Ik herinner me nog steeds een les die een meisje me gaf toen ik in
de vijfde klas [lagere school] zat. Hoewel ze in dezelfde klas zat als
ik, vond ik het leuk haar het mikpunt van spotternij te maken en haar
steeds het zwijgen op te leggen als ze een speech hield of een bijdrage
leverde in de klas of ergens anders. Het gevolg was dat we elkaar niet
konden luchten of zien.
Op een middag ontdekten een vriend en ik tijdens schooltijd een kleine
dode groene slang. We namen haar mee naar de klas om praktische redenen
en haar te laten zien. Een van mijn voornaamste redenen was om de slang
(een van de vele giftige soorten in Nigeria) te gebruiken om dat meisje
bang te maken. Ik had er geen idee van dat ze mij een onvergetelijke
ervaring zou bezorgen.
Toen ik de slang voor het schoolbord omhooghield, raakte ik ieder onderdeel
van het dier aan en legde de functie ervan uit. Toen ik op het punt
stond het staart-gedeelte aan te raken gaf het meisje een schreeuw en
terwijl ze naar me toe rende op het podium, riep ze: ‘Raak haar
niet aan! De staart is giftig’ Ze is giftig!’ schreeuwde
ze nog eens.
Het schokte me en ik was verbijsterd dat dit meisje dat ik zo intens
haatte en dat, zoals ik dacht, mij ook zo haatte dat ze me dood wenste,
mij voor gevaar wou behoeden’ Maar tot mijn grote verbazing liet
ze een ernstige waarschuwing horen. Het beantwoordde aan mijn diepste
gedachte dat in ieder hart, waarvan men denkt dat het slecht is, een
grote mate van vriendelijkheid huist.
In het hele land, vooral in mijn woonplaats, het deltagebied, geloven
we dat alle giftige slangen zelfs na hun dood nog gevaar opleveren bij
het staart-gedeelte. Dat verklaart waarom het eerste dat men moet doen
als men een slang doodt en onthoofdt, is de staart eraf te snijden en
te begraven. Die sterke overtuiging maakte dat het meisje schreeuwde
toen ze zag dat ik op het punt stond de staart aan te raken.
Toen dit omstreeks februari 1986 gebeurde schreef ik het op. Maar telkens
als ik het later weer doorlas, was de boodschap tot mijn verrassing
weer helemaal nieuw voor me, en iets in mij drong er steeds op aan het
voor publicatie op te schrijven en in te sturen. Wat mij betreft beantwoordt
het aan het doel waarmee ik het u stuur, als u er een keer in SUNRISE
melding van maakt.
Ik begrijp dat de natuur geen andere manier voor me had om me het besef
bij te brengen van de universele broederschap en eenheid van het leven.
Ik heb ontdekt dat alle wezens, hoe vijandig ze zich ook kunnen voordoen,
in hun diepste zelf liefde bezitten. Hoewel dit ongeveer drie jaar geleden
gebeurde, is het nu nog steeds een belangrijke ervaring in mijn leven.
Al lijkt ze hard, ze leert ons liefde. Misschien is dat de les die dit
jaar mij bracht.