuur, vermengd. Van de uiterlijke kant gezien denken we misschien dat sommige situaties volstrekt onrechtvaardig zijn – lichamelijke of geestelijke misvormingen; vijandige omstandigheden zoals hongersnood, plagen of oorlogen; of rijkdom, roem en macht, die soms een bedwelmende werking hebben. Toch worden de levensomstandigheden door onszelf bepaald. Vóór de conceptie hebben we, in vorige levens op aarde, krachten in werking gesteld – van liefde en haat, verwaarlozing en aandacht, egoïsme en mededogen – die samensmelten en een nieuwe openbaring van leven worden – een mens.

Laten we dit proces van reïncarnatie eens vanuit een theosofisch standpunt bekijken. Door de gebeurtenissen in ieder leven wordt een voorraad van onuitgewerkte energieën van allerlei aard opgebouwd. Tijdens de reis na de dood worden de onvervulde idealen volledig verwezenlijkt. Als ze uitgeput zijn, krijgt de aantrekkingskracht van de stof de overhand op de geestelijke invloed en begint het reïncarnerende ego zijn afdaling naar de aarde. Bij het binnenkomen in de aardse atmosfeer splitst de invloed van het reïncarnerende ego zich en gaat een deel naar de toekomstige vader en een deel naar de toekomstige moeder. Dit kan misschien de waarnemingen verklaren van sommige wetenschappers dat het eitje een aantrekkende kracht uitoefent en waarom er, als het sperma eenmaal is binnengedrongen, een verandering in het ei plaatsvindt die verdere bevruchtingen voorkomt. Deze gebeurtenis is de voorloper op stoffelijk gebied van enkele bijzonder verbazingwekkende gebeurtenissen die de mens, aan deze zijde van de dood, ooit overkomen. Het reïncarnerende ego bouwt een astraal model – daarbij geleid door een deel van zijn innerlijke bewustzijn, onderworpen aan zijn karma – dat de gebeurtenissen die volgen bepaalt. Het ei wordt bevrucht voor het de baarmoeder bereikt, wat overeenkomst vertoont met de ervaringen van de binnenkomende ziel, bepaald door haar keuzen en innerlijke drang vóór de conceptie. Als de zygote1 eenmaal de baarmoeder bereikt, heeft ze zich al meerdere malen gedeeld. Binnen enkele dagen beginnen deze identieke cellen nieuwe posities in te nemen: sommige verzamelen zich aan één kant van de celmassa om de groei van het embryo te bevorderen, terwijl andere een beschermend omhulsel en ondersteuningsstructuren voorbereiden. In het midden van de massa krijgen cellen de taak toegewezen om het hersen- en zenuwnetwerk, de maag, de lever en nog veel meer te vormen. Aan het einde van de eerste maand heeft het embryo een kloppend hart ontwikkeld. Veilig en beschermd bouwt het reïncarnerende wezen zijn lichaam op rondom zijn astrale model.

In de eerste maand neemt het nieuwe menselijke leven veertigmaal in omvang toe; aan het einde van de zwangerschap wordt geschat dat het gewicht zes miljard maal is toegenomen. Uit de eencellige zygote ontstaan miljarden cellen, waarvan elk zijn juiste plaats en functie op zich moet nemen, die een geheel vormen dat zowel in staat is tot spierkracht als tot muziek en bovendien andere ‘geestelijke’ uitingen – een zichzelf vormend, zichzelf organiserend proces van differentiatie dat de onderzoekers op het gebied van moleculaire- en celbiologie verbaast.2

Ongetwijfeld biedt de zeer oude opvatting van de natuurwetten – geestelijke evolutie, reïncarnatie en karma – niet alleen inzicht in de wonderen van het leven, maar ook een basis voor het doorgronden van de moderne wetenschappelijke mysteries.

Als we nu terugkeren tot de kwestie van abortus, vragen we ons af waarom deze controversiële praktijk zo verbreid is? De redenen lopen uiteen, maar de verschillende standpunten blijven dezelfde. Een van de centrale wettelijke geschilpunten is de kwestie van levensvatbaarheid: onder welke voorwaarden kunnen we leven of bestaan? Zonder hulp is het leven en het bestaan van onze tegenwoordige lichamen alleen mogelijk onder vrij beperkte voorwaarden, wat betreft temperatuur, zuurstof en voeding. In water, zoals in het milieu van het embryo, kunnen we niet bestaan zonder technische hulpmiddelen. Als we ons uit de schoot van de aarde verwijderen en in de ruimte worden geplaatst, zouden we ook omkomen zonder bepaalde hulpmiddelen. Datzelfde geldt voor de bevruchte eicel in de moederschoot. Als men zich dezelfde inspanning zou getroosten, dan zou er een systeem ontworpen kunnen worden dat het leven van het embryo in stand zou kunnen houden, buiten de bescherming van de moeder. Levensvatbaarheid is dus het zwakste punt van het probleem.

Maar er zijn andere punten. De vraag ‘Wanneer begint het leven’ is niet alleen wetenschappelijk of wettelijk. Het westerse materialisme heeft de opvatting dat het leven een toevallig gebeuren is, een onregelmatigheid in een chaotisch heelal, in de hele wereld populair gemaakt. Innerlijk voelt de mensheid dit anders; als het er echter op aankomt, verkiezen we maar al te vaak onszelf te verlagen. Wij zijn geen toevallige verschijningen, maar zijn in feite het heelal, dat zijn eigen oneindigheid verheft, verruimt en vergeestelijkt. Het leven, zichtbaar en onzichtbaar, is heilig. Alles wat ons in ons leven overkomt is iets dat uitsluitend bij ons behoort en niemand anders dan wij zelf heeft het recht beslissingen te nemen die nodig zijn. Het is door de innerlijke strijd die we zelf voeren dat we geestelijk groeien. Als we diep in ons hart, en op een rustige manier, bij de besluitvorming mededogen, begrip voor de oneindigheid van het leven en een gevoel van pretentieloze onbaatzuchtigheid betrekken, dan hebben we ons best gedaan, hoe de keus ook uitvalt!

Helaas is de ondoordachte daad die een ‘ontijdige’ zwangerschap met zich brengt algemeen. Zij die voor abortus kiezen omdat hen dat ‘beter uitkomt’, tonen niet alleen minachting voor het leven – het levende wezen – in de moederschoot, maar voor leven in het algemeen. Moeilijker is de keuze in geval van verkrachting, incest of gevaar voor het leven van de moeder. Vrouwen hebben ‘zeggenschap’ over hun eigen lichaam – net als mannen trouwens – maar zoals bij alle menselijke rechten gaat ‘zeggenschap’ gepaard met verantwoordelijkheid. Bovendien behoren de meeste beslissingen die het nieuwe ontluikende leven betreffen zowel tot de taak van de man als de vrouw. De cijfers tonen overduidelijk aan – 4000 abortussen per dag in de Verenigde Staten alleen al – dat de meeste daarvan worden gepleegd om sociaal-economische redenen, en door de samenleving worden gerechtvaardigd vanwege de maatschappelijke kostenbesparende uitwerking. Hier bevindt de mensheid zich op glad ijs zoals al eerder is gebeurd. Wanneer we kostenbesparing of persoonlijk gemak verkiezen boven mededogen, dan wordt het tijd te stoppen voor het te laat is.

Ieder van ons evolueert niet alleen lichamelijk, maar ook verstandelijk en geestelijk. Omdat er veel meer ego’s niet dan wel op aarde geïncarneerd zijn, moet er een flinke strijd worden geleverd om dit leven weer binnen te treden. Er is misschien maar een beperkt aantal mogelijkheden op aarde die passen bij de karmische voorwaarden van de terugkerende ziel. Als een kans wordt gemist, blijven bepaalde karmische mogelijkheden onvervuld, en treden andere karaktertrekken op de voorgrond die aansluiten bij de noden van het individu dat geboren zal worden. Welke dingen worden de hele mensheid onthouden wanneer iemand die terugkeert de kans wordt ontnomen om het beste van zichzelf te geven aan diensten, vindingen, ideeën, of kinderen die hun weg naar het goddelijke kunnen vervolgen? Ieder van ons is een kans voor anderen, net als zij voor ons zijn, om te groeien in al onze vermogens. Wat zijn de gevolgen op de innerlijke gebieden (zowel als op de uiterlijke) wanneer we lichamelijk de weg naar geboorte openstellen, om die door abortus weer af te sluiten – en welke mogelijkheden gaan voor ons allen verloren?

De keuzen zijn niet gemakkelijk. Moraal is niet een zaak van wettelijke voorschriften, maar van innerlijk herkennen dat is ontwikkeld door de vrijheid om te kiezen. Omdat in de Verenigde Staten de wettelijke opvattingen over abortus aan het veranderen zijn, krijgt het onderwerp opnieuw de algemene aandacht. Misschien zullen deze keer de ethische en filosofische vragen: Wat is leven?, Waarom ben ik hier?, Waar ga ik heen? worden gesteld, die de discussie op een hoger plan brengen en die verreikende gevolgen zullen hebben voor de samenleving als geheel en de evolutie van de mensheid in het algemeen. Het zoeken naar antwoorden is vaak hartverscheurend en werkt door tot in de diepten van de ziel. Misschien wijst het ‘ik’ tijdperk ons de weg terug naar de gedachte van Socrates dat een overdacht leven het enige is dat waard is geleefd te worden.

 

Noten

  1. Een cel ontstaan door versmelting van twee geslachtskernen.
  2. Landrum B. Shettles, M.D., met David Rorvik, The Rites of Life, (1983), blz. 44.
 
Sociale en maatschappelijke vraagstukken: abortus
 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 1990

© 1990 Theosophical University Press Agency


 

Vaak krijgen we het gevoel dat er een andere jeugd en ouderdom bestaat dan die welke wordt gemeten naar het jaar van onze natuurlijke geboorte. Voor sommige gedachten zijn wij altijd jong en blijven dat. Zo’n gedachte is de liefde voor de universele en eeuwige schoonheid. Die overpeinzing laat in ons het gevoel achter dat ze eerder tot de eeuwen dan tot het sterfelijke leven behoort . . . Voor de onthullingen van de ziel schrompelen tijd, ruimte en natuur ineen. In het gewone spraakgebruik brengen we alle dingen in verband met de tijd, terwijl we gewoonlijk over de oneindig verspreide sterren spreken als één bolvormige koepel. En zo zeggen we dat de dag des Oordeels veraf is of nabij, dat het Duizendjarige rijk nadert, dat de dag van bepaalde politieke, morele, maatschappelijke hervormingen op handen is, enz., als we bedoelen dat uit de aard van de zaak het ene feit dat wij in ogenschouw nemen, van uiterlijke en voorbijgaande aard is, en het andere blijvend en verwant aan de ziel. De dingen die wij nu vaststaand achten, zullen zich één voor één als rijpe vruchten van onze ervaringen losmaken en vallen. De wind blaast ze weg en niemand weet waarheen. . . De ziel ziet standvastig vooruit; schept vóór zich een nieuwe wereld en laat werelden achter zich. Zij kent data, noch riten, personen, voorkeuren, noch mensen. De ziel kent alleen de ziel; het web van gebeurtenissen is het golvende kleed waarin zij is gehuld.
     – Ralph Waldo Emerson, De Overziel